ECLI:NL:RBGEL:2026:561

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
C/05/451715 / FA RK 25-1691
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot adoptie door geregistreerd partnerschap met donorinseminatie

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 23 januari 2026 een beschikking gegeven inzake een verzoek tot adoptie. Verzoekster, die samen met de moeder van het kind een geregistreerd partnerschap is aangegaan, heeft verzocht om de adoptie van een minderjarige die is geboren uit donorinseminatie. De identiteit van de spermadonor is onbekend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de adoptie in het belang van het kind is, omdat het juridische ouderschap door adoptie in sommige landen beter erkend wordt dan door erkenning. De rechtbank heeft de adoptie toegewezen, waarbij is opgemerkt dat de adoptie terugwerkt tot het moment van de geboorte van het kind. De moeder heeft geen verweer gevoerd en heeft een instemmingsverklaring ingediend. De rechtbank heeft ook opgemerkt dat de huidige regelgeving het mogelijk maakt dat verzoekster van rechtswege het ouderschap zou kunnen verkrijgen, maar dat zij bewust voor adoptie heeft gekozen. De rechtbank heeft bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/451715 / FA RK 25-1691
Datum uitspraak: 23 januari 2026
beschikking adoptie
naar aanleiding van het verzoek van
[naam verzoekster](hierna: verzoekster),
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. E.P.E. van Ekelen te Eindhoven,
over de minderjarige
-
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[naam moeder](hierna: de moeder),
wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift, ingekomen op 9 mei 2025;
- het bericht met producties van mr. Van Ekelen van 12 juni 2025;
- het bericht van mr. Van Ekelen met als bijlage de geboorte akte van
22 juli 2025;
- het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 2 december 2025;
- het F9-formulier van mr. Van Ekelen van 3 december 2025.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
Verzoekster en de moeder zijn op [datum 1] 2021 een geregistreerd partnerschap aangegaan.
2.2.
Bij de moeder is een zwangerschap tot stand gekomen met behulp van een donor middels kunstmatige bevruchting. De identiteit van de donor is onbekend, volgens de verklaring van de Stichting Donorgegevens van 10 februari 2025.
2.3.
Op [geboortedatum] 2025 is de moeder in [geboorteplaats] bevallen van een dochter, [naam minderjarige] .

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekster verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, nadat het kind is geboren de adoptie uit te spreken van de ten tijde van indiening van het verzoek nog ongeboren vrucht, onder aanhouding van de beslissing op het verzoek tot het moment nadat het kind is geboren uit [naam moeder] en de geboorteakte in het geding is gebracht.
Kosten rechtens.
3.2.
Verzoekster wenst, net als de moeder, juridisch moeder van het kind te worden. Zij wil het kind daarom adopteren.

4.Het verweer

4.1.
De moeder heeft geen verweer gevoerd op het verzoek. Zij heeft een ondertekende instemmingsverklaring ingediend.

5.Het advies van de Raad

5.1.
Uit het bericht van de Raad van 2 december 2025 volgt dat de Raad geen onderzoek zal doen omdat het niet mogelijk is om de donor te spreken en vast te stellen of het kind iets van hem te verwachten heeft. De Raad gaat er vanuit dat het kind voorgelicht wordt door verzoekster en de moeder over zijn of haar ontstaansgeschiedenis en biologische identiteit.

6.De beoordeling

Wettelijk kader
Artikel 1:198 BW
6.1.
Artikel 1:198 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt wie moeder is van een kind. Op grond van 1:198 sub a BW is de vrouw uit wie het kind is geboren de moeder van een kind. De moeder is daarmee juridisch ouder. Verzoekster wenst ook moeder te worden van [minderjarige] en zij kan moeder worden als zij haar adopteert op grond van artikel 1:198 sub e BW.
Artikel 1:227 BW6.2. Adoptie geschiedt ingevolge artikel 1:227 lid 1 BW door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Op grond van artikel 1:227 lid 2 BW kan het verzoek door de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de ouder alleen worden gedaan als zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Deze voorwaarde geldt evenwel niet indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en die ouder. Van deze situatie is hier sprake.
6.3.
Artikel 1:227 lid 3 BW bepaalt dat een verzoek alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan.
6.4.
In het geval van verzoekster geldt daarbij dat in artikel 1:227 lid 4 BW is bepaald dat het verzoek wordt toegewezen, tenzij de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is of niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, in het geval het kind is geboren binnen de relatie van de adoptant (verzoekster) en de ouder (de moeder), en het kind door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is verwekt en een door de stichting, bedoeld in die wet, ter bevestiging hiervan afgegeven verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de identiteit van de donor aan de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden onbekend is.
Voorwaarden artikel 1:228 BW
6.5.
Op grond van artikel 1:228 lid 1 BW dient aan de navolgende voorwaarden voor adoptie te worden voldaan:
a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaar of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;
b. dat het kind niet een kleinkind van een adoptant is;
c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;
d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;
e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;
f. dat de adoptant of de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar heeft of hebben verzorgd en opgevoed;
g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.
Daarbij merkt de rechtbank op dat de voorwaarde onder f hier niet geldt, omdat het kind is geboren binnen de relatie van de moeder met een levensgezel van gelijk geslacht. Dat is zo bepaald in artikel 1:228 lid 3 BW.
Adoptie
6.6.
De rechtbank overweegt dat aan de vereisten van artikel 1:227 BW in samenhang met artikel 1:228 BW is voldaan. De moeder stemt in met het verzoek, zo blijkt uit haar instemmingsverklaring. De zwangerschap is via donorinseminatie tot stand gekomen en de identiteit van de spermadonor is onbekend, zo blijkt uit de verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Verder heeft de Raad verklaard geen meerwaarde te zien in nader onderzoek naar de adoptie, omdat alle betrokken partijen het eens zijn en de donor onbekend is. Zodoende moet ook worden geconcludeerd dat vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder te verwachten heeft. De gevraagde adoptie wordt in het belang van de minderjarige geacht, nu verzoekster samen met de moeder de zorg zal dragen voor de verzorging en opvoeding van het kind. Met de adoptie wordt recht gedaan aan de relatie die verzoekster en de moeder met elkaar hebben en de gezinssituatie waarin de minderjarige verder zal opgroeien. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
6.7.
Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank op dat, nu verzoekster en de moeder met elkaar een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, de huidige regelgeving meebrengt dat verzoekster van rechtswege het ouderschap zou kunnen verkrijgen. In het verzoekschrift hebben verzoekster en de moeder uitgelegd waarom zij bewust voor adoptie kiezen in plaats van een andere vorm van juridische ouderschap. Verzoekster is werkzaam als [functie] waardoor de verwachting is dat zij en de moeder in de toekomst in het buitenland zullen moeten verblijven. Het bestaan van juridisch ouderschap door adoptie wordt in sommige landen beter erkend dan juridisch ouderschap door erkenning. Als het gezin tijdelijk of langdurig in landen verblijft waar het juridisch ouderschap van de niet-dragende moeder niet wordt erkend (waaronder sommige NAVO-landen, of landen met conservatievere wetgeving), kan dit problemen geven met ouderlijk gezag, medische beslissingen of de verblijfstitel van het kind. In het licht daarvan achten verzoekster en de moeder het van groot belang dat het ouderschap van verzoekster ook in andere landen zo veel mogelijk wordt erkend en er geen misverstanden of juridische belemmeringen ontstaan in de dagelijkse uitoefening van het gezag of bij grensoverschrijdende situaties. Adoptie waarborgt in dit opzicht de rechtszekerheid en het welzijn van het kind op een meer internationale en duurzame wijze. De rechtbank vindt dit een gerechtvaardigd belang. Met het uitspreken van de adoptie volgt de rechtbank daarom de wens van verzoekster en de moeder om het juridische ouderschap van verzoekster via adoptie te regelen.
Ingangsdatum
6.8.
Omdat [minderjarige] is geboren binnen het geregistreerd partnerschap van verzoekster en de moeder en de adoptie voor de geboorte van [minderjarige] is verzocht, werkt op grond van artikel 1:230 lid 2 BW de adoptie terug tot het tijdstip van de geboorte.
De proceskosten
6.9.
Gelet op de (familie)relatie tussen partijen bepaalt de rechtbank dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt.

7.De beslissing

De rechtbank
7.1.
spreekt de adoptie van het minderjarige kind:
- [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats]
door:
-
[naam verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , wonende te [adres] ;
7.2.
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot [geboortedatum minderjarige] 2025;
7.3.
gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in [geboorteplaats] een latere vermelding van deze beschikking, inhoudende een adoptie, aan de geboorteakte van de minderjarige toe te voegen;
7.4.
bepaalt dat de griffier daartoe een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in [geboorteplaats] zal zenden, zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan;
7.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten betaalt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E.M. Overkamp, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van E.M.B. Toonen - Scholten als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.