Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4964

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
841355-17
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar

Betrokkene is sinds 28 mei 2019 terbeschikking gesteld met verpleging van overheidswege vanwege meervoudige bedreiging met een geweldsdelict. De maatregel is eerder verlengd en nu opnieuw aan de orde. De kliniek adviseerde verlenging met twee jaar, terwijl de psychiater en psycholoog een verlenging met één jaar bepleitten.

De rechtbank nam kennis van de rapporten en hoorde betrokkene, zijn raadsvrouw, deskundigen en de officier van justitie. Betrokkene is sinds december 2023 psychiatrisch stabiel, medicatietrouw en abstinent van middelen. Er zijn geen incidenten meer en begeleid verlof verloopt goed. De kliniek ondervond personele wisselingen die het traject vertraagden.

De deskundigen schatten het recidiverisico zonder maatregel als matig tot hoog, vanwege het risico op medicatiestaking, middelengebruik en psychotische ontregeling. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk voor de veiligheid van betrokkene en de samenleving.

De rechtbank volgt het advies van psychiater en psycholoog om de maatregel met één jaar te verlengen, om de kliniek aan te sporen het traject te versnellen en over een jaar opnieuw te evalueren. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen. De beslissing is uitgesproken op 12 juni 2026 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/841355-17
Datum uitspraak: 12 juni 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] , (hierna: betrokkene)

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] (Sierra Leone),
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [kliniek] (hierna: de kliniek).
Raadsvrouw: mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te Den Haag.

Procedure

Betrokkene is op 28 mei 2019 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 28 mei 2019. Bij
beslissing van deze rechtbank van 19 oktober 2020 is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. Deze maatregel is het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 16 juni 2025.
Bij vordering van 17 april 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de kliniek van 16 maart 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen;
  • het advies van psychiater J.L.M. Dinjens, van 23 februari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met een jaar;
  • het advies van psycholoog B. van Giessen, van 19 februari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met een jaar.
Ter zitting van 29 mei 2026 zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • zijn raadsvrouw;
  • de deskundige B. van Giessen, psycholoog;
  • de deskundige P.P.M.A. Buiting, manager behandelzaken en GZ-psycholoog (via een videoverbinding); en
  • de officier van justitie, mr. J. van der Linden.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft daarbij aangesloten bij het advies van de kliniek en heeft aangevoerd dat de nog te nemen stappen tijd kosten en hiervoor meer dan één jaar nodig zal zijn.
De raadsvrouw van betrokkene heeft primair verzocht de behandeling van de zaak aan te houden, zodat onderzocht kan worden of, en zo ja, onder welke voorwaarden de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene inmiddels al sinds december 2023 psychiatrisch stabiel is, hij medicatietrouw is, er geen incidenten meer hebben plaatsgevonden sinds eind 2023, het behandelplafond bereikt is en betrokkene al geruime tijd abstinent is van alcohol en drugs. Bovendien wordt ingeschat dat het recidiverisico op termijn gradueel zou kunnen oplopen, maar dus niet snel zal oplopen. Gelet daarop zou betrokkene bijvoorbeeld kunnen uitstromen naar een RIBW met een vorm van toezicht. Het risicomanagement kan dan voldoende worden gewaarborgd.
Subsidiair heeft de raadsvrouw gepleit voor verlenging met één jaar, omdat voor de stappen die nog moeten worden gezet geen twee jaar nodig is. Ook kan de motivatie van betrokkene dalen als het traject nog lang duurt. Betrokkene heeft zelf verzocht de vordering af te wijzen en de maatregel te beëindigen.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Gezien de omstandigheden en context van het
indexdelict, heeft de rechtbank en vervolgens ook het Hof eerder beslist dat dit delict moet worden aangemerkt als een geweldsdelict zoals bedoeld in artikel 38e Sr. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit de rapporten van de psychiater, de psycholoog en de kliniek blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie. Er zijn echter, sinds een wijziging van de antipsychotische medicatie in juli 2023, geen (actieve) psychotische klachten of symptomen meer waargenomen. Daarnaast blijkt uit de rapporten dat sprake is van een stoornis in het gebruik van cannabis (licht-matig, in gedwongen remissie in een gereguleerde omgeving) en persoonlijkheidsproblematiek met antisociale en narcistische kenmerken. De psychiater en de kliniek stellen daarnaast dat betrokkene functioneert op (licht) verstandelijk beperkt niveau. De psycholoog stelt dat er beperkingen zijn in het cognitief functioneren, maar geeft aan dat hij deze niet als stoornis kan diagnosticeren, vanwege de andere culturele achtergrond van betrokkene, het opgroeien met een andere taal en ongunstige opvoedomstandigheden.
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
De psychische conditie van betrokkene is sinds december 2023 stabiel. De afgelopen periode hebben er wederom geen incidenten plaatsgevonden. Ook is betrokkene abstinent van middelen gebleven en is hij in januari 2025 gestart met begeleid verlof. Dit verloopt naar wens. Betrokkene is in november 2025 overgeplaatst naar de behandel- en resocialisatieafdeling [afdeling] (beveiligingsniveau 2), omdat dit passend werd geacht. De overplaatsing naar deze afdeling is zonder problemen verlopen. Betrokkene laat zich positief door het behandelteam beïnvloeden en stelt zich volgzaam op. Er wordt momenteel toegewerkt naar onbegeleid verlof. De deskundige van de kliniek heeft ter zitting toegelicht dat de kliniek bezig is met de aanvraag voor onbegeleid verlof, maar dat dit nog de nodige tijd zal kosten. Daarnaast heeft de deskundige van de kliniek aangegeven dat er ook de afgelopen periode personele wisselingen zijn geweest en dat dit invloed heeft gehad op betrokkene. De kliniek hoopt dat er vanaf juli meer stabiliteit zal zijn op dit gebied.
Recidivegevaar
De kliniek schat het recidiverisico binnen de huidige omgevingsprothese in als laag. Indien de terbeschikkingstelling beëindigd wordt, zal de huidige omgevingsprothese wegvallen en de kliniek schat in dat het risico op overvraging, middelengebruik, staking van
anti-psychotische medicatie en hiermee psychotische ontregeling dan toeneemt. Bij oplopende spanning is betrokkene beperkt zelfstandig in staat om deze adequaat te reguleren. Het recidiverisico wordt in een dergelijke situatie als hoog ingeschat. Bovendien is er naar verwachting binnen korte tijd sprake van maatschappelijke teloorgang.
De psychiater geeft aan dat het recidiverisico bij het wegvallen van een juridisch kader gradueel zal oplopen naar een matig-hoog risico. Zonder kader zal betrokkene naar alle waarschijnlijkheid snel stoppen met medicatie, terugvallen in middelengebruik en zorg gaan mijden. Op de middellange en lange termijn zal de kans op delictgedrag dan gradueel oplopen, waarbij de psychotische stoornis, de persoonlijkheidsproblematiek, de beperkte (intellectuele) copingvaardigheden en het gebrekkige probleeminzicht de belangrijkste risicofactoren zijn. Ook de psycholoog schat het risico op recidive zonder maatregel in als matig-hoog.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling nog altijd aanwezig is.
Conclusie
Betrokkene heeft de positieve ontwikkelingen die eind 2023 zijn ingezet weten voor te zetten en functioneert al geruime tijd stabiel. Betrokkene verdient daarvoor complimenten. Er wordt echter ingeschat dat het recidiverisico kan oplopen naar (matig-)hoog bij het beëindigen van de terbeschikkingstelling. Daarnaast is er recentelijk een aanvraag geschreven voor onbegeleid verlof. Dit zal nog moeten worden goedgekeurd en betrokkene zal daarna nog moeten starten met onbegeleid verlof. Vervolgens zal moeten worden getoetst hoe hij omgaat met een toename in bewegingsvrijheid en een afname in structuur. Ook zal nog naar een vervolgplek voor betrokkene gezocht moeten worden.
De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouw om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging gelet op het voorgaande af. Dit acht de rechtbank gelet op de stappen die nog moeten worden genomen in het behandel- en resocialisatietraject te vroeg. Afwijzing van de vordering, zoals betrokkene zelf heeft verzocht, is daarom, los van de wettelijke mogelijkheden daartoe, ook nog niet aan de orde.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of de terbeschikkingstelling met één of twee jaar moet worden verlengd. De kliniek heeft geadviseerd de maatregel met twee jaar te verlengen, omdat er tijd nodig is om betrokkene te blijven motiveren voor de behandeling, de risicofactoren te behandelen, zijn belastbaarheid te onderzoeken en te werken aan beschermende factoren. Ook moet onderzocht worden welke omgevingsprothese en ondersteuning betrokkene in de toekomst nodig heeft. De kliniek wil daarvoor de tijd nemen en kleinere stappen zetten in de opbouw van vrijheden. De psychiater en de psycholoog hebben beiden geadviseerd de maatregel te verlengen met één jaar. Zij hebben, kort samengevat, aangegeven dat zij vinden dat de kliniek meer vaart had kunnen maken in het traject van betrokkene. Zo heeft de kliniek veel tijd genomen op beveiligingsniveau 3, terwijl betrokkene al langere tijd gestabiliseerd was. Ook had de kliniek meer vaart kunnen maken met de aanvraag voor begeleid en onbegeleid verlof. Het eerder oefenen op een lager beveiligingsniveau en het eerder starten van verloven was meer op zijn plaats geweest. De psycholoog en de psychiater adviseren de terbeschikkingstelling daarom met één jaar te verlengen om zo de kliniek aan te sporen meer vaart te maken met het starten van onbegeleide verloven en het toewerken naar een woonvoorziening via transmuraal verlof. Over een jaar kan dan bekeken worden wat de stand van zaken is en of de reclassering betrokken kan worden om toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging, mogelijk voorafgegaan door proefverlof. De beide deskundigen pleiten in feite voor meer maatwerk in het geval van betrokkene.
De rechtbank kan zich verenigen met de rapporten van de psycholoog en psychiater en zal die adviezen volgen. De rechtbank constateert dat het niet duidelijk is waarom de kliniek voor bepaalde stappen zoveel tijd heeft genomen en constateert dat er veel wisseling in het personeel is geweest. De rechtbank acht het, gelet op het verloop van het traject, dan ook van belang dat over een jaar de stand van zaken opnieuw wordt geëvalueerd. Het verdient aanbeveling om het komend jaar te bezien of er ook buiten de gebruikelijke (koninklijke) weg wellicht mogelijkheden zijn voor betrokkene om voortgang te maken in zijn traject nu hij al langere tijd stabiel is.
De rechtbank zal de terbeschikkingstelling dus, overeenkomstig de adviezen van de psycholoog en de psychiater, met één jaar verlengen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst afhet verzoek tot aanhouding;
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met
één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. W. Bruins en mr. J.M. Breimer, als rechters in tegenwoordigheid van mr. S.I. Nelissen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 juni 2026.
mr. W. Bruins is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.