ECLI:NL:RBGEL:2026:5167

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
11909471
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:400 BWArt. 7:405 BWArt. 6:89 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst vervoersdiensten: uitbetaling overeengekomen uurloon over werkelijk gewerkte uren

De zaak betreft een geschil tussen eiser, die vervoersdiensten verrichtte via een vennootschap onder firma en later een eenmanszaak, en Wasa Logics, opdrachtgever. Partijen waren mondeling overeengekomen dat eiser een uurtarief van €54,00 zou ontvangen voor de uitvoering van vervoersopdrachten. Eiser stelde dat Wasa Logics niet alle gewerkte uren had uitbetaald en onterecht posten had ingehouden.

Wasa Logics voerde verweer met een beroep op de klachtplicht en stelde dat alleen de door Dynalogic geregistreerde uren betaald hoefden te worden. De kantonrechter oordeelde dat eiser tijdig had geklaagd en dat het beroep op de klachtplicht faalde. Verder werd vastgesteld dat het overeengekomen uurloon moest worden betaald over de daadwerkelijk gewerkte uren, omdat Wasa Logics dit niet had onderbouwd.

De kantonrechter wees de vordering toe voor €2.538,00 aan onbetaalde uren en €3.282,81 aan onterecht ingehouden posten, waaronder schadeclaims en een 1%-aftrek die niet was overeengekomen. Daarnaast werden wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Wasa Logics wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, onterecht ingehouden posten, rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11909471 \ CV EXPL 25-3159
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[naam eiser], handelend onder de naam
[bedrijf eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: mr. A.H. Al-Jaffar,
tegen
WASA LOGICS B.V.,
te Apeldoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Wasa Logics,
gemachtigde: mr. S. Besli.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 december 2025,
- de akte wijziging van eis,
- de akte overlegging producties van [de eiser] ,
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [de eiser] ,
- de akte van Wasa Logics,
- de antwoordakte (tevens akte wijziging eis) van [de eiser] ,
- de akte van Wasa Logics.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Wasa Logics is vervoerder en voert opdrachten uit voor een andere vervoerder, Dynalogic.
2.2.
In december 2024 heeft [de eiser] met zijn broer de vennootschap onder firma [bedrijf eiser] (hierna: de vof) opgericht. Dit betrof een transportonderneming die voor derden vervoersdiensten verrichtte.
2.3.
De vof en Wasa Logics zijn mondeling overeengekomen dat de vof per december 2024 diverse vervoersopdrachten van Dynaloci in opdracht van Wasa Logics zou gaan uitvoeren voor een door Wasa Logics te betalen uurtarief van laatstelijk € 53,00 (excl. btw).
2.4.
Begin 2025 is de vof opgehouden te bestaan en heeft [de eiser] de onderneming voortgezet als eenmanszaak.
2.5.
In de periode van januari tot en met juli 2025 heeft [de eiser] voor de vergoeding van zijn werkzaamheden maandelijks facturen opgesteld en verzonden aan Wasa Logics. [de eiser] heeft deze facturen opgesteld aan de hand van een door Wasa Logics maandelijks gedeelde ritten- en urenoverzichten die zij telkens van Dynalogic ontving. [de eiser] heeft in de facturen werkuren gedeclareerd en ook diverse posten gecrediteerd, te weten:
“claims”, “schade”, “huur bakwagen”, “1% aftrek” en “herstelkosten”.Het totale bedrag van deze gecrediteerde posten minus de post
“huur bakwagen”bedraagt € 3.282,81.
2.6.
Op enig moment is tussen partijen discussie ontstaan over de uitbetaling van het aantal uren en de gecrediteerde posten. Medio juni 2025 heeft Wasa Logics per WhatsApp aan [de eiser] bericht dat de samenwerking tussen partijen wordt beëindigd. Op 19 juli 2025 heeft [de eiser] voor het laatst werkzaamheden in opdracht van Wasa Logics verricht.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Wasa Logics zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.820,81, vermeerderd met wettelijke (handels)rente, de buitengerechtelijke incassokosten, de beslagkosten en de werkelijk gemaakte proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente over de proceskosten.
3.2.
Wasa Logics voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser] in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vooropgesteld wordt dat de tussen partijen mondeling gesloten overeenkomst een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) betreft. De bepalingen van titel 7 afdeling 1 van boek 7 van het BW zijn daarop van toepassing.
4.2.
[de eiser] vordert na wijziging van eis betaling van enerzijds gestelde gewerkte uren over de periode februari tot en met mei 2025 (totaalbedrag € 2.538,00) en anderzijds betaling van een diverse gecrediteerde posten (totaalbedrag € 3.282,81).
Klachtplicht
4.3.
Wasa Logics heeft zich als meest verstrekkende verweer beroepen op de klachtplicht van artikel 6:89 BW Pro. Zij voert daartoe aan dat indien [de eiser] van mening was dat er uren onbetaald bleven of dat verrekeningen onjuist waren, hij dit onverwijld aan Wasa Logics had moeten melden.
4.4.
Artikel 6:89 BW Pro bepaalt dat een schuldeiser (in dit geval [de eiser] ) op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek in de prestatie heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, daarover bij de schuldenaar (in dit geval Wasa Logics) heeft geklaagd.
4.5.
De vraag of tijdig door [de eiser] is geklaagd moet volgens vaste jurisprudentie worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder de vraag of Wasa Logics in haar belangen is geschaad door het tijdsverloop totdat is geklaagd. Als die belangen niet zijn geschaad, zal er niet spoedig voldoende reden zijn [de eiser] een gebrek aan voortvarendheid te verwijten.
4.6.
In dit geval heeft [de eiser] de werkzaamheden voor Wasa Logics vanaf december 2024 verricht (aanvankelijk als vennoot van de vof en later in de uitoefening van zijn eenmanszaak) en daarvoor heeft hij vanaf 15 januari 2025 facturen aan Wasa Logics verzonden op de wijze zoals door Wasa Logics was voorgeschreven. Dit hield in dat [de eiser] facturen moest opstellen waarvan de uren en de bedragen exact overeenkwamen met de door Wasa Logics gedeelde ritten- en urenoverzichten van Dynalogic. In deze overzichten werden tevens inhoudingen vermeld en die moesten ook in de facturen worden overgenomen. Uit de door [de eiser] overgelegde correspondentie blijkt dat [de eiser] in elk geval vanaf juni 2025 heeft geklaagd over de zijns inziens onterecht niet uitbetaalde uren en ingehouden posten. Deze termijn acht de kantonrechter niet onredelijk, temeer omdat Wasa Logics niet heeft gesteld dat zij door dit tijdsverloop enig nadeel heeft ondervonden. Van een schending van de klachtplicht is om deze reden geen sprake, zodat het beroep op de klachtplicht faalt.
4.7.
Thans dient beoordeeld te worden of Wasa Logics nog een vergoeding aan [de eiser] is verschuldigd voor (a) onbetaald gebleven gewerkte uren en (b) onterecht ingehouden posten. Deze onderdelen van de vordering zullen hierna afzonderlijk aan de orde komen.
a) gewerkte uren
4.8.
[de eiser] stelt dat hij meer uren heeft gewerkt dan hij door Wasa Logics uitbetaald heeft gekregen. [de eiser] heeft een eigen urenoverzicht bijgehouden op basis van foto’s van de rittenlijsten die hij voorafgaand aan de werkdag van Dynalogic ontving. Op deze rittenlijsten staan vermeld hoeveel uren Dynalogic verwacht dat de rit die dag zou duren. Als achteraf toch bleek dat de tijden hiervan afweken, werden de daadwerkelijke begin- en eindtijden van de rit er door de chauffeur op het formulier bijgeschreven. [de eiser] heeft zijn eigen urenoverzichten over de maanden februari tot en met mei 2025 vergeleken met de maandoverzichten van Dynalogic en daaruit blijkt dat Wasa Logics 47 uren à € 54,00 te weinig heeft uitbetaald. Dit betreft een bedrag van in totaal € 2.538,00, aldus [de eiser] .
4.9.
Wasa Logics heeft in zijn algemeenheid de juistheid van het door [de eiser] zelf opgestelde urenoverzicht betwist maar heeft die betwisting niet van een nadere toelichting of een onderbouwing voorzien. Dit had wel op haar weg gelegen omdat [de eiser] het urenoverzicht heeft onderbouwd met foto’s van rittenlijsten die afkomstig zijn van Dynalogic en [de eiser] zijn werkzaamheden op basis van die lijsten uitvoerde. Als Wasa Logics meent dat die lijsten niet correct zijn, had van haar verwacht mogen worden dat zij gemotiveerd zou toelichten waarom dat niet het geval is. Zij heeft dat echter niet gedaan. Wasa Logics heeft nog aangevoerd dat het fotodossier van [de eiser] niet compleet is omdat voor de maanden januari en juni 2025 de foto’s (deels) ontbreken. Aan deze stelling wordt voorbijgegaan omdat [de eiser] om deze reden de uren over deze betreffende maanden juist buiten beschouwing heeft gelaten. Als onvoldoende gemotiveerd weersproken wordt als vaststaand aangenomen dat [de eiser] 47 uren meer heeft gewerkt dan hij door Wasa Logics uitbetaald heeft gekregen.
4.10.
Wasa Logics stelt zich (subsidiair) op het standpunt dat de omvang van haar betalingsverplichting jegens [de eiser] uitsluitend werd bepaald door de door Dynalogic verstrekte rit- en urenadministratie en niet de daadwerkelijk door [de eiser] gewerkte uren. Uitsluitend de gegevens van Dynalogic vormden het uitgangspunt voor de maandelijkse afrekening, aldus Wasa Logics.
4.11.
Op grond artikel 7:405 lid 1 BW Pro heeft [de eiser] als bedrijfsmatig handelende opdrachtnemer recht op loon voor de door hem uitgevoerde werkzaamheden. De hoogte van die vergoeding hangt af van wat partijen daarover zijn overeengekomen. In dit geval staat vast dat partijen een uurtarief van (laatstelijk) € 54,00 zijn overeengekomen. Aangezien het in het algemeen gebruikelijk is dat een uurtarief wordt berekend over het daadwerkelijk gewerkte aantal uren, had het op de weg van Wasa Logics gelegen om de stelling dat partijen zijn overeengekomen dat [de eiser] alleen recht heeft op betaling van de door Dynalogic geregistreerde uren, te onderbouwen. Deze onderbouwing ontbreekt echter. Het enkele feit dat [de eiser] een aantal maanden uitsluitend de door Dynalogic geregistreerde uren heeft gefactureerd, is onvoldoende om daaruit af te leiden dat partijen de door Wasa Logics gestelde afspraak hebben gemaakt. Uit de door [de eiser] overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt immers dat hij wel degelijk bij Wasa Logics heeft aangegeven dat het aantal uren niet overeenkomt met het daadwerkelijk aantal gewerkte uren en dat hij hierover heeft geklaagd. Anders dan Wasa Logics meent, kan daarom niet gezegd worden dat [de eiser] feitelijk, structureel en zonder wezenlijk protest uitvoering heeft gegeven aan de door Wasa Logics wijze van het berekenen van het loon. Uitgangspunt is dan ook dat Wasa Logics loon is verschuldigd over het daadwerkelijk door [de eiser] gewerkte aantal uren.
4.12.
De conclusie is dat Wasa Logics voor de door [de eiser] gewerkte uren nog een bedrag van € 2.538,00 (47 uren x € 54,00) aan [de eiser] moet betalen. De door [de eiser] gevorderde betaling van dit bedrag zal daarom worden toegewezen.
b) inhoudingen
4.13.
[de eiser] heeft conform de door Wasa Logics verstrekte gedeelde ritten- en urenoverzichten diverse posten aan Wasa Logics gecrediteerd. [de eiser] is het niet eens met een groot aantal gecrediteerde posten. Dit betreft enerzijds posten voor schade die volgens Wasa Logics door [de eiser] tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is ontstaan en anderzijds de post
“1% aftrek”.Daarover wordt overwogen als volgt.
- schade/claims/herstelkosten
4.13.1.
Waar het Wasa Logics is die stelt dat [de eiser] tijdens de uitvoering van de werkzaamheden schade heeft veroorzaakt waarvoor hij aansprakelijk is, had het, gelet op de betwisting van die stelling door [de eiser] , op haar weg gelegen die stelling te onderbouwen. Wasa Logics heeft dat onvoldoende gedaan. Het enkel verwijzen naar
e-mailcorrespondentie waarin [de eiser] in de gelegenheid wordt gesteld te reageren op de gestelde schademeldingen, is daarvoor in elk geval niet genoeg. Daaruit blijkt niet dat [de eiser] de betreffende schades heeft veroorzaakt. Wasa Logics heeft ook op andere wijze niet onderbouwd dat [de eiser] tijdens de uitvoering van de werkzaamheden schade heeft veroorzaakt. Niet gebleken is dan ook dat [de eiser] aansprakelijk is voor de door Wasa Logics gestelde schadeposten. [de eiser] heeft wegens de door Wasa Logics gestelde schade een bedrag van in totaal € 2.991,91 aan Wasa Logics moeten crediteren. Aangezien hiervoor geen grondslag is gebleken, moet Wasa Logics dit bedrag aan [de eiser] betalen. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.
- 1%-aftrek
4.13.2.
Wasa Logics stelt, althans zo worden haar stellingen begrepen, dat partijen zijn overeengekomen dat zij betalingen binnen veertien dagen na factuurdatum verrichtte en dat daarvoor een inhouding van 1% op het factuurbedrag diende plaats te vinden. Wasa Logics heeft deze stelling echter, hoewel dat wel op haar weg had gelegen, op geen enkele wijze onderbouwd. Het bestaan van deze afspraak kan in elk geval niet worden afgeleid uit het enkele feit dat [de eiser] deze post in de facturen van januari, februari maart 2025 heeft gecrediteerd. Niet gebleken is dan ook dat partijen de 1%-aftrek zijn overeengekomen. Een grondslag voor deze inhouding ontbreekt daarom. Dit betekent dat Wasa Logics nog een bedrag van € 290,90 aan [de eiser] is verschuldigd.
4.14.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de door [de eiser] gevorderde betaling van het bedrag van € 3.282,81 (€ 2.991,91 + € 290,90) zal worden toegewezen.
4.15.
De door [de eiser] gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 5.820,81 is op grond van artikel 6:119a BW toewijsbaar met dien verstande dat de wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf de data die hierna in de beslissing is vermeld omdat [de eiser] niet heeft gesteld vanaf welke datum Wasa Logics in verzuim verkeert.
4.16.
[de eiser] heeft onweersproken gesteld dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom conform het tarief van het (niet rechtstreeks van toepassing zijnde) Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 666,04.
4.17.
[de eiser] vordert Wasa Logics te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. De vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 331,00 voor griffierecht en € 544,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 554,00), totaal € 875,00. Voor de kosten van de deurwaardersexploten wordt geen bedrag toegewezen omdat daarvoor een onderbouwing (kopieën van de betreffende deurwaardersexploten) ontbreekt.
4.18.
Wasa Logics is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [de eiser] vordert dat Wasa Logics wordt veroordeeld in de werkelijk door haar gemaakte proceskosten. Voor toewijzing van deze vordering bestaat alleen aanleiding bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door Wasa Logics. Daarvan is in deze procedure niet gebleken. Dit betekent dat de proceskosten van [de eiser] overeenkomstig het liquidatietarief zullen worden vastgesteld en begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€ 122,35
- griffierecht
€ 401,00
(griffierecht onderhavige procedure ad € 732,00 -/- griffierecht beslagprocedure ad € 331,00)
- salaris gemachtigde
€ 1.017,00
(3 punten × € 339,00)
- nakosten
€ 134,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€ 1.674,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Wasa Logics om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 5.820,81 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over:
- € 3.282,81 vanaf 12 september 2025 (de datum van de dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,
- € 2.538,00 vanaf 8 april 2026 (de datum van de laatste akte wijziging van eis) tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Wasa Logics om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 666,04 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.3.
veroordeelt Wasa Logics in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 875,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf veertien dagen na heden,
5.4.
veroordeelt Wasa Logics in de proceskosten van € 1.674,35, te vermeerderen met de kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na heden,
5.5.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
lt