ECLI:NL:RBGEL:2026:4923
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen inhoudingen Participatiewet niet-ontvankelijk
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen lopende inhoudingen, vorderingen en kortingen op haar Participatiewet-uitkering bij het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn. Zij stelt dat deze kortingen onterecht zijn en leidt tot acute financiële nood. Zij verzoekt onmiddellijke beëindiging van de inhoudingen, aanvulling tot de gehuwdennorm, terugbetaling en kwijtschelding van een vermeende spookschuld.
De voorzieningenrechter beoordeelt of het verzoek voldoet aan het formele connexiteitsvereiste, dat wil zeggen of er een bezwaar, administratief beroep of beroep aanhangig is tegen een besluit van het bestuursorgaan. Hoewel verzoekster enkele besluiten heeft overgelegd, is niet gebleken dat er een bezwaar tegen een van deze besluiten aanhangig is. Het laatste besluit dateert van 4 maart 2026, maar het bezwaar tegen dit besluit is op 10 maart 2026 ingetrokken.
De brief van verzoekster aangeduid als 'ingebrekestelling' kan niet als een bezwaarschrift worden aangemerkt, mede omdat niet duidelijk is tegen welk besluit dit gericht zou zijn. Hierdoor ontbreekt de formele connexiteit en is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om het verzoek inhoudelijk te behandelen en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar.