ECLI:NL:RBGEL:2026:6033

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
05.229785.21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging wegens doodslag met schizofrenie en middelengebruik

Betrokkene is in juni 2022 veroordeeld tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens doodslag. De maatregel is sindsdien meerdere malen verlengd, laatstelijk in juli 2024. De officier van justitie verzocht in mei 2026 om verlenging met twee jaar, gesteund door adviezen van de psychiater, psycholoog en de kliniek.

Uit de rapporten blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en stoornissen in het gebruik van cocaïne, amfetamineachtige middelen en cannabis, welke in remissie zijn binnen een gereguleerde context. Betrokkene vertoont sinds eind 2024 een stabiele periode met positief ziekte-inzicht, inzet voor therapieën en een actieve houding. Hij woont zelfstandig binnen de kliniek en heeft gefaseerd onbegeleid verlof gekregen.

De kliniek en deskundigen schatten het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als matig oplopend tot hoog in, vanwege het wegvallen van toezicht en begeleiding. Betrokkene erkent zelf de noodzaak van voortzetting van behandeling. De rechtbank concludeert dat verlenging noodzakelijk is voor de veiligheid van betrokkene en de samenleving.

De rechtbank verlengt daarom de terbeschikkingstelling met verpleging met twee jaar, conform de vordering van de officier van justitie en de adviezen van de deskundigen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging met twee jaar wegens aanhoudende stoornissen en een matig tot hoog recidiverisico.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05.229785.21
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene)

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [verblijfplaats]
(hierna: de kliniek).
Raadsman: mr. F.G.W.M. Huijbers. advocaat te Nijmegen.

Procedure

Betrokkene is op 14 juni 2022 bij vonnis van de rechtbank Gelderland te Arnhem veroordeeld tot terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 29 juni 2022 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 19 juli 2024.
Bij vordering van 26 mei 2026 ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
  • het advies van psychiater I. Maksimović, van 20 februari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • het advies van psycholoog G. Poncin, van 6 maart 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • het adviesrapport van de kliniek van 21 april 2026, waarin wordt geadviseerd de
terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de wettelijke aantekeningen.
Ter zitting van 10 juli 2026 zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • zijn raadsman;
  • de deskundige mr. A.J. Schouten, hoofd behandeling en GZ-psycholoog; en
  • de officier van justitie, mr. A.A. Reah.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling
met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft zich daarbij aangesloten bij het advies van de kliniek en heeft aangevoerd dat de nog te nemen stappen tijd kosten en hiervoor meer dan één jaar nodig zal zijn.
De raadsman van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. In het verlengde daarvan heeft de raadsman gesteld dat betrokkene baat heeft bij begeleiding en dat geleidelijkheid van belang is. Betrokkene zelf ziet volgens zijn raadsman ook in dat hij nog steeds behandeling en begeleiding nodig heeft.

Beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege doodslag. Dat betekent dat de maatregel is
opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen de onaantastbaarheid van het
lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek en de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en dat deze stoornis nog altijd aanwezig is. Daarnaast zijn er lichte stoornissen in het gebruik van cocaïne en amfetamineachtige middelen en een matig/ernstige stoornis in het gebruik van cannabis. Deze stoornissen zijn in remissie in een gereguleerde context.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is op 24 februari 2023 opgenomen in FPC [verblijfplaats] . Vanaf eind september 2024 is een positieve, stabiele periode gevolgd waarin betrokkene inzicht geeft in zijn belevingswereld, hij zelfstandig en betrouwbaar is in het volgen van zijn dagprogramma en zich op positieve wijze inzet voor zijn therapieën. Daarom is betrokkene op 5 juli 2025 overgeplaatst naar afdeling [afdeling 1] , waar hij in een zelfstandige woonunit op het terrein van de kliniek woont. Na deze overgang heeft betrokkene actief de samenwerking gezocht met het nieuwe behandelteam en heeft hij zich open en transparant opgesteld in mentorgesprekken, waarin zijn risicosignalering regelmatig is besproken. In augustus 2025 werd de gefaseerde opbouw van onbegeleide vrijheden toegekend. Betrokkene heeft zich aan de daarbij gestelde voorwaarden gehouden door in contact te zijn met het behandelteam en het delen van zijn locatie. Ook heeft hij spanningen bespreekbaar gemaakt die hij gedurende het praktiseren van verloven bij zichzelf waarneemt. Betrokkene gebruikt vrijwillig een antipsychoticum. Ter zitting werd duidelijk dat betrokkene inziet dat hij dat zijn hele leven zal moeten blijven innemen. Hij heeft diverse therapieën en behandelingen gevolgd, waarvoor hij zich goed inzet door een actieve en serieuze houding aan te nemen en zich leergierig op te stellen. Hoewel betrokkene het op momenten lastig heeft gevonden om openheid te geven (met name over seksualiteit of vroege traumatische ervaringen), is het hem wel gelukt om daar uiteindelijk het gesprek over aan te gaan. Vanaf begin 2026 werkt betrokkene drie dagen per week, wat hij steeds wat zal uitbreiden. Ook is betrokkene met een (online) opleiding begonnen. Inmiddels is transmuraal verlof toegekend waarmee hij kan doorstromen naar resocialisatieafdeling [afdeling 2] .
Recidivegevaar
De kliniek concludeert dat, indien de terbeschikkingstelling beëindigd wordt, het recidiverisico op gewelddadig gedrag als 'matig oplopend tot hoog' wordt ingeschat. In dat geval vallen externe beschermende factoren zoals toezicht, structuur en begeleiding namelijk weg. Bij het wegvallen van het tbs-kader, wordt betrokkene niet in staat geacht dit zelfstandig te kunnen faciliteren, waardoor een risico op psychotische ontregeling bestaat. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling nog reëel aanwezig is. De bevindingen van de beide Pro Justitia-rapporteurs op dit punt komen hiermee in essentie overeen.
Conclusie
Betrokkene doet het goed op de plek waar hij nu verblijft. De rechtbank vindt het positief dat betrokkene door de behandeling ziektebesef en ziekte-inzicht heeft verworven en dat hij hulp accepteert. Daarnaast is het positief om te zien dat betrokkene zich daadwerkelijk goed inzet, een actieve houding heeft en zich leergierig opstelt. Hij is gemotiveerd om abstinent van drugs te blijven en om zijn medicatie in te blijven nemen. Desalniettemin zijn de stoornissen nog aanwezig zijn en is het risico op herhaling bij beëindiging van de maatregel nu nog ‘matig oplopend tot hoog’. Betrokkene ziet zelf ook in dat hij nog behandeling nodig heeft. Binnen het tbs-traject heeft betrokkene nog stappen te maken te beginnen met de overgang naar [afdeling 2] . Daar zal worden getoetst hoe het gaat als hij nog meer zelfstandigheid heeft. Dit zal de nodige tijd kosten en ook is nog niet duidelijk naar welke vervolgvoorziening hij daarna zal gaan, waardoor het traject van betrokkene nog geruime tijd nodig heeft. Het is niet te verwachten dat dit traject binnen de periode van een jaar zal zijn afgerond.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen

De beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met
twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Breimer, als voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. F.J.H. Hovens, als rechters in tegenwoordigheid van mr. E.C. van Geemen. griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juli 2026.
Mrs. Hovens en Van Geemen zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.