ECLI:NL:RBGEL:2026:5702

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
05/118970-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 13d OpiumwetArt. 47 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie en bezit van cocaïne in cocaïnewasserij

Op 16 april 2025 werd in een schuur op het terrein van verdachte een cocaïnewasserij aangetroffen met ruim 12 kilogram cocaïne en diverse chemische stoffen en apparatuur. Verdachte stelde zijn schuur ter beschikking en hielp met de inrichting ervan.

De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was, met voorwaardelijk opzet, en dat hij willens en wetens de kans aanvaardde dat er cocaïne werd geproduceerd. De alternatieve verklaring van verdachte dat hij niets wist werd als ongeloofwaardig verworpen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 32 maanden op, gelijk aan de straffen van medeverdachten die de productie uitvoerden. Daarnaast werd een maatregel kostenverhaal van €4.674,81 opgelegd voor de ontmanteling van de wasserij. Het verzoek tot opheffing van de schorsing van voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf en een maatregel kostenverhaal van €4.674,81 wegens medeplegen van productie en bezit van cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.118970-25
Datum uitspraak : 16 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. C.E. Dijkhuis, advocaat in Alkmaar.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk (in een pand/schuur gelegen aan [adres] ) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of een of meer onbekend gebleven person(o)n(en), in elk geval een ander dan verdachte, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 te
[woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand/schuur gelegen aan [adres] ) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
bij en/of tot het plegen van voorgenoemd misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door aan die [verdachte] en/of [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of een of meer onbekend gebleven person(o)n(en)
- ( een of meer delen van) het pand en/of perceel ter beschikking te stellen;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van cocaïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- voorwerpen, vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door, in een schuur behorend bij de woning aan [adres] , voorhanden te hebben van (onder andere)
- een hoeveelheid stof(fen),te weten (ongeveer) 1204,52 gram cafeïne en/of
- een of meer IBC-tanks en/of
- een pers en/of
- een of meer buisje(s) en/of
- een koolstoffilter en/of een ventilatiebuis en/of
- een of meer jerrycans en/of
- een of meer ton(nen) en/of
- een sealapparaat en/of
- een of meer mes(sen) en/of
- een of meer stanleymes(sen) en/of
- een of meer magnetron(s) en/of
- een of meer weegscha(a)l(en) en/of
- een of meer maatbeker(s) en/of
- een of meer zeef/zeven en/of
- een of meer vergiet(en) en/of
- een of meer lepel(s) en/of
- een of meer handschoenen en/of
- een of meer mondkapjes,
ten behoeve van de productie van die cocaïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3.
hij op of omstreeks 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 12045 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende
cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of een of meer onbekend gebleven person(o)n(en), in elk geval een ander dan verdachte, op of omstreeks 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in een pand/schuur gelegen aan [adres] ) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 12045 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
bij en/of tot het plegen van voorgenoemd misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op of omstreeks 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door aan die [verdachte] en/of [persoon 1] en/of [persoon 2]
en/of [persoon 3] en/of een of meer onbekend gebleven person(o)n(en)
-(een of meer delen van) het pand en/of perceel ter beschikking te stellen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op woensdag 16 april 2025 heeft het Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) een onderzoek ingesteld in een drietal schuren achter de woning gelegen aan [adres] te [woonplaats] . In de middelste schuur was een aparte uit sandwichpanelen opgebouwde ruimte gemaakt met een uitgebreide afzuiginstallatie die uitgeschakeld was. De gehele ruimte
was in gebruik voor het terugwinnen (wassen) en/of versnijden en persen van zeker twaalf
kiloblokken cocaïne. Er werd een hoge concentratie aan oplosmiddelen gedetecteerd. Zowel
de blokken als de verschillende gebruikte vloeistoffen hadden een aanmerkelijk hogere temperatuur dan de omgeving. In de eerste schuur stonden vier ongebruikte actief koolstoffilters die ogenschijnlijk identiek waren als de twee in de middelste schuur. In de laatste schuur stonden diverse jerrycans met gekleurde vloeistoffen en vuilniszakken met vermoedelijk afval die passen bij het terugwinnen van cocaïne uit een dragermateriaal. [2]
De volgende voorwerpen en stoffen werden door het LFO aangetroffen:
in de schuur
- zeven zwarte jerrycans, 20 liter, etiket “Ethyl Acetate”, geheel gevuld met een gele vloeistof, pH 14;
- zes 20 liter jerrycans, geheel gevuld met een licht roze vloeistof, pH 14;
- vier jerrycans voorzien van etiket “Czysta Farma” en twee met etiket “Ethyl Acetate”;
- twee 25 liter jerrycans, geheel gevuld met licht troebele vloeistof, pH 7;
- één 20 liter jerrycan, geheel gevuld met drie laags vloeistof, pH 7, voorzien van etiket “Czysta Farma” (1x) en “UN3264” (1x);
- drie zwarte 20 liter jerrycans, geheel gevuld met een gele vloeistof met bezinksel, pH 7, eenmaal etiket “Hexsol” (1x) en eenmaal etiket “Ethyl Acetate” (lx), alle drie de jerrycans voorzien van een plastic strikje aan het handvat;
- één 20 liter jerrycan gevuld met circa 18 liter licht bruine vloeistof pH 1, Etiket “Optysil”;
- tien grijze vuilniszakken waarin onder andere een zak gevuld met circa tien kilo vervuilde Calcium Chloride, een zak gevuld met actief kool met de geur van oplosmiddelen, enkele zakken gevuld met in totaal tien lege 1 liter flessen ammonia en elf volle 1 liter en een half gevulde 1 liter fles ammonia, een zak met daarin twee lege emmers 2,5 kg Handson vochtopnemer, een zak met daarin twee grote zwarte stukken krimpfolie met daarop meerdere Poolstalige etiketten van chemicaliën waaronder “Ethyl Acetate", "Hexsol” en “Meksol”, een zak gevuld met zestien lege 500 ml. flessen ammonia van het merk “Bleko”, een zak met nat papierpulp met pH 1 en een zak met diverse stukken karton waaruit diverse stukken gesneden waren. In meerdere zakken werd ook gewoon huisvuil aangetroffen, met daartussen onder andere twee dozen van een “Smartwares” brandblusser, de doos van een sealmachine van het merk “Solis” model “EASY VAC PRO type 569” en de doos van een "Car Point” potkrik (5.000 Kg);
- acht witte speciekuipen van “GRIPLINE-D 65 L”, schoon en ongebruikt;
- drie grijze roldeksels van een “Curver” bak;
- een optische kabel;
- een thermometerkabel;
- een steelpan;
- diverse rest-bouwmaterialen afkomstig van de aanleg van de ruimten B en P met name ronde doorvoer t.b.v. afzuiging uit zijwand ruimte B;
- houten tafel met daarop diverse goederen waaronder vijf transparante kunststof maatbekers, twee rode kunststof maatbekers met daarin in totaal circa 500 ml. vloeistof FD = Ethylacetaat, een digitale weegschaal, een emmer van 5 liter met tapkraan inhoud circa 2 liter sterk dampend zoutzuur, een zeef, een rekenmachine, een zak met circa 500 gram fijn wit poeder, FD = fenacetine, diverse doeken en stukken laken, diverse smalle en brede stroken crêpepapier, metalen logo van “Philipp Plein” en een “voetbal”, mondkapjes en rubber handschoenen en een rode “Car Point” potkrik;
- een metalen persframe met daaronder een metalen persmal ten bate van het persen van blokken cocaïne. Onder in de mal zat een logo van een papagaai, daar kruislings overheen een smalle en een brede strook crêpepapier en daarin een laagje van circa 20 gram natte kristallen. FD = cocaïne HCI;
- een 220 liter klemdekselvat met daaroverheen een wit laken waarop circa 1,8 kg nat wit poeder lag. FD = cocaïne HCI. In het vat circa 30 liter uitgelekt oplosmiddel, pH 7;
- een grijze 50 liter curverton met daarin circa 10 liter licht gele vloeistof met een kleine hoeveelheid wit bezinksel. vloeistof pH 7;
- drie witte speciekuipen van 65 liter afgedekt met plastic folie, alle vrijwel geheel gevuld met een oranje tot bruine vloeistof, geur ammoniak, pH 14, daarbij een zakje actief kool en een halve
jerrycan met daarin diverse pollepels en wasteiltjes;
- drie blauwe jerrycans 20 liter, geheel gevuld met een heldere kleurloze vloeistof, pH 7, FD = ethylacetaat, etiket “A11, Cleaning expert, Agro”;
- een grijze “Curver” 50 liter ton met mengstok (een houten bezemsteel met daaraan een zelf uitgesneden ronde kunststof schijf). In de ton ook circa 5 liter licht gele vloeistof met wit
bezinksel. Bezinksel: FD = Cocaïne HCI;
- een grijze “Curver” 50 liter ton met daaroverheen een wit stuk laken. In de ton circa 20 liter tweelaags vloeistof waarvan de onderlaag positief test op water. Drijfogen zichtbaar tussen de
beide lagen vloeistof;
-een grijze “Curver” 50 liter ton (temp 52°C bij aantreffen)voor circa 50% gevuld met water met daarin een 25 liter ton als Au-Bain-Marie opstelling. In de buitenste ton een verwarmingsspiraal.
In de 25 liter ton circa 11 liter heldere gele vloeistof;
- een zwarte jerrycan 20 liter gevuld met circa 10 liter heldere sterk dampende vloeistof, pH 1 = zoutzuur, etiket “HA37”;
- een 25 liter ton met daarin circa 9 liter roodbruine vloeistof, pH 1;
- een blauwe 12 liter emmer gevuld met circa 7 liter heldere kleurloze vloeistof, pH 7. FD = Ethylacetaat & Methylethylketon;
- een lichtblauwe jerrycan 20 liter voor de helft gevuld met heldere kleurloze vloeistof, pH 1, etiket “zwavelzuur 37,5% ACCU” van "CALDIC”;
- vier witte 25 liter tonnen, elke ton afgedekt met een wit stuk laken, een leeg, drie gevuld met circa 4,5 liter gele vloeistof. FD = ethylacetaat.
- een 220 liter klemdekselvat gevuld met circa 100 liter troebele gele vloeistof met bezinksel, pH 7;
- een 220 liter klemdekselvat gevuld met circa 200 liter troebele gele vloeistof, pH 4;
- een 20 liter jerrycan gevuld met circa 5 liter heldere kleurloze vloeistof, pH 1, etiket "Truck Alu strong”;
- twee lege zwarte jerrycans 20 liter, etiket “ethyl acetate”;
- drie doorzichtige kunststof 65 liter tonnen “follow me, bursev 1112 92”, waarvan twee gevuld met gezamenlijk circa 70 liter heldere kleurloze vloeistof, pH 7, FD = ethylacetaat;
- een “Smartwares” poeder brandblusser;

in de blokkenruimte

- een houten tafel met daarop twee kiloblokken cocaïne in crêpepapier, stukken karton ter grootte van persmal P2, diverse stukken crêpepapier, restanten wit poeder, totaal circa 10 gram, FD = cocaïne HCI, een 250 ml. kunststof maatbeker met restanten wit poeder, FD = cafeïne, een digitale weegschaal, een Samsung magnetron met daarin restanten wit poeder, positief op cocaïne swipe;
- een blauwe jerrycan 20 liter, geheel gevuld met heldere kleurloze vloeistof, pH 7, etiket: “Profimax cleaner”;
- onder tafel B1 diverse goederen waaronder twee straalkachels, merk “Handson”, zeven flessen “Spa Blauw”, een witte 65 liter speciekuip met daarin tussen divers afval divers handgereedschap, folie, tape, mesjes, handschoenen, verpakkingen van lakens merk “La
Maison Reve”, een aangebroken verpakking vacuümsealzakken van 250 x 300 mm., verpakking van 100 stuks, nog aanwezig: 68 stuks, een “Solis” vacumeermachine met nog tien bijbehorende
sealzakken van het merk “Solis” met logo “Solis”, diverse zwarte ballonnen, een metalen logo van een “8”, gebruikt filterpapier met restanten zwart en wit poeder, poeder: FD = cocaïne HCI, diverse nieuwe ongebruikte lakens van het merk “La Maison Reve”, een zak met circa 2 kg. fijn wit poeder, FD = cafeïne en compleet filterpapier met restanten poeder;
- een AH tas op de vloer met hierop tien vacuüm gesealde kiloblokken cocaïne (FD = cocaïne HCL). De binnenste blokken waren circa 30 graden Celsius;
- een 5 liter blik gevuld met circa 3 liter heldere kleurloze vloeistof, FD = hexaan, etiket: “Solvent for painting HX”;
- een “EasyVac Pro" sealapparaat, een Smartwares brandblusser, een mes, rubberen handschoenen;
- een doos Samsung magnetron inhoudende 1 dichtgesealde zak met 0,82 kg wit poeder FD = cocaïne HCL;
- acht zwarte jerrycans 20 liter, alle leeg, etiket: “ethyl acetate”;
- een grijze “Curver” 50 liter ton gevuld met circa 25 liter heldere vloeistof, pH 14;
- een tot filtreer installatie omgebouwd (deelbaar) bierfust voorzien van afsluiter en vultrechter;
- een complete afzuig- en gaswasinstallatie bestaande uit een slakkenhuisventilator, twee koolstoffilters (1x ruimte P, 1x ruimte B), twee 1000 liter IBC voor circa ¾ gevuld met gekleurde kunststof ballen ter grootte van een tennisbal, diverse gewapende afzuigslangen van de koolstoffilters, via de IBC’s en de ventilator naar buiten toe, in elke IBC vijf “Gardena” handsproeiers aangesloten op een verdeelpunt welke was aangesloten op een tuinslang welke was aangesloten op de kraan aan de achterzijde van de woning van [adres] , [woonplaats] ;
- een grijze afwasteil met daarin circa 270 g. wit poeder, FD = cocaïne HCI;
- negen 20 liter jerrycans, alle geheel gevuld met heldere kleurloze vloeistof waarvan zeven etiket “A11, cleaning expert”, pH 7, FD = ethylacetaat , een etiket “Optysil”, lintje om het handvat, vloeistof pH 7, FD = ethylacetaat & ligroïn & hexaan en een etiket “Truck Alu”, pH 7, FD = ligroïne;
- diverse losse goederen bovenop de beide IBC’s (B10) waaronder “Koenic" inductieplaat, 2000W en twintig rollen tape;

in de voorruimte

- zes 20 liter jerrycans, voorzien van een wit strikje aan het handvat en een etiket “Ethyl acetate”, waarvan drie geheel gevuld met een gele tot beige vervuilde vloeistof, pH 14, drie
geheel gevuld met een heldere kleurloze vloeistof, pH 7, FD = Ethylacetaat & Methylethylketon;
- vijf 20 liter jerrycans geheel gevuld met vloeistof en voorzien van etiket “Hexsol”, verzegeld;
- zeven 20 liter jerrycans geheel gevuld met vloeistof en voorzien van etiket “Meksol”, verzegeld;
- twee 20 liter jerrycans geheel gevuld met vloeistof en voorzien van etiket “Ethylacetate”, verzegeld;
- een “Stanley Fatmax” compressor/vacuümpomp;
- drie 20 lier jerrycans geheel gevuld met vloeistof waarvan een etiket “Stripper”, pH 7, een
etiket “Agrifoam”, sterk rokende vloeistof, pH 1, zoutzuur en een etiket “Czysta Farma”, pH 7, FD = ethylacetaat;
- twee zakken Caustic soda à 25 kg waarvan een onaangebroken en een half leeg;
- vijf Big shoppers (twee Albert Heijn, een Plus, een Action, 1 x gele smiley) met daarin 63 onaangebroken rode 1 liter flessen PB ammonia, een half volle rode 1 liter fles PB ammonia en 40 onaangebroken witte 1 liter flessen Albert Heijn huishoud ammonia;
- een 2,5 en een 5 kg Bison vochtvreter navulling, onaangebroken;
- zes grijze vuilniszakken met daarin diverse lege flesjes, losse doppen en losgescheurde en opgevouwen etiketten “Frutop Diversion, Manzana Pera”, afkomstig uit Dominicaanse Republiek, waaronder 28 flessen 1 liter, 102 flessen 450 ml en 163 flessen 300 ml;
- twee 500 ml. flesjes, etiket Cristaline Bronwater, waarvan een gevuld met circa 250 ml. oranje vloeistof, pH 7, met de geur van vruchtensap en een gevuld met circa 500 ml. oranje vloeistof, pH 7, met de geur van vruchtensap;

op zolder

- drie speciekuipen met daarin diverse koppelstukken voor ventilatieslangen;
- diverse tuinslangen, koppelstukken, stukken ventilatieslangen en een RVS pan;

in opslag

- vier koolstoffilters, nieuw in de verpakking. [3]
De aangetroffen brokken zijn onderzocht en getest. Het betrof:
- een dichtgeknoopte plastic zak met daarin wit gekleurde poeder van 1.204,52 gram, positief getest op cocaïne;
- twaalf blokken van 12.045 gram waarvan een aantal blokken waren voorzien van een vacuüm verpakking met daarin een wit gekleurd blok. De blokken waren voorzien van verschillende stempels bestaande uit het logo van Philippe Plein (qp) en een aantal met een papegaai, positief getest op cocaïne. [4]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte van alle ten laste gelegde feiten integraal moet worden vrijgesproken. Kort gezegd heeft verdachte geen enkele wetenschap gehad van de cocaïnewasserij dan wel van de aanwezigheid van cocaïne of de activiteiten die zich in de schuur afspeelden. Verdachte heeft enkel in goed vertrouwen zijn schuur verhuurd aan een bekende, namelijk medeverdachte [medeverdachte] .
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de feiten gelet op de nauwe onderlinge samenhang gezamenlijk behandelen, waarbij ieder bewijsmiddel wordt gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet.
De rechtbank stelt vast dat een schuur behorende bij de woning aan [adres] in [woonplaats] was ingericht als cocaïnewasserij, bestemd voor het bewerken en verwerken van cocaïne, en dat de onder de vaststaande feiten genoemde voorwerpen en stoffen gelet op de aard en de omstandigheden waaronder zij zijn aangetroffen bestemd moeten zijn geweest ter voorbereiding hiervan. Ook stelt de rechtbank vast dat er in die schuur ruim 12 kilogram cocaïne aanwezig was.
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of, en zo ja in welke mate, verdachte (hierna: [verdachte] ) hierbij betrokken was.
Bewijsmiddelen
[verdachte] woont samen met zijn vriendin, [naam] , en haar twee dochters aan [adres] in [woonplaats] . [5]
Op 16 april 2025 zijn verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] tezamen met een medewerker van Liander, naar aanleiding van een MMA-melding, naar de woning aan [adres] in [woonplaats] gegaan. Ter plaatse werden zij door [verdachte] binnengelaten. In de tuin zag [verbalisant 2] een schuur, waarvan het laatste gedeelte was afgeschermd met een grijskleurige doek en een blauwkleurig zeil. Er was een soort tussengedeelte met daarin duiven. Direct om de hoek van de woning stond een grote afvalcontainer met bouwafval. Bij die container rook [verbalisant 2] een chemische geur die zij niet helemaal kon plaatsen. Ook [verbalisant 1] rook iets chemisch. Toen [verbalisant 2] een stukje verder in de richting van de schuur liep werd de chemische geur sterker. Zij zag dat er een groenkleurige waterslang en een zwartkleurige elektriciteitskabel liep vanaf het woonhuis in de richting van het schuurtje. Nadat [verbalisant 2] nog een klein stukje verder liep, hoorde zij stemmen komen uit het schuurtje. [verbalisant 1] hoorde die stemmen ook. Nadat er meerdere eenheden ter plaatse waren gekomen, kwam er een persoon uit het schuurtje lopen. Deze persoon kwam gebukt onder het doek vandaan. Kort hierna kwamen er nog een tweede en derde persoon uit het schuurtje. De drie personen werden aangehouden. [6] Het betroffen:
- [persoon 1] [7] ;
- [persoon 2] [8] ;
- [persoon 3] [9] .
Buren hebben tijdens een buurtonderzoek op 16 april 2025 verklaard dat er bij de buren van [huisnummer] steeds dezelfde klusjesman aan het werk was. Zijn naam was [medeverdachte] . [medeverdachte] kwam altijd aanrijden in een grote witte bus, waarop de tekst 'Heijmans autoverhuur' stond. [medeverdachte] en [verdachte] (
[verdachte]) waren vaak samen aan het klussen. Zij gingen regelmatig samen de schuur in. Zij brachten daar grote isolatieplaten naar binnen. De vrouwelijke buurtbewoner van een geanonimiseerd adres had [medeverdachte] vanmiddag omstreeks 13.00 uur nog gezien. Hij was met een andere bus.
De mannelijke bewoner van [huisnummer] gaf aan dat het hem de afgelopen weken was opgevallen dat de bewoner van [huisnummer] ongeveer drie à vier keer per week de vuurkorf aanhad. [10]
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] de laatste maanden in een wit busje van autoverhuur Heijmans kwam. Eind vorig jaar/begin januari gingen [verdachte] en [medeverdachte] nieuwe dakplaten op de schuur leggen en [getuige 1] vroeg zich af waarom ze hiermee bezig waren, omdat ze geen geld meer hadden om de verbouwing van de woning te betalen. De scooter van de oudste dochter [naam] stond altijd in het schuurtje, maar de laatste weken stond deze in de tuin samen met de elektrische grasmaaier die eerst ook in het schuurtje stond. De laatste weken toen [medeverdachte] met het witte busje kwam, parkeerde hij deze altijd strak tegen de schuur met het blauwe zeil aan. [verdachte] ruimde de afgelopen weken veel rotzooi op uit de tuin. De oudste dochter [naam] had afgelopen weekend bij de buren gevraagd wie de MMA-melding had gedaan en haar ouders had verlinkt. [11]
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij sinds zes à acht weken regelmatig een chemische lucht rook. Dit rook naar een acetonlucht en zo nu en dan een lijmlucht. Een paar weken later zag zij dat de ramen aan de achterzijde dicht waren gemaakt. Ook zag zij [medeverdachte] regelmatig bij de buren het terrein op rijden. [medeverdachte] reed in een bedrijfsbus van Heijmans Autoverhuur, wit van kleur. De ene keer bleef hij in de bus zitten, de andere keer parkeerde hij de bus strak bij de ingang van het "drugspand". [getuige 2] zag [medeverdachte] ook een aantal keren het terrein oprijden met een andere auto, een Nissan Micra, blauw/paars van kleur. Sinds twee à drie maanden werden er steeds meer spullen buiten de schuur neergezet, onder andere scooters, zitmaaier, meubels en ander tuinmateriaal. Ook hoorde zij de laatste twee à drie maanden een soort zoemgeluid. Sinds de inval hoorde zij dit geluid niet meer. [12]
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij omstreeks februari een persoon zag in een Opel Karl in een paarse kleur. Diezelfde persoon kwam ook in een huurbus van Heijmans autoverhuur. Deze bus werd altijd tegen de schuur van de buren aan geparkeerd. Begin maart werden de ramen van de schuur bedekt met zwarte doeken. Vanaf begin maart zag hij [verdachte] niet meer naar het werk vertrekken. De tuin werd bijgehouden en het gras werd gemaaid, daarvoor deed [verdachte] dat niet. [verdachte] stookte het eerste jaar soms wat hout op. Sinds maart stookte hij bijna dagelijks. Vanaf de winter was een afzuigingsinstallatie te horen. Sinds de inval is dat geluid er niet meer. [13]
Uit onderzoek aan de inbeslaggenomen mobiele telefoon van [verdachte] bleek dat de WhatsApp gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte] waren verwijderd. Bij de device notifications was nog een aantal berichten terug te vinden die [medeverdachte] naar [verdachte] had gestuurd. Het ging onder meer om de volgende berichten:
- op 1 april 2025: “Zal eens kijken of ik nog mensen weet voor jou”;
- op 3 april 2025: “Vandaag niet bellen met deze”;
- op 15 april 2025: “App even als je hem aan hebt gezet”;
- op 15 april 2025: “Goede avond vriend hoop het niet maar in het slechtste geval als stroom uit
valt kan ik je dan bellen”;
- op 16 april 2025: “Probleem”.
Voorts was er op 16 april 2025, de dag van de inval, met de telefoons van [medeverdachte] en [verdachte] twee keer telefonisch contact. Het bericht “Probleem” was om 11:55:45 uur verstuurd. Daarna was er om 11:56:34 uur 45 seconden telefonisch contact van de telefoon van [medeverdachte] naar de telefoon van [verdachte] .
In de periode van 18 februari 2025 tot en met 16 april 2025 belde [medeverdachte] in totaal 76 keer naar [verdachte] . [verdachte] belde in deze periode in totaal 33 keer met [medeverdachte] .
Op de telefoon van [verdachte] was meerdere keren gezocht op de zoektermen: “hoe moet ik radiator verwijderen en afdoppen”, “kan ik een waterleiding ergens doorzagen en er een knelkoppeling opzetten” en “gipsplaten karwei”. [14]
Uit verstrekte GPS-gegevens van gehuurde busjes van verhuurbedrijf Heijmans bleek dat op 7 en 10 februari en op 7, 8, 11, 18, 19, 20, 21 en 29 maart 2025 voertuigen van Heijmans op [adres] in [woonplaats] zijn geweest. [15]
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij met [verdachte] een wiethokje zou starten. Dit hadden ze samen besloten. In december begonnen ze aan de schuur, maar zij kregen het niet van de grond. De schuur lekte en de muren ‘hingen op hangen en vallen’. Toen werden zij benaderd door een derde die zei dat zij wel iets anders konden doen. Dat ging over poeder. [medeverdachte] kwam toen in contact met een persoon en daar ging hij mee naar [verdachte] . Bij [verdachte] vertelde die persoon wat de bedoeling was en dat dit in de schuur kon gebeuren. Er werd ook een koelcel in die schuur gebouwd en daarvoor kwamen er steeds weer andere mensen. [medeverdachte] hielp samen met [verdachte] met bouwen en dat klaar te maken. [medeverdachte] en [verdachte] kregen een prepaid telefoon. Hij werd elke keer weer gebeld door die jongens wat er moest gebeuren. [verdachte] zou tienduizend euro krijgen en [medeverdachte] vijfduizend euro. De eerste dagen zou er proefgedraaid worden en daarna tien dagen in de maand. Daarna zouden zij hun geld krijgen. Toen [verdachte] was gearresteerd gooide [medeverdachte] de prepaid telefoon in het kanaal.
[medeverdachte] zette samen met [verdachte] en een buitenlandse jongen in de schuur panelen van de koelcel in elkaar. [medeverdachte] had twee linkerhanden, maar [verdachte] kon dat allemaal wel. [medeverdachte] hielp met het vasthouden en zulke klusjes. Alles werd opgebouwd bij [verdachte] in de schuur, de schuur naast zijn duiven. [medeverdachte] haalde met een bus personen op. Hij haalde de bus op bij de Gamma aan [adres] en daarna haalde hij de jongens op. Dit deed hij een stuk of vier keer. De jongens stapten achterin de bus. [medeverdachte] kon ze niet verstaan. Hij zette ze af en bracht ze een keer weer terug. Dan zette hij de bus neer bij de Gamma en reed hij met zijn eigen auto terug. Hij kreeg een telefoontje dat hij iemand moest ophalen. [medeverdachte] kwam de afgelopen maanden heel vaak en heel veel bij [verdachte] . Vanaf december zijn zij aan het timmeren geweest. [verdachte] mocht van zijn werk houten borden meenemen. Die gebruikten zij om de boel op te knappen. [medeverdachte] kwam daarna heel vaak om te timmeren. [medeverdachte] kreeg cash geld om een busje te huren. Dat was een busje van Heijmans autoverhuur. Dat gebeurde meerdere keren in de periode februari, maart en april. Als [medeverdachte] een bus ophaalde, zaten daar wel eens vaten bij. Die jongens zaten daar ook bij in. Hij zag ook wel eens een klein vrachtwagentje die allemaal zwarte vaten loste. Dit was een week ofzo voordat de politie daar was. [medeverdachte] hielp die vaten sjouwen. De vaten die achter de schuur stonden, stonken als een otter. Daar had hij het met [verdachte] over. [verdachte] wist waar het over ging. Het waren zwarte jerrycans die ze hadden gebracht. Die stonken echt heel hard. [medeverdachte] en [verdachte] hadden het er wel eens met zijn tweeën over, dat het stonk en dat zij ermee wilde stoppen. Maar zij zaten er al zover in en daar konden zij niets meer mee. [medeverdachte] belde [verdachte] omdat de stroom uitviel. De jongen belde hem op dat er storing was en die waren daarbinnen. [medeverdachte] belde toen naar [verdachte] dat de stroom was uitgevallen zodat hij de schakelaar weer om kon zetten zodat zij weer stroom zouden hebben. Dat was een dag of een paar dagen voor de aanhouding. Het klopt dat het bericht “Probleem” is gestuurd en dat er daarna telefonisch contact is geweest. [medeverdachte] moest iemand ophalen bij de bushalte en hij moest iemand meenemen. Hij was net thuis toen [verdachte] belde: “Het is hier blauw, blauw kom alsjeblieft.” [medeverdachte] gooide toen de hoorn erop. Hij ging ervan uit dat ze hem meteen gingen ophalen. Hij gooide toen ook de telefoon weg. Het klopt dat er in de cocaïnewasserij een mes is aangetroffen in de persruimte met DNA van [medeverdachte] erop. Hij raakte daar allerlei dingen aan. [medeverdachte] haalde dit mes binnen bij [verdachte] op en gaf het aan die jongen. Die jongen had nog gebeld voor een mes en een ding om mee te roeren. [16]
[medeverdachte] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat die man zei dat hij wel met hen mee wilde gaan om te kijken en dat hij dan wel iets af wilde spreken. Dat gebeurde ook. Zij besloten dat met zijn drieën. Zij gingen naar het terrein van [verdachte] , waar die man heeft gekeken. [verdachte] en [medeverdachte] waren daarbij. Die man zei dat hij met het kleine schuurtje wel iets kon doen. Hij zei dat het om poeder ging. Zij zouden er meer voor krijgen dan voor een wiethok. Het was een buitenlandse man. Hij sprak Nederlands. In december zette zij de dakplaten van de ene schuur erop en in februari begonnen zij met de kleine schuur. Het was hooguit twee weken aan de gang toen de politie kwam. [17]
[verdachte] heeft verklaard dat hij achter het schuurtje allemaal van die plastic jerrycans zag liggen. Toen wist hij dat het niet goed was. Hij zag [medeverdachte] (
[medeverdachte]) vaak spullen brengen naar de schuur naast de duivenschuur. [verdachte] liep wel eens naar achter. [medeverdachte] kwam de laatste weken wel drie of vier keer per dag. De eerste keer was vier weken terug. Hij zag [medeverdachte] van alles sjouwen, emmers, kuipen, hout en een rol plastic. [18]
[verdachte] hielp in de schuur met die koelcel en zij hebben panelen gezet. [medeverdachte] had daarvoor een jongen bij zich. De jerrycans zag [verdachte] de dag voor de inval. Hij kon de schuur niet in. Toen liep hij naar de andere schuur en daar lagen die jerrycans. [19]
Betrokkenheid [verdachte]
Op grond van de voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast:
- De cocaïnewasserij is aangetroffen in een schuur op het erf van [verdachte] . Alle strafbare gedragingen hebben zich op zijn terrein afgespeeld.
- Er was sprake van een gezamenlijk plan. [medeverdachte] , [verdachte] en een derde, onbekend gebleven persoon, besloten samen om van wiet naar poeder te gaan. Daar kregen zij beide een aanzienlijk geldbedrag voor. Uit niets blijkt dat [verdachte] alleen een bedrag zou krijgen voor het ter beschikking stellen van zijn schuur. Hij kreeg zelfs een hoger bedrag dan [medeverdachte] . De verklaring van [verdachte] , dat hij de schuur slechts heeft verhuurd aan [medeverdachte] , wordt op geen enkele manier ondersteund door enig bewijsmiddel. Zo is er geen betalingsbewijs of huurovereenkomst, terwijl [medeverdachte] betwist dat er sprake was van een dergelijke afspraak.
- In de periode voorafgaand aan de ontmanteling van de cocaïnewasserij waren er veel telefonische contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte] . [verdachte] heeft hier geen goede verklaring voor kunnen geven.
- [verdachte] heeft WhatsApp gesprekken tussen hem en [medeverdachte] van zijn telefoon verwijderd.
- Er hing een sterke chemische lucht en het stonk op het terrein van [verdachte] .
- Er was (tot aan de inval) een zoemend geluid te horen.
- In februari en maart 2025 zijn er op meerdere dagen busjes van verhuurbedrijf Heijmans op het terrein van [verdachte] geweest.
- [verdachte] liep door de tuin om naar zijn duiven te gaan. Deze duiven zaten in een schuur die zich naast de cocaïnewasserij bevond. Ook kwam [verdachte] in de tuin om spullen in een vuurkorf te verbranden en om gras te maaien/zijn tuin te onderhouden.
- [verdachte] zag plastic jerrycans achter het schuurtje liggen.
- Op de dag van de ontmanteling van de cocaïnewasserij waren er drie (buitenlandse) mannen in de schuur aanwezig.
Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat [verdachte] zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het bewerken/verwerken van cocaïne, het voorbereiden daarvan en het opzettelijk aanwezig hebben van ruim 12 kilogram cocaïne.
Weliswaar heeft [verdachte] geen directe, actieve betrokkenheid gehad bij de inrichting van de cocaïnewasserij en bij het bewerken/verwerken van cocaïne, maar heeft hij wel tenminste voorwaardelijk opzet daarop gehad. Hij heeft gelet op genoemde feiten en omstandigheden willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat er in zijn schuur een cocaïnewasserij werd opgezet waar cocaïne werd bewerkt/verwerkt. Daarbij wijst de rechtbank in de eerste plaats op de verklaringen van [medeverdachte] bij de politie, de rechter-commissaris en ter terechtzitting. De rechtbank heeft geen enkele reden om aan deze verklaringen te twijfelen; zij zijn betrouwbaar en consistent, te meer ook omdat [medeverdachte] met zijn verklaringen zichzelf belast en zijn eigen rol niet bagatelliseert. Die verklaringen worden bovendien ondersteund door alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden.
Medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank is tussen de verschillende verdachten ook sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] waren feitelijk werkzaam in de cocaïnewasserij (zij waren de ‘koks’), [medeverdachte] besloot samen met [verdachte] en een onbekend gebleven derde het drugslab te starten en verrichtte in dit verband hand- en spandiensten (hij maakte de schuur gereed, sjouwde spullen, haalde en bracht de koks naar de schuur en had contact met een derde). [verdachte] besloot samen met [medeverdachte] en een onbekend gebleven derde het drugslab te starten en stelde zijn terrein en meer in het bijzonder zijn schuur hiervoor ter beschikking en maakte de schuur gereed. Daarmee was er een duidelijke onderlinge taakverdeling en leverden zij allen een bijdrage van dusdanig gewicht dat sprake is geweest van een intellectuele en materiele bijdrage aan de bewerking/verwerking van cocaïne, de voorbereidingshandelingen daarvan en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne. Als één van de verdachten zou wegvallen, zou dat immers gevolgen hebben voor het al dan niet slagen van het productieproces. Daarmee is een nauwe en bewuste samenwerking naar het oordeel van de rechtbank gegeven en dus telkens sprake van medeplegen.
Alternatieve verklaring [verdachte]
heeft verklaard dat hij niets wist van de cocaïnewasserij, de aanwezigheid van cocaïne en de activiteiten die zich in de schuur afspeelden. In de dagen voorafgaand aan zijn aanhouding op 16 april 2025 lag hij ziek op bed. In de periode van 3 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 en in de periode van 25 maart 2025 tot en met 16 april 2025 was hij arbeidsongeschikt. Voorts heeft hij vanwege longproblematiek geen opvallende geur waargenomen. Voor het verzorgen van zijn duiven droeg hij vanwege zijn gezondheid steeds een masker, waardoor hij de geur rondom de schuur ook niet (goed) heeft kunnen waarnemen. Omdat [verdachte] bovendien slechthorend is, heeft hij evenmin een zoemend geluid gehoord. Ten slotte beschikte [verdachte] niet langer over een sleutel van de schuur, nu deze tijdelijk in het bezit was van [medeverdachte] . [verdachte] had derhalve geen feitelijke toegang tot of beschikkingsmacht over de schuur of de daarin aangetroffen cocaïne.
Deze verklaring is voor wat betreft de medische omstandigheden weliswaar enigzins onderbouwd met stukken, maar wordt voor het overige niet ondersteund door objectieve gegevens uit het dossier of anderszins. De verklaring vindt daarmee geen bevestiging in het dossier en de rechtbank acht die verklaring ook niet aannemelijk. Daarnaast komen uit de hiervoor weergegeven bevindingen in onderlinge samenhang bezien zo sterke aanwijzingen naar voren in de richting van [verdachte] dat dit vraagt om een plausibele verklaring. De rechtbank betrekt hierbij het feit dat niet gebleken is dat [verdachte] bedlegerig was en vanwege zijn ziekte juist weken thuis is geweest en niet elders aan het werk, terwijl er allerlei activiteiten op zijn terrein plaatsvonden. Voorts blijkt uit de overgelegde stukken dat hij bij de huisarts en apotheek is geweest en dus niet alleen maar ziek op bed heeft gelegen en om die reden niet heeft kunnen waarnemen wat er in en rondom de schuur gebeurde. Ook is hij in die periode gewoon in zijn tuin geweest voor de duiven, het verbranden van spullen en het onderhouden van de tuin en heeft hij jerrycans zien liggen. Het is ongeloofwaardig dat [verdachte] bij al die gelegenheden niets heeft opgemerkt. Bovendien is het op zijn minst opmerkelijk dat ook zijn vriendin en haar dochter(s) als bewoners van [adres] niets hebben gezien, geroken of gehoord, terwijl een buurvrouw, [medeverdachte] en later ook verbalisanten daar wel over verklaren. Ten slotte lag [verdachte] op de dag van de ontmanteling, op 16 april 2025, in ieder geval niet ziek op bed. Een plausibele verklaring voor dit alles heeft [verdachte] naar het oordeel van de rechtbank niet gegeven.
De rechtbank is daarom alles overziend van oordeel dat de alternatieve verklaring van [verdachte] ongeloofwaardig en niet aannemelijk is en zal daaraan voorbijgaan.
Slotsom
De slotsom is dat de rechtbank de onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen acht.
Ten aanzien van de bewezenverklaarde periode van de feiten 1 en 2 gaat de rechtbank gelet op de verklaringen van buren en [medeverdachte] uit van de ten laste gelegde periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 waarbinnen de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de navolgende ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
1
hij in
of omstreeksde periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
opzettelijk
(in een
pand/schuur gelegen aan [adres]
)heeft bereid en
/ofbewerkt en
/ofverwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerden
/ofvervaardigd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens
)een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne
en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij in
of omstreeksde periode van 1 februari 2025 tot en met 16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde
of vijfdelid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van cocaïne
en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- voorwerpen
, vervoermiddelenen
/ofstoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
), wist
(en) of ernstige reden had
(den)om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door, in een schuur behorend bij de woning aan [adres] , voorhanden te hebben van
(onder andere)
- een hoeveelheid stof
(fen),te weten
(ongeveer)1204,52 gram cafeïne en
/of
-
een ofmeer IBC-tanks en
/of
- een pers en
/of
-
een ofmeer buisje
(s
)en
/of
- een koolstoffilter en
/ofeen ventilatiebuis en
/of
-
een ofmeer jerrycans en
/of
-
een ofmeer ton
(nen
)en
/of
- een sealapparaat en
/of
-
een ofmeer mes
(sen
)en
/of
-
een ofmeer stanleymes
(sen
)en
/of
- een
of meermagnetron
(s)en
/of
- een
of meerweegscha
(a
)l
(en)en
/of
-
een ofmeer maatbeker
(s
)en
/of
-
een ofmeer
zeef/zeven en
/of
- een
of meervergiet
(en)en
/of
-
een ofmeer lepel
(s
)en
/of
-
een ofmeer handschoenen en
/of
-
een ofmeer mondkapjes,
ten behoeve van de productie van die cocaïne
en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3.
hij op
of omstreeks16 april 2025 te [woonplaats] , gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
(in totaal
)ongeveer 12045 gram
, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende
cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B en D van de Opiumwet gegeven verbod,
feit 2:
Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 3 primair:
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de maatregel kostenverhaal ex artikel 13d van de Opiumwet zal worden opgelegd tot een bedrag van € 4.674,81. Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis bij einduitspraak wordt opgeheven.
Het standpunt van de verdediging
Ingeval van een bewezenverklaring heeft de raadsvrouw primair verzocht een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest, in combinatie met een taakstraf van 140 uren. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, gecombineerd met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de productie van cocaïne in een cocaïnewasserij in een schuur gelegen aan [adres] in [woonplaats] , gemeente Wijchen. Verdachte woont op dit adres en heeft zijn schuur voor dit doel ter beschikking gesteld. Ook heeft hij geholpen de schuur daarvoor gereed te maken. Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van cocaïne en aan het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 12 kilogram cocaïne op die locatie. Dit zijn ernstige feiten.
Verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan het faciliteren en het in stand houden van een markt voor cocaïne. Het gebruik van cocaïne is schadelijk voor de volksgezondheid en werkt bij gebruikers verslaving en daarmee gepaard gaande (criminele) problematiek in de hand. De productie van verdovende middelen gaat bovendien vaak gepaard met ernstige criminaliteit en met milieuschade vanwege het chemisch proces van het bewerken (wassen) van cocaïne. Die milieuschade wordt onder meer veroorzaakt door het illegaal dumpen van de chemische afvalstoffen. De rechtbank wijst ook op de vele risico’s, voor zowel de aanwezigen in de cocaïnewasserij als voor de omwonenden, die het opslaan en bewerken van diverse chemicaliën in een cocaïnewasserij met zich meebrengt, zoals brandgevaar, ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige dampen. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan, ook omdat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gepleegde feiten. Verdachte heeft geen enkele openheid van zaken gegeven en heeft dus ook niet meegewerkt aan het onderzoek.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 15 mei 2026. Daaruit blijkt dat verdachte in het verre verleden eerder voor een Opiumwetdelict is veroordeeld.
De rechtbank heeft verder gelet op het advies van de reclassering van 24 september 2025. Daaruit blijkt dat de financiële situatie van verdachte en zijn partner stabiel is en dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van psychiatrische problematiek of middelenproblematiek en/of ander verslavingsgevoelig gedrag. Er is mogelijk sprake van een negatief sociaal netwerk rondom verdachte en er is sprake van goedgelovigheid/naïviteit bij verdachte. Gelet op zijn proceshouding is het niet mogelijk om het risico op algemene recidive in te schatten. Indien er bij schuldigverklaring een straf wordt uitgesproken waarbij een reclasseringstoezicht ingezet kan worden, ziet de reclassering geen mogelijkheden voor interventies, omdat de risicofactoren niet kunnen worden vastgesteld noch kunnen worden beperkt. Gelet op de stabiliteit op de leefgebieden ziet de reclassering tevens geen meerwaarde voor reclasseringsbemoeienis.
Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest, zoals door de raadsvrouw bepleit, acht de rechtbank niet passend bij de ernst van de door verdachte gepleegde feiten. Ditzelfde geldt voor de bepleite taakstraf en (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf. Naar het oordeel van de rechtbank is alleen een gevangenisstraf van langere duur op zijn plaats. Bij het bepalen van de duur van die gevangenisstraf houdt de rechtbank naast al het voorgaande rekening met het feit dat de drie buitenlandse medeverdachten, de ‘koks’, reeds onherroepelijk zijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden. Naar het oordeel van de rechtbank is de bijdrage van verdachte aan de gepleegde feiten vergelijkbaar met deze medeverdachten. Weliswaar heeft hij geen handelingen verricht die zien op de daadwerkelijke productie van cocaïne, maar heeft hij wel een wezenlijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de cocaïnewasserij, door afspraken te maken met medeverdachte [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon over de bouw van de cocaïnewasserij en door zijn schuur c.q. grond ter beschikking te stellen en de schuur gereed te maken. Daarmee is zijn rol een andere dan die van de koks, maar is zijn positie wel vergelijkbaar, namelijk die van een uitvoerder, niet zijnde een leidinggevende. De rechtbank heeft ten slotte aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
Alles overziend zal de rechtbank daarom ook aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 32 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.
Op 1 juli 2022 is de maatregel kostenverhaal in werking getreden. De maatregel is van toepassing op strafbare feiten die na de inwerkingtredingsdatum worden opgespoord en vervolgd. Deze maatregel maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp. De maatregel kostenverhaal is opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet.
Bij de stukken bevindt zich een Rapport maatregel kostenverhaal. Hieruit volgt dat de kosten voor de ontmanteling van de productie-/bewerkingslocatie, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging zijn vastgesteld op € 23.374,02.
Verder zit bij de stukken een proces-verbaal van de LFO waaruit blijkt dat de inbeslaggenomen voorwerpen vernietigd moesten worden, omdat zij een ernstig gevaar opleverden voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid.
De rechtbank overweegt dat vast is komen te staan dat in de cocaïnewasserij gevaarlijke goederen aanwezig waren. Eveneens is vast komen te staan dat er kosten zijn gemaakt om die wasserij te ontmantelen. De hoogte van deze kosten komen naar het oordeel van de rechtbank reëel voor. De rechtbank acht het redelijk dat de kosten ponds-ponds-gewijs worden verdeeld over alle verdachten die betrokken zijn bij de productie van cocaïne op deze locatie. De rechtbank acht dit een eerlijke verdeling, mede gelet op het feit dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en dat alle verdachten in gelijke mate aan die kosten hebben bijgedragen.
De rechtbank legt daarom aan verdachte de verplichting op om een vijfde van het totaalbedrag, te weten € 4.674,81, te betalen aan de Staat ter vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 13d van de Opiumwet.
Op grond van het bepaalde in artikel 13d, lid 3, van de Opiumwet jo. artikel 36e, lid 11, van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd bepalen op 46 dagen, zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
De rechtbank zal het verzoek van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om op haar eerdere belangenafweging terug te komen, in die zin dat het strafvorderlijk belang bij hervatting van de voorlopige hechtenis zwaarder zou dienen te wegen dan het persoonlijk belang van verdachte bij het in vrijheid mogen afwachten van de (onherroepelijke) uitkomst van de strafzaak.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10, 10 a en 13d van de Opiumwet.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
tweeëndertig (32) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • legt aan verdachte op
  • bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 46 dagen;
 wijst af het verzoek tot opheffing van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W.R. Koch (voorzitter), mr. A.J.H. Steenweg en
mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren en mr. E.C. van Geemen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.
mr. Steenweg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Eenheid Oost-Nederland, District Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ON5R025025 / GRAS, gesloten op 18 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen van Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen, p. 341-342.
3.Proces-verbaal van bevindingen van Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen, p. 343-349.
4.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 148-155.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 506.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 33-35.
7.Proces-verbaal van aanhouding verdachte [persoon 1] , p. 389-390.
8.Proces-verbaal van aanhouding verdachte [persoon 2] , p. 423-424.
9.Proces-verbaal van aanhouding verdachte [persoon 3] , p. 456-457.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 55.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 57-58.
12.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 63-64.
13.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 67-68.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 175 en 179-181.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 265.
16.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 554-558.
17.Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte] bij de rechter-commissaris, d.d. 3 juni 2026.
18.Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 510-511.
19.Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 520-521.