Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
Kimnaden zijn visueel onderzocht en met thermovisuele apparatuur. Er is géén lekkage waargenomen. De kimnaden zijn droog.
De muren zijn blok voor blok gemeten met een vochtmeter en gescand met thermovisuele apparatuur. Ook hier is géén vocht vastgesteld. De muren zijn droog en daarmee is de conclusie dat de schimmelvorming het gevolg zou zijn van optrekkend vocht niet houdbaar.
Vloer is eveneens over een langere periode middels een datalog stabiel gemeten, zonder signalen van optrekkend vocht.
Ventilatie en verwarming zijn cruciale factoren: meetapparatuur (…) registreerde tussen 3 en 17 maart een gemiddelde temperatuur van 14,8 °C en een relatieve luchtvochtigheid van ca. 65%. Dit zijn suboptimale waarden voor een kelderruimte. Volgens de richtlijnen dient de temperatuur minimaal 18°C à 19°C te bedragen, ook is de luchtvochtigheid te hoog, deze zou rond de 50 tot max 55% mogen liggen.
De vloerverwarming is aanwezig, maar wordt niet gebruikt door de huurder.
De professionele ventilatie is uitgeschakeld door huurder. Hierdoor kan vochtige lucht niet worden afgevoerd, wat schimmelgroei in de hand werkt.
In de ruimte met de tandartsmachine stijgt de luchtvochtigheid bij gebruik zelfs naar 74% (…) – wederom zonder afvoermechanisme vanwege de niet-functionerende ventilatie.
Er is geen sprake van lekkage of optrekkend vocht zoals het rapport beweert.
De schade die zichtbaar is, is veroorzaakt door interne factoren zoals onvoldoende ventilatie en verwarming.
De aangebracht stuclaag en kitnaden zijn correct uitgevoerd en functioneren naar behoren. Er is geen visuele of meetbare schade aan deze afdichting.
Het loslatende schilderwerk wordt veroorzaakt door schimmelvorming. Deze is mogelijk door de lage temperatuur, gebrekkige ventilatie en hoge luchtvochtigheid.
Het uitzetten van de ventilatie
Het niet activeren van de vloerverwarming
Het structureel niet openen van de trapdeur, waardoor luchtcirculatie wordt belemmerd
3.Het geschil
4. [de gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
4.De beoordeling
5.De beslissing
woensdag 22 juli 2026voor het nemen van een akte door beide partijen als bedoeld in r.o. 4.7.,