ECLI:NL:RBGEL:2026:5145

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
05/338523-25 + 05/058288-26
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55d SvArt. 55e SvArt. 57 SrArt. 184 SrArt. 300 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor mishandeling, afpersing en diefstal met geweld door veelpleger met verslavingsproblematiek

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren wegens mishandeling van een slachtoffer, afpersing gedurende de nachtrust in een woning met braak, en diefstal gevolgd door bedreiging met een mes in een winkel. De feiten vonden plaats tussen augustus 2025 en februari 2026 in Nijmegen en Wijchen.

De rechtbank sprak verdachte vrij van het feit van het niet voldoen aan een ambtelijk bevel tot bloedafname, omdat niet eerst een ademonderzoek was bevolen en het proces-verbaal niet voldeed aan de wettelijke vereisten. De bewezenverklaring omvatte mishandeling met een wandelstok, afpersing met geweld en braak in een woning, en winkeldiefstal met bedreiging met een mes.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers, en de forse recidive van verdachte, die kampt met hardnekkige verslavingsproblematiek. Verdachte toonde geen bereidheid tot medewerking aan hulpverlening. De straf is lager dan de eis van het Openbaar Ministerie, mede vanwege de toepassing van de oriëntatiepunten van de rechtbank.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren voor mishandeling, afpersing met braak en diefstal met bedreiging, met vrijspraak voor het niet voldoen aan een ambtelijk bevel tot bloedafname.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/338523-25 + 05/058288-26
Datum uitspraak : 23 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsvrouw: mr. R.M. Tjong Kim Sang, advocaat in Lent.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05/338523-25
1.
hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Nijmegen [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door:
- Die [slachtoffer 1] meerdere malen, in elk geval eenmaal, tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- die [slachtoffer 1] meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een (wandel)stok op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan;
2.
hij op of omstreeks 24 augustus 2025 te Nijmegen opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten [ambtenaar 1] en/of [ambtenaar 2] , beiden agent bij politie eenheid Oost-Nederland, belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar/ambtenaren hem had/hadden bevolen of van hem had gevorderd zijn medewerking te verlenen aan de afname van bloed ten behoeve van de wet middelengebruik, hieraan geen gevolg te geven.
Parketnummer 05/058288-26
1.
hij op of omstreeks 27 december 2025 te Wijchen, in elk geval in Nederland, omstreeks 22:00 uur, in elk geval de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning gelegen aan [adres] , met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer telefoons, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n) door die [slachtoffer 2] een of meerdere keren met kracht met de vuist en/of de hand in het gezicht, in elk geval op het hoofd, van die [slachtoffer 2] heeft geslagen/gestompt, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen, onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
2.
hij op of omstreeks 13 februari 2026 te Wijchen, in elk geval in Nederland, een of meer blikken bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo BV en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of een of meerdere medewerkers van Jumbo BV, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [aangever 1] en/of een of meerdere medewerkers van Jumbo BV een (groot) mes te tonen en/of
-(daarbij) de woorden ‘’dit wil je niet’’ of woorden van gelijke strekking toe te voegen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

2.1
Vrijspraak (parketnummer 05/338523-25, feit 2)
Onder voornoemd parketnummer wordt verdachte onder feit 2 (kort gezegd) verweten dat hij op 24 augustus 2025 opzettelijk niet heeft voldaan aan een door een ambtenaar gegeven bevel ex artikel 55e van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Uit het door verbalisanten [ambtenaar 2] en [ambtenaar 1] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen volgt dat zij verdachte hebben bevolen om mee te werken aan het afnemen van bloed op grond van de Wet middelengebruik en dat verdachte hieraan niet heeft meegewerkt.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het gegeven bevel niet voldoet aan de vereisten die de wet hieraan stelt. Ingevolge het derde lid van artikel 55e Sv had aan verdachte eerst een bevel moeten worden gegeven tot het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek. Alleen in de gevallen zoals vermeld in lid 2 en lid 3 van artikel 55e Sv mag vervolgens aan de verdachte een bevel worden gegeven tot het verlenen van medewerking aan een bloedonderzoek (te weten: bijzondere geneeskundige redenen, het ademonderzoek kon niet worden voltooid of uit het ademonderzoek is gebleken dat verdachte andere middelen heeft gebruikt dan alcohol). Uit het dossier blijkt niet dat eerst de medewerking aan een ademonderzoek is bevolen. Nu het bevel om die reden niet rechtmatig is gegeven, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte heeft geweigerd te voldoen aan een krachtens de wet gegeven bevel. Reeds hierom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde onder feit 2 van parketnummer 05/338523-25. Ten overvloede vermeld de rechtbank dat in het voornoemde proces-verbaal van bevindingen de grond voor de verdenking ontbreekt en dat ook niet is beschreven welke aanwijzingen er waren dat verdachte het geweldsmisdrijf waarvoor hij werd aangehouden heeft gepleegd onder invloed van alcohol, zoals artikel 55d Sv wel vereist. Ook blijkt uit het proces-verbaal niet dat aan verdachte de cautie is gegeven. Daarbij is hij er pas achteraf op gewezen wat de gevolgen kunnen zijn als hij het onderzoek weigert. In het geval er wel eerst een ademonderzoek was bevolen, had een daaropvolgend bevel tot het verlenen van medewerking aan een bloedonderzoek moeten worden gegeven door de officier van justitie of – indien zijn of haar komst niet kan worden afgewacht – de hulpofficier van justitie. De tenlastelegging vermeld alleen de namen van de verbalisanten.
Gelet op het voorgaande, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde onder
feit 2 van parketnummer 05/338523-25.
2.2
Parketnummer 05/338523-25, feit 1 [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer 1] .
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 24 augustus 2025 met [naam] lag te slapen in zijn woning aan [adres] in Nijmegen. Toen hij op bed lag, kreeg hij ineens klappen en moest hij naar beneden. Dit was rond 04:30 uur. Degene die hem sloeg, herkende hij direct als [verdachte] . Hij kende [verdachte] via iemand anders. [verdachte] is naar zijn idee door de achterdeur binnengekomen. [verdachte] heeft aangever vervolgens naar beneden gehaald. Hij dreigde dat hij [naam] iets aan zou doen met een mes en een stok. Onderweg naar beneden bleef [verdachte] hem slaan met een stok. Het was een wandelstok van [verdachte] . Eenmaal beneden moest aangever op de bank zitten. [naam] moest achter hem zitten. [verdachte] bedreigde hem en wilde hem steken. Hij zette [naam] onder druk door hem te slaan. Hij wilde geld hebben. [verdachte] bleef hem slaan op zijn lichaam. Vervolgens sloeg hij aangever ook op zijn hoofd met de stok. Aangever heeft letsel overgehouden aan het slaan, waaronder een snee op zijn wang. Aangever had pijn aan allebei zijn armen en last van zijn scheenbeen. Kort hierna ging [naam] weg om geld te pinnen voor [verdachte] , anders ging [verdachte] hem vermoorden. [naam] moest € 200,00 pinnen. Terwijl [naam] weg was, bleef [verdachte] aangever slaan. Kort daarop zag aangever politielampen. Toen [verdachte] de lampen zag, ging hij naar buiten. [2]
Verbalisanten beschrijven dat zij werden aangesproken door twee personen die zeiden dat zij naar [adres] moesten gaan, waar een conflict gaande zou zijn in een woning. Deze twee personen waren [naam] (
de rechtbank begrijpt dat dit [naam] betreft)op straat tegengekomen. Verbalisant [ambtenaar 1] liep richting de tuin bij de woning. Daar hoorde hij inderdaad wat geschreeuw. Na ongeveer vijf seconden zag hij een man naar buiten lopen. Hij herkende de man ambtshalve als [verdachte] . Tijdens de fouillering van [verdachte] kwam [slachtoffer 1] naar buiten gelopen. Verbalisant zag dat [slachtoffer 1] bloed op zijn gezicht had. [3]
[slachtoffer 1] vertelde aan de politie dat de ijzeren staaf waarmee hij zou zijn geslagen vijftig centimeter was, met een gouden knop erop. Het mes had een rood heft. De gouden knop lag op de grond voor de tafel waar [slachtoffer 1] zat. Op het aanrecht in de woning trof de politie een ijzeren staaf aan met een schroefdraad aan de voorkant. Aangever gaf aan dat dit de staaf was waarmee hij zou zijn geslagen. Op ongeveer dezelfde plek zag de verbalisant een mes liggen met een rood heft. [4]
Verdachte heeft verklaard dat de stok met de leeuwenkop bij Antoine in de schuur lag. Het mes was van hem. [5]
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 1] , door [slachtoffer 1] meermaals tegen zijn lichaam te slaan en door hem met een stok op zijn hoofd en tegen zijn lichaam te slaan.
2.3
Parketnummer 05/058288-26 [6]
Ten aanzien van feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde diefstal met geweld en braak.
Beoordeling door de rechtbank
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 27 december 2025 samen met zijn vriendin in zijn woning aan [adres] in Wijchen was. Rond 22:00 uur lag hij boven in bed. Hij hoorde een harde klap tegen de voordeur. Vervolgens hoorde hij glasgerinkel. Hij zag dat er een persoon naast zijn bed stond. Hij herkende die persoon als [verdachte] . Aangever kende [verdachte] uit de gebruikerswereld. Hij hoorde dat [verdachte] zei: 'waar is mijn geld?'. Aangever zei dat hij geen geld had. Hij zag dat [verdachte] zijn rechterhand naar achteren haalde, dat hij zijn hand tot een vuist balde en dat hij vervolgens uithaalde richting het gezicht van aangever. Aangever voelde dat de vuist zijn neus raakte en voelde direct een heftige pijn. Aangever moest zijn telefoon afgeven. Ook zijn vriendin moest haar telefoon afgeven. Hij zag dat [verdachte] vervolgens weer naar beneden liep en dat hij de woning verliet. [7]
[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij tussen 21:30 uur en 22:00 uur op haar slaapkamer op de eerste verdieping van haar woning aan [adres] in Wijchen was. [slachtoffer 2] en zij hebben allebei een eigen kamer. Zij hoorde beneden een harde knal. Zij dacht gelijk dat de knal bij de voordeur was. Zij hoorde iemand via de trap naar boven rennen. Ze pakte haar telefoon om de alarmdienst te bellen. Zij hoorde dat iemand tegen haar slaapkamerdeur stampte. Zij zag dat een man de slaapkamerdeur open stapte. Zij zag dat de man [verdachte] was. Zij kende [verdachte] via [naam] uit Nijmegen. Zij heeft weleens met [verdachte] gerookt. [verdachte] vroeg haar of zij geld had. Al was het maar een tientje. Ze zei dat zij geen geld had. [verdachte] vroeg toen waar [slachtoffer 2] was. Zij zag vervolgens dat [verdachte] de slaapkamerdeur van [slachtoffer 2] in stampte. Zij zag dat [verdachte] direct op [slachtoffer 2] afliep en dat hij [slachtoffer 2] met de vuist meerdere klappen in het gezicht gaf. Zij denkt een stuk of drie klappen. Zij probeerde [verdachte] rustig te krijgen. Hij bleef vragen om geld. Ze hadden geen geld. [verdachte] vroeg vervolgens op een agressieve manier om hun telefoons. Zij gaven hun telefoon aan [verdachte] . [slachtoffer 2] en zij hadden allebei een zwarte Samsung telefoon. Zij liep daarna achter [verdachte] aan naar beneden. Zij zag dat [verdachte] in de woonkamer nog in de lade keek. Hij vertrok uiteindelijk via de voordeur, zonder geld, maar met hun telefoons. Zij zag dat de onderste ruit van de voordeur kapot was. Zij zag ook dat de slaapkamerdeuren allebei kapot waren. Verder zag zij dat [slachtoffer 2] een dik oog had. [8]
De politie kwam ter plaatse aan [adres] in Wijchen en verbalisant [verbalisant 1] zag de melder
(de rechtbank begrijpt dat dit [slachtoffer 2] betreft)met een bebloed gezicht in de opening van de voordeur staan. [slachtoffer 3] vertelde dat de persoon die binnen was geweest ene [verdachte] was. Verbalisant [verbalisant 1] liet daarop een SKDB-foto zien van verdachte. [verbalisant 1] had de dag ervoor ook te maken gehad met een strafzaak omtrent [verdachte] . [slachtoffer 3] bevestigde dat de persoon op de foto de persoon was die bij hen binnen was geweest.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte degene is geweest die de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is binnengegaan. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] verklaren direct bij de politie dat het ging om [verdachte] , een voor hen bekende uit de gebruikerswereld. Bij het tonen van een SKDB-foto van verdachte, bevestigde [slachtoffer 3] dat dit de persoon was die bij hen binnen was. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan hun verklaringen te twijfelen, nu deze op essentiële punten met elkaar overeenkomen. Zij verklaren beiden dat zij een knal/klap hoorden bij de voordeur, dat [verdachte] vervolgens naast hun bed stond, dat hij [slachtoffer 2] in het gezicht sloeg en dat zij hun telefoons moesten afgeven waarna verdachte ze heeft meegenomen. Hun verklaringen worden bovendien ondersteund door de waarneming van het letsel aan het gezicht van [slachtoffer 2] door verbalisant [verbalisant 1] .
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door gebruik van geweld heeft gedwongen tot afgifte van hun telefoons. Gezien het korte tijdsbestek tussen de knal/klap die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bij de voordeur horen en het moment dat [verdachte] boven in de slaapkamers staat, concludeert de rechtbank dat verdachte degene is geweest die de voordeur heeft vernield, waarmee sprake is van braak.
Ten aanzien van feit 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte degene is die op de camerabeelden van de Jumbo te zien is. De camerabeelden brengen de dader onvoldoende in beeld om tot een onweerlegbare herkenning te komen. Verder is bepleit dat van een dreiging met geweld geen sprake is, omdat de persoon op de beelden geen stekende beweging maakt en niet op de medewerkers van de Jumbo afloopt met het mes.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 2] heeft namens Jumbo Wijchen verklaard dat er op vrijdag 13 februari 2026 omstreeks 08:15 uur een man de Jumbo inliep. Hij hoorde van zijn collega door zijn oortje dat de man een blik bier en een AA drink had gepakt uit het schap. Aangever is naar de voorkant van de winkel gegaan waar de man de winkel wilde verlaten. De man passeerde de kassa zonder goederen ter betaling aan te bieden. Op het aanspreken van twee kassamedewerkers was hij niet meewerkend. Aangever zag dat de man wilde weglopen en heeft hem tegengehouden. Hij heeft gevraagd of de man zijn tas wilde leegmaken. Hij zag dat de man dit niet deed. Hij hoorde dat de man een paar keer zei: 'dit wil je niet'. Hij zag dat de man vervolgens een mes uit zijn linkerbinnenzak pakte. Aangever heeft vervolgens ruimte gemaakt, zodat de man weg kon gaan. Het overige personeel is ook aan de kant gestapt. De man heeft twee blikken bier weggenomen ter waarde van ongeveer € 5,00. Het flesje AA drink dat hij had gepakt heeft de man in het schap achtergelaten. [9]
Verbalisant [verbalisant 2] heeft de camerabeelden van de Jumbo bekeken. Hij zag op de beelden dat een persoon die hij ‘verdachte’ noemt om 08:16:50 uur in het gangpad liep. Hij zag dat verdachte bukte en een voorwerp uit de schappen pakte. Hij zag dat verdachte wegliep van het schap en dat hij het voorwerp achter zijn jas deed. Hij zag dat verdachte het voorwerp wegstopte en dat hij uit beeld liep.
Op het volgende fragment zag verbalisant dat de verdachte naar de kassa liep. Hij zag dat de man de producten die hij eerder had gepakt, niet meer in zijn handen had. Hij zag dat de verdachte een pasje uit zijn jas pakte. Hij zag dat de verdachte de kassa voorbij liep met het pasje in zijn hand. [verbalisant 2] herkende het pasje als een ov-chipkaart.
Om 08:18:24 uur zag [verbalisant 2] dat de verdachte richting de uitgang liep. De medewerkers van de Jumbo gingen vervolgens voor hem staan. Er kwamen nog een aantal medewerkers bij, die ook voor de verdachte gingen staan. Om 08:18:45 uur zag [verbalisant 2] dat de verdachte een voorwerp uit zijn jas haalde. Hij zag dat dit een zwart en dun voorwerp was, dat hij herkende als een mes. Hij zag dat zodra de verdachte dit voorwerp uit zijn jas of tas haalde, de medewerkers naar achteren liepen. De verdachte liep vervolgens uit beeld. [10]
Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben beschreven dat zij op 25 februari 2026 gedurende een half uur tegenover verdachte hebben gezeten tijdens een verhoor. Zij hebben hem goed kunnen bekijken. Na de camerabeelden van de Jumbo in Wijchen te hebben gezien, hebben zij de overtuiging dat [verdachte] de persoon is die op de beelden is te zien. Zij herkenden hem aan zijn krullend zwart haar, zijn incomplete gebit, zijn gezichtsbeharing, huidskleur, onverzorgd uiterlijk en aan zijn postuur. [11]
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte op 13 februari 2026 twee blikken bier heeft gestolen bij de Jumbo in Wijchen en dat hij daarbij een mes heeft getoond aan [aangever 2] en aan meerdere andere medewerkers. Verdachte wordt op de beelden door twee verbalisanten op basis van verschillende, onderscheidende kenmerken herkend. Het verweer dat de dader onvoldoende in beeld wordt gebracht om tot een herkenning te kunnen komen, wordt hiermee weerlegd. De rechtbank is verder van oordeel dat met het tonen van een mes zonder meer sprake is van een dreiging met geweld. Voor die conclusie is niet noodzakelijk dat verdachte ook stekende bewegingen heeft gemaakt of op de medewerkers is afgelopen, zoals door de raadsvrouw is bepleit. Dat de medewerkers zich bedreigd voelden, blijkt uit het feit dat zij allemaal direct opzij stappen op het moment dat verdachte het mes uit zijn jas haalt.
De rechtbank acht hiermee het tenlastegelegde onder feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder:
  • parketnummer 05/338523-25, feit 1 en
  • parketnummer 05/058288-26, feit 1 en feit 2
tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/338523-25
1.
hij op
of omstreeks24 augustus 2025 te Nijmegen [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door:
- Die [slachtoffer 1] meerdere malen
, in elk geval eenmaal,tegen het lichaam te slaan en
/ofte stompen,
- die [slachtoffer 1] meerdere malen
, in elk geval eenmaal,met een (wandel)stok op
/tegenhet hoofd en
/ofhet lichaam te slaan.
Parketnummer 05/058288-26
1.
hij op
of omstreeks27 december 2025 te Wijchen,
in elk geval in Nederland,omstreeks 22:00 uur, in
elk gevalde voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning gelegen aan [adres] , met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door geweld
en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van
een of meertelefoons
, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die die [slachtoffer 2] en
/ofdie [slachtoffer 3]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)door die [slachtoffer 2] een of meerdere keren met kracht met de vuist
en/of de handin het gezicht
, in elk geval op het hoofd, van die [slachtoffer 2] heeft geslagen/gestomptte slaan, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en
/of dat/die weg te nemen goederen, onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
, verbreking en/of inklimming;
2.
hij op
of omstreeks13 februari 2026 te Wijchen
, in elk geval in Nederland,een of meer blikken bier
, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aanJumbo BV
en/of [aangever 1] , in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/ofgevolgd van
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en
/of een ofmeerdere medewerkers van Jumbo BV, gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/ofom, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [aangever 1] en
/of een ofmeerdere medewerkers van Jumbo BV een (groot) mes te tonen en
/of
-(daarbij) de woorden ‘’dit wil je niet’’
of woorden van gelijke strekkingtoe te voegen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van parketnummer 05/058288-26
feit 1:
mishandeling;
Ten aanzien van parketnummer 05/338523-25
feit 1:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 2:
diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd die gelijk is aan de duur van het voorarrest, uitgaande van een bewezenverklaring van feit 1 onder parketnummer 05/338523-25.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Hij is tot twee keer toe in de avond/nacht een woning binnengegaan, kennelijk omdat hij vond dat hij recht had op geld / nog geld tegoed had. In het ene geval heeft hij [slachtoffer 1] mishandeld, onder meer met een stok. In het andere geval heeft hij de voordeur vernield, slachtoffer [slachtoffer 2] geslagen en vervolgens (toen er geen geld was) de telefoons van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meegenomen. Het is voor de bewoners zeer beangstigend geweest dat verdachte ineens in hun woning en zelfs in hun slaapkamers stond. De eigen woning is bij uitstek de plek waar men zich veilig zou moeten voelen. Verdachte heeft dit gevoel van veiligheid aangetast. Naast deze woningovervallen heeft verdachte een winkeldiefstal gepleegd bij de Jumbo, waarbij hij de medewerkers – die slechts hun werk deden – heeft bedreigd met een mes. Verdachte heeft geen enkele rekening gehouden met de impact die zijn gedrag heeft op de verschillende slachtoffers en heeft steeds zijn eigen (financiële) belang vooropgesteld. Het gaat om ernstige strafbare feiten, waarbij verdachte geweld (of dreiging daarmee) niet schuwt. Bij deze gedragingen past enkel de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
De rechtbank heeft gekeken naar het uitgebreide strafblad van verdachte. In de afgelopen vijf jaren heeft verdachte meermaals gevangenisstraffen opgelegd gekregen voor soortgelijke strafbare feiten. Zo is hij op 7 oktober 2025 veroordeeld in verband met twee winkeldiefstallen. Op 22 november 2024 is hij veroordeeld voor meerdere diefstallen (waaronder een woninginbraak), bedreiging en vernielingen. Hiermee is sprake van veelvuldige recidive en de rechtbank zal dit in strafverzwarende zin meewegen bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf.
Uit het reclasseringsrapport van 31 maart 2026 volgt dat verdachte kampt met hardnekkige en duurzame verslavingsproblematiek. Verdachte pleegt strafbare feiten om in zijn verslaving te kunnen voorzien. Daarnaast ontbreekt het verdachte aan huisvesting, dagbesteding en inkomen. In het verleden zijn meerdere pogingen gedaan om deze problematiek middels een reclasseringstraject aan te pakken. Die trajecten zijn door de houding van verdachte steeds mislukt. Ook deze keer heeft verdachte geweigerd mee te werken aan het opstellen van een plan van aanpak. De reclassering beschrijft dat een plan van aanpak met interventies die gericht zijn op de kernproblematiek essentieel is om het recidiverisico te beperken. Verdachte heeft aangegeven enkel zijn medewerking te willen verlenen aan een plan van aanpak dat gericht is op de begeleiding bij praktische zaken. Verdachte staat niet open voor het ondergaan van interventies op het gebied van middelengebruik en het psychosociaal functioneren. De reclassering ziet daarom geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Zij adviseert de oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden.
De rechtbank acht het beeld van verdachte dat de reclassering beschrijft en dat zij ook op de zitting heeft gezien zorgelijk. Verdachte heeft ernstige strafbare feiten gepleegd en er is sprake van forse problematiek, maar verdachte heeft op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen, inzicht willen tonen in zijn gedrag of anderszins zijn medewerking willen verlenen aan het onderzoek. Mede gelet op het advies van de reclassering, ziet de rechtbank daarom geen aanknopingspunten om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Verdachte ontneemt zichzelf daarmee de kans om zijn leven een positieve wending te geven. De rechtbank geeft de verdachte mee zich in de toekomst open te stellen voor hulpverlening zodat hij kan werken aan een positieve verandering in zijn leven.
Rekening houdend met de oriëntatiepunten voor straftoemeting die Nederlandse rechters hanteren, de ernst van de feiten en de veelvuldige recidive, zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 3 jaren. Die straf is lager dan de eis van de officier van justitie, omdat de officier van justitie bij het bepalen van de eis is uitgegaan van de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, die doorgaans hoger liggen dan de oriëntatiepunten van de rechtbank.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 57, 300, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder
‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en
mr. S.H.W. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 5] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025406254, gesloten op 24 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 6-7.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 13.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 39.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte
6.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026091800, gesloten op 26 februari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
7.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 7.
8.Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] , p. 12-13.
9.Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , p. 22-23.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 27-28.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 36.