Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1.1. Verzoeker heeft beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.2. De minister heeft bij brief van 3 april 2026 verklaard gezien de omvang van de in het geding zijnde bestuurlijke boete en de inhoud van het verzoekschrift bereid te zijn de inning van dit bedrag aan te houden tot twee weken nadat uitspraak is gedaan in de bodemzaak ARN 26/118, mits verzoeker bereid is zelf zijn kosten (proceskosten en griffierecht) voor het aanhangig maken van dit verzoek te dragen.
1.3. Verzoeker heeft het aanbod van de minister niet aanvaard. Dit betekent dat de minister de opgelegde bestuurlijke boete kan invorderen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gerechtsdeurwaarder op 30 maart 2026 namens de minister bankbeslag geeft gelegd bij verzoeker. Ook is beslag gelegd op de voertuigen van verzoeker. De voertuigen zullen executoriaal worden verkocht.