ECLI:NL:RBGEL:2026:905
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
College mag last onder dwangsom opleggen voor bouwwerken zonder vergunning op Lingelandje
Eisers kregen lasten onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe vanwege het plaatsen en gebruiken van bouwwerken zonder omgevingsvergunning op een perceel aan het Lingelandje. Na bezwaar handhaafde het college de besluiten en werd beroep ingesteld bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de vlonder met tent en de toegangspoort als bouwwerken gelden en vergunningplichtig zijn op grond van de Omgevingswet en het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Eisers hadden geen vergunning en maakten geen aannemelijk beroep op overgangsrecht. Het college handhaafde terecht de last onder dwangsom.
Eisers voerden aan dat handhaving in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en dat de dwangsommen te hoog waren, maar de voorzieningenrechter vond dat het college voldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van gelijke gevallen en dat de dwangsommen conform beleid waren vastgesteld. Ook was de last voldoende duidelijk en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verlengde de begunstigingstermijn tot vier weken na de uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het opleggen van lasten onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.