ECLI:NL:RBGEL:2026:774

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
460840
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling kinderen wegens huiselijk geweld en veiligheid moeder

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee kinderen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door heftige ruzies en geweld tussen hun ouders. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk ouderlijk gezag uit, maar de spanningen en escalaties beïnvloeden de opvoeding negatief. De kinderen vertonen gedragsproblemen en zijn getuige geweest van meerdere geweldsincidenten, ook in aanwezigheid van hulpverleners.

De kinderrechter oordeelt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect heeft gehad en dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om rust en veiligheid te waarborgen. De veiligheid van de moeder, die zich onveilig voelt door het controlerende en intimiderende gedrag van de vader, wordt nadrukkelijk meegenomen. De kinderrechter verwijst naar het Verdrag van Istanbul, dat bescherming tegen huiselijk geweld en veiligheid van slachtoffers, waaronder kinderen, verplicht stelt.

De beschikking legt de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Gelderland, met de opdracht om extra aandacht te besteden aan een veilige zorgregeling. De wisselmomenten tussen ouders moeten fysiek en emotioneel veilig worden ingericht. De beslissing is direct uitvoerbaar en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de kinderen onder toezicht wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door huiselijk geweld en waarborgt de veiligheid van moeder en kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/460840 / JE RK 25-1295
Datum uitspraak: 26 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd in Arnhem,
hierna te noemen de Raad,
over
[naam kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , Turkije,
hierna te noemen [kind 1] ,
[naam kind 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , Turkije,
hierna te noemen [kind 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. C. Huy uit Arnhem,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. S.R. van Laar uit Arnhem.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Beide ouders zijn bijgestaan door een tolk Syrisch/Arabisch.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn nog met elkaar getrouwd, maar hebben hun relatie verbroken. Er loopt een echtscheidingsprocedure.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] .
2.3.
Bij beschikking van 18 december 2025 zijn in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure de verzoeken van de ouders over en weer afgewezen. Dit betekent dat de ouders uitvoering blijven geven aan ‘birdnesting’ waarbij de ouders om de week bij de kinderen in de echtelijke woning verblijven. De wissel vindt plaats op dinsdag in het bijzijn van twee medewerkers van het Wijkteam.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [kind 1] en [kind 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd, omdat zij getuige zijn van heftige ruzies tussen hun ouders en onvoldoende begrenzing en sturing krijgen. Het lukt niet om deze ontwikkelingsbedreiging in een vrijwillig kader weg te nemen, omdat ouders in beslag worden genomen door hun eigen problematiek en onderlinge wantrouwen.
3.3.
De Raad benadrukt dat er nu iets moet veranderen. Als de spanningen en escalaties niet stoppen, dan kunnen de kinderen niet langer thuis wonen. Zij schreeuwen bijna letterlijk om hulp. De kinderen zijn getuige geweest van minimaal twee geweldsincidenten tussen hun ouders, en dat was in aanwezigheid van de hulpverlening. Er is rust en stabiliteit nodig, maar bovenal veiligheid.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met het verzoek. Zij wil dat de kinderen een normaal leven kunnen leiden met gescheiden ouders met een normale verstandhouding. Daar heeft zij hulp bij nodig. De moeder voelt zich onveilig door het gedrag van de vader. Hij hangt rond bij de woning en observeert en filmt haar en de kinderen om te bewijzen dat zij het niet goed doet. Ook confronteert hij haar op straat, ondanks de veiligheidsafspraken. De angst en stress die dit bij haar veroorzaakt heeft ook effect op de kinderen.
4.2.
De vader is het ook eens met het verzoek. Ook hij voelt zich onveilig. Volgens hem stuurt de moeder familieleden en vrienden op hem af. De vader erkent dat hij de moeder heeft gefilmd. Hij doet dit niet voor chantage of bedreiging, maar om te laten zien dat er zaken in de opvoeding niet goed gaan. De vader wil graag twee jeugdbeschermers, het liefst met allebei een achtergrond uit het Midden-Oosten of juist allebei niet.
4.3.
De GI heeft verteld dat na een aantal weken een tweede jeugdbeschermer beschikbaar is om te worden toegevoegd aan het gezin. De jeugdbeschermer spreekt Arabisch.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [kind 1] en [kind 2] wordt ernstig bedreigd, omdat zij opgroeien in een omgeving met veel spanningen en escalaties met geweld tussen hun ouders. De onrust is op dit moment zo groot dat het Dr. Leo Kannerhuis niet toekomt aan diagnostiek en behandeling bij [kind 1] . Hij vertoont hechtingsproblemen, gedragsproblemen en kenmerken van autisme. De kinderen zijn getuige van heftige ruzies tussen hun ouders en vechtpartijen, waarbij ook de politie meerdere keren betrokken is geweest. De problemen tussen de ouders nemen hen volledig in beslag waardoor zij onvoldoende toekomen aan de opvoeding van de kinderen. De kinderen vertonen ongeremd en gevaarlijk gedrag en vliegen letterlijk alle kanten op.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat er zoveel onrust is dat hulpverlening onvoldoende van de grond komt.
5.4.
De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de GI de veiligheid van de kinderen, maar ook die van de moeder voorop stelt in de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
5.5.
Op 1 maart 2016 is voor Nederland in werking getreden het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (hierna: Verdrag van Istanbul). Dit is een mensenrechtenverdrag waarin aan de overheid verplichtingen worden opgelegd om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden, en waarin aandacht wordt besteed aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld, zijn ook slachtoffer van huiselijk geweld.
In de memorie van toelichting bij de goedkeuring van het Verdrag van Istanbul staat bij artikel 2 lid 2 dat Pro het verdrag van toepassing is op alle slachtoffers van huiselijk geweld, dus ook mannen en kinderen. In dezelfde memorie van toelichting staat bij artikel 31 (over voogdij, omgangsregeling en veiligheid) dat ingevolge het eerste lid van artikel 31 Verdragspartijen Pro wetgevende of andere maatregelen moeten nemen teneinde te waarborgen dat bij de vaststelling van een omgangsregeling voor kinderen rekening wordt gehouden met gevallen van geweld die vallen onder de reikwijdte van het Verdrag. Het tweede lid van artikel 31 verplicht Pro Verdragspartijen te waarborgen dat de uitvoering van een omgangsregeling niet ten koste gaat van de rechten en de veiligheid van het slachtoffer of de kinderen.
5.6.
De kinderrechter acht op grond van dit Verdrag het noodzakelijk dat de GI bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling extra aandacht besteed aan de voorwaarden voor een veilige zorgregeling om op die manier bescherming te bieden aan de moeder en de kinderen als slachtoffers van huiselijk geweld. Op dit moment is de veiligheid van de moeder en de kinderen namelijk niet geborgd.
5.7.
De kinderrechter maakt zich ernstig zorgen over de fysieke escalaties. Bij de wisselmomenten zijn twee hulpverleners aanwezig en zelfs dat kan niet voorkomen dat er geweld plaatsvindt. Ook heeft de kinderrechter zorgen over het controlerende gedrag van de vader. De vader hangt in ‘moeders week’ rond bij de woning en filmt haar en de kinderen wat intimiderend en bedreigend is. Daarnaast verlopen de overdrachtsmomenten, zelfs in aanwezigheid van twee hulpverleners, zeer onrustig en vindt daar geweld plaats. Ook in aanwezigheid van de kinderen. Ook tijdens de zitting zit de vader hoog in zijn emotie en uit hij zich dwingend. De kinderrechter geeft de GI in overweging om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de wisselmomenten zo vorm te geven dat de ouders elkaar niet treffen en die momenten fysiek en emotioneel veilig te maken. Het belangrijkste is dat de wisselmomenten fysiek en emotioneel veilig zijn en de spanningen verminderen, zodat daarna rust en ruimte ontstaat om te profiteren van opvoedondersteuning en er diagnostiek en behandeling kan plaatsvinden voor [kind 1] en er ook gekeken kan worden naar wat [kind 2] nodig heeft.
5.8.
Tot slot benadrukt de kinderrechter dat een ondertoezichtstelling een gedwongen kader is en dat de GI beslist hoe die maatregel wordt uitgevoerd. Het is dus niet vader die bepaalt hoeveel jeugdbeschermers betrokken worden en welke achtergrond zij moeten hebben.
5.9.
De kinderrechter stelt [kind 1] en [kind 2] onder toezicht voor de duur van een jaar. Deze periode is nodig om rust te creëren en hulpverlening op te starten.
5.10.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [kind 1] en [kind 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Gelderland met ingang van 26 januari 2026 tot 26 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026 door mr. S.S. van Nijen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier, en op schrift gesteld op 3 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.