Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4898

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
ARN 26/2073
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:81 AwbArt. 1:3 AwbArt. 5.1 Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd bij verzoek voorlopige voorziening opvang asielzoekers

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de vestiging van opvang voor asielzoekers in een pand in Apeldoorn, stellende dat de opvang in mei 2026 start zonder dat een omgevingsvergunning is verleend, wat volgens hem in strijd is met de Omgevingswet.

Het college van burgemeester en wethouders heeft toegelicht dat er nog geen besluit is genomen op een vergunningaanvraag, omdat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) deze nog moet indienen. De voorzieningenrechter kan alleen voorlopige voorzieningen treffen tegen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Omdat er geen besluit is genomen, maar slechts feitelijk handelen plaatsvindt, is de voorzieningenrechter onbevoegd om het verzoek te beoordelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verzoeker is geen griffierecht verschuldigd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat er geen besluit is genomen waarop bezwaar of beroep mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2073

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de vestiging van opvang voor asielzoekers in het pand aan de [locatie] in [plaats].
1.1.
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker vraagt om een voorlopige voorziening tegen de vestiging van opvang voor asielzoekers aan de [locatie] in [plaats]. Hij stelt dat de opvang in mei 2026 start en dat er geen omgevingsvergunning bekend is gemaakt om de opvang te realiseren. De opvang is in strijd met artikel 5.1 van de Omgevingswet en daarom onrechtmatig. Hij doet het verzoek mede namens andere omwonenden.
3. Het college heeft in een brief van 28 april 2026 aan verzoeker toegelicht dat er nog geen besluit is op grond van de Awb. Pas nadat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een vergunningaanvraag heeft ingediend, kan er een besluit op de vergunningsaanvraag worden genomen.
4. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen, als tegen een besluit bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld. [1] Er moet dus sprake zijn van een besluit als bedoeld in de Awb, dat is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publieksrechtelijke rechtshandeling. [2]
5. Er is op dit moment (nog) geen besluit (in de zin van de Awb) om de opvang te regelen binnen de kaders van de Omgevingswet. De voorzieningenrechter begrijpt uit het verzoek dat verzoeker zich (ook) richt tegen de feitelijke vestiging van de opvang. De rechtmatigheid daarvan mag de voorzieningenrechter niet beoordelen, want die feitelijke vestiging is niet neergelegd in een besluit. De bouw van de opvang en het vestigen van personen is feitelijk handelen. De bestuursrechter, en dus ook de voorzieningenrechter, kan op basis van de Awb geen beoordeling geven over feitelijke handelingen. Zijn bevoegdheid is beperkt tot de beoordeling van besluiten.

Conclusie en gevolgen

6. Omdat er geen sprake is van een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld, is de voorzieningenrechter onbevoegd om het verzoek te beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Omdat de voorzieningenrechter onbevoegd is, is verzoeker geen griffierecht verschuldigd.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dat staat in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
2.Dat staat in artikel 1:3 van Pro de Awb.