Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4965

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
840881-18
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens stabiele situatie en laag recidiverisico

Betrokkene is in mei 2019 terbeschikking gesteld met voorwaarden vanwege een belaging. De maatregel is meerdere malen verlengd, laatstelijk in juni 2025. De officier van justitie vorderde in april 2026 verlenging van de maatregel voor één jaar.

Tijdens de zitting in mei 2026 werden diverse rapporten besproken, waaronder het advies van de reclassering en een psychiater, die beiden adviseerden de maatregel niet te verlengen. Betrokkene woont zelfstandig met begeleiding, volgt dagbesteding en gebruikt medicatie tegen schizofrenie. Hij is stabiel en heeft inzicht in zijn draagkracht.

De rechtbank concludeert dat het recidiverisico laag is en dat betrokkene voldoende ondersteuning krijgt na beëindiging van de maatregel. De vordering tot verlenging wordt daarom afgewezen en de terbeschikkingstelling komt tot een einde. Het door het slachtoffer gewenste contact- en locatieverbod vervalt daarmee eveneens.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af en beëindigt de maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/840881-18
Datum uitspraak: 12 juni 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene], (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. S.R. van Laar, advocaat te Arnhem.

Procedure

Aan betrokkene is op 28 mei 2019 bij vonnis van de rechtbank Gelderland de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Deze maatregel is ingegaan op 28 mei 2019 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 13 juni 2025.
Bij vordering van 22 april 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de reclassering van 25 maart 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet te verlengen;
  • de voortgangsverslagen;
  • het advies van psychiater I. Maksimović, van 31 januari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet te verlengen;
  • de slachtofferrapportage van 4 mei 2026 waarin de wens tot een contactverbod en locatieverbod is weergegeven.
Ter zitting van 29 mei 2026 zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • zijn raadsvrouw;
  • de deskundige R.J. Schaaf, reclasseringswerker; en
  • de officier van justitie, mr. J. van der Linden.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting verzocht de vordering af te wijzen. Betrokkene is stabiel en het recidiverisico wordt ingeschat als laag.
De raadsvrouw van betrokkene heeft ook gepleit voor afwijzing van de vordering en dus beëindiging van de maatregel.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege belaging. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik (in langdurige volledige remissie).
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene woont sinds september 2022 zelfstandig in een flat in [woonplaats]. Hij woont daar nog altijd naar tevredenheid onder begeleiding van de RIBW. Betrokkene is in september 2025 gestart met de BBL-opleiding maatschappelijke zorg, maar is twee maanden later gestopt, omdat het uitvoeren van zorgtaken te complex voor hem bleek. Betrokkene heeft dit ter zitting bevestigd en heeft aangegeven dat hij de zorgtaken te moeilijk vond en dat hij de verantwoordelijkheid niet aankon. Hij heeft wel geleerd van de ervaring. Hij heeft daarna zijn dagbesteding weer opgepakt, waar hij vier dagdelen per week naartoe gaat. Hij is daar tevreden over. Betrokkene krijgt ondersteuning van de forensische polikliniek Kairos en hij krijgt elke maand zijn depotmedicatie (Abilify). Betrokkene ziet in dat hij levenslang zijn medicatie zal moeten blijven gebruiken om stabiel te blijven. Verder is betrokkene goed in staat gebleken om zijn draaglast-draagkracht in balans te houden. De deskundige heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene heeft laten zien dat hij goed kan omgaan met tegenslag en dat hij er vertrouwen in heeft dat betrokkene het zelf kan. Betrokkene is gemotiveerd voor vrijwillige hulpverlening en de ambulante ondersteuning van de RIBW zal worden voortgezet. Indien de terbeschikkingstelling wordt beëindigd zal Kairos nog zes maanden betrokken blijven. Daarna zal Kairos hem overdragen aan het FACT-team van Pro Persona.
Recidivegevaar
Onder de huidige omstandigheden schat de psychiater het recidiverisico en het risico op gewelddadig gedrag in brede zin, in als aanvaardbaar laag. Het risico zou alleen kunnen oplopen bij een psychotische decompensatie, en ook dan pas op den duur. Alleen in dat geval is de inschatting dat het recidiverisico hoog zou worden. Het is echter niet te verwachten dat betrokkene snel psychotisch zal decompenseren. Betrokkene is stabiel, heeft meer inzicht gekregen over wat de grenzen zijn van zijn draagkracht en mogelijkheden en handelt ernaar, hij is medicatietrouw en ziet in dat hij medicatie moet blijven gebruiken.
De reclassering schat het recidiverisico in als laag. Beschermende factoren zijn het gebruik van depotmedicatie, de dagelijkse structuur die hem wordt geboden en de begeleiding van professionals.
Conclusie
Gelet op de inhoud van de rapporten, de voortgangsverslagen en wat ter zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat er onder de huidige omstandigheden geen noodzaak meer bestaat om de terbeschikkingstelling te verlengen. Betrokkene heeft ook de afgelopen periode stabiel gefunctioneerd en heeft laten zien dat hij zich goed kan handhaven, ook als zich tegenslagen voordoen. Hij weet goed waar zijn grenzen liggen. Daarnaast zal hij ook na beëindiging van de terbeschikkingstelling voldoende hulp en begeleiding krijgen, vanuit de RIBW en voor de medicatie vanuit Kairos en vervolgens van het FACT-team van Pro Persona. Het recidiverisico is inmiddels gedaald naar een aanvaardbaar laag niveau. Er zijn nu naar het oordeel van de rechtbank voldoende beschermende factoren in het leven van betrokkene die mogelijk maken dat hij zijn leven zonder de maatregel van terbeschikkingstelling verder kan vormgeven. Nu de maatregel zal eindigen, bestaat voor het door het slachtoffer gewenste contact- en locatieverbod geen grondslag meer.

De beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.
Deze beslissing is gegeven door mr. W. Bruins, als voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. J.M. Breimer, als rechters in tegenwoordigheid van mr. S.I. Nelissen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 juni 2026.
mr. W. Bruins is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.