Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam moeder] ,
[naam partner v. moeder],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij aanwezig waren:
- partijen, bijgestaan door hun advocaten (voor de moeder en haar partner was mr. J. Koenen digitaal aanwezig als waarnemer);
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, regio midden, hierna: de GI, als informant;
- mevrouw [pleegmoeder] , pleegmoeder, als informant.
- de brief, met bijlagen, van de GI van 18 juni 2026;
- de schriftelijke aanwijzing van de GI van 25 juni 2026.
2.De feiten
[naam kind], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna: [het kind] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
allespoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad is vereist, de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen. Van spoedeisendheid kan worden gesproken, wanneer enerzijds onverwijld handelen geboden is en anderzijds de loop van en de beslissing in een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Gelet op het voorlopige karakter van de kort gedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er evenmin plaats voor nadere bewijsvoering.
5.De beslissing
€ 50.000 is bereikt;