ECLI:NL:RBGEL:2026:753
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning kamergewijze huisvesting drie jonge statushouders
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede heeft verleend voor de kamergewijze huisvesting van drie jonge statushouders in een woning nabij haar woonadres. Zij stelt dat het woon- en leefklimaat door deze huisvesting wordt aangetast en dat er sprake is van overlast, waaronder geluidshinder en ongewenst bezoek.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld en beoordeeld of het college terecht heeft geoordeeld dat de vergunning kan worden verleend op grond van artikel 3.4 van het parapluplan, dat voorwaarden stelt aan kamergewijze verhuur. Het college heeft gemotiveerd dat de woning geschikt is, dat er ambulante begeleiding is voor de jongeren en dat er maatregelen zijn getroffen om klachten van omwonenden te behandelen.
De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar blijft en dat de belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad. De overlast die eiseres aanvoert is onvoldoende om de vergunning te weigeren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en laat de beslissing op bezwaar in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor kamergewijze huisvesting van drie jonge statushouders wordt ongegrond verklaard.