ECLI:NL:RBGEL:2026:5923

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
K/5001/11876045
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 129 RvArt. 6:119 BWArt. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen dekking onder aansprakelijkheidsverzekering voor schade tijdens beroepswerkzaamheden

Op 10 december 2024 ontstond brand in de schuur van eiser, waarin ook werkzaamheden voor zijn meubelstoffeerderij werden verricht. Eiser had een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) afgesloten bij Nationale-Nederlanden (NN). Na het aansprakelijkheidsonderzoek stelde NN dat de schade niet gedekt was omdat deze verband hield met beroepsactiviteiten.

Eiser vorderde dat NN dekking zou verlenen en de schade aan derden zou vergoeden. De kantonrechter oordeelde dat de polis alleen aansprakelijkheid in privésituaties dekt en niet voor schade die verband houdt met het uitvoeren van een beroep of bedrijf. Uit verklaringen van eiser bleek dat hij de schuur gebruikte voor zijn bedrijf en op de dag van de brand bezig was met werkzaamheden voor een klant.

Hoewel eiser tijdens de zitting een andere verklaring gaf over het moment van de brand, vond de rechter dit onvoldoende om te concluderen dat sprake was van een privésituatie. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering wordt afgewezen omdat de schade verband houdt met beroepswerkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11876045 \ CV EXPL 25-7340
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[naam eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: mr. E.M. Horssius,
tegen
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: NN,
gemachtigde: mr. T. Hussein.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
- de akte wijziging van eis van 3 juni 2026
- de antwoordakte van 10 juni 2026.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 22 juli 2024 is de aansprakelijkheidsverzekering particulieren, genaamd ‘ZekerheidsPakket Particulieren’ (hierna: AVP) die [de eiser] bij NN had afgesloten automatisch verlengd. In de toepasselijke polisvoorwaarden PP 1100-05 die op deze verzekering van toepassing zijn, staat, voor zover hier van belang:

(…)
2 Omschrijving van de dekking
Artikel 2.1 Omvang van de dekking
Deze verzekering dekt de aansprakelijkheid als burger van jou en je medeverzekerden voor schade die door jouw/jullie toedoen is ontstaan. Dit betekent dat wij deze schade vergoeden tot een bedrag van maximaal de verzekerde som per gebeurtenis.
(…)
2.1.1
Particulier
Je bent alleen verzekerd voor schade die jij of een medeverzekerde als particulier veroorzaakt. Met particulier bedoelen wij: in een privésituatie.
2.1.2
Bedrijf / beroep / werkzaamheden
Veroorzaakte jij of een medeverzekerde schade die verband houdt met het uitvoeren van je bedrijf of beroep? Of schade die verband houdt met andere betaalde werkzaamheden? Dan vergoeden we deze schade in de meeste gevallen niet.
(…)
2.2.
Op 10 december 2024 heeft in de schuur van [de eiser] , die zich in de nabijheid van zijn woning bevindt, brand gewoed.
2.3.
CED Nederland B.V. (hierna: CED) heeft in opdracht van NN een aansprakelijkheidsonderzoek verricht. Van dit onderzoek, met datum 24 februari 2025, maakt een gespreksverslag deel uit. Het gesprek vond plaats tussen de onderzoekers en [de eiser] . Dit gespreksverslag dateert van 5 februari 2025 en hierin staan onder meer de volgende verklaringen van [de eiser] :

(…) De loods was tien meter diep en tien meter breed. In de loods zat nog een binnenschuur met een plafon daarin. Die was ongeveer vijf meter breed en vijf meter diep.
(…)
Om de loods te kunnen verwarmen maakte ik gebruik van een airco of een gaskachel.
(…)
De loods werd gebruikt als werkruimte en als opslagruimte. In de binnenschuur deed ik wel eens wat kleine werkzaamheden.
(…)
Er stonden meubels van klanten, stoffen, lakverf, etc. Er ook wat privézaken in de loods, zoals kist met familiespullen en een tuinstel. Verder stonden er ook wat zaken in van vrienden en kennissen zoals een kast. De spullen stonden allemaal opgeslagen aan de voorkant van de loods. Aan de achterzijde van de loods zat die binnenschuur. Die gebruikte ik voor de kleine werkzaamheden.
(…)
Er stonden ook nog een scooter en een fatbike van mijn dochter.
(…)
[bedrijfsnaam] is mijn bedrijf. Dat is een meubelstoffeerderij.
(…)
De werkzaamheden bestaan uit het stofferen van banken en stoelen. (…)
(…)
Inmiddels voer ik mijn werkzaamheden óf in de loods óf bij collega’s uit. Er zitten diverse stoffeerderijen hier in de buurt waarvan ik de eigenaar goed ken. Ik mag bij hen in de werkplaats werken en gebruik maken van hun gereedschap. De kleinere werkzaamheden voerde ik in de loods uit.
(…)
Op de dag van de brand begon mijn schoondochter met bevallen. Mijn vrouw ging al naar het ziekenhuis, maar ik moest nog een bank afmaken voor een klant. Daarom ben ik met de werkbus van mijn schoonzoon naar de loods gereden.
(…)
De bank van die klant had ik al eerder geverfd, maar die moest nog drogen. Ik wilde dat nog even snel doen, voordat ik terug zou gaan naar [plaastnaam] . De werkzaamheden zouden niet lang duren, dus ik nam niet de moeite om de airco in te schakelen. Het duurt even voordat deze warm is en ik was bang dat ik zou vergeten om deze uit te doen. Daarom wilde ik even gebruik maken van de gaskachel. In mijn gehaastheid, en ook een beetje van de zenuwen voor de bevalling – wij zouden voor de eerste keer opa en oma worden – heb ik de gaskraan van de gasfles wel opengedraaid, maar ben ik vergeten de gaskachel in te schakelen. Ik heb daar helemaal niet meer bij nagedacht en ben aan het werk gegaan.
(…)
Het was allemaal een beetje haasten. De bank van die klant moest ik de volgende dag afleveren. Ik wilde deze nog even snel afmaken en dan naar het ziekenhuis gaan. Ik moest echt alleen nog even de puntjes op de i zetten bij deze bank.
(…)
Ik was de bank aan het drogen met behulp van een föhn. Op enig moment kijk ik daarbij achter mij omdat ik een geluid hoorde. Daarbij zag ik dat alles in brand stond. Ik ben meteen de loods uit gerend. Eenmaal buiten dacht ik ‘dit kan ik niet maken’, dus ben ik weer terug gerend om meubels van klanten uit de loods te trekken. Ik wilde redden wat er te redden viel. De gasdampen uit die gasfles zijn waarschijnlijk overal tussen gaan zitten, waardoor overal in de loods al brand woedde.
(…)
Ik had de gasfles alleen maar opengedraaid om de gaskachel in te kunnen schakelen en de loods een beetje te verwarmen. Nadat ik de gasfles open had gedraaid, had ik de gaskachel in willen schakelen. Ik ben dat gewoon vergeten. Ik wilde het allemaal even snel doen.
(…)
De loods is helemaal verloren gegaan.
(…)
2.4.
NN heeft, onder meer bij brief van 22 april 2025, [de eiser] bericht dat er geen dekking onder de AVP is, omdat de schade die [de eiser] heeft veroorzaakt niet door hem in de hoedanigheid van particulier (in een privésituatie) is veroorzaakt.
2.5.
[de eiser] heeft diverse schadeposten laten begroten door (het bedrijf van) zijn gemachtigde. Het gaat om roerende zaken van derden die in de schuur stonden ten tijde van de brand. De schade van deze derden is begroot op € 38.487,00.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert, na wijziging van eis, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
NN te veroordelen om binnen acht dagen na betekening van het vonnis, over te gaan tot het verlenen van dekking onder de tussen partijen gesloten overeenkomst van aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren. Dit door op de gebruikelijke en overeengekomen wijze de schadehoogte door schadedeskundigen te laten vaststellen en deze vastgestelde schadeomvang, pro rata parte, op de in de overeenkomst bepaalde wijze aan deze derden te betalen; dusdanig dat deze derden, gezamenlijk en in evenredige verhouding tot hun individueel geleden schade, maximaal € 25.000,00 van de op bovenstaande wijze vastgestelde schadegrootte door NN, namens eiser, betaald krijgen;
NN te veroordelen, in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[de eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij een AVP heeft afgesloten bij Nationale-Nederlanden. Derden vorderen bij hem vergoeding van hun schade ten gevolge van de brand. Daarom heeft [de eiser] een beroep gedaan op de AVP. NN verleent geen dekking en komt daarmee haar verbintenis tot het doen van een of meer uitkeringen niet na. Zij moet alsnog dekking verlenen, aldus [de eiser] .
3.3.
NN voert verweer. NN concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak is op 14 januari 2026 een tussenvonnis gewezen, omdat NN verzocht had om verwijzing van de zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken (artikel 71 Rv Pro). De kantonrechter is daar niet in mee gegaan en heeft zich in dit incident bevoegd verklaard van het geschil kennis te nemen. Na de mondelinge behandeling heeft [de eiser] zijn eis gewijzigd, in de zin dat hij tegemoet wilde komen aan het standpunt van NN. Als NN alsnog dekking zou moeten verlenen, dan wil NN onderzoek doen naar de aansprakelijkheid van [de eiser] ten opzichte van de derden en naar de hoogte van de schade van deze derden. NN heeft vervolgens, bij antwoordakte (opnieuw) betoogd dat de (gewijzigde) eis leidt tot onbevoegdheid van de kantonrechter.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat [de eiser] in de eerste plaats zijn eis heeft verminderd. Hij heeft de termijn waarbinnen NN naar zijn mening over moet gaan tot het verlenen van dekking langer gemaakt (van twee naar acht dagen). Een eisvermindering is te allen tijde toegestaan (artikel 129 Rv Pro). In de tweede plaats heeft [de eiser] nader ingevuld hoe NN, naar zijn mening, over moet gaan tot het verlenen van dekking (door schade-deskundigen in te schakelen). Dit betreft een eiswijziging. Deze eiswijziging wordt ook toegestaan. Er is geen sprake van strijd met de eisen van de goede procesorde, want de procedure wordt niet, zoals NN betoogt, onredelijk vertraagd. De eiswijziging leidt, naar het oordeel van de kantonrechter, namelijk niet tot onbevoegdheid van de kantonrechter.
4.3.
Deze zaak draait inhoudelijk om de vraag of NN dekking moet verlenen. Aldus moet worden beoordeeld of sprake is van insluiting. Dat is een kwestie van uitleg van de verzekeringspolis. In artikel 2 van Pro de polisvoorwaarden staat de omschrijving van de dekking. Daaruit blijkt dat enkel aansprakelijkheid van een burger wordt gedekt. De schade die veroorzaakt is, moet de verzekerde, in dit geval [de eiser] , als particulier hebben veroorzaakt; in een privé situatie. Het mag niet gaan om schade die verband houdt met het uitvoeren van een beroep of bedrijf of schade die verband houdt met andere betaalde werkzaamheden. Uit de stellingen van partijen volgt dat zij beide dezelfde uitleg van deze bepaling aanhouden. Daar zit niet het geschilpunt. Het geschilpunt heeft te maken met de vraag of de feitelijke gebeurtenissen vallen binnen het bestek van de polisvoorwaarden. [de eiser] stelt immers dat hij de schade aan de eigendommen van derden als particulier heeft veroorzaakt. Hij was in zijn schuur en heeft daar de kraan van de butagasfles, die in de kachel stond, opengedraaid. Hij heeft ook een aansteker ontstoken en deze bij het verwarmingselement van de kachel gehouden. Daarbij is (waarschijnlijk) iets misgegaan en is een steekvlam ontstaan. Door de (grote) brand, is de schuur verloren gegaan en is ook aan eigendommen van derden, welke eigendommen in die schuur stonden, zo stelt hij, schade toegebracht. De reden dat hij de kachel aanstak, was omdat hij het koud had. NN betwist dat [de eiser] handelde als particulier. Volgens haar heeft [de eiser] de schade niet in een privésituatie veroorzaakt, maar terwijl hij aan het werk was.
4.4.
De kantonrechter volgt NN in haar betoog dat geen sprake is geweest is van een privésituatie. In het gesprek met CED heeft [de eiser] verklaard dat hij een bank moest afmaken voor een klant en daarom naar de schuur was gegaan. De schuur gebruikte hij onder meer voor werkzaamheden in het kader van zijn meubelstoffeerderij, [bedrijfsnaam] . De bank was door [de eiser] geverfd, maar moest nog gedroogd worden, zo verklaarde hij verder. Dat drogen wilde hij op 10 december 2024 doen. Hij had ook enige haast, omdat de bank de volgende dag bij de klant moest worden afgeleverd. De reden dat hij de gasfles had opengedraaid was om de gaskachel in te kunnen schakelen en de loods te verwarmen. De kantonrechter concludeert hieruit, met NN, dat de reden waarom [de eiser] in de loods was, het verrichten van werkzaamheden voor een klant was. Dat betekent dat de schade die ontstaan is, verband houdt met het uitvoeren van een beroep of bedrijf. In dat geval is er geen verzekeringsdekking onder de AVP.
4.5.
De kantonrechter heeft geen reden om te twijfelen aan de door [de eiser] afgelegde verklaring bij CED. De verklaring vond plaats in het bijzijn van de echtgenote van [de eiser] , dat is door [de eiser] niet betwist, en heeft niet direct na de brand, maar bijna twee maanden erna plaatsgevonden. In die zin heeft [de eiser] de verklaring in vrijheid af kunnen leggen, zonder druk. [de eiser] betwist ook niet dat de verklaring die hij destijds heeft afgelegd juist was.
4.6.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [de eiser] een (deels) andere verklaring gegeven over wat er gebeurd is op 10 december 2024. Hij vertelde dat hij destijds niet in de binnenschuur was geweest, enkel de kachel had aangezet en dat toen de brand uitbrak. Hij was dus nog niet aan het werk, zo vertelde hij. Het was eerder dat hij wat zenuwachtig rondhing in de schuur, omdat hij wachtte op de bevalling van zijn schoondochter. Dat laatste (over de bevalling) had hij ook bij CED verklaard. De kantonrechter is van oordeel dat deze verklaring op de zitting onvoldoende is om te oordelen dat (toch) sprake is van een privé situatie. Een privé persoon (die geen bedrijf heeft) kan het uiteraard ook koud hebben en dan een kachel aansteken, maar het blijft zo dat [de eiser] , zo staat in zijn verklaring bij CED, de intentie had om een klus voor een klant af te maken. Dat was de reden dat hij in de schuur was. Die intentie maakt ook dat geen sprake was van een privé situatie.
4.7.
De vorderingen van [de eiser] zullen daarom worden afgewezen.
4.8.
[de eiser] is in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van NN worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.442,50
(2,5 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
1.586,50
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [de eiser] af,
5.2.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 1.586,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [de eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
40141/51588