Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
ernstige, levensbedreigendemate van samendrukkend geweld gericht op de hals. [8]
volopzet heeft gehad op de dood van [aangever] .
voorwaardelijkopzet heeft gehad op de dood van [aangever] . Hiervan is kort gezegd sprake als er een aanmerkelijke kans aanwezig was dat de dood zou intreden en verdachte op dat moment welbewust die kans heeft aanvaard. Of dit zo is, is naar vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks27 juli 2024 te Zoelen, gemeente Buren ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever] opzettelijk van het leven te beroven,
/ofdie [aangever] van achteren, met kracht bij de arm
(en
)heeft vastgepakt en
/ofeen hand op de mond van die [aangever] heeft gedrukt en
/ofgedrukt heeft gehouden en
/of
/ofheeft vastgepakt en
/ofdie keel met kracht heeft dichtgeknepen of dichtgedrukt en
/of
/of
/ofdaarbij de keel van die [aangever] met kracht dichtgeknepen of dichtgedrukt heeft gehouden,
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Daar staat tegenover dat, zoals hiervoor is overwogen, bij verdachte sprake is van een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis en dat de rechtbank er rekening mee houdt dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde in ieder geval in verminderde mate toerekeningsvatbaar was. Deze verminderde toerekeningsvatbaarheid brengt mee dat de gevangenisstraf lager zal worden vastgesteld dan in een vergelijkbare zaak waarin geen sprake is van een dergelijke stoornis.
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 11.737,75 aan materiële schade en € 4.500,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 16.237,75 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 106 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.