ECLI:NL:RBGEL:2026:5349

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
K/5001/11793181
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:97 BWArt. 6:119 BWArt. 6:277 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst en toewijzing schadevergoeding wegens tekortkoming in nakoming

De rechtbank Gelderland heeft op 24 juni 2026 uitspraak gedaan in een civiele bodemzaak tussen Suelo Gietvloeren B.V. en de gedaagde. In een tussenvonnis was reeds vastgesteld dat de gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst van 31 oktober 2024, waarna ontbinding van de overeenkomst werd toegewezen.

In het eindvonnis heeft de kantonrechter de door Suelo gestelde schade beoordeeld. Suelo onderbouwde haar schadevordering met facturen en verklaringen, waarbij het totale schadebedrag aanvankelijk € 32.333,28 bedroeg, exclusief btw. Suelo beperkte haar vordering uiteindelijk tot € 25.000,00. De gedaagde voerde aan dat de schade disproportioneel was en dat Suelo onvoldoende schadebeperkende maatregelen had genomen.

De kantonrechter heeft de schadeposten afzonderlijk beoordeeld en waar nodig geschat, rekening houdend met de schadebeperkingsplicht van Suelo. Zo werd een deel van de schadeposten gehalveerd en andere bedragen naar beneden bijgesteld. De gederfde winst werd eveneens geschat op een lager bedrag dan door Suelo opgegeven. Uiteindelijk werd de schade begroot op € 20.710,98.

Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van € 957,04 toegewezen en de proceskosten van € 3.168,28 aan de gedaagde opgelegd. De gedaagde is veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente vanaf de dag van verzuim, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 20.710,98 schadevergoeding, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11793181 \ CV EXPL 25-5674
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SUELO GIETVLOEREN B.V.,
gevestigd te Wageningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Suelo,
gemachtigde: mr. A.A. Bart,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 maart 2026 en de daarin genoemde processtukken
- de akte uitlating van 22 april 2026 met producties 21 t/m 25 van Suelo
- de akte uitlating van 27 mei 2026 met producties van [de gedaagde] .
1.2.
Vervolgens is bepaald dat vandaag een vonnis wordt gewezen.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 25 maart 2026. Daarin is overwogen dat [de gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gemaakte afspraak van 11 maart 2025 en is geoordeeld dat de primair gevorderde ontbinding van de overeenkomst wordt toegewezen. Suelo heeft zich op het standpunt gesteld dat zij als gevolg van de tekortkoming door [de gedaagde] schade heeft geleden. Aangezien zij nog niet beschikte over een compleet overzicht van de door haar gestelde schade, heeft de kantonrechter Suelo bij voornoemd vonnis in de gelegenheid gesteld zich bij akte nader uit te laten over (de omvang van) de door haar gestelde schade. [de gedaagde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om een antwoordakte te nemen.
2.2.
Suelo heeft bij akte haar schadevordering aan de hand van facturen en verklaringen onderbouwd. De door haar gestelde schade komt neer op een bedrag van in totaal
€ 32.333,28. Dit bedrag is exclusief btw, omdat Suelo te kennen heeft gegeven dat zij de aan haar in rekening gebrachte voorbelasting kan terugvorderen van de Belastingdienst. Wegens moverende redenen heeft Suelo haar vordering beperkt tot een bedrag van € 25.000,00.
2.3.
[de gedaagde] heeft bij antwoordakte aangevoerd dat de gestelde schade disproportioneel is. Zo heeft Suelo daaraan bijgedragen door de Knauf-platen alsnog te leveren, terwijl partijen ten tijde van de bezorging in discussie waren over de juiste afmetingen van de vloer en [de gedaagde] nog geen herziene offerte met de juiste afmetingen van Suelo had ontvangen. Ook heeft Suelo deze materialen onbeschermd buiten laten staan. Bovendien heeft Suelo uiteindelijk geen werkzaamheden verricht. [de gedaagde] vraagt dan ook om matiging van het schadebedrag.
Juridisch toetsingskader
2.4.
Op grond van artikel 6:277 BW Pro is een partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd, verplicht haar wederpartij schade te vergoeden die deze lijdt, doordat geen wederzijdse nakoming, maar ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt. De verschuldigde schadevergoeding wordt in dat geval gevonden door vergelijking van twee denkbare vermogenssituaties: enerzijds die welke zou zijn voortgevloeid uit een in alle opzichten onberispelijke nakoming, anderzijds die welke zou resulteren uit een ontbinding zonder schadevergoeding, na afwikkeling van de daaruit voortvloeiende restitutieverplichtingen (TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 1036). Voor het maken van deze vergelijking dient de kantonrechter over gegevens te beschikken die op de daartoe voorgeschreven wijze door de partij die schadevergoeding verlangt (Suelo) zijn overgelegd. Voor zover het positief contractsbelang aan de hand van de door Suelo overgelegde facturen niet op eenvoudige wijze is vast te stellen, zal de kantonrechter de schade op basis van artikel 6:97 BW Pro begroten op de wijze die het meest met de aard van de schade in overeenstemming is of de schade schatten indien deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Uit de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro vloeit verder voort dat de stelplicht en bewijslast van (de omvang van) de schade op de benadeelde (Suelo) rusten.
2.5.
Hieronder zullen de facturen waarmee Suelo haar vordering onderbouwt afzonderlijk worden behandeld. De genoemde bedragen zijn exclusief btw.
Factuur van Stone Age van 31 januari 2025 van € 711,46
2.5.1.
De kantonrechter sluit zich aan bij dit bedrag, omdat uit de factuur volgt welke materialen voor [de gedaagde] bestemd waren en Suelo deze kostenpost voldoende heeft toegelicht. Bovendien heeft [de gedaagde] de hoogte van het factuurbedrag verder niet betwist.
Factuur van DBV Nederland B.V. van 12 februari 2025 van € 4.257,04
2.5.2.
Deze factuur heeft betrekking op de levering van de Knauf-platen voor het huis van [de gedaagde] op 12 februari 2025. De kantonrechter begrijpt uit het verweer van [de gedaagde] dat hij zich beroept op de schadebeperkingsplicht van Suelo. De kantonrechter is van oordeel dat, zoals door [de gedaagde] terecht wordt betoogd, Suelo aan deze schadepost heeft bijgedragen. Het had immers op haar weg gelegen om de materialen pas te bezorgen, nadat partijen het over de afmetingen eens waren geworden en [de gedaagde] een nieuwe offerte met de gewijzigde afmetingen had ontvangen. Ook had Suelo de geleverde Knauf-platen zorgvuldig moeten afdekken waardoor deze beschermd zouden zijn tegen de weersinvloeden. In het licht van deze omstandigheden zal de kantonrechter het aan [de gedaagde] toe te rekenen deel van het factuurbedrag schatten op de helft, te weten € 2.128,52.
Factuur van Dutch Resin Group van 7 april 2025 van € 3.596,00
2.5.3.
Suelo heeft onweersproken gesteld dat de producten waarop deze factuur betrekking heeft, zijn besteld nadat partijen op 11 maart 2025 met elkaar zijn overeengekomen dat Suelo de werkzaamheden alsnog zal uitvoeren en dat deze zijn bestemd voor een lavasteenvloer, zoals vermeld op de offerte van 31 oktober 2024. De kantonrechter zal dan ook aansluiten bij het factuurbedrag van € 3.596,00.
Factuur van Krist Vloerverwarming van 8 mei 2025 van € 1.750,00
2.5.4.
Suelo heeft dit bedrag voldoende onderbouwd aan de hand van haar eigen toelichting en de verklaring van Krist Vloerverwarming. [de gedaagde] heeft het factuurbedrag bovendien niet betwist, zodat zal worden uitgegaan van het factuurbedrag van € 1.750,00.
Factuur van Repairbrush van 21 mei 2025 van € 6.000,00
2.5.5.
Deze factuur ziet op “
smeren 36m² wand micro cement kleur: Dark Taupe. Smeren en polijsten 21 m² metal stuc kleur: Zilver” (productie 23 akte Suelo). Repairbrush heeft in haar verklaring toegelicht dat zij voor de duur van ongeveer twee weken werkzaamheden zou verrichten bij [de gedaagde] , waarbij zij ook een medewerker van Suelo zou ondersteunen bij het smeren van de vloer (productie 24 akte Suelo). De factuur vermeldt verder “
Prijs zoals afgesproken”. Uit de factuur noch de verklaring van Repairbrush volgt hoe het bedrag van
€ 6.000,00 precies is opgebouwd. Er wordt niet vermeld wat een gebruikelijke omzet is of welk uurtarief door Repairbrush wordt gehanteerd. Deze omstandigheden maken dat de kantonrechter deze schadepost zal schatten op € 4.400,00.
Gederfde winst van € 16.045,86
2.5.6.
Ter onderbouwing van haar stelling dat de gederfde winst € 16.045,86 bedraagt, heeft Suelo verwezen naar een berekening van haar accountant. De winstmarge van 53,2% die uit deze berekening volgt, komt de kantonrechter te hoog voor. De gederfde winst zal worden geschat op € 8.125,00.
Conclusie
2.6.
Alles overziende begroot, en waar nodig schat, de kantonrechter de door Suelo geleden schade afgerond op € 20.710,98. Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde en niet betwiste wettelijke rente vanaf de datum van verzuim tot aan de dag van algehele betaling.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.7.
Suelo vordert daarnaast vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt voorop dat het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing is, aangezien de vordering van Suelo niet strekt tot betaling van een geldsom voortvloeiend uit een overeenkomst. De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Suelo heeft gesteld buitengerechtelijke incassokosten gemaakt te hebben en dit zijn redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding van € 957,04 aan buitengerechtelijke kosten, die de wettelijke tarieven niet overstijgt, dan ook toewijzen.
2.8.
[de gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Suelo worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.442,50
(2,5 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.168,28

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de tussen partijen gesloten overeenkomst van 31 oktober 2024,
3.2.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Suelo te betalen een bedrag van € 20.710,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de dag van verzuim tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Suelo te betalen een bedrag van € 957,04 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 3.168,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
46409/560