ECLI:NL:RBGEL:2026:563

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
529883620
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden na daling van recidiverisico

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een procedure betreffende de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van de betrokkene, die in 2021 was veroordeeld voor diefstal met geweld. De tbs-maatregel was ingegaan op 19 januari 2022 en was voor het laatst verlengd op 2 februari 2024. De officier van justitie had op 27 november 2025 gevorderd om de maatregel met een jaar te verlengen. Tijdens de zitting zijn verschillende deskundigen gehoord, waaronder psychologen en reclasseringswerkers, die adviseerden om de maatregel te beëindigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene sinds zijn behandeling in een kliniek in oktober 2022 significante vooruitgang heeft geboekt, waaronder langdurige abstinentie van cocaïne en een stabiele thuissituatie. De rechtbank concludeert dat het recidiverisico is gedaald tot een aanvaardbaar minimum en dat er geen noodzaak meer bestaat voor verlenging van de maatregel. De vordering van de officier van justitie wordt afgewezen en de tbs-maatregel eindigt per direct.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.298836.20
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] Duiven.
Raadsman: mr. A.R. Maarsingh, advocaat te [plaats] .

Procedure

Betrokkene is op 8 december 2021 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot
(onder meer) de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden voor diefstal met geweld. Deze maatregel is ingegaan op 19 januari 2022 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 2 februari 2024.
Bij vordering van 27 november 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat de maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
- een adviesrapport van IrisZorg Verslavingsreclassering van 14 oktober 2025, opgesteld door M. van Baaren, waarin wordt geadviseerd de maatregel te beëindigen;
- een Pro Justitia rapportage (psychologisch onderzoek) van 19 augustus 2025, opgesteld door J.M. Oudejans, waarin eveneens wordt geadviseerd de maatregel te beëindigen.
Op de zitting van 16 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- voornoemde raadsman;
- deskundige J.M. Oudejans, psycholoog bij het NIFP;
- deskundige M. van Baaren, reclasseringswerker; en
- de officier van justitie, mr. S. Leusink.

De standpunten

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.

De beoordeling

Stoornis
Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat bij betrokkene sprake is van een andere
gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistisch-afhankelijke en sterk verbleekte antisociale trekken. Ook is een stoornis in het gebruik van cocaïne in langdurige volledige remissie in een minimaal gereguleerde omgeving vastgesteld.
Verloop van de maatregel
Na meerdere opnames in verschillende klinieken die voortijdig negatief werden beëindigd vanwege agressie en middelengebruik door betrokkene, werd betrokkene in oktober 2022 geplaatst in [kliniek] . Met behulp van schematherapie, EMDR-sessies en het geven van meer openheid, lukte het hem om oude gedragspatronen te doorbreken en de hardnekkige cocaïneverslaving onder controle te krijgen. Betrokkene is inmiddels sinds twee jaar aantoonbaar abstinent. Tijdens de zwangerschap van zijn partner kreeg hij in november 2023 toestemming om bij haar te gaan wonen om voor hun aanstaande zoon te zorgen, die in [geboortedag] 2024 werd geboren. Sinds maart 2024 ontvangt hij ambulante begeleiding vanuit Zorgplus die hem onder meer ondersteunt bij het vinden en behouden van passende dagbesteding/werk, emotieregulatie, abstinent blijven, het vaderschap, financiën en het behouden dan wel uitbreiden van een positief sociaal netwerk. De begeleiding blijkt voldoende om ondanks de grote stap voorwaarts stabiel te blijven. Hierdoor is de inzet van ambulante (verslavings)behandeling niet nodig geweest. Betrokkene heeft in de thuissituatie laten zien dat hij het geleerde in de behandeling weet toe te passen in de praktijk en problemen op adequate wijze weet op te lossen. Met name het delen van emoties en spanningen met zijn netwerk (partner, familie, sponsor en NA-meetings) is hierin de belangrijkste ontwikkeling geweest. Daarnaast weet hij wat hij te verliezen heeft wanneer hij zou terugvallen in oude gedragspatronen.
Recidivegevaar
Er zijn meerdere beschermende factoren aanwezig, waaronder langdurige abstinentie, zijn gezin, zijn sociaal netwerk, zijn vaste baan en inkomen. Betrokkene is maatschappelijk goed ingebed. Hij heeft geen schulden. Hij erkent zijn verslavingsgevoeligheid en is alert op een terugval. Wanneer één van de beschermende factoren onder druk zou komen te staan, blijft er voldoende steun en stabiliteit over voor betrokkene om niet terug te vallen in oude patronen. Gelet hierop worden de risico’s door beide deskundigen ook op de langere termijn als laag tot zeer laag ingeschat en zijn de doelen binnen het forensisch traject behaald. De begeleiding vanuit Zorgplus is de laatste maanden al afgebouwd en heeft niet geleid tot een verhoogd risico of onrust.
Conclusie
Gelet op de inhoud van de rapporten en wat ter zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat er onder de huidige omstandigheden geen noodzaak meer bestaat om de maatregel te verlengen. Het recidiverisico is inmiddels gedaald tot een aanvaard minimum. Betrokkene heeft zijn leven op orde. Hij weet hetgeen hij in de behandeling heeft geleerd, toe te passen in de praktijk. Hij heeft een sociaal netwerk waar hij op terug kan vallen. Hij is zich bewust van zijn verslavingsgevoeligheid en heeft uitgesproken ook na beëindiging van de maatregel gebruik te willen blijven maken van de voorgeschreven medicatie, de NA-meetings en het contact met zijn sponsor om abstinent van middelen te blijven. De rechtbank zal daarom de vordering tot verlenging van de maatregel afwijzen. Gelet op de dag waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zou eindigen en het gestelde in artikel 6:6:11, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering eindigt de maatregel per direct.

De beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M.E. Langen, voorzitter, mr. A. Bril en mr. P. Verkroost, rechters in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 januari 2026.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.