ECLI:NL:RBGEL:2026:5151

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
05/059161-26 + 05/112970-26
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor diefstal met valse sleutel en poging tot inbraak in Nijmegen

De rechtbank Gelderland heeft op 23 juni 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere diefstallen en een poging tot inbraak in Nijmegen. De feiten betroffen diefstal uit een woning in de nachtelijke uren waarbij onder meer pinpassen, een fiets en contant geld werden weggenomen, het gebruik van een valse sleutel voor contactloze pinbetalingen en een poging tot inbraak in een bedrijfspand.

De rechtbank oordeelde dat verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan de diefstallen en de poging tot inbraak. Het bewijs bestond uit verklaringen van aangevers, camerabeelden van het tankstation en het bedrijfspand, herkenning door verbalisanten en de omstandigheden dat verdachte kort na de diefstal met de gestolen pinpas betaalde. Het verweer dat verdachte de pinpas van een bekende had gekregen werd niet geloofwaardig geacht.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers, de recidive van verdachte en zijn terminale medische situatie. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 196 dagen op, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en rekende de tijd in voorlopige hechtenis in mindering. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 500 aan de benadeelde partij.

De rechtbank sprak verdachte vrij van braak, verbreking of inklimming bij de woning, omdat dit niet bewezen was. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter buiten staat was mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 196 dagen gevangenisstraf, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, en betaling van € 500 schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/059161-26 + 05/112970-26
Datum uitspraak : 23 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsman: mr. J. Velthoven, advocaat in Tiel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting van
9 juni 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05/059161-26
1.
hij op of omstreeks 25 november 2025 te Nijmegen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer pinpassen en/of creditcards en/of identiteitskaarten en/of rijbewijzen en/of zorgpassen en/of schoolpassen en/of OV-chipkaarten en/of museum(jaar)kaarten en/of parkeergaragepassen en/of sleutels en/of portemonnees en/of een geldbedrag van 100 euro en/of een fiets (merk: Gazelle, type: Esprit), in elk geval (enig) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
2.
hij op of omstreeks 25 november 2025 te Nijmegen, een geldbedrag van 92,30 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met één of meer bankpas(sen) (met bijbehorende pincode) op naam van voornoemde [aangever 1] tot het gebruik waartoe hij, verdachte, niet gerechtigd was, bij tankstation Esso, gelegen aan [adres] , eenmaal of meermalen (contactloze) betalingen te verrichten.
Parketnummer 05/112970-26
hij op of omstreeks 11 december 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om één of meerdere goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, de onderplaat van de deur heeft vernield, althans er uit heeft gehaald, het pand gelegen op/aan [adres] heeft betreden en/of door voornoemde pand heen heeft gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/059161-26 feit 1 en 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten onder 1 en 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het feit onder 1 bepleit dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte het feit heeft begaan. Om die reden heeft hij om vrijspraak verzocht.
Ten aanzien van het feit onder 2 heeft de raadsman geen verweer gevoerd. Verdachte verklaart dat hij een pinpas van een derde heeft ontvangen, hij erkent dat hij met deze pas goederen heeft betaald bij het onder feit 2 genoemde tankstation. De raadsman heeft aangegeven en dat het daarmee gepaarde bedrag in de tenlastelegging van € 92,30 zou kunnen kloppen.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 1] (hierna: aangever) heeft verklaard dat hij samen met zijn vrouw en kinderen woont in een rijtjeswoning aan [adres] te Nijmegen. Hij lag op 25 november 2025 omstreeks 03:00 uur op bed toen hij wakker werd van het geluid van een krakende deur. Hij is toen direct naar beneden gelopen en zag daar dat de voordeur op een kiertje stond. Hij zag dat de portemonnee van een logeerkind op de grond lag en hoorde gerammel uit de voortuin. Toen hij de deur opende zag hij verderop in de straat, ongeveer 20 meter van de voordeur, een man staan met een fiets in zijn handen die bij hem in de voortuin stond. Hij zag dat de man hem aankeek, dat hij op de fiets sprong en dat hij wegfietste in de richting van [adres] . Aangever is vervolgens de woonkamer ingelopen en zag daar dat er lades en kasten open stonden. Na inventarisatie miste hij de volgende goederen:
- Fiets Gazelle Esprit zwart
- Sleutelbos [naam] met fietssleutels en huissleutels van twee ouderlijke huizen ( [adres] en [adres] )
- Pinpas [naam]
- Pinpas [naam]
- Portemonnee [naam]
- Pinpas [naam]
- OV Chipkaart [naam]
- Schoolpas [naam]
- Id bewijs [naam]
- Zorgpas [naam]
- Sleutelbosje, inclusief huissleutel [naam]
- Portemonnee [naam]
- Pinpas ING privé
- Pinpas ING zakelijk
- Pinpas ING praktijk (rekening is opgeheven)
- Pinpas ABN AMRO praktijk
- Creditcard ING
- OV chipkaart
- Pas Parkeergarage Nijmegen KKP
- Museumjaarkaarten [naam] en [naam]
- Rijbewijs [naam]
- 100 euro cash
- 2 pintransacties bij tankstation Esso op de Annastraat (92 euro) om 3.52 en 3.53. [1]
Aangever heeft verklaard dat de onbekende persoon die hij met de fiets in de voortuin waarnam voldeed aan het volgende signalement:
- Lichte huidskleur;
- Oudere man, boven de 30 jaar;
- Ingevallen/ slank gezicht;
- Licht kleurig vlassig baardje;
- +/- 180 CM groot;
- Slank postuur;
- Donkere kleding;
- Donker petje. [2]
Aangever heeft geen schade aangetroffen aan zijn woning. Hij vermoedt dat de deur niet goed heeft dichtgezeten. [3]
Verbalisant [verbalisant 1] heeft camerabeelden bekeken van het Esso tankstation gelegen aan [adres] te Nijmegen van 25 november 2025. Zij heeft het volgende geverbaliseerd. Zij zag een man (hierna: de verdachte) met normaal postuur, witte huidskleur, ongeveer 1,80 meter lang, ingevallen gezicht, bruine/grijze gewatteerde jas, blauwe spijkerbroek, witte schoenen, pet en een vest met print.
Zij beschrijft verder ten aanzien van fragment 1 van de camerabeelden:
“Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte op een fiets ter hoogte van de pompstation in de richting van de camera fietst. De verdachte stapt 03:50:53 van zijn fiets en loopt links het camerabeeld uit.”
En ten aanzien van fragment 3:
“Ik zag dat op 03:50:09 links de verdachte het camerabeeld komt ingelopen. Ik zag dat de verdachte naar de toonbank liep. Ik zag dat aan de andere kant van de toonbank een persoon staan. Vermoedelijk is deze persoon een medewerker van de tankstation. Ik zag dat de medewerker producten op de toonbank legt. Op 03:50:52 zag ik dat de verdachte een oranje betaalkaart tegen de pinautomaat houdt. Vermoedelijk dat dit een betaalkaart van de bank ING B.V. is. Op 03:51:07 zag ik dat de verdachte een ander voorwerp tegen de pinautomaat houdt. Ik vermoed dat dit ook een betaalkaart is.
Onbekend wat voor betaalkaart dit was. Ik vermoed dat de verdachte contactloos heeft betaald. Ik zag dat om 03:51:15 de verdachte ongeveer drie producten van de toonbank pakt en in zijn jaszak stopt. Ik zag dat de verdachte links het beeldscherm uitloopt.
(...) om 03:51:52 zag ik dat de verdachte links het beeldscherm weer komt ingelopen. Ik zag dat de verdachte twee producten in zijn linkerhand vasthoudt. Dit betreffen twee flesjes cola van het merk Coca Cola. Ik zag dat de medewerker producten op de toonbank legt. Ik zag dat de verdachte wederom eerst de oranje betaalkaart op de pinautomaat legt. Ik zag dat hierna de verdachte de andere betaalkaart tegen de pinautomaat houdt. Ik vermoed dat de verdachte de producten contactloos heeft betaald. Ik zag dat op 03:53:06 de verdachte het beeldscherm uitloopt. (...)” [4] Van de persoon op voormelde beelden zijn twee foto’s gemaakt, waaronder ‘still 1’. [5]
Verbalisant [verbalisant 2] heeft geverbaliseerd dat het opgegeven signalement door aangever (
zoals hiervoor weergegeven, toev. rb) overeenkwam met het signalement dat hij zag van verdachte op fotoblad met nummer 2025570865-7 (zijnde still 1). [6]
Verbalisant [verbalisant 3] verbaliseerde dat hij verdachte ambtshalve herkende op de foto. De laatste keer dat de verbalisant verdachte zag was op zondag 11 januari 2026 om 09:00 uur. Het
contact duurde toen ongeveer 5 minuten. Hij herkende verdachte volledig aan het totaalbeeld van zijn kenmerken op still 1. De verbalisant sloeg direct aan op het gezicht van verdachte, dat hij volledig herkent als gezicht van laatstgenoemde. [7]
Verbalisant [verbalisant 4] verbaliseerde dat hij verdachte ambtshalve herkent op foto still 1. Hij herkent hem aan zijn brede neus, grote oren, postuur en aan zijn gezicht. [8]
Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij bij het Esso tankstation cola en staatsloten heeft gekocht waarbij hij heeft gepind. [9]
Conclusie
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat verdachte in de nacht van 25 november 2025 (te weten rond 03:52 uur en om 03:53 uur) twee (contactloze) pintransacties heeft verricht bij het tankstation Esso aan [adres] te Nijmegen, ter hoogte van een totaalbedrag van € 92,30 met een betaalpas op naam van aangever, zonder toestemming van laatstgenoemde. Feit 2 is daarmee wettig en overtuigend bewezen.
De vraag is of het ook verdachte is geweest die bovengenoemde goederen, waaronder de betaalpas van aangever waarmee de pintransacties door verdachte zijn verricht, even daarvoor uit de woning van aangever heeft weggenomen. Verdachte heeft daartoe zelf aangevoerd dat hij niets met de diefstal uit de woning heeft te maken en dat hij de pas van een bekende heeft ontvangen, waarna hij er (enkel) mee is gaan pinnen.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Op 25 november 2025 heeft omstreeks 03:00 uur een insluiping in een woning in Nijmegen plaatsgevonden waarbij onder andere een bankpas is weggenomen. Met die bankpas is ongeveer 50 minuten later, eveneens in Nijmegen, gepind door verdachte. Verdachte was dus zeer kort na de diefstal in het bezit van de gestolen bankpas. Daar komt nog bij dat het signalement van de persoon die door aangever in verband wordt gebracht met de diefstal overeenkomt met het signalement van de persoon die te zien is op camerabeelden van het tankstation Esso, te weten verdachte.
De verdediging heeft als verweer aangevoerd dat verdachte de betaalpas van een bekende zou hebben gekregen. Hierbij is niet aangegeven wie dit zou zijn geweest, wanneer en waarom de pas zou zijn overgedragen en waarom verdachte er vervolgens mee is gaan pinnen. Tegenover de hiervoor genoemde bewijsmiddelen die op betrokkenheid van verdachte wijzen en zonder nadere toelichting die ontbreekt, acht de rechtbank dit verweer niet concreet en geloofwaardig. Om die reden wordt dit verweer als onaannemelijk verworpen.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2, met dien verstande dat verdachte ten aanzien van feit 1 zal worden vrijgesproken van braak, verbreking danwel inklimming. Laatstgenoemde bestanddelen zijn immers niet uit enig bewijsmiddel af te leiden.
Parketnummer 05/112970-26
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 2] (hierna: aangever), voorzitter van stichting [bedrijf] , deed aangifte van diefstal uit een pand aan [adres] te Nijmegen. Hij heeft verklaard dat hij op 11 december 2025 om 06:08 werd ik gebeld door beveiligingsbedrijf Securitas. Hij hoorde de medewerker van Securitas zeggen dat het inbraakalarm personeelsruimte afgaat en dat het alarm niet werd uitgeschakeld.
Hij pakte direct zijn telefoon en ging live de camerabeelden bekijken. Hij zag dat de onderplaat van de toegangsdeur uit de deur was en in de personeelsruimte lag. Hij zag een persoon buiten de ruimte staan. Hij werd gebeld door zijn collega [naam] die zei dat hij twee personen op de beveiligingsbeelden heeft gezien. Op een later tijdstip had hij nogmaals de beelden bekeken en zag hij ook dat er twee personen de inbraak gepleegd hadden. Er is schade aan de toegangsdeur. Volgens aangever zijn er geen goederen weggenomen. [10]
Verbalisant [verbalisant 5] heeft de beelden bekeken van het bedrijfspand aan [adres] te Nijmegen.
Hij heeft twee personen zien lopen waaronder verdachte [verdachte] , verder genoemd als verdachte. Hij herkende de verdachte omdat hij een bekende overlastpleger is in Nijmegen. Hij zag dat de verdachte met een fiets in zijn hand liep. Hij zag dat de verdachte aan een deur voelde en vervolgens wegliep. Hij zag nog een tweede verdachte om het pand lopen welke hij niet herkende. De verdachte had een blauwe jas aan en een capuchon of pet op waardoor het gezicht niet zichtbaar was. Hij zag beiden uit beeld verdwijnen en vervolgens door het beeld rennen naar een openstaand hek. Hij zag dat verdachte geen fiets meer bij zich had. Hij zag beiden daarna weer uit beeld verdwijnen.
Op het tweede fragment heeft hij verdachte en nog iemand zien staan bij het pand. De 2e persoon rende weg. Verdachte pakte zijn fiets en fietste weg. [11] Verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] hebben geverbaliseerd dat zij na een melding ter plaatse zijn gegaan naar [adres] te Nijmegen. Een van de verbalisanten zag een manspersoon van het pand weglopen. De persoon bleek verdachte [verdachte] te zijn die verbalisanten ambtshalve bekend is. Bij de toegangsdeur van de skate winkel zagen de verbalisanten dat er een deel van de deur kapot was.
Niet veel later zagen zij dat er een persoon aan kwam die aangaf dat hij de melder was. De persoon liet hen camerabeelden zien waarop verbalisant [verbalisant 6] zag dat er twee personen in beeld waren die zich al langere tijd ophielden rond het pand. Een van deze personen herkende [verbalisant 6] als zijnde de persoon die zij zojuist hadden aangetroffen, namelijk verdachte. Op de beelden was te zien dat de personen de deur van de skate winkel in trapten en het pand zijn binnen gegaan. Op de beelden was ook te zien dat de twee personen via dezelfde deur het pand hebben verlaten. [12]
Verdachte heeft verklaard dat hij aanwezig was op [adres] te Nijmegen met [naam] om blikjes te halen. Hij liep mee naar binnen in de [bedrijf] en toen ging het alarm gelijk af. Hij schrok hiervan en is toen gelijk naar buiten gelopen. [13]
Conclusie
De rechtbank stelt op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte samen met een ander persoon de poging tot inbraak bij de [bedrijf] heeft gepleegd. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij samen met een ander persoon het pand is binnen gegaan om blikjes te halen. Op de beelden is te zien dat zij samen de deur hebben ingetrapt om binnen te komen. Vervolgens werden zij verstoord door een alarm en zijn zij weggerend. De rechtbank overweegt dat deze handelingen onmiskenbaar zijn gericht zijn op de voltooiing van een inbraak. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde poging tot diefstal middels braak in vereniging.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de genoemde feiten in tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/059161-26
1.
hij op
of omstreeks25 november 2025 te Nijmegen, in een woning
en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
een ofmeer pinpassen en/
ofcreditcards en/
ofidentiteitskaarten en/
ofrijbewijzen en/
ofzorgpassen en/
ofschoolpassen en/
ofOV-chipkaarten en/
ofmuseum(jaar)kaarten en/
ofparkeergaragepassen en/
ofsleutels en/
ofportemonnees en/
ofeen geldbedrag van 100 euro en/
ofeen fiets (merk: Gazelle, type: Esprit),
in elk geval (enig) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
2.
hij op
of omstreeks25 november 2025 te Nijmegen, een geldbedrag van 92,30 euro,
in elk geval enig goed,dat/
diegeheel of ten dele aan [aangever 1] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/
ofdat/
dieweg te nemen goed/
goederenonder zijn/
haarbereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met één
of meerbankpas
(sen) (met bijbehorende pincode)op naam van voornoemde [aangever 1] tot het gebruik waartoe hij, verdachte, niet gerechtigd was, bij tankstation Esso, gelegen aan [adres] ,
eenmaal ofmeermalen (contactloze) betalingen te verrichten.
Parketnummer 05/112970-26
hij op
of omstreeks11 december 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/
ofzijn mededader
(s)voorgenomen misdrijf om één of meerdere goederen van zijn gading,
in elk geval enig goed, dat
/diegeheel of ten dele aan [bedrijf] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/
ofdat/die weg te nemen goed/goederen onder
zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak
en/of verbreking, de onderplaat van de deur heeft vernield,
althans er uit heeft gehaald, het pand gelegen
op/aan [adres] heeft betreden
en/of door voornoemde pand heen heeft gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05/059161-26
feit 1:
diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt
feit 2:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels
Parketnummer 05/112970-26
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 dagen (gelijk aan de duur van het voorarrest) en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met oplegging van een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de eis van de officier van justitie passend wordt geacht. De raadsman heeft daarbij gewezen op het feit dat verdachte terminaal ziek is en in de laatste fase van zijn leven verkeert.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere (poging tot) diefstallen en daarmee een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen. Hij heeft daarbij geen blijk gegeven van respect voor de eigendommen van derden. Bij het plegen van de (poging tot) diefstallen heeft verdachte zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen financiële schade, maar leiden ook tot gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers.
De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat een van de diefstallen heeft plaatsgevonden in de nachtelijke uren in een woning, terwijl een gezin lag te slapen. Een woning dient bij uitstek een plaats te zijn waar men zich veilig en beschermd kan voelen. Door juist in die omgeving en in de nacht toe te slaan heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het gezin. Een dergelijk feit heeft veelal een grote impact op slachtoffers, die nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ervaren.
Bij het bepalen van de hoogte van de straf weegt de rechtbank verder mee dat uit het strafblad van verdachte volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten. Kennelijk hebben eerdere veroordelingen verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank rekent deze recidive verdachte aan.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de (ernstige) medische situatie van verdachte en betrekt deze in strafmatigende zin bij de straftoemeting. Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de reclassering van 22 mei 2026, waarin een straf zonder bijzondere voorwaarden is geadviseerd.
Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 196 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk. Daarop dient de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering te worden gebracht.
Het voorwaardelijke strafdeel dient als waarschuwing en stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

8.De beoordeling van de civiele vordering (parketnummer 05/059161-26)

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 onder parketnummer 05/059161-26 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 630,00 aan niet- vergoede materiele schade. Daartoe heeft hij het volgende gesteld:
  • Fiets Gazelle Esprit € 649,00
  • Pinpassen 7 x € 35,00
  • Cash € 130,00
  • Pintransactie € 92,00
  • Nieuw slot en sleutels € 145,00
  • Rijbewijs vervangen € 52,00
  • Museumkaarten vervangen € 10,00
  • OV-chipkaart vervangen € 11,00
  • ID-kaart € 43,20
  • Portemonnee € 55,00
Van het totaalbedrag € 1.222,20 aan materiele schade is een bedrag van € 592,00 vergoed (zijnde € 500,00 in verband met de diefstal van de fiets door de verzekering en € 92,00 door de bank), zodat nog een bedrag van (afgerond) € 630,00 resteert, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering, behoudens het bedrag aan pintransactie, niet is onderbouwd. Het bedrag aan pintransactie is echter vergoed door de verzekering. Om die reden dient de benadeelde partij volgens hen in de gehele vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte onder feit 1 van parketnummer 05/059161-26 rechtstreeks schade heeft geleden, nu er verschillende goederen uit de woning van de benadeelde partij zijn weggenomen. Hiervoor is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De benadeelde partij heeft de weggenomen goederen (al in de aangifte en nadien) concreet en gespecificeerd omschreven en (uiteindelijk) per goed een afzonderlijk schadebedrag opgevoerd. Dat de benadeelde partij allerlei kosten heeft moeten maken voor het opnieuw aanvragen van id-kaarten, (bank)passen e.d. is reëel. Het enkele ontbreken van facturen danwel aankoopbonnen brengt niet reeds mee dat de vordering daarom onvoldoende is onderbouwd. Nu voldoende is gesteld en aannemelijk is geworden dat schade is geleden als rechtstreekse gevolg van het bewezenverklaarde (hetgeen ook niet gemotiveerd is weersproken), maar de exacte omvang daarvan niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, zal de rechtbank deze met toepassing van artikel 6:97 BW Pro schatten op € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2025. De rechtbank zal daarbij op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een
gevangenisstraf voor de duur van 196 dagen;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
Beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] (parketnummer 05/059161-26)
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 onder parketnummer 05/059161-26 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 500,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 500,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 5 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H.W. Martens (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. J.M. Graat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.
Mr. L.C.P. Goossens is buiten staat mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Proces-verbaal aanvullend verhoor [aangever 1] van 1 december 2025, p.10 en 11
2.Proces-verbaal aanvullend verhoor [aangever 1] van 26 februari 2026, p. 13
3.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] van 25 november 2025, p. 6
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 18 en 19
5.Fotoblad p. 27
6.Proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2026, p. 22
7.Proces-verbaal van herkenning, p. 24
8.Proces-verbaal van herkenning, p. 28
9.Proces-verbaal van verhoor R-C van 26 februari 2026, p. 1
10.Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] van 11 december 2015, p. 5
11.Proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2025, p. 10
12.Proces-verbaal van aanhouding verdachte van 11 december 2025, p. 13 en 14
13.Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 11 december 2025, p. 21