Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
Rechtbank Gelderland
Op 24 april 2023 sloten eiser en gedaagde een overeenkomst van geldlening waarbij eiser € 5.000,00 aan gedaagde uitleende met terugbetaling uiterlijk op 24 mei 2024. Gedaagde heeft slechts gedeeltelijk afgelost (€ 1.150,00) en is na 27 maart 2025 gestopt met betalingen.
Eiser vordert betaling van de resterende hoofdsom van € 3.850,00, wettelijke rente vanaf 25 mei 2024, buitengerechtelijke incassokosten van € 510,00 en proceskosten. Gedaagde erkent de hoofdsom maar voert verweer met een veranderde financiële situatie en schuldhulpverlening, en wenst een betalingsregeling.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering opeisbaar is vanaf 24 mei 2024 en wijst de hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten toe. De financiële situatie van gedaagde doet niet af aan haar betalingsverplichting. Een betalingsregeling kan alleen met toestemming van eiser tot stand komen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de resterende lening, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.