ECLI:NL:RBGEL:2026:557

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
05/130853-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 SrArt. 141 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling openlijk geweld bij voetbalwedstrijd tegen politie en goederen

Op 22 mei 2022 vond tijdens de voetbalwedstrijd Vitesse-FC Utrecht in Arnhem openlijk geweld plaats waarbij een groep supporters, waaronder verdachte, zich schuldig maakte aan geweld tegen politieambtenaren en hekwerken. Verdachte klom op een toegangspoort, sloeg met een riem richting de Mobiele Eenheid en spoorde anderen aan mee te doen. Hij droeg gezichtsbedekking om zijn identiteit te verbergen.

De rechtbank oordeelde dat verdachte onomstotelijk is herkend op camerabeelden en door een verbalisant, ondanks het verweer van de verdediging over onbetrouwbaarheid van de herkenning. Verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld en had opzet op zijn eigen en andermans geweldshandelingen.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte openlijk geweld in vereniging heeft gepleegd tegen personen en goederen. Gelet op de ernst van het feit, de rol van verdachte, het gebruik van gezichtsbedekking en het wapen (riem), en het ontbreken van berouw, werd een taakstraf van 100 uur opgelegd, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet-nakoming.

De rechtbank hield rekening met het lange tijdsverloop tussen het feit en de berechting, maar matigde de straf slechts beperkt vanwege de ernst van het delict en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De straf is hoger dan de eis van de officier van justitie vanwege de ernst en proceshouding van verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/130853-23
Datum uitspraak : 22 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres].
Raadsvrouw: mr. T.T.H.M. Bruers, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 22 mei 2022 vond de wedstrijd Vitesse-FC Utrecht plaats in de Gelredome aan de Batavierenlaan in Arnhem. Een groep van 20 tot 30 FC Utrecht-supporters heeft aan hekken getrokken en geschud. De Mobiele Eenheid (hierna: ME) van de politie en andere politieambtenaren waren aanwezig. Een medeverdachte gooide een blikje over het hek naar de politieambtenaren. [2] Ook sloegen meerdere supporters met hun riem over het hekwerk of in de richting van de ME’ers. Vervolgens richtte de groep supporters zich op een zwart afzethek dat door hen werd open geduwd. Een als supportersbegeleider aanwezige politieambtenaar in burger werd door een supporter geslagen. Daarna trapten meerdere supporters richting politieambtenaren. [3]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het proces-verbaal van herkenning naar aanleiding van de camerabeelden onbetrouwbaar is en niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen uit het procesdossier. Verdachte dient volledig te worden vrijgesproken omdat niet kan worden gezegd dat hij degene is op die camerabeelden.
Beoordeling door de rechtbank
De politie heeft de camerabeelden van Gelredome en de videoauto van de politie uitgekeken. De politie beschrijft dat persoon 1 op de toegangspoort is geklommen en een riem in zijn hand had. Met deze riem heeft hij meerdere malen richting een ME’er geslagen. Persoon 1 droeg zwart-wit gespikkelde gezichtsbedekking en spoorde anderen aan om mee te doen. [4] Persoon 1 oftewel de persoon aangeduid als NN02 heeft ook richting een langslopende agent met zijn riem geslagen waarbij het mogelijk was dat deze agent geraakt kon worden. [5]
NN02 is door een verbalisant herkend als zijnde verdachte. De verbalisant heeft verdachte bij meerdere wedstrijden van FC Utrecht kort gesproken. Hij heeft verdachte herkend aan zijn gelaat, vorm van zijn lippen en zijn ogen. De verbalisant heeft verder beschreven dat verdachte loenst met zijn rechteroog. [6]
De verdediging heeft aangevoerd dat de herkenning niet betrouwbaar is omdat uit de stills in het dossier waarop de herkenning is gebaseerd niet duidelijk valt op te maken dat die persoon loenst noch andere persoonskenmerken zichtbaar zijn. De rechtbank verwerpt dit verweer. De verbalisant heeft niet enkel, zoals in het proces-verbaal ook omschreven, de stills bekeken, maar ook de bewegende videobeelden gezien. Daarbij heeft de verbalisant verdachte meerdere malen kort gesproken. Gelet op de bekendheid van verdachte bij de verbalisant in combinatie met het bekijken van de bewegende beelden, is de herkenning betrouwbaar en kan aldus voor het bewijs worden gebezigd. Daarbij komt dat verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd dat hij met zijn rechteroog loenst [7] .
De rechtbank stelt vast dat het verdachte is geweest die de handelingen heeft verricht die aan NN02 zijn toe te schrijven. Daarna staat de rechtbank voor de vraag of verdachte zich met deze handelingen ook schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld. De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Beoordeeld moet worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Verdachte is met gezichtsbedekking naar de voetbalwedstrijd gekomen, die gelet op het seizoen ten tijde van het tenlastegelegde, enkel bedoeld kan zijn geweest om zijn gezicht te verbergen. Hij heeft die gezichtsbedekking ook gebruikt tijdens de geweldshandelingen, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat dit een poging betrof om zijn identiteit te verhullen. Nadat hij op een toegangspoort is geklommen heeft hij met een riem in de richting van de ME geslagen. Verder spoorde hij anderen aan om mee te doen in het geweld richting de politie. Verdachte heeft met deze handelingen een wezenlijke bijdrage gehad in het gepleegde geweld richting de politie. Deze bijdrage was van voldoende gewicht omdat verdachte mee deed in de geweldshandelingen en anderen aanspoorde. Geen enkel moment heeft verdachte zich van de geweldshandelingen van anderen gedistantieerd. Verdachte heeft hiermee niet alleen opzet gehad op zijn eigen handelen, maar ook op de geweldshandelingen die door anderen zijn gepleegd zoals ten laste zijn gelegd door deel uit te maken van die groep.
De rechtbank acht de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, in vereniging gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten,
aande Batavierenweg,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en
/ofeen goed te weten tegen
een of
meerdere politieambtena
(a)r
(en
)en
/oftegen
een ofmeerdere onbekend gebleven perso
(o)n
(en
)en
/of een ofmeerdere hek
(ken
)/hekwerk
(en
)door
- meermaals,
althans eenmaal,tegen/aan het hek(werk) te duwen en
/ofte trekken en
/ofte schudden,
- een blikje,
althans een voorwerp, in de richting van
een ofmeerdere onbekend gebleven politieambtena
(a)r
(en
)te gooien,
- een
of meerdereonbekend gebleven politieambtena
(a
)r
(en)/
perso(o)n(en)op/tegen het lichaam te slaan
en/of te stompen,
- meermaals,
althans eenmaal (met kracht)met een (broek)riem
op/tegen, althansin de richting van
een ofmeerdere onbekend gebleven perso
(o)n
(en
)/politieambtena
(a)r
(en
)te slaan, en
/of
- meermaals
, althans eenmaal,
op/tegen, althansin de richting van een onbekend gebleven
perso(o)n(en)/politieambtena
(a)r
(en
) te schoppen en/ofte trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door een hechtenis van 30 dagen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat enkel een voorwaardelijke taakstraf dient te worden opgelegd. Er is sprake van een lang tijdsverloop en het gestelde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is van toepassing. Verder had deze zaak gevoegd kunnen worden aan de reeds behandelde zaak van een ander strafbaar feit gepleegd in 2022.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft openlijk geweld gepleegd tegen de politie na het bezoeken van een voetbalwedstrijd, waarbij hij ook anderen aanspoorde mee te doen in het geweld. Verdachte is op een toegangspoort gaan staan. Hij heeft zijn riem als wapen gebruikt en daarmee richting de ME geslagen. Ten tijde van dit geweld had hij zijn gezicht verborgen met een bivakmuts, althans met soortgelijke gezichtsbedekking, kennelijk in een poging zijn identiteit tijdens het door hem gebruikte geweld te verbergen. Dat verdachte deze gezichtsbedekking eind mei mee het voetbalstadion in nam kan redelijkerwijs geen andere reden hebben dan dat hij er vooraf al rekening mee hield dat hij geweld zou gebruiken dan wel andere feiten zou plegen waarbij hij niet herkend wilde worden. Dit rekent de rechtbank hem aan.
Er is veel geweld gepleegd door een grote groep die zich richtte tegen de politie. Deze situatie moet enorm beangstigend zijn geweest voor de betrokken politieagenten. Op de camerabeelden is ook te zien dat er kinderen zich tussen de groep mensen bevinden die worden aangespoord om mee te doen met het geweld jegens de politie.
Voetbalvandalisme en -geweld vormen een groot maatschappelijk probleem. Het raakt direct de veiligheid van de bezoekers van voetbalwedstrijden en leidt er zelfs toe dat een deel van de goedwillende supporters ervan afziet om nog wedstrijden te bezoeken. De omvangrijke veiligheidsmaatregelen die worden genomen in verband met (de dreiging van) het voetbalvandalisme en geweld leveren een grote kostenpost op voor de samenleving. Het creëert niet alleen een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst in de maatschappij maar ook gevoelens van woede en verontwaardiging. Verdachte heeft zijn daden gemaskerd gepleegd, heeft daarvoor geen verantwoordelijkheid genomen en geen berouw getoond. Hij geeft geen blijk van inzicht in zijn handelen. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Verdachte is weliswaar op 13 februari 2023 verhoord, maar uit niets bleek dat vervolging zou plaatsvinden alvorens de dagvaarding aan verdachte werd betekend. Desondanks zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het lange tijdsverloop tussen de pleegdatum, het eerste verhoor en de berechting.
De straf
Gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en op de straffen die doorgaans bij soortgelijke zaken worden opgelegd acht de rechtbank voor een first offender, als uitgangspunt, een taakstraf voor de duur van 120 uur passend voor openlijk geweld dat mede gericht is tegen personen. Indien dit geweld, zoals hier, is gepleegd tegen publieke handhavers, is dat een taakstraf voor de duur van 160 uur.
In het grote tijdsverloop ziet de rechtbank, net als de officier van justitie in de strafeis, aanleiding de op te leggen straf aanzienlijk te matigen. Desondanks legt de rechtbank een hogere straf op dan geëist, omdat de rechtbank de ernst van het feit en de rol van verdachte, het feit dat hij het openlijk geweld pleegde met tevoren meegebrachte gezichtsbedekking en met gebruikmaking van zijn riem als wapen, zijn proceshouding en gebrek aan enige zelfreflectie in grotere mate meeweegt. De rechtbank acht daarom een taakstraf voor de duur van 100 uur, bij het niet verrichten te vervangen door een hechtenis van 50 dagen, passend en geboden.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op
een taakstraf van 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.

mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022459992, gesloten op 21 maart 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 24; proces-verbaal van bevindingen, p. 29; proces-verbaal van verhoor verdachte [verbalisant 2] , p. 146.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 24 t/m 27.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 24.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 28.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 58.
7.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting.