ECLI:NL:RBGEL:2026:5794

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
05-282766-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersovertreding met gevaarzetting en letsel door onvoorzichtig keren op Amsterdamseweg

Op 26 april 2025 vond op de Amsterdamseweg te Arnhem een verkeersongeval plaats waarbij verdachte, rijdend in een personenauto, een bijzondere manoeuvre uitvoerde door te keren via een halve draai. Hierbij zag hij de motorbestuurder niet, verleende geen voorrang en kon niet tijdig stoppen, waardoor een botsing ontstond en het slachtoffer ernstig letsel opliep.

De rechtbank stelde vast dat verdachte onvoldoende zijn aandacht op het overige verkeer had gericht en daardoor gevaar op de weg veroorzaakte. Hoewel het verwijtbaar was, vond de rechtbank het niet voldoende voor een veroordeling wegens zeer onvoorzichtig rijden en sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde. Wel werd het subsidiair tenlastegelegde, overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994, bewezen verklaard.

Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, met een vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-betaling, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank hield rekening met de ernst van het letsel, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.

De rechtbank verwierp het verweer van afwezigheid van alle schuld en concludeerde dat het ongeval volledig aan de schuld van verdachte te wijten was. De straf is passend geacht gezien de omstandigheden en vergelijkbare zaken.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,- en een voorwaardelijke rijontzegging van 2 maanden wegens overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/282766-25
Datum uitspraak : 13 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 26 april 2025 te Arnhem, in de gemeente Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de Pels Rijckenstraat en gaande in de richting van de Van Pallandstraat/Fromberg, daarmee rijdende op de weg, de Amsterdamseweg,
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl de Amsterdamseweg bestond uit 1 rijbaan, voorzien van een dubbele doorgetrokken streep en was bestemd voor verkeer in beide rijrichtingen en/of aan beide zijden van de rijbaan dubbele doorgetrokken witte strepen zijn aangebracht en/of
terwijl het uitzicht over die weg (de Amsterdamseweg) niet werd beperkt en/of
zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
terwijl verdachte links af sloeg om te gaan keren en/of een halve draai maakte in de richting van de Pels Rijckenstraat, zijnde bijzondere manoeuvres als omschreven in artikel 54 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of
-in strijd met het gestelde in artikel 76 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de Amsterdamseweg) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of
- in strijd met artikel 54 van Pro voormeld reglement een bestuurder van een over die weg, (de Amsterdamsweg) rijdend, toen hem, verdachte dicht genaderd en/of dicht achter hem zijnde ander motorrijtuig (motorfiets) niet voor heeft laten gaan en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Amsterdamseweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 april 2025 te Arnhem, in de gemeente Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de Pels Rijckenstraat en gaande in de richting van de Van Pallandstraat/Fromberg, daarmee rijdende op de weg, de Amsterdamseweg,
terwijl de Amsterdamseweg bestond uit 1 rijbaan, voorzien van een dubbele doorgetrokken streep en was bestemd voor verkeer in beide rijrichtingen en/of aan beide zijden van de rijbaan dubbele doorgetrokken witte strepen zijn aangebracht en/of
terwijl het uitzicht over die weg (de Amsterdamseweg) niet werd beperkt en/of
zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
terwijl verdachte links af sloeg om te gaan keren en/of een halve draai maakte in de richting van de Pels Rijckenstraat, zijnde bijzondere manoeuvres als omschreven in artikel 54 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of
-in strijd met het gestelde in artikel 76 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de Amsterdamseweg) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of
- in strijd met artikel 54 van Pro voormeld reglement een bestuurder van een over die weg, (de Amsterdamsweg) rijdend, toen hem, verdachte dicht genaderd en/of dicht achter hem zijnde ander motorrijtuig (motorfiets) niet voor heeft laten gaan en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Amsterdamseweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 april 2025 te Arnhem als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Amsterdamseweg, is gekeerd, althans is gaan keren zonder een bestuurder van een motorfiets voor te laten gaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, met uitzondering van de ten laste gelegde overschrijding van de dubbele doorgetrokken strepen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair tenlastegelegde, omdat verdachte niet (zeer, dan wel aanmerkelijk) onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden. Verder kan het letsel van het slachtoffer in juridische zin niet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.
Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd.
Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman betoogd dat geen sprake is van een bijzondere manoeuvre, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
De bewijsmiddelen
De Amsterdamseweg is een straat binnen de bebouwde kom van Arnhem. [2] Op 26 april 2025 omstreeks 13:32 uur vond op deze weg, op de kruising met de Frombergstraat en de Van Pallandstraat, een ongeval plaats tussen een zwarte Kia Picanto met kenteken [kenteken] , die werd bestuurd door verdachte, en een motor, bestuurd door [slachtoffer] . De Kia kwam uit de richting van de Pels Rijckenstraat en reed in de richting van de Van Pallandtstraat. [3]
Op de plaats van het ongeval bestaat de Amsterdamseweg uit één rijbaan, die verdeeld is in twee rijstroken voor de tegengestelde rijrichtingen. Kort daarvoor is er een verhoogde middengeleider met een voetgangersoversteekplaats. Er zijn zowel aan de linker- als aan de rechterkant van de weg fiets- en voetpaden, die door een verhoogde trottoirband van de weg worden gescheiden. Ter plaatse is de maximumsnelheid 50 kilometer per uur. [4]
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij op zijn motor reed. Op de Amsterdamseweg zag hij het betrokken zwarte voertuig (de rechtbank begrijpt: de Kia) voor zich rijden. Net voor het ongeval zag hij dat de auto vanuit rechts zijn beeld in kwam. [slachtoffer] heeft nog geprobeerd te remmen, maar is tegen de linkervoordeur van de auto gereden. [5]
[getuige] heeft verklaard dat hij achter een motor op de Amsterdamseweg reed. De motor had een lekker rustig tempo en reed ongeveer 45 kilometer per uur. Ter hoogte van de kruising met de Frombergstraat zag [getuige] een auto stilstaan half op het fietspad aan de rechterzijde. Toen de motor voor hem en hij de auto naderden, zag [getuige] dat de auto opeens wilde omdraaien en onverwacht de weg op draaide. [getuige] zag dat de motorrijder heel hard in de linkerzijkant van de auto reed, over de motorkap van de auto heen vloog en op het wegdek belandde. [6]
Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf het station kwam, maar wilde lunchen in Rijkerswoerd. Dit is de andere kant op. Daarom wilde hij keren op de weg via een U-bocht. Verdachte heeft er bewust voor gekozen om dit te doen op de uiteindelijke plaats van het ongeval. Hij heeft niet overwogen om via een andere route naar Rijkerswoerd te rijden. Op het moment van keren heeft hij de motorrijder niet gezien. Daarvoor, toen hij nog rechtdoor reed, heeft hij ook niet gezien dat de motorrijder achter hem reed. Verdachte rijdt dagelijks op de Amsterdamseweg. [7]
Volgens de politie werd het zicht voor de betrokken bestuurders niet belemmerd door de wegsituatie en/of de inrichting van de weg. Ook werd vanaf de bestuurderszitplaats van de Kia het zicht door de voorruit, de zijruiten en de achteruitkijkspiegel niet belemmerd door voorwerpen. Verder pasten de sporen en de schades van de voertuigen bij het scenario waarbij de Kia nagenoeg haaks op de Amsterdamseweg stond op het moment dat de motor tegen de linkerzijde botste. Het scenario waarin de bestuurder van de Kia een bijzondere manoeuvre uitvoerde, het keren door middel van een halve draai, sluit volledig aan bij de vastgestelde schades. [8]
Op basis van de aangetroffen sporen en de verklaringen concludeert de politie dat de oorzaak van het ongeval niet moet worden gezocht in een technisch mankement, maar in een rij- of beoordelingsfout van de bestuurder van de Kia. Die voerde een bijzondere manoeuvre uit op de kruising door te keren middels een halve draai. Hierbij liet hij de bestuurder van de motor niet voorgaan, waardoor de motor tegen de personenauto botste. [9]
De beoordeling van het tenlastegelegde
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op de Amsterdamseweg is gaan keren via een U-bocht, dus een halve draai. Verdachte heeft immers zelf verklaard dat dit zijn intentie was. Naar het oordeel van de rechtbank was dan ook sprake van (het inzetten van) een bijzondere manoeuvre als bedoeld in artikel 54 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman op dit punt.
Tijdens het inzetten van een bijzondere manoeuvre als keren is extra voorzichtigheid en oplettendheid vereist. Dit geldt te meer op een plek als deze, een 50 kilometer-weg met twee rijstroken voor tegengestelde richtingen en zijstraten aan beide kanten.
De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer] op enig moment zichtbaar moet zijn geweest voor verdachte – hetzij tijdens het rechtdoor rijden, hetzij voorafgaand aan het keren – als verdachte zijn spiegels in voldoende mate had gebruikt en/of zijn dode hoek voldoende had gecontroleerd. Het uitzicht over de weg werd immers niet beperkt. Dit betekent dat verdachte op enig moment zijn aandacht onvoldoende op het overige verkeer heeft gericht.
Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer] , die hem dicht was genaderd en/of dicht achter hem was, niet voor laten gaan. Verdachte heeft zijn snelheid niet zodanig geregeld dat hij zijn auto tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Hierdoor is [slachtoffer] op zijn motor tegen de auto van verdachte gebotst, waardoor [slachtoffer] ten val is gekomen.
De rechtbank vindt het onvoldoende richten van zijn aandacht op het overige verkeer weliswaar verwijtbaar, maar onder de gegeven omstandigheden onvoldoende om het oordeel te rechtvaardigen dat verdachte aanmerkelijk verwijtbaar, onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gereden. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde.
De rechtbank vindt echter wel dat zijn handelen kan worden aangemerkt als concreet gevaarzettend gedrag. Door onvoldoende zijn aandacht te richten op de weg heeft hij immers geen voorrang verleend tijdens het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre en reed hij te hard om nog op tijd te kunnen stoppen. Dat is als zodanig gevaarscheppend. Verdachte heeft met zijn handelen een verkeersongeval veroorzaakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen gevaar op de weg heeft veroorzaakt.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.
Uit het procesdossier blijkt verder dat verdachte de bijzondere manoeuvre heeft uitgevoerd op een plaats waar dat in beginsel was toegestaan, omdat de dubbele doorgetrokken strepen op die plek waren onderbroken. Daarom zal de rechtbank hem vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die zien op het overschrijden van de dubbele doorgetrokken strepen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks26 april 2025 te Arnhem, in de gemeente Arnhem,
althans in Nederland,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de Pels Rijckenstraat en gaande in de richting van de Van Pallandstraat/Fromberg, daarmee rijdende op de weg, de Amsterdamseweg,
terwijl de Amsterdamseweg bestond uit 1 rijbaan,
voorzien van een dubbele doorgetrokken streep en was bestemd voor verkeer in beide rijrichtingen en/of aan beide zijden van de rijbaan dubbele doorgetrokken witte strepen zijn aangebrachten
/of
terwijl het uitzicht over die weg (de Amsterdamseweg) niet werd beperkt en
/of
zijn aandacht gedurende enige tijd
niet, althansin onvoldoende mate, op het overige verkeer
en/of de (verkeers)situatie ter plaatseheeft gericht en
/of
terwijl verdachte links af sloeg om te gaan keren en/of een halve draai maakte in de richting van de Pels Rijckenstraat, zijnde bijzondere manoeuvres als omschreven in artikel 54 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de Amsterdamseweg) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of
- in strijd met artikel 54 van Pro voormeld reglement een bestuurder van een over die weg, (de Amsterdamsweg) rijdend, toen hem, verdachte dicht genaderd en/of dicht achter hem zijnde ander motorrijtuig (motorfiets) niet voor heeft laten gaan en
/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Amsterdamseweg) kon overzien en waarover deze vrij was en
/of
is gebotst tegen, althansin aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt
, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
subsidiair:
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerwet 1994

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld, omdat verdachte geen ongeoorloofd risico heeft genomen. Dit zou moeten leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het procesdossier en de overwegingen hiervoor blijkt immers dat het enkel aan de schuld van verdachte te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Hij heeft niet alles gedaan wat redelijkerwijs van hem als bestuurder kon worden gevergd. Voor het door de verdediging gesuggereerde verkeersgedrag van [slachtoffer] en de door de verdediging getrokken conclusie dat de botsing hierdoor is veroorzaakt door [slachtoffer] zelf, bevat het procesdossier geen enkele aanwijzing.
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafoplegging.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft een bijzondere manoeuvre ingezet, maar daarbij onvoldoende gelet op het overige verkeer, waardoor hij het slachtoffer geen voorrang heeft verleend en niet meer op tijd kon stoppen om een verkeersongeval te voorkomen. Hierdoor is het slachtoffer met zijn motor tegen de auto van verdachte aangereden en over de motorklap gevlogen. Dit heeft tot ernstig letsel geleid bij het slachtoffer, namelijk een longoedeem en een botbreuk in zijn linkerarm, waarvoor een spoedoperatie nodig was. Door zijn gebroken arm heeft het slachtoffer een aantal maanden niet kunnen werken.
Uit de schriftelijke verklaring die het slachtoffer ter terechtzitting heeft voorgelezen, blijkt dat het verkeersongeval ingrijpende gevolgen voor hem heeft gehad en nog steeds heeft, zowel mentaal als fysiek. Dit is aan de schuld van verdachte te wijten.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Verdachte is niet eerder in aanraking gekomen met politie of justitie.
Verdachte werkt als regiebegeleider in de gehandicaptenzorg. Hij heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk, omdat hij met cliënten naar afspraken op verschillende locaties moet.
Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zeer ontdaan is over het feit dat hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt. Hij heeft zijn medeleven betuigd aan het slachtoffer. Verdachte heeft geprobeerd om via de politie met het slachtoffer in contact te komen, maar het slachtoffer had daar (nog) geen behoefte aan.
Conclusie
De rechtbank vindt in dit geval, rekening houdend met straffen en maatregelen in soortgelijke gevallen, een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden. In de proceshouding van verdachte en het feit dat hij zijn rijbewijs niet kan missen voor zijn werk, ziet de rechtbank aanleiding om deze ontzegging in geheel voorwaardelijke vorm op te leggen.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.000,-, subsidiair 10 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en
- 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een geldboete van € 1.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden;
 bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Veldhuizen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en
mr. S.W. van Kasbergen, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.
mr. Van Bergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025191900, gesloten op 6 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal FO Verkeer, p. 20.
3.Proces-verbaal Aanrijding misdrijf, p. 9; proces-verbaal FO Verkeer, p. 17, 22-23, proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer] , p. 58 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 109.
4.Proces-verbaal FO Verkeer, p. 24-25.
5.Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer] , p. 58.
6.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 86.
7.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 111-112 en de verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 30 april 2026.
8.Proces-verbaal FO Verkeer, p. 27, 34 en 36.
9.Proces-verbaal FO Verkeer, p. 17.