ECLI:NL:RBGEL:2026:558

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
05/130878-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijk geweld tegen politie bij voetbalwedstrijd met voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 22 mei 2022 pleegde verdachte openlijk geweld in vereniging tegen politieambtenaren en hekwerk aan de Batavierenweg te Arnhem tijdens een voetbalwedstrijd. Het geweld bestond uit duwen, trekken, gooien van voorwerpen, slaan, stompen, schoppen en trappen gericht tegen politie en goederen.

De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan. Verdachte bekende de feiten en er is gebruikgemaakt van diverse proces-verbalen en zijn eigen verklaring als bewijsmiddelen. De rechtbank kwalificeert het bewezenverklaarde als openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen personen en goederen.

Gezien de ernst van het feit, de recidive van verdachte en het taakstrafverbod, is een gevangenisstraf op zijn plaats. Echter, vanwege het lange tijdsverloop sinds het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn rol als kostwinner en de chronische ziekte van zijn vrouw, legt de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken op met een proeftijd van 2 jaar, naast een geldboete van €2.000.

De rechtbank benadrukt de maatschappelijke impact van voetbalgeweld en het voorbeeldfunctie van verdachte. Verdachte heeft stappen gezet om herhaling te voorkomen, maar toont onvoldoende compassie met de politie. De straf is bedoeld om herhaling te voorkomen en recht te doen aan de ernst van het feit.

Uitkomst: Verdachte krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een geldboete van €2.000 wegens openlijk geweld tegen politie bij een voetbalwedstrijd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/130878-23
Datum uitspraak : 22 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres]
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 24 t/m 27;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 28 t/m 31;
- proces-verbaal van verhoor verdachte [verbalisant 1] , p. 146;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 januari 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten,
aande Batavierenweg,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en
/ofeen goed te weten tegen
een of
meerdere politieambtena
(a)r
(en
)en
/oftegen
een ofmeerdere onbekend gebleven perso
(o)n
(en
)en
/of een ofmeerdere hek
(ken
)/hekwerk
(en
)door
- meermaals,
althans eenmaal,tegen/aan het hek(werk) te duwen en
/ofte trekken en
/ofte schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van
een ofmeerdere onbekend gebleven politieambtena
(a)r
(en
)te gooien,
- een
of meerdereonbekend gebleven politieambtena
(a
)r
(en)/
perso(o)n(en)op/tegen het lichaam te slaan
en/of te stompen,
- meermaals,
althans eenmaal (met kracht)met een (broek)riem
op/tegen, althansin de richting van
een ofmeerdere onbekend gebleven perso
(o)n
(en
)/politieambtena
(a)r
(en
)te slaan, en
/of
- meermaals
, althans eenmaal,
op/tegen, althansin de richting van een onbekend gebleven
perso(o)n(en)/politieambtena
(a)r
(en
) te schoppen en/ofte trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week, omdat het taakstrafverbod van toepassing is.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat een gevangenisstraf voor hem heel zwaar valt omdat hij dan zijn baan en woning dreigt te verliezen. Hij is kostwinner en zijn vrouw is chronisch ziek. Hij heeft zijn leven ten positieve veranderd door hulp te zoeken bij een coach en niet meer naar voetbalwedstrijden te gaan.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft openlijk geweld gepleegd tegen de politie na het bezoeken van een voetbalwedstrijd. Verdachte heeft gelet op zijn leeftijd een voorbeeldfunctie tussen de jongere supporters. Desondanks heeft verdachte actief mee gedaan in het geweld, heeft hij de politieambtenaren uitgedaagd en spoorde hij zelfs anderen aan mee te doen aan het geweld. Er is enorm veel geweld gepleegd door een grote groep die zich richtte tegen de politie. Deze situatie moet enorm beangstigd zijn geweest voor de betrokken politieagenten. Op de camerabeelden is ook te zien dat tussen de groep mensen die worden aangespoord om mee te doen met het geweld jegens de politie zich kinderen bevinden.
Voetbalvandalisme en -geweld vormen een groot maatschappelijk probleem. Het raakt direct de veiligheid van de bezoekers van voetbalwedstrijden en leidt er zelfs toe dat een deel van de goedwillende supporters ervan afziet om nog wedstrijden te bezoeken. De omvangrijke veiligheidsmaatregelen die worden genomen in verband met (de dreiging van) het voetbalvandalisme en geweld leveren een grote kostenpost op voor de samenleving. Het creëert niet alleen een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst in de maatschappij maar ook gevoelens van woede en verontwaardiging. Verdachte heeft hier een bijdrage aan geleverd. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Persoon van verdachte
Uit het strafblad van verdachte is gebleken dat verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het door hem begane feit eerder is veroordeeld voor een geweldsfeit waarvoor een taakstraf is opgelegd, welke straf door hem is uitgevoerd. Hierdoor is het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Verdachte is weliswaar op 16 februari 2023 verhoord, maar uit niets bleek dat vervolging zou plaatsvinden alvorens de dagvaarding aan verdachte werd betekend. Desondanks zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het lange tijdsverloop tussen de pleegdatum, het eerste verhoor en de berechting.
De straf
Gelet op de recidive en het taakstrafverbod rechtvaardigt de ernst van het feit in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Echter, gelet op het grote tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de gevolgen van een vrijheidsstraf voor zijn werk en zijn vrouw, acht de rechtbank het thans, bijna 4 jaar later, niet meer opportuun verdachte naar de gevangenis te sturen. Verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid genomen, heeft hulp gezocht om zijn gedrag aan te passen en heeft het bezoek aan het voetbalstadion en zelfs aan amateurvoetbalvelden afgezworen. Blijkens zijn documentatie zijn er sindsdien geen nieuwe contacten met politie en justitie geweest.
Wegens de ernst van het feit is een substantiële straf desalniettemin op zijn plaats. Daarbij komt dat verdachte weliswaar verantwoordelijkheid neemt voor zijn fout en stappen heeft genomen om herhaling te voorkomen, maar anderzijds het geweld tegen de politie omschrijft als “risico van het vak” en daarmee weinig compassie met de individuele agenten toont en toch ook nog niet volledig doordrongen lijkt te zijn van de ontoelaatbaarheid van dit stadiongeweld. Daarom en nu sprake is van recidive zal de rechtbank naast een geldboete een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen om herhaling verder uit te sluiten. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Verder legt de rechtbank verdachte een geldboete op ter hoogte van € 2.000,00. De rechtbank bepaalt dat deze geldboete in 8 termijnen van € 250,00 kan worden voldaan.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24a, 24c en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;
 bepaalt dat
deze gevangenisstraf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van
de proeftijd van twee jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 legt op
een geldboete van € 2.000,00 (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis;
 bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in
8 maandelijkse termijnen van steeds € 250,00 (tweehonderdvijftig euro).
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.

mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022459992, gesloten op 21 maart 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.