ECLI:NL:RBGEL:2026:766

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
05/395754-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SvWet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens overlijden verdachte in gewelddadige overvalzaak

De rechtbank Gelderland behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van een gewelddadige overval op een bedrijf te Nijmegen op of omstreeks 12 december 2024. De tenlastelegging omvatte onder meer bedreiging met een vuurwapen, geweld tegen medewerkers en diefstal met geweld.

De inhoudelijke behandeling vond plaats op 12 december 2025, waarna werd afgesproken de uitspraak te doen op 9 januari 2026. Voor de uitspraak bleek dat verdachte op 21 december 2025 in zijn cel was overleden. Volgens artikel 69 Wetboek Pro van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door overlijden van de verdachte. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Daarnaast werden de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen afgewezen wegens het niet-ontvankelijk worden van het Openbaar Ministerie. Ook de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank sprak het vonnis uit op 9 januari 2026, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen wegens afwezigheid.

Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden, waardoor ook schadevorderingen en herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/395754-24
Datum uitspraak : 9 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] .
Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat in Kerkdriel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 12 december 2024 te Nijmegen,
meerdere bankbiljetten en/of muntgelden, in elk geval een geldbedrag/enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf] (gevestigd aan [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (de medewerker(s)) [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld (de medewerker(s)) [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere bankbiljetten en/of muntgelden, in elk geval een geldbedrag/enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf] (gevestigd aan [adres] ) in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het
- met hoofd- en/of (deels) gezichtsverhullende kleding benaderen van die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] en/of
- op bedreigende/intimiderende toon roepen richting die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] dat hij geld nodig had, althans woorden van gelijke strekking en/of
- richten van een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] om vervolgens samen richting de kassa te lopen en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, op bedreigende/intimiderende toon roepen richting die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] dat zij de kassa moesten openen of dat hij hen anders dood zou schieten en/of
- tegen die [aangever 1] op dreigende/intimiderende toon roepen “mee naar achter jij, naar de kluis”, althans woorden van gelijke strekking en/of
- duwen van die [aangever 1] waardoor die [aangever 1] op de grond viel en/of
- onder bedreiging van het vuurwapen, althans een daarop gelijkend
voorwerp, die [aangever 1] het geld uit de kluis laten leeghalen en hierbij (meerdere malen) de woorden “opschieten bro”, althans woorden van gelijke strekking te gebruiken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 december 2024 te Nijmegen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf ommeerdere bankbiljetten en/of muntgelden, in elk geval een geldbedrag/enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf] (gevestigd aan [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (de medewerker(s)) [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (de medewerker(s)) [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van meerdere bankbiljetten en/of muntgelden, in elk geval een geldbedrag/enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf] (gevestigd aan [adres] ) in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde,
- met hoofd- en/of (deels) gezichtsverhullende kleding die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] heeft benaderd en/of
- op bedreigende/intimiderende toon heeft geroepen richting die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] dat hij geld nodig had, althans woorden van gelijke strekking en/of
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] heeft gericht om vervolgens samen richting de kassa te lopen en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, op bedreigende/intimiderende toon heeft geroepen richting die [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 2] dat zij de kassa moesten openen of dat hij hen anders dood zou schieten en/of
- tegen die [aangever 1] op dreigende/intimiderende toon heeft geroepen “mee naar achter jij, naar de kluis”, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [aangever 1] heeft geduwd waardoor die [aangever 1] op de grond is gevallen en/of
- onder bedreiging van het vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, die [aangever 1] het geld uit de kluis heeft laten halen en hierbij (meerdere malen) de woorden “opschieten bro”, althans woorden van gelijke strekking heeft gebruikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 12 december 2024 te Nijmegen,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd gaspistool, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een kogelpatroon van het kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad;

2.Procesverloop

Op 12 december 2025 heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden. In overeenstemming met de procespartijen is afgesproken om de zaak op 9 januari 2026 te sluiten en uitspraak te doen.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Uit een formulier als bedoeld in artikel 10 Wet Pro op de lijkbezorging blijkt dat de verdachte op 21 december 2025, vóór de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, in zijn cel is overleden.
Ingevolge artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht is door het overlijden van verdachte het recht tot strafvordering vervallen, zodat het Openbaar Ministerie niet langer kan worden ontvangen in de vervolging van verdachte.
De rechtbank zal het Openbaar Ministerie dan ook niet-ontvankelijk in de vervolging verklaren.

3.De benadeelde partijen

De benadeelde partijen [aangever 2] en [aangever 2] hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend. Nu het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging dienen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te worden verklaard hun vordering.

4.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

(99-000347-22)

Het Openbaar Ministerie zal niet-ontvankelijk in haar vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden verklaard, nu verdachte op 21 december 2025 is overleden.

5.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte;
 verklaart de benadeelde partijen [aangever 2] en [aangever 2] niet-ontvankelijk in hun vordering tot schadevergoeding;
 verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Verkroost (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.H. Boshuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 januari 2026.
Mr. G.L.C. van den Bosch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen,