ECLI:NL:RBGEL:2026:5524

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
AWB 25_3058
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 22j Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 231 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijk verklaard bezwaar tegen legesaanslag gemeente Nijmegen

Belanghebbende diende op 15 mei 2024 een aanvraag voor een omgevingsvergunning in, die door de gemeente Nijmegen op 5 december 2024 werd geweigerd. Vervolgens legde de heffingsambtenaar op 31 januari 2025 een legesaanslag van € 351,75 op aan belanghebbende. Belanghebbende maakte bezwaar, maar dit werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend.

De rechtbank behandelde het beroep op 8 juni 2026 en oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De bezwaartermijn van zes weken was verstreken; het bezwaar was pas op 19 mei 2025 ontvangen, ruim na de uiterste datum van 14 maart 2025. Belanghebbende gaf geen verschoonbare redenen voor de termijnoverschrijding.

De rechtbank stelde vast dat eerdere bezwaren van belanghebbende betrekking hadden op andere aanslagen en niet op de onderhavige legesaanslag. Daarom kwam de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de legesaanslag zelf. Het beroep werd ongegrond verklaard, en belanghebbende kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/3058

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 juli 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 4 juni 2025.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag gemeentelijke leges van
€ 351,75 opgelegd (aanslagnummer [nummer 1] ).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [persoon 1] en [persoon 2] .

Feiten

1. Belanghebbende heeft op 15 mei 2024 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Onder het kopje ‘Gegevens particuliere initiatiefnemer’ staat de naam van belanghebbende.
2. De gemeente heeft de omgevingsvergunningaanvraag bij beslissing van
5 december 2024 geweigerd.
3. Met dagtekening 31 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar een legesaanslag aan belanghebbende opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt bij e-mail ontvangen door de heffingsambtenaar op 19 mei 2025. In die brief is het volgende vermeld:
“Uw schrijven: 16 mei 2025.
Ondanks diverse bezwaren en bespreking met uw juridische afdeling, heeft uw dienst nimmer de tenaamstelling aanpast.
[belanghebbende] heeft nimmer de betreffende aanvraag ingediend. Dat is door een derde partij bij foutief bij uw dienst aangevraagd.
Het betrof uitsluitend het pilot project van [bedrijf] BV, waarvan u ondanks verzoeken nimmer de tenaamstelling heeft aangepast.
Ik gelast uw dienst het privé beslag bij de SVB per direct in te trekken en voor juiste facturering zorg te dragen.
Ik verwacht uw correctie en intrekking beslag binnen 5 dagen schriftelijk te bevestigen. [naam] .”

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de legesaanslag terecht op naam van belanghebbende is gesteld. Voor zij daaraan toekomt beoordeelt zij eerst of het bezwaar tegen de legesaanslag terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
5. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Belanghebbende is van mening dat hij tijdig bezwaar heeft ingediend.
7. De heffingsambtenaar is van mening dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De termijn voor het indienen van bezwaar eindigde op 17 maart 2025 en het bezwaarschrift is ontvangen op 19 mei 2025. Van een verschoonbare termijn overschrijding is geen sprake. Van ‘geringe verwijtbaarheid’ is gelet op de ruime overschrijding evenmin sprake.
8. De bezwaartermijn in belastingzaken bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de dag van dagtekening van de aanslag. [1] Indien een bezwaarschrift voor het einde van die termijn is ontvangen, dan is het tijdig ingediend. Bij verzending per post is een bezwaarschrift ook tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. [2] Indien het bezwaarschrift te laat is ingediend, dan blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. [3]
9. De rechtbank stelt vast dat de bezwaartermijn is gaan lopen op 1 februari 2025 (de dag na de dag van dagtekening) en eindigde op 14 maart 2025.
10. De rechtbank stelt tevens vast dat de bezwaren waaraan belanghebbende in zijn beroepschrift refereert, en waarvan hij kopieën heeft bijgevoegd, niet zien op de onderhavige legesaanslag. Die bezwaren zijn gericht tegen dwangbevelkosten van een andere legesaanslag (aanslagnummer [nummer 2] ) en tegen de weigering van de gemeente de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Het eerste als bezwaarschrift aan te duiden bericht van belanghebbende dat ziet op de legesaanslag met nummer [nummer 1] is de e-mail van 19 mei 2025 (zie punt 3.). Het bezwaarschrift is dus te laat ingediend.
11. Belanghebbende heeft desgevraagd geen redenen gegeven die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Aan de vraag of de legesaanslag terecht op naam van belanghebbende is gesteld komt de rechtbank niet toe. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.S. Verzijlbergen, griffier.
Uitgesproken op 10 juli 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie artikel 22j, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang gelezen met artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet.
2.Zie artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Zie artikel 6:11 van Pro de Awb.