ECLI:NL:RBGEL:2026:6180
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning ophoging stortplaats en tunnelcompostering
Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het ophogen van de stortplaats en de aanleg van tunnelcompostering te Wilp. Zij verzochten de voorzieningenrechter om het besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde de voornaamste beroepsgronden, waaronder geur, geluid en natuur (stikstof). Geuronderzoeken van vergunninghoudster werden niet concreet bestreden en de tunnelcompostering zou naar verwachting juist geurvermindering opleveren. Geluid in de bouwfase behoorde niet tot het bestreden besluit en cumulatie met omliggende bedrijven was niet vereist te onderzoeken. De stikstofberekeningen werden afgewezen vanwege het relativiteitsvereiste en de afstand tot Natura 2000-gebied.
De belangenafweging toonde dat verzoeksters geen zwaarwegend belang hadden dat schorsing rechtvaardigde, mede omdat het storten van asbesthoudend materiaal al was toegestaan en het nieuwe besluit juist strengere voorschriften bevat. De belangen van vergunninghoudster en het college bij het niet treffen van een voorlopige voorziening wogen zwaarder. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende kans van slagen en ontbreken van zwaarwegende belangen.