Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
€ 3.489,74 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, een vergoeding van € 27.207,04 bruto wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding van € 592,27 bruto. Tot slot verzoek [verzoeker] om [verweerder] in de proceskosten te veroordelen.
4.De beoordeling
De kantonrechter dient bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang in aanmerking te nemen. Daarbij dient de aard en de ernst van de dringende reden afgewogen te worden tegen de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de werknemer.
€ 592,27 bruto wordt toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is.
5.De beslissing
- € 592,27 bruto ter zake de transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 september 2025 totdat alles is betaald,
- € 27.207,04 bruto ter zake de gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 augustus 2025 totdat alles is betaald,
- € 500,00 bruto ter zake de billijke vergoeding,
- € 3.489,74 bruto ter zake het achterstallig salaris over 1 juni 2025 tot 6 augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente over die wettelijke verhoging, zulks met ingang van de dag van opeisbaarheid totdat alles is betaald.