ECLI:NL:RBGEL:2026:5626

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12083519 \ AZ VERZ 26-5
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 RvArt. 196 lid 2 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor over veiligheid en deugdelijkheid montage zonnescherm

In februari 2025 sloten partijen een overeenkomst voor levering en montage van een Markilux knikarm zonnescherm aan het appartement van verzoekers. De montage vond plaats op 15 mei 2025 door de hoofdmonteur van de gedaagde partij. Verzoekers stelden dat de bevestiging van het zonnescherm niet voldeed aan de eisen van goed en deugdelijk werk en verzochten herstel.

Na correspondentie ontstond een geschil over de technische mogelijkheid van verankering in de betonvloer en de constructieve veiligheid van de montage. Verzoekers wilden daarom een voorlopig getuigenverhoor houden van de hoofdmonteur om opheldering te verkrijgen over de montagewijze, verankering, bevestigingspunten, en de werking van de windsensor.

De gedaagde partij is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter oordeelde dat verzoekers voldoende belang hebben bij het getuigenverhoor en dat aan de vereisten van artikel 197 Rv Pro is voldaan. Het verzoek werd daarom toegewezen, met de bepaling dat partijen hun verhinderdata voor het verhoor uiterlijk 8 juli 2026 aan de griffie moeten doorgeven.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor van de hoofdmonteur over de montage van het zonnescherm wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 12083519 \ AZ VERZ 26-5
Beschikking van 24 juni 2026
in de zaak van

1.[naam verzoeker 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
[naam verzoeker 2],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: verzoekers,
gemachtigde: mr. W. van Es (Stichting Achmea Rechtsbijstand),
tegen
[naam verwerend bedrijf] B.V.,
gevestigd te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [naam verwerend bedrijf] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, waarbij verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door mr. Van Es, en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat is besproken.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben in februari 2025 een overeenkomst gesloten die ziet op de levering en montage van een Markilux knikarm zonnescherm aan het appartement van verzoekers.
2.2.
Nadat [eigenaar] , eigenaar van [naam verwerend bedrijf] , het werk op 13 januari 2025 heeft opgenomen, heeft hij het zonnescherm op 15 mei 2025 gemonteerd.
2.3.
Op 16 oktober 2025 heeft de gemachtigde van verzoekers [naam verwerend bedrijf] aangeschreven en te kennen gegeven dat de bevestiging van het zonnescherm niet aan de overeenkomst en de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. Zij heeft [naam verwerend bedrijf] verzocht om binnen veertien dagen te zorgen voor deugdelijk herstel door verankering in de betonnen vloer of een gelijkwaardige constructieve oplossing. [naam verwerend bedrijf] heeft in reactie hierop onder andere te kennen gegeven dat het zonnescherm wel degelijk op een veilige en deugdelijke manier is gemonteerd. Vervolgens heeft nog nadere correspondentie tussen de gemachtigde van verzoekers en [naam verwerend bedrijf] plaatsgevonden.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers verzoeken de kantonrechter een voorlopig getuigenverhoor te houden.
3.2.
Aan hun verzoek hebben zij het volgende ten grondslag gelegd.
[naam verwerend bedrijf] heeft alle zonneschermen in het appartementencomplex waar verzoekers wonen geleverd en gemonteerd. Bij verzoekers is afgeweken van de bij de andere appartementen gehanteerde montagewijze. Op 8 september 2025 heeft [monteur] , werkzaam als hoofd-/chef-monteur bij [naam verwerend bedrijf] (hierna: [monteur] ), het appartement van verzoekers bezocht en (de montage van) het zonnescherm bekeken. Op grond van de verklaringen en bevindingen van [monteur] zijn bij verzoekers vraagtekens gerezen over de veiligheid en deugdelijkheid van de montage van het zonnescherm. Zij hebben zich daarom tot [naam verwerend bedrijf] gewend en hun zorgen geuit over de kwaliteit, de veiligheid en duurzaamheid van de montage. Tussen partijen is vervolgens verschil van mening ontstaan over de volgende twee vragen:
Is verankering van het zonnescherm in de achter het halfsteens buitenmetselwerk gelegen betonvloer ter plaatse technisch mogelijk?
Is de huidige wijze van montage constructief verantwoord, deugdelijk en veilig?
Volgens verzoekers zijn de verklaringen en waarnemingen van [monteur] voor beantwoording van deze vragen van doorslaggevend belang. Daarom willen zij [monteur] , wonende in [woonplaats] , graag laten horen in een voorlopig getuigenverhoor en met name laten verklaren over:
  • de wijze van montage van het zonnescherm bij verzoekers ten opzichte van de wijze van montage van identieke zonneschermen binnen het appartementencomplex van verzoekers;
  • de mogelijkheid van verankering in beton en/of staal ter plaatse;
  • de door [monteur] ter plaatse aangetroffen staat van de bevestigingspunten;
  • de kwaliteit, veiligheid en deugdelijkheid van de uitgevoerde montage;
  • de instelling van de in het scherm aanwezig windsensor/windbeveiliging.
3.3.
[naam verwerend bedrijf] is niet verschenen in deze procedure.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de beoordeling van het verzoek stelt de kantonrechter het volgende voorop. Een voorlopig getuigenverhoor strekt onder meer ertoe belanghebbenden bij een eventueel naderhand bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken geding de gelegenheid te bieden vooraf opheldering te verkrijgen over de feiten, om hen in staat te stellen hun positie beter te beoordelen, met name ook ten aanzien van de vraag tegen wie het geding moet worden aangespannen. Het voorlopig getuigenverhoor strekt er zodoende toe om, op betrekkelijk eenvoudige wijze en binnen afzienbare tijd, bewijs te verkrijgen van de feiten en stellingen die verzoeksters aan hun vordering(en) in de eventuele bodemprocedure ten grondslag willen leggen.
4.2.
Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is in beginsel toewijsbaar, tenzij het verzoek niet voldoet aan de daaraan te stellen vereisten, het verzoek strijdig is met een goede procesorde, van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt, of het verzoek afstuit op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Voorts bestaat geen bevoegdheid tot het verzoeken van een voorlopige getuigenverhoor als de verzoeker bij toewijzing daarvan onvoldoende belang heeft. [1] Bij de beoordeling van het verzoek mag niet vooruit worden gelopen op de uitkomst van de getuigenverhoren en op het verloop en de uitkomst van een eventuele bodemprocedure.
4.3.
Dat van een van bovengenoemde uitzonderingsgronden sprake is, is gesteld noch gebleken. [naam verwerend bedrijf] is niet verschenen in deze procedure en heeft dus geen verweer gevoerd. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben verzoekers voldoende belang bij toewijzing van hun verzoek. Nu verder is voldaan aan de vereisten van artikel 197 Rv Pro zal het verzoek van verzoekers tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor worden toegewezen.
4.4.
Voordat een datum wordt bepaald voor het horen van de getuige, wordt aan de partijen verzocht verhinderdata voor de maanden oktober, november en december 2026 door te geven aan de griffie van de rechtbank, cluster kanton en handelsrecht, team kanton, uiterlijk op 8 juli 2026.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor, waarbij [monteur] , wonende te [woonplaats] en werkzaam als hoofd-/chef-monteur bij [naam verwerend bedrijf] , als getuige zal worden gehoord,
5.2.
bepaalt dat het verhoor zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum en tijdstip,
5.3.
bepaalt dat partijen hun verhinderdata uiterlijk
8 juli 2026aan de griffier dienen toe te zenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
41245 \ 560

Voetnoten

1.Artikel 196 lid 2 Rv Pro.