ECLI:NL:RBGEL:2026:5280
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring van uitkering onder verzuimverzekering
WOG en Achmea sloten in maart 2017 een verzuimverzekeringsovereenkomst waarbij WOG verzekerd was voor loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid van werknemers. Na melding van arbeidsongeschiktheid van een werknemer keerde Achmea uit tot februari 2019, waarna zij stopte met uitkeren en terugvordering instelde wegens betwisting van het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank Noord-Nederland wees de terugvorderingsvordering van Achmea af, en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verwierp het hoger beroep van Achmea. WOG vorderde vervolgens betaling van een restantuitkering over de periode februari tot september 2019, maar Achmea verweerde zich met het verjaringsverweer.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen maandelijks opeisbaar waren en dat de verjaringstermijn van drie jaar per maand is aangevangen vanaf het moment van opeisbaarheid. WOG was bekend met de opeisbaarheid toen Achmea stopte met uitkeren, waardoor de vordering in 2022 verjaard was. WOG heeft onvoldoende gesteld dat de verjaring is gestuit. De vordering wordt daarom afgewezen en WOG wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van WOG wordt afgewezen wegens verjaring en WOG wordt veroordeeld in de proceskosten.