Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4845

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
520299225
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 38 SrArt. 38a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen poging woninginbraak, diefstal, mishandeling en discriminatoir oogmerk afpersing

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor een reeks strafbare feiten gepleegd tussen augustus 2024 en juli 2025, waaronder medeplegen van poging tot woninginbraak, meerdere winkeldiefstallen, mishandeling, het voorhanden hebben van gaspistolen en een machete, schuldheling, openlijke geweldpleging, diefstal met geweld, bedreiging en medeplegen van poging tot afpersing met discriminatoir oogmerk gericht tegen een homofiel.

Het bewijs bestond uit verklaringen van aangevers, getuigen, proces-verbalen van politieonderzoeken, camerabeelden, en verklaringen van verdachte zelf. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust handelde met opzet en medepleegde in nauwe samenwerking met anderen. Het discriminatoir oogmerk werd bewezen geacht op grond van haatuitingen en de context van het geweld.

Psychiatrisch en psychologisch onderzoek toonden ernstige en complexe problematiek bij verdachte, waaronder ADHD, persoonlijkheidsstoornissen en PTSS, met een hoog recidiverisico. De reclassering adviseerde tbs met voorwaarden vanwege de noodzaak van langdurige behandeling en begeleiding.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 206 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een tbs-maatregel met voorwaarden, waaronder intensieve behandeling en toezicht. Daarnaast werd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel niet opgelegd, omdat de tbs met voorwaarden voldoende waarborg biedt. Schadevergoedingen aan benadeelden werden deels toegewezen, met matiging van smartengeld wegens onduidelijkheid over het gebruikte wapen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 206 dagen gevangenisstraf en tbs met voorwaarden voor diverse strafbare feiten met discriminatoir oogmerk.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/084030-25; 05/075998-25; 05/065831-25; 05/190096-25; 05/190294-25; 05/202992-25 en 08/191385-23 (tul) (gev. ttz.).
Datum uitspraak : 9 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
verblijvende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. J.E.W. Jansen, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is - kort samengevat - ten laste gelegd:
in de zaak met parketnummer 05/084030-25
poging tot woninginbraak op 15 augustus 2024 in [plaats 1] ;
in de zaak met parketnummer 05/075998-25
1. winkeldiefstal op 3 november 2024 in Warnsveld;
2. winkeldiefstal op 19 november 2024 in Warnsveld;
in de zaak met parketnummer 05/065831-25
mishandeling van [aangever 1] op 24 februari 2025 in Ermelo;
in de zaak met parketnummer 05/190096-25
1. het voorhanden hebben van twee gaspistolen op 28 februari 2025 in Ugchelen;
2. het voorhanden hebben van een machete op 28 februari 2025 in Ugchelen;
in de zaak met parketnummer 05/190294-25
primair: heling van een snorfiets op 23 juni 2025 in [plaats 1] ; subsidiair: diefstal van een snorfiets op 23 juni 2025 in [plaats 1] ;
in de zaak met parketnummer 05/202992-25
1. primair: medeplegen van een poging tot afpersing van [aangever 2] op 2 juli 2025 in Apeldoorn, terwijl het feit werd gepleegd met een discriminatoir oogmerk; subsidiair: openlijke geweldpleging met discriminatoir oogmerk gericht tegen [aangever 2] op 2 juli 2025 in Apeldoorn;
2. primair: openlijke geweldpleging gericht tegen [aangever 3] op 30 juni 2025 in Apeldoorn; subsidiair: medeplegen mishandeling van [aangever 3] op 30 juni 2025 in Apeldoorn;
3. medeplegen van diefstal met geweld van een fiets, telefoon en rijbewijs van [aangever 4] op 1 juli 2025 in Apeldoorn; subsidiair: medeplegen van afpersing van [aangever 4] op 1 juli 2025;
4. medeplegen van bedreiging van [aangever 5] op 1 juli 2025 in Apeldoorn.
De volledige tenlasteleggingen worden als bijlage aan dit vonnis gehecht.

2.Het onderzoek op de terechtzitting

Verdachte heeft meerdere dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd en in chronologische volgorde.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

In de zaak met parketnummer 05/084030-25 (poging woninginbraak) [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , p. 5 t/m 7;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
In de zaak met parketnummer 05/075998-25 (winkeldiefstallen) [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor deze feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1 (winkeldiefstal op 3 november 2024)
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , p. 6 en 7;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Opzet
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de winkel vergeten is een deel van de boodschappen af te rekenen; hij blowde veel in die tijd en hij is een dromerig persoon. De rechtbank oordeelt dat wel sprake is geweest van opzet. Verdachte heeft op 3 november 2024 levensmiddelen in zijn winkelmandje gelegd, met daaroverheen een zwarte tas. Bovenop die tas heeft hij andere boodschappen gelegd. Bij de zelfscan heeft verdachte alleen de boodschappen gescand die bovenop de tas lagen en is naar buiten gelopen zonder de boodschappen die onder de tas lagen af te rekenen. Dat verdachte vergeten is om de boodschappen af te rekenen is niet aannemelijk. Het afdekken van boodschappen ziet er namelijk uit als een bewuste en berekenende handeling om een deel van de boodschappen aan het zicht te onttrekken. De rechtbank concludeert dat verdachte het oogmerk heeft gehad om de spullen zonder te betalen mee te nemen.
Feit 2 (winkeldiefstal op 19 november 2024)
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , p. 15 en 16;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Opzet
Ook bij deze winkeldiefstal heeft verdachte verklaard dat hij vergeten is een deel van de boodschappen af te rekenen. Ook in het geval van deze winkeldiefstal oordeelt de rechtbank dat wel sprake is geweest van opzet. Op 19 november 2024 heeft verdachte bij de zelfscan (wederom) slechts een gedeelte van de boodschappen gescand en afgerekend. Bij een steekproef heeft hij twee potten sportvoeding bovenop de koeling naast hem gezet. Na de steekproef heeft hij de potten van de koeling gepakt en is daarmee zonder te betalen naar buiten gelopen. Het gaat om grote en dure potten. Verdachte spreekt zichzelf tegen door te zeggen dat hij is vergeten de grote, dure potten af te rekenen maar er wel aan te denken om ze mee te nemen vlak voordat hij de winkel verlaat. Het aan de kant zetten van de potten sportvoeding tijdens de steekproef om ze direct na de steekproef weer te pakken is berekenend gedrag. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte het oogmerk heeft gehad om de potten zonder te betalen mee te nemen.
In de zaak met parketnummer 05/065831-25 (mishandeling [aangever 1] ) [3]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar voor het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op de kopstoot vindt zij dat verdachte moet worden vrijgesproken. De verklaring van aangever is onbetrouwbaar (over de aanleiding van het incident en over zijn eigen aandeel in de geweldshandelingen). Er is verder maar één getuige die over een kopstoot heeft verklaard. Uit de camerabeelden en uit de andere getuigenverklaringen volgt niet dat sprake was van een kopstoot.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 11 t/m 13;
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 50 en 51;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Kopstoot
De verklaring van aangever is geloofwaardig en bruikbaar voor het bewijs. Aangever heeft stellig over de kopstoot verklaard en een kopstoot is een zeer specifieke geweldshandeling. Dat aangever verder heeft verklaard dat de kopstoot uit het niets werd gegeven en dat hij niet heeft verklaard over de woordelijke discussie die hier kennelijk aan vooraf ging doet daar niet aan af. Ook getuige [getuige] is stellig in haar verklaring dat zij heeft gezien dat de lange jongen (de rechtbank begrijpt: verdachte) een kopstoot gaf.
Het is niet verwonderlijk dat niet alle getuigen over de kopstoot hebben verklaard. Het is goed voorstelbaar dat zij in de hectiek van het gevecht niet alle geweldshandelingen hebben gezien.
In de beschrijving van de camerabeelden wordt niet gesproken van een kopstoot maar de rechtbank constateert dat het gaat om zwart wit beelden die van slechte kwaliteit zijn. Verbalisant beschrijft vanaf de eerste duw een worsteling tussen NN1 (de rechtbank begrijpt: verdachte) en aangever voordat ze op de grond terecht komen, waarbij de geweldshandelingen beperkt lijken te zijn uitgeschreven. De rechtbank vindt de screenshots en de beschrijving van de beelden te onduidelijk om doorslaggevende waarde aan toe te kennen. Aangever heeft hierover meer gedetailleerd verklaard. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever die wordt ondersteund door een onafhankelijke getuige en daarom wordt ook bewezen dat verdachte een kopstoot heeft gegeven tijdens het gevecht.
In de zaak met parketnummer 05/190096-25 (overtreden Wet Wapens en Munitie) [4]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1 (voorhanden hebben van twee gaspistolen)
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, p. 8 t/m 13;
- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 54 en 55;
- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 57 en 58;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Feit 2 (voorhanden hebben van een machete)
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, p. 8 t/m 13;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 51 en 52;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
In de zaak met parketnummer 05/190294-25 (heling/diefstal snorfiets) [5]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit (heling).
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor het primair ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor het subsidiair ten laste gelegde feit heeft zij vrijspraak bepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft de heling van de snorfiets bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 5 t/m 9;
- het proces-verbaal aangifte, p. 43 t/m 45;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
In de zaak met parketnummer 05/202992-25
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde feit (medeplegen van een poging tot afpersing van [aangever 2] ), waarbij ook het strafverzwarende element (discriminatoir oogmerk) bewezen kan worden, aan het onder 2 primair ten laste gelegde feit (openlijke geweldpleging gericht tegen [aangever 3] ), aan het onder 3 primair ten laste gelegde feit (medeplegen van diefstal met geweld tegen [aangever 4] ) en aan het onder 4 ten laste gelegde feit (medeplegen van bedreiging van [aangever 5] ).
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar voor het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op de bedreiging met een vuurwapen moet verdachte worden vrijgesproken. Ook voor feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 3 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar voor het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op de bedreiging met de machete moet verdachte worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft voor feit 4 vrijspraak bepleit.
Feit 1(poging tot afpersing van [aangever 2] ) [6]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 2 juli 2025 heeft aangever [aangever 2] rond 19:15 uur afgesproken in het park Zuidbroek in Apeldoorn met een jongen die zich (zoals achteraf blijkt) voordeed als ‘ [naam 1] ’. Ze hadden elkaar die ochtend leren kennen via de app Grindr en vervolgens telefoonnummers uitgewisseld. ‘ [naam 1] ’ gebruikte het telefoonnummer [telefoonnummer] . Tijdens een wandeling met ‘ [naam 1] ’ in het park zijn er ineens drie jongens uit de bosjes gekomen. Twee jongens waren gemaskerd met een helm en/of bivakmuts. Ze hebben aangever geschopt en geslagen. Het was duidelijk dat ‘ [naam 1] ’ en de andere jongens bij elkaar hoorden. [7] De jongen die zich voordeed als ‘ [naam 1] ’ is medeverdachte [medeverdachte 1] . De andere jongens waren verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [8] Het nummer [telefoonnummer] is van verdachte. [9]
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal het primair ten laste gelegde medeplegen van een poging tot afpersing met discriminatoir oogmerk bewezen verklaren en overweegt daartoe het volgende.
Aangever heeft verder over het incident verklaard dat een van de jongens die uit de bosjes kwam rennen heeft gezegd dat aangever ‘zijn telefoon moest afgeven’. Een van hen heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op hem gericht terwijl hij op zijn knieën zat en gezegd dat hij ‘op de grond moest gaan liggen’, dat hij ‘moest luisteren’ en dat ‘het vuurwapen geladen was’. Een andere jongen heeft een touw om hem heen proberen te knopen. Dit waren de jongen met de helm en de blonde jongen. Toen de jongens uit de bosjes kwamen, hebben ze dingen geroepen als “vieze homo”. [10]
Gebruik wapen en touw
Verdachte zegt dat hij tijdens het incident geen vuurwapen heeft gezien en zich niet bewust is geweest van een touw. Er lag wel al heel lang een touw in de buddy van de scooter, maar het was niet het plan om daar iemand mee vast te binden. Het was de bedoeling om een pedofiel te confronteren (zonder daarbij fysiek geweld te gebruiken). Voor verdachte was het niet relevant of de man homoseksueel was.
In het dossier zit een filmpje dat [medeverdachte 1] op 2 juli 2025 om 18:55 uur aan verdachte en aan [medeverdachte 3] heeft gestuurd. Op het filmpje is te zien dat [medeverdachte 1] eerst zichzelf filmt met de camera aan de voorzijde van zijn telefoon. Als tijdens de opname wordt gewisseld naar de camera aan de achterzijde van de telefoon is te zien dat [medeverdachte 1] met nog twee andere personen in dichtbegroeide bosjes stond. Een van deze personen is helemaal in het zwart gekleed, draagt een zwart masker met zwarte ogen en houdt een zilverkleurig pistool vast. Hij loopt met een stereotiep vrouwelijk loopje op [medeverdachte 1] af. Hij houdt het pistool gericht op [medeverdachte 1] en zegt met een hoog stemmetje: “Geef me je pincode dan.”. [11]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat ze een tijdje in het bosje hebben gestaan en dat er die bewuste dag een filmpje in het bosje is gemaakt. [12]
Hoewel niet is komen vast te staan welke personen naast [medeverdachte 1] op het filmpje te zien zijn en wie de persoon is die het vuurwapen vasthoudt, is het aannemelijk dat verdachte het vuurwapen tijdens de opname van het filmpje heeft gezien. Het filmpje is vlak voor het incident, ongeveer twintig minuten eerder, doorgestuurd. Het is opgenomen op de locatie waar het incident heeft plaatsgevonden. Het lijkt erop dat in het filmpje wordt ‘gespeeld’ (als ware het een soort sketch van de ‘generale repetitie’) wat er later enige tijd later ‘in het echt’ zal gebeuren. Verdachte moet het vuurwapen hebben gezien en dus hebben geweten dat het vuurwapen ook zou (kunnen) worden gebruikt tijdens het ‘echte’ incident.
Gebruik touw
De politie heeft met een speurhond op de locatie van het incident naar sporen van verse menselijke geur gezocht. De hond heeft vlakbij de bosjes een geel touw gevonden. [13]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de medeverdachten heeft horen praten over een touw. Hij heeft een geel touw gezien. Het touw zat in de buddy van de scooter. Als de verbalisant een foto van het gevonden touw laat zien, herkent [medeverdachte 1] het touw voor 100% als het touw dat in de buddy van de scooter lag. [14]
[medeverdachte 3] heeft verklaard dat er sprake is geweest van een touw, maar dat het met het touw niet gelukt is. [15]
Uit het dossier volgt dat het gaat om een groot touw. [16] De rechtbank concludeert dan ook dat het aannemelijk is dat verdachte het touw heeft gezien en ook moet hebben begrepen dat dit gebruikt zou worden tijdens het incident.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever over het dreigen met een vuurwapen en de poging om hem vast te binden met een touw. De rechtbank oordeelt deze onderdelen van de tenlastelegging ook wettig en overtuigend bewezen.
Opzet op het vermogensdeel
Verdachte heeft verklaard dat het de bedoeling was van hem en de medeverdachten om een pedofiel (verbaal) te confronteren.
De rechtbank stelt vast dat de verdachten, op het moment dat zij uit de bosjes kwamen meteen zijn begonnen met slaan en schoppen, dat zij een vuurwapen bij zich hadden en dat zij hebben geprobeerd om aangever vast te binden. Uit niets blijkt dat zij (alleen maar) een gesprek wilden voeren met aangever over zijn pedofilie (confronteren).
Volgens de rechtbank waren de verdachten ook uit op geld. Zij heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever dat hem gezegd is dat hij zijn telefoon moest afgeven. Zijn verklaring vindt op dit punt steun in verschillende onderdelen van het dossier.
In het hiervoor besproken filmpje (‘generale repetitie’), dat als voorbode van wat er even later staat te gebeuren kan worden gezien, wordt gevraagd om een pincode. [17]
Op 2 juli 2025 heeft medeverdachte [medeverdachte 1] dit filmpje (‘generale repetitie’) en het volgende audiobericht naar [naam 3] gestuurd:
“Ja man. We gaan omni homotje uhh klappen. We gaan ze hele kanker moer racen.”
In straattaal heeft ‘racen’ vaak de betekenis van beroven of stelen. ‘Klappen’ kan betekenen: in elkaar slaan. [18]
Daarbij komt dat onderzoek aan de telefoon van verdachte een chatgesprek tussen hem en ‘mama’ naar voren heeft gebracht. Op 30 juni 2025 heeft verdachte een bericht gestuurd dat hij snel geld heeft gemaakt via een ‘klote pedo’. Het heeft in totaal € 800,00 opgeleverd, maar hij hield er zelf € 200,00 aan over. Hij wil dit een paar keer doen. [19]
Gelet op het voorgaande is het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het dwingen tot afgifte van de telefoon ook wettig en overtuigend te bewijzen, zodat van afpersing kan worden gesproken.
Aangever heeft (veelvuldig) om hulp geschreeuwd. De jongens zijn (vermoedelijk daarom) voortijdig gevlucht. Aangever heeft zijn telefoon niet afgestaan. [20]
Om die reden is het bij een poging gebleven.
Discriminatoir oogmerk
Op meerdere plaatsen in het dossier komt naar voren dat het incident heeft plaatsgevonden (mede) omdat aangever homofiel zou zijn.
Zo is bij onderzoek aan de telefoon van verdachte een chatgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 3] aangetroffen dat op 2 juli 2025 tussen 14:30 uur en 16:00 uur gevoerd is. Verdachte vertelde aan [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en hijzelf
een homogingen pakken. Verdachte heeft toen gevraagd aan [medeverdachte 3] of hij ook wilde komen. [21]
Op 2 juli 2025 heeft medeverdachte [medeverdachte 1] het hiervoor besproken filmpje (‘generale repetitie’) en het hiervoor besproken audiobericht naar [naam 3] gestuurd dat ze
een homotjegaan ‘klappen’.
Aangever heeft verklaard dat er tijdens het incident dingen als ‘vieze
homo’ naar hem zijn geroepen. De verdachten hebben het onderling over het ‘pakken’, ‘klappen’ of ‘racen’ van een homo(tje). Dat maakt het aannemelijk dat het geweld tegen aangever gericht is geweest (ook) vanwege zijn homoseksualiteit. Met hun handelen hebben de verdachten hun haat tegen homoseksuelen tot uitdrukking gebracht. Dat betekent dat sprake is van een discriminatoir oogmerk.
Uit het dossier komt ook naar voren dat het doel van het incident is geweest om een (veronderstelde) pedofiel te confronteren. Ook pedofilie is een seksuele gerichtheid. Handelen uit haat tegen pedofielen valt daarmee ook onder handelen met discriminatoir oogmerk. Haat tegen (veronderstelde) pedofielen die op een manier tot uitdrukking wordt gebracht zoals in dit dossier naar voren komt, keurt de rechtbank ten strengste af. Het zelf voor politie of rechter spelen leidt tot willekeurig handelen, gewelddadige escalaties en daarmee tot onveiligheid in de samenleving. Juist om dit te voorkomen is het optreden tegen strafbaar (pedofiel) handelen opgedragen aan politie en justitie.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.
Uit de bewijsmiddelen valt af te leiden dat [medeverdachte 1] het touw in de buddyseat van de scooter van [verdachte] heeft gedaan. [22] [medeverdachte 1] zou tijdens de afspraak met aangever contact houden met [medeverdachte 3] . [23] Hij zou naar de bosjes lopen waar de andere drie zaten en moest een berichtje sturen vanaf de telefoon van [verdachte] . [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] droegen zwarte kleding en twee van hen droegen ook gezichtsbedekking. De jongens kwamen uit de bosjes gerend en het was gelijk ‘op de grond’. De voorste wilde slaan en aangever weerde dit af. [24] De rechtbank heeft al overwogen dat [verdachte] ook geweten moet hebben van het wapen. De rechtbank constateert daarom dat verdachten allemaal van het plan op de hoogte waren. Zij hebben samen het plan gesmeed. En samen het plan uitgevoerd. Er was dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat van medeplegen kan worden gesproken. De rol van verdachte bestond met name uit het beschikbaar stellen van zijn telefoon en het aangaan van de fysieke confrontatie met aangever.
Alles afwegende oordeelt de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van een poging tot afpersing met discriminatoir oogmerk wettelijk en overtuigend bewezen.
Feit 2 (openlijke geweldpleging gericht tegen [aangever 3] ) [25]
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 37 t/m 40;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 54 t/m 59;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Feit 3 (medeplegen van diefstal met geweld tegen [aangever 4] ) [26]
Verdachte heeft dit feit bekend en er is namens hem geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , p. 48 t/m 51;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
Gebruik van machete
De raadsvrouw heeft bepleit dat het gebruik van een machete niet bewezen kan worden. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben beiden verklaard dat zij geen machete bij zich hadden, maar een zaklamp. Alleen aangever heeft verklaard over een machete. Zijn vriend, die bij hem was in het park, heeft weliswaar gezien dat de verdachten iets in de hand hadden, maar heeft niet gezien wat het precies was. Het was donker ten tijde van het incident.
Gezien de stelligheid van aangever en zijn passende reactie bij het zien van een machete heeft de rechtbank in beginsel geen reden om te twijfelen aan zijn verklaring. Maar aangever is de enige die verklaard heeft over de machete en het incident heeft in het donker plaatsgevonden. Verdachte heeft bovendien een redelijke verklaring voor dat wat aangever heeft gezien, namelijk dat er een forse zaklamp is gebruikt. De rechtbank kan de mogelijkheid dat het een zaklamp is geweest niet volledig uitsluiten zodat de rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal vrijspreken.
Feit 4 (medeplegen van bedreiging van [aangever 5] ) [27]
Aangever [aangever 5] heeft verklaard dat hij op 1 juli 2025 met zijn vriend [aangever 4] in Park Zuidbroek in Apeldoorn was toen rond 22:50 uur twee jongens met gezichtsbedekking op een scooter (zonder verlichting) voorbijreden. De scooter stopte net voorbij aangever en zijn vriend. De bijrijder stapte van de scooter en liep naar de jongens toe. Aangever zag zijn vriend wegrennen en hoorde hem “shit” zeggen. Aangever zag toen dat de bijrijder een bivakmuts droeg en iets in zijn linkerhand had. Aangever rende achter zijn vriend aan. Hij hoorde voetstappen achter zich en hij hoorde de bijrijder iets schreeuwen. Toen aangever bij een verlichte woning aankwam keek hij achterom en zag hij dat hij niet langer achtervolgd werd. [28]
[aangever 4] heeft ook aangifte gedaan van het incident. Hij heeft verklaard dat hij rond 23:00 uur in park Zuidbroek meerdere keren een scooter met daarop twee personen met zwarte kleding voorbij zag komen. Hij zag dat de scooter stopte en dat de bijrijder afstapte. De bijrijder droeg een bivakmuts en kwam met een machete op [aangever 4] afrennen. Op twee meter afstand van [aangever 4] begon hij met een machete te zwaaien in de richting van [aangever 4] . Hij schreeuwde dat [aangever 4] zijn spullen moest afgeven. [aangever 4] is gaan rennen voor zijn leven. Hij zag dat zijn vriend [aangever 5] achter hem aanrende. [29]
Verdachte heeft op 1 juli 2025 om 23:56 uur een audiobericht verstuurd dat om 23:06 uur is opgenomen. In het bericht zegt verdachte: “Scotoe (politie) gebeld, we zijn nu even stoppen. (Verdachte klinkt buiten adem.) Maar ze renden kanker snel weg. We waren net niet op tijd. Mijn schoen viel uit. En we waren achter aan op de scooter, maar de benzine was leeg. Maar we hebben wel een kanker gekke bika (fiets) van 2 doezoe (duizend) en tellie (telefoon). We wouden alles meenemen, maar het ging mis. Ze waren al loesoe (weg) man. We zijn nu stoppen want ik wil niet gecatcht (gevangen) worden man. [30]
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 2 juli 2025 rond 13:10 uur in een Whatsapp-gesprek met [naam 2] geschreven dat hij gisteravond bijna was aangehouden en dat hij nu een nieuwe elektrische fiets had. Hij schreef verder dat hij ‘nog nooit mannen zo hard had zien rennen’. [31]
De rechtbank beoordeelt de hele context. Twee personen met gezichtsbedekking rijden in het donker in de richting van aangevers. Eén van die twee personen stapt af en loopt met een voorwerp in zijn hand schreeuwend op aangevers af. Daarna hebben de twee personen aangevers achtervolgd toen die er vandoor gingen. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook heel begrijpelijk dat aangever [aangever 5] de situatie als bedreigend heeft ervaren en heeft gedacht dat hem mogelijk iets zou worden aangedaan.
Of het voorwerp waarmee de verdachte(n) richting aangever en zijn vriend is/zijn gelopen een machete is geweest (zoals de vriend van aangever heeft verklaard) of een zaklamp is geweest (zoals de verdachten verklaren) is in dit geval voor de beantwoording van de vraag of er sprake is geweest van bedreiging niet relevant.
De rechtbank oordeelt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van bedreiging.

4.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer 05/084030-25, het tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2 van parketnummer 05/075998-25, het tenlastegelegde onder parketnummer 05/065831-25, het tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2 van parketnummer 05/190096-25, het primair ten laste gelegde feit van parketnummer 05/190294-25 en het tenlastegelegde onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 van parketnummer 05/202992-25 heeft begaan, te weten dat:
in de zaak met parketnummer 05/084030-25
hij op
of omstreeks15 augustus 2024 te [plaats 1] , gemeente Voorst tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleenter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader
(s)voorgenomen misdrijf om in een woning
en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 2] , alwaar verdachte en
/ofzijn mededader
(s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond
(en
), goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] en/of [aangever 8] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen
en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengendoor middel van braak
en/of verbreking,
- een koevoet en
/ofschroevendraaier
, althans een voorwerp,tussen het keukenraam en het kozijn heeft gestoken en zo het keukenraam open heeft gebroken/gewrikt/geforceerd,
-
een schroevendraaier, althanseen voorwerp, tussen de achterdeur en het kozijn heeft gestoken om de achterdeur te forceren/open te wrikken/open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
in de zaak met parketnummer 05/075998-25
1.
hij op
of omstreeks3 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen,
meerdere levensmiddelen,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan de
Albert Heijn Warnsveld (gevestigd op/aan de Runneboom 2),
in elk geval aan een
andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op
of omstreeks19 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen,
twee potten sportvoeding,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan de
Albert Heijn Warnsveld (gevestigd op/aan de Runneboom 2),
in elk geval aan een
andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
in de zaak met parketnummer 05/065831-25
hij op
of omstreeks24 februari 2025 te Ermelo [aangever 1] heeft mishandeld door die [aangever 1]
- ( met kracht) een kopstoot
op/tegen het hoofd,
althans op/tegen het lichaamte
geven, en
/of
-
(met kracht
) op/tegen het hoofd,
althans op/tegen het lichaamte slaan/stompen;
in de zaak met parketnummer 05/190096-25
1.
hij op
of omstreeks28 februari 2025 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen, één of meerderewapen
(s
)van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een gaspistool van het merk/type Retay PT-23, kaliber 9mm knal/gas, en
/of
- een gaspistool van het merk/type Walther P22, kaliber 9mm knal/gas,
zijnde
(een)vuurwapen
(s
)in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;
2.
hij op
of omstreeks28 februari 2025 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een machete zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;
in de zaak met parketnummer 05/190294-25
primair:
hij op
of omstreeks23 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente Voorst, een
scooter/snorfiets (merk: SYM),
althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad,
en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving
of het voorhanden krijgenvan dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
in de zaak met parketnummer 05/202992-25
1. primair
hij op
of omstreeks2 juli 2025 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en
/ofbedreiging met geweld [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van een telefoon,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan die [aangever 2]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)
- met een bivakmuts en/of scooterhelm
, althans met gezichtsbedekkende kleding,richting die [aangever 2] is gerend,
- die [aangever 2] meermalen
, althans eenmaal,op of tegen zijn lichaam heeft geslagen en
/of
geschopt,
- die [aangever 2] de woorden “vieze homo” toe heeft gevoegd, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 2] heeft
gericht,
- tegen die [aangever 2] heeft gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, dat hij moest
luisteren en
/ofdat het vuurwapen geladen was, althans woorden van soortgelijke aard en/of
strekking,
- heeft getracht een touw om het lichaam van die [aangever 2] te binden en
/of
- tegen die [aangever 2] heeft gezegd dat hij zijn telefoon af moest geven, althans woorden van
soortgelijke aard en/of strekking,
terwijl dit feit werd gepleegd in de openbaarheid, zijnde in een park in de gemeente Apeldoorn en terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en
/of bestond uit,werd
voorafgegaan door,vergezeld van
en/of gevolgd dooreen of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens
hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht,hun seksuele gerichtheid
en/of hun handicaptot uitdrukking brachten;
2. primair
hij op
een of meerdere momenten op of omstreeks30 juni 2025 te Apeldoorn
, althans in
Nederland,in
/ nabijpark Matengaarde en/of Matenpark, in elk geval openlijk, in vereniging,
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever 3] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:
- het meermalen
, althans eenmaal,stompen tegen het hoofd van die [aangever 3] ,
- het meermalen
, althans eenmaal,vastpakken van de nek en/of de hals van die [aangever 3] ,
- het meermalen
, althans eenmaal,naar de grond gooien, duwen en/of bewegen van die [aangever 3] ,
- het meermalen
, althans eenmaal,trappen tegen
, althans in de richting van,het lichaam van die
[aangever 3] en
/of
- het spugen in de richting van die [aangever 3] ;
3. primair
hij op
of omstreeks1 juli 2025 te Apeldoorn
, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een
(elektrische
)fiets en
/ofeen telefoon en
/ofeen rijbewijs
, in elk geval enig goed, dat /die
geheel of ten deleaan [aangever 4]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [aangever 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door:
- met gezichtsbedekkende kleding en
/ofmet
een machete en/ofeen zaklamp
, althans een
voorwerp,op die [aangever 4] af te rennen,
althans af te lopenen
/of
- tegen die [aangever 4] te schreeuwen dat hij zijn spullen af moest geven;
4.
hij op
of omstreeks1 juli 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,[aangever 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met gezichtsbedekkende kleding en
/ofmet
een machete en/ofeen zaklamp
, althans een voorwerp,op die [aangever 5] af te rennen
en/of te lopen;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
in de zaak met parketnummer 05/084030-25
poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak door twee of meer verenigde personen;
in de zaak met parketnummer 05/075998-25
feit 1
diefstal;
feit 2
diefstal;
in de zaak met parketnummer 05/065831-25
mishandeling;
in de zaak met parketnummer 05/190096-25
feit 1
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 2
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
in de zaak met parketnummer 05/190294-25
primair:
schuldheling;
in de zaak met parketnummer 05/202992-25
feit 1, primair:
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit wordt gepleegd met een discriminatoir oogmerk, dan wel bestaat uit gedragingen die haat tegen of discriminatie van een groep mensen wegens hun seksuele gerichtheid tot uitdrukking brengen;
feit 2, primair:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
feit 3, primair:
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 4:
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling.

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 206 dagen met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft zij gevorderd dat verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) krijgt opgelegd met de voorwaarden die in het door de reclassering uitgebrachte maatregelenrapport zijn genoemd. De officier van justitie heeft verzocht om de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden te bevelen. Daarnaast moet aan verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: GVM) worden opgelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw is het met de deskundigen en de reclassering eens dat verdachte behandeling moet krijgen, maar zij verschilt met hen van mening over het kader waarin die behandeling plaats moet vinden. De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, zodat in dat kader de benodigde behandeling kan worden ingezet. Het opleggen van tbs vindt de raadsvrouw een te zware maatregel. Er zijn reële alternatieven denkbaar om het recidiverisico in te perken. Tot dusver heeft verdachte niet echt de kans gekregen om te laten zien dat hij zich aan voorwaarden kan houden en is hem geen goed en strikt kader geboden. De raadsvrouw ziet geen noodzaak tot het opleggen van een GVM. Subsidiair heeft zij zich voor het opleggen van een GVM gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, indien de rechtbank na de proeftijd langer toezicht noodzakelijk vindt.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 10 april 2026 (het strafblad),
  • het Pro Justitia-onderzoek (psychiatrisch onderzoek) door drs. A. Banaei Kashani van 12 maart 2026;
  • het Pro Justitia-onderzoek (psychologisch onderzoek) door M. Aalbers-Passier (GZ-psycholoog en gerechtelijk deskundige NRGD en M. van Veen, GZ-psycholoog in opleiding tot Pro Justitia rapporteur van 16 maart 2026;
  • het reclasseringsadvies tbs met voorwaarden van 24 april 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Het strafblad
Verdachte is eerder veroordeeld voor misdrijven, waaronder het meerdere malen beledigen en bedreigen van een politieambtenaar. Ook heeft hij verschillende boetes opgelegd gekregen voor verschillende overtredingen. Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een hele reeks strafbare feiten waaronder ook zeer ernstige misdrijven.
In augustus 2024 heeft verdachte samen met een ander geprobeerd om in te breken in een woning. Hij heeft schade veroorzaakt aan de woning. Een woninginbraak, en ook een poging daartoe, kan nog lange tijd voor gevoelens van angst en onveiligheid zorgen bij de bewoners en omwonenden.
In november 2024 heeft verdachte twee winkeldiefstallen gepleegd. Dit zijn ergerlijke feiten die schade en hinder veroorzaken bij de winkeliers.
In februari 2025 heeft verdachte een man mishandeld door hem meerdere keren te slaan en een kopstoot te geven. Verdachte heeft met dit handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het incident vond plaats in de openbare ruimte. Hierdoor wordt ook het gevoel van veiligheid in de samenleving aangetast.
Verder heeft verdachte zich, ook in februari 2025, schuldig gemaakt aan het in de openbare ruimte voorhanden hebben van vuurwapens en een machete. Ongecontroleerd wapenbezit vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en veroorzaakt sterke gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Wapens worden vaak gebruikt om misdaden mee te plegen of om ruzies uit te vechten. Het voorhanden hebben van wapens kan snel uitmonden in het gebruiken van een wapen. (Dodelijke) slachtoffers zijn dan niet ondenkbaar.
In juni 2025 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van een snorfiets. Heling is een vervelend feit. Het bevordert diefstal en levert veel schade op. Verdachte heeft daarmee weinig respect voor andermans eigendom getoond.
Tot slot heeft verdachte in juni en juli 2025 drie dagen op rij vier verschillende ernstige misdrijven gepleegd.
Zo heeft hij zich op 30 juni 2025 schuldig gemaakt aan ernstige openlijke geweldpleging. Verdachte heeft het slachtoffer op de grond gegooid en hem vastgehouden om zijn nek, terwijl het slachtoffer werd geschopt door medeverdachten. Verdachte heeft het slachtoffer zelf ook geschopt en geslagen, en ook nog bespuugd. Dit alles is door een medeverdachte gefilmd.
Een dag later heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan beroving en bedreiging. Verdachte droeg gezichtsbedekking en had een voorwerp in zijn hand, waarmee hij dreigend op twee jongens is afgelopen en achter hen aan is gerend en heeft geroepen dat de jongens hun spullen moesten afgeven.
Weer een dag later heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing met discriminatoir karakter. Verdachte en de medeverdachten hebben via de app Grindr afgesproken met een man in een park in Apeldoorn om hem vervolgens in de val te lokken. Verdachte en de medeverdachten zijn uit de bosjes gesprongen en hebben de man geschopt en geslagen. Ook hebben ze een vuurwapen op hem gericht en geprobeerd om hem vast te binden en zijn telefoon te bemachtigen. Dit alles moet voor aangever zeer beangstigend zijn geweest en het is algemeen bekend dat slachtoffers van een beroving hiervan nog lange tijd gevolgen van ervaren.
Uit het dossier komt bovendien naar voren dat het doel van het incident is geweest om mensen met een homofiele of (veronderstelde) pedofiele geaardheid te discrimineren en confronteren. De rechtbank benadrukt de ernst daarvan. Discriminatie is ondermijnend voor de leefbaarheid in een samenleving en voor de mensen die het raakt is het diep ingrijpend om miskend te worden om wie zij zijn. Daarnaast merkt de rechtbank op dat ook pedofilie een seksuele gerichtheid is. Handelen uit haat tegen pedofiele gevoelens valt daarmee ook onder handelen met discriminatoir oogmerk. Haat tegen (veronderstelde) pedofielen die met grove overschrijding van menselijke en strafrechtelijke grenzen tot uitdrukking wordt gebracht, verdient geen enkele goedkeuring. Het spelen voor eigen rechter leidt tot willekeurig handelen, gewelddadige escalaties en daarmee tot veel onveiligheid in de samenleving. Juist om dit te voorkomen is het optreden tegen strafbaar (pedoseksueel) handelen opgedragen aan politie en justitie.
Samenvattend heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een reeks zeer ernstige en nare feiten, waarbij de slachtoffers soms nog lange tijd de lichamelijke en/of psychische gevolgen moeten dragen. Tijdens de terechtzitting is gebleken dat de slachtoffers nog altijd last hebben van angstgevoelens. Bovendien voeden deze feiten gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt dat alles verdachte buitengewoon kwalijk.
De rapportages
Het Pro Justitia-Onderzoek (psychiatrisch onderzoek)
Verdachte heeft een belaste jeugd gehad, waarin onder andere sprake is geweest van huiselijk geweld en uithuisplaatsingen vanaf zeer jonge leeftijd. Bij verdachte is sprake van ernstige en complexe problematiek in de vorm van ADHD, persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en narcistische trekken en een lichte tot matige stoornis in het gebruik van alcohol. Daarnaast het mogelijk dat ook sprake is van posttraumatische stressstoornis (hierna: PTTS).
Tijdens het psychiatrisch onderzoek komen twee kanten van verdachte naar voren. Enerzijds weet hij zich op sociaal wenselijke wijze te presenteren als iemand die veel tegenslagen heeft gekend en nu eindelijk op de juiste weg is en die hulp wil accepteren. Anderzijds ziet de psychiater een manipulatieve jongen die zich niet veel aantrekt van de gevestigde orde, zijn problemen niet zo serieus neemt en denkt dat hij ermee weg kan komen.
Het advies is om in de zaak met parketnummer 05/202992-25 de feiten 1 en 2 in een verminderde mate toe te rekenen. Er is geen reden om feit 3 in een verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Met betrekking tot feit 4 kunnen geen uitspraken over de toerekenbaarheid worden gedaan.
Zonder behandeling en begeleiding wordt de kans op agressief en grensoverschrijdend gedrag hoog geschat. Er zijn nauwelijks beschermende factoren in het leven van verdachte. Zijn ouders zijn niet in staat verdachte op te vangen of te begeleiden. Positief is dat verdachte beschikt over een gemiddelde intelligentie. Hij is van goede wil en realiseert zich dat gedragsverandering nodig is. Om het recidiverisico te beperken is, gezien de ernstige en complexe problematiek, intensieve en langdurige behandeling en begeleiding nodig.
De psychiater adviseert een klinische start in een forensische kliniek zoals een FPA of FPK om een intensieve en stevige start van de behandeling te waarborgen. Verdachte heeft nog geen inzicht in zijn gedrag en toont zich met name gemotiveerd door externe druk. De verwachting is dat zijn motivatie op intrinsiek niveau verhoogd kan worden gedurende een (klinische) behandeling. Het wordt aangeraden om een geïntegreerde behandeling aan te bieden waarbij verschillende problemen tegelijkertijd aangepakt worden vanwege de onderlinge verwevenheid en overlap tussen de verschillende aspecten van de problematiek van verdachte. Omdat verdachte forse problemen op het gebied van hechting heeft, is het noodzakelijk om een lange adem te hebben bij het opbouwen van een behandelcontact. Pas daarna kan gestart worden met behandeling. Er wordt een medicamenteuze behandeling voor ADHD geadviseerd. Abstinentie van middelen is noodzakelijk om de controle over het gedrag te kunnen behouden.
De behandelroute die is ingezet door FPA [afdeling] lijkt een goede start te zijn van de benodigde behandeling. De behandeling van zijn persoonlijkheidsproblemen dient overigens nog vormgegeven en gestart te worden. De behandeling moet ook na de klinische fase voortgezet worden bij een forensische polikliniek en er moet toegewerkt worden naar een vorm van begeleid wonen.
Het advies is om tbs met voorwaarden op te leggen. Dit heeft te maken met de ernst en complexiteit van de problematiek van verdachte, het hoog ingeschatte recidiverisico en de langdurige behandeling en begeleiding die noodzakelijk is, ook voor het verminderen van het recidiverisico. Verdachte heeft stevige en duidelijke kaders nodig om gedragsverandering te bereiken en om een gedegen risicomanagement uit te voeren. Met de nodige steun en begrenzing is verdachte in staat om zich te committeren aan tbs met voorwaarden. De verwachting is dat hij zich aan de voorwaarden van dit strengere kader zal houden, ondanks eerder negatief beëindigde reclasseringstoezichten. Dit heeft ook te maken met de grote(re) gevolgen bij het niet naleven van de voorwaarden. Tbs met voorwaarden is bovendien een stringenter kader met een grote kans om de behandeling en resocialisatie succesvol te laten verlopen. Om betrokkene na het beëindigen van de tbs lange tijd te kunnen monitoren en in te kunnen grijpen waar nodig wordt, ook gezien de jonge leeftijd van verdachte, het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) geadviseerd.
Het Pro Justitia-Onderzoek (psychologisch onderzoek)
Verdachte heeft op basis van zijn ernstig belaste voorgeschiedenis niet geleerd om de problemen in zijn leven het hoofd te bieden. Vanwege traumatische en bedreigende gebeurtenissen in zijn leven ervaart verdachte een voortdurend verhoogd stresslevel. Dat ontaardt snel in angst en stemmingsproblemen maar ook in prikkelbaarheid, agressie en boosheid. Verdachte kan zelfbepalend zijn. Om goed te reguleren en te kalmeren is verdachte afhankelijk van anderen.
In diagnostische zin is een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en narcistische trekken (met onderliggende hechtingsstoornis in jeugd) en ADHD in combinatie met PTSS vastgesteld. De vastgestelde stoornissen houden in het geval van verdachte in dat een aantal psychologische functies onvoldoende is ontwikkeld. Zo heeft verdachte denkproblemen (preoccupatie met pedofilie en het narcistische idee van self-healing en het de samenleving een dienst bewijzen), gedragsproblemen (wraak/geweld, opportunisme, risico zoekend gedrag), affectregulatieproblemen (wantrouwen, gevoelens van onveiligheid, agressiviteit) en executieve functieproblemen (problemen met prikkelregulatie). Er is verder sprake van een voorgeschiedenis van suïcidaal gedrag, actuele niet-suïcidale zelfbeschadiging, thuisloosheid en een financieel probleem. Het netwerk van verdachte kan hem niet de steun en begeleiding bieden die hij nodig heeft.
Wat betreft de toerekenbaarheid wordt geadviseerd om in de zaak met parketnummer 05/202992-25 de feiten 1 en 2 verminderd aan verdachte toe te rekenen. Het advies is verder om feit 3 volledig aan verdachte toe te rekenen. Voor feit 4 kan geen advies over de toerekenbaarheid worden gegeven.
Het recidiverisico wordt zonder intensief toezicht en begeleiding en behandeling ingeschat als hoog.
Gedurende het onderzoek is verdachte gestart met medicatie. Dit heeft een positief effect op hem. Verdachte heeft baat bij juridisch toezicht en de opgelegde begeleiding. Het pedagogisch klimaat (structuur, toezicht en ondersteuning) en de hulpverlening (pastoor en gedragswetenschapper) in de JJI hebben een enigszins positief effect op verdachte. Er is echter geen sprake van groei.
Er is een langdurige klinische opname nodig in een hoog specialistische forensische GGZ instelling (beveiligingsniveau 2) om de persoonlijkheidspathologie te kunnen bewerken. Met behulp van een multidisciplinaire aanpak moet gewerkt worden aan het aanleren van agressie- en emotieregulatievaardigheden en copingvaardigheden, aan de stemmingsproblematiek en de complexe traumaproblematiek, zo nodig in combinatie met medicamenteuze ondersteuning. Daarnaast moet verdachte begeleid moeten worden in het vormgeven van zijn leven/toekomst. Het is belangrijk om hem te ondersteunen in zijn leefomstandigheden (financiën, wonen, dagbesteding en prosociale contacten). Verdachte heeft enige motivatie voor behandeling, maar met zijn vermijdende copingstijl loopt verdachte het gevaar zich te (willen) onttrekken aan de behandeling door agressief gedrag, weglopen, automutilatie of suïcide/suïcidale uitlatingen. Het is belangrijk dat verdachte zich blijft committeren aan de behandeling en de confrontatie met zichzelf aan blijft gaan. Dat vraagt om een fors dwingend kader. Om die reden wordt tbs met voorwaarden geadviseerd. Alleen in dit kader wordt de behandeling geborgd.
Het reclasseringsadvies tbs met voorwaarden
Verdachte heeft in het verleden meerdere behandeltrajecten zonder succes doorlopen. In 2025 werd een reclasseringstoezicht voortijdig negatief beëindigd, vanwege veelvuldig overtreden van de bijzondere voorwaarden. Er is sprake van instabiliteit op de praktische leefgebieden (geen permanente huisvesting, schuldenlast, geen werk of opleiding). Het risico op zowel algemene- als geweldsrecidive wordt hoog ingeschat. Verdachte lijkt gemotiveerd om zijn leven een positieve wending te geven. Sinds 22 januari 2026 verblijft verdachte bij FPA [afdeling] en dat gaat goed. De aanwezige problematiek van verdachte, het ontbreken van adequate copingsvaardigheden en de bekendheid met een antisociale levensstijl maakt dat een langdurig behandeltraject noodzakelijk wordt geacht.
Op basis van het afgenomen wegingskader ASR (Adolescentenstrafrecht) wordt geen noodzaak gezien tot het inzetten van interventies binnen het jeugdstrafrecht. Verdachte maakt geen deel uit van een gezin en is niet ontvankelijk gebleken voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning middels een pedagogische of opvoedkundige aanpak.
Er wordt geadviseerd tot het opleggen van de tbs-maatregel met de volgende voorwaarden:
  • geen strafbaar feit plegen
  • meewerken aan reclasseringstoezicht
  • meewerken aan time-out
  • niet naar het buitenland
  • opneming in een zorginstelling
  • ambulante behandeling
  • verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
  • alcoholverbod en drugsverbod
  • dagbesteding
  • aflossing schulden
  • meewerken aan middelencontrole.
De dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden wordt geadviseerd. Naast een tbs met voorwaarden wordt een GVM passend geacht, zodat verdachte na afloop van de tbs-maatregel in een forensisch kader door de reclassering kan worden ondersteund, begeleid en gemonitord.
Ter terechtzitting zijn de deskundigen gehoord. Psycholoog Van Veen heeft toegelicht dat er tijdens de langdurige behandeling van verdachte sowieso kleine en grote terugvallen zullen plaatsvinden. Dit zal niet voortkomen uit onwil, maar uit onmacht. Het is daarom niet wenselijk dat verdachte bij een misstap terecht zal komen in detentie (voor volwassenen) en dat de behandeling dan gestaakt of veranderd wordt. De borging van de behandeling is essentieel. De kaders moeten voor verdachte heel duidelijk zijn en de mogelijkheden tot onttrekking zo klein mogelijk.
De psychiater heeft ter terechtzitting toegelicht dat verdachte in zijn leven geleerd heeft hoe hij onder dingen uit kan komen. Het gaat nu goed met verdachte, maar dat mag ook worden verwacht in een gestructureerde behandelomgeving zonder mogelijkheden tot middelengebruik en zonder contact met verkeerde vrienden. Als de reclassering het toezicht voortijdig negatief beëindigt, valt de behandeling voor verdachte voor langere tijd weg. En dat terwijl de kans op herhaling wel degelijk hoog is. Verdachte is weliswaar niet eerder in een kliniek opgenomen geweest, maar als het hem in een eerder reclasseringstoezicht al niet is gelukt om zich aan lichtere voorwaarden te houden, dan is de kans klein dat hij zich aan de zwaardere voorwaarde van langdurige behandeling zal houden, als die voorwaarde aan hem bij een voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd in plaats van als voorwaarde bij een tbs-maatregel. De behandeling zal geen gemakkelijke weg worden en herhaalde terugvallen zijn mogelijk. Het opbouwen van behandelcontact zal een lange adem vragen. Het geheel vraagt een behandelomgeving waarin sprake is van
holdingen waarin ook de behandelaars met verdachte verder moeten in geval van terugval of als het moeilijk wordt. Die continuïteit kan het beste gewaarborgd worden in het kader van een tbs met voorwaarden.
De reden om een GVM op te leggen moet niet zijn om verdachte te verzekeren van een intensieve behandeling. Een GVM is daar niet voor bedoeld. Die maatregel is alleen om de puntjes op de i te zetten. Dat de deskundige GVM heeft geadviseerd, is omdat verdachte te kampen heeft met hardnekkige persoonlijkheidspathologie. Een GVM biedt ook de mogelijkheid om voor het verstrijken van de termijn van negen jaar over te stappen naar een lichter kader. In het geval dat de langdurige intensieve behandeling niet tot het eind kan worden afgemaakt moet verdachte niet onbehandeld de straat op maar moet het kader worden omgezet in tbs met dwangverpleging.
De reclasseringswerker heeft ter terechtzitting toegelicht dat de mogelijkheid van een time-out plaatsing belangrijk is geweest bij de formulering van het advies. De behandeling is in een kader van tbs met voorwaarden in beginsel hetzelfde als de behandeling die als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd. In beide gevallen kan verdachte bij [afdeling] klinisch behandeld worden. De reclassering heeft meer mogelijkheden als de voorwaarden bij een tbs-maatregel worden opgelegd dan wanneer de(zelfde) voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd. Bij een tbs-maatregel mag zowel van de kliniek als van de reclassering meer/een langere adem) worden verwacht.
Toerekenbaarheid
De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over de toerekenbaarheid van verdachte over en zal de feiten 1 en 2 van parketnummer 05/202992-25 in verminderde mate aan verdachte toerekenen.
De straf
Uit de adviezen van de deskundigen volgt dat de behandeling van verdachte langere tijd zal gaan duren en dat een fors dwingend kader nodig is om de continuïteit van de behandeling te garanderen. De rechtbank ziet dat ook.
De geconstateerde problematiek is ernstig en heeft zich diep in de persoonsontwikkeling van verdachte geworteld. De problemen zijn al vroeg in het leven van verdachte begonnen en verdachte is in iedere nieuwe setting telkens opnieuw in de problemen gekomen. Verdachte heeft in korte tijd veel strafbare feiten gepleegd die met de tijd in ernst zijn gaan toenemen. Sinds 2024 heeft hij zich op anti-sociale wijze ontwikkeld en is hij met anti-sociale jongeren omgegaan. Om het recidiverisico te kunnen verminderen is het van belang dat verdachte de behandeling helemaal doorloopt. Inmiddels gaat het beter met verdachte. Hij toont zich gemotiveerd om zijn leven een positieve wending te geven en om behandeld te worden. Het zal voor verdachte niet altijd makkelijk zijn om deze motivatie vast te houden. De mogelijkheden om onder de behandeling uit te komen, moeten zo veel mogelijk worden uitgebannen. Bij de behandeling is daarom een fors, strak kader nodig, zodat verdachte zich, ook als het moeilijk wordt, zal blijven committeren aan de behandeling.
Met het opleggen van een fors, strak kader wil de rechtbank niet alleen de maatschappij dienen, maar ook verdachte de beste mogelijkheden bieden om zich op een positieve manier te ontwikkelen. De rechtbank ziet dat verdachte in potentie over voldoende kwaliteiten beschikt om iets moois van zijn leven te maken en om een kansrijke toekomst tegemoet te gaan.
Behandeling als voorwaarde bij een voorwaardelijke straf, waarbij het risico bestaat dat de behandeling wordt onderbroken, is een onvoldoende waarborg voor succes, mede in het licht van de ernst van de feiten en het hoge recidiverisico. Dat verdachte niet eerder de mogelijkheid heeft gehad om te laten zien dat hij zich in een strak kader aan de bijzondere voorwaarden kan houden doet daar niet aan af. Op basis van de Pro Justitia rapporten en de adviezen van de deskundigen ter terechtzitting is de oplegging van een ongemaximeerde tbs met voorwaarden noodzakelijk en proportioneel. Het is de beste maatregel om het recidivegevaar te beperken en de noodzakelijke langdurige behandeling zo succesvol mogelijk te laten verlopen.
Aan de voorwaarden voor oplegging van de tbs-maatregel is voldaan. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Bij verdachte bestond tijdens het begaan van het bewezenverklaarde van feit 1 en 2 in de zaak met parketnummer 05/202992-25 een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, vereist de oplegging van de tbs-maatregel.
De rechtbank stelt de voorwaarden zoals opgenomen in het door de reclassering uitgebrachte maatregelenrapport. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden.
De geconstateerde psychische problematiek kan binnen de forensisch gesloten setting bij FPA [afdeling] langdurig behandeld worden.
Daarnaast zal aan verdachte, gelet op de veelheid en de ernst van de feiten, een gevangenisstraf van 206 dagen worden opgelegd met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dit betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
Dadelijke uitvoerbaarheid
In korte tijd heeft verdachte meerdere strafbare feiten gepleegd, waaronder (vuur)wapenbezit, bedreiging, diefstal en geweld. De feiten zijn met de tijd ernstiger geworden. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Verdachte heeft nog onvoldoende afstand genomen van denkbeelden die een rol hebben gespeeld bij enkele van de gepleegde feiten en van de vrienden met wie hij enkele van de feiten heeft gepleegd. Daarbij komt dat het essentieel is dat verdachte behandeld wordt en dat de behandeling bij [afdeling] die recent is ingezet kan worden voortgezet. Ook na het eventuele instellen van een rechtsmiddel moet verdachte niet zonder behandeling en begeleiding komen te zitten. De rechtbank zal daarom de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren, aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam, van een of meer personen.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbenemende maatregel
Verdachte gaat met het opleggen van tbs met voorwaarden een langdurig intensief traject tegemoet. De rechtbank ziet geen noodzaak om ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten naast tbs met voorwaarden een GVM op te leggen. De rechtbank gaat ervan uit dat de behandeling binnen het traject van tbs met voorwaarden succesvol kan worden afgerond. De behandeling zal naar verwachting geruime tijd in beslag nemen en de rechtbank kan onvoldoende inschatten of een GVM tegen die tijd nog nodig en proportioneel is. De mogelijkheid bestaat bovendien om de tbs met voorwaarden te verlengen of om deze in het uiterste geval om te zetten naar tbs met dwangverpleging. Het is daarom niet nu al nodig om aansluitend op de behandeling een vangnet te creëren
De rechtbank zal het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

9.De beoordeling van de civiele vorderingen

Benadeelde partij [aangever 1]
In de zaak met parketnummer 05/065831-25 heeft de benadeelde partij [aangever 1] in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 100,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de schade niet is onderbouwd. Er zijn geen stukken waaruit blijkt dat aangever een dag thuis moest blijven na het incident. Gezien het letsel van aangever wordt de noodzaak van het verzuim betwist. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de vordering af te wijzen, omdat niet kan worden vastgesteld dat er een rechtstreeks verband is tussen de gevorderde schade en het handelen van verdachte.
Overweging van de rechtbank
De benadeelde heeft een bedrag van € 100,00 aan smartengeld gevorderd en daarbij de toelichting gegeven dat hij zich ziek heeft moeten melden en dit later weer moet inhalen. De vordering is verder in zijn geheel niet met stukken of verdere toelichting onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk in de vordering verklaren.
Benadeelde partij [aangever 4]
In de zaak met parketnummer 05/202992-25 heeft de benadeelde partij [aangever 4] in verband met het tenlastegelegde onder feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 921,71 aan materiële schade en € 700,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich voor de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering van smartengeld, dan wel om de vordering van smartengeld af te wijzen wegens het ontbreken van onderbouwing en grondslag.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De materiële posten zijn niet weersproken door de verdediging. Zij zijn voldoende onderbouwd en komen de rechtbank billijk voor, zodat deze posten geheel zullen worden toegewezen:
- iPhone 12 Pro Max € 382,00
- rijbewijs € 52,10
- elektrische fiets € 430,00
- nepvisjes € 14,95
- heuptasje € 42,66
Totaal € 921,71
Smartengeld
Op grond van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde partij recht op vergoeding van de immateriële schade als gevolg van het bewezen verklaarde handelen. De aard en de ernst van de bewezenverklaarde diefstal met dreiging met geweld brengen mee dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen dat van een aantasting in de persoon op andere wijze sprake is.
Beroving is naar de aard van het delict een ernstig misdrijf waarbij een grove inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Uit het dossier komt een dreigende situatie naar voren waarbij verdachte in het donker, met gezichtsbedekking en een voorwerp in de hand op het slachtoffer is afgelopen en hem achterna is gegaan. Of het voorwerp dat verdachte vasthad een machete of zaklamp is geweest is minder relevant. De situatie is hoe dan ook dreigend geweest.
Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij het incident als zeer heftig heeft ervaren. Hij heeft na het incident moeite gekregen met concentreren. Ook durfde hij in het donker de deur niet meer uit, wat hem ernstig beperkt heeft in zijn dagelijkse functioneren. De benadeelde is bang dat hem opnieuw iets soortgelijks kan overkomen en is voortdurend alert. Omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat het ging om een machete zal zij het gevorderde smartengeld matigen tot € 600,00. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering van smartengeld.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Proceskosten
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om de toegewezen bedragen betaald te krijgen. De proceskosten tot vandaag worden begroot op nihil.
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed. De rechtbank ziet geen reden om van deze hoofdregel af te wijken, ook in de overweging dat de verdachten dan onderling geen contact hoeven op te nemen.

10.De beoordeling van het beslag

De officier van justitie heeft gevorderd dat de iPhone 16 van verdachte zal worden verbeurd verklaard.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon moet worden teruggegeven aan verdachte. Het gaat om een privételefoon met daarop belangrijke gegevens, wachtwoorden en dierbare foto’s (waaronder foto’s van zijn overleden opa).
De rechtbank beslist tot verbeurdverklaring van de iPhone 16, die onder medeverdachte [medeverdachte 1] is inbeslaggenomen, maar die aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan feit 1 onder parketnummer 05/202992-25 is begaan. Met de iPhone 16 is contact gezocht met aangever via Grindr en Whatsapp. Over de persoonlijke gegevens die op de telefoon staan, zoals foto’s van dierbaren, kan met het Openbaar Ministerie worden gecorrespondeerd.

11.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 08/191385-23)

De politierechter heeft verdachte op 18 januari 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat de voorwaardelijke taakstraf al ten uitvoer is gelegd.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
De rechtbank zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging. Uit het strafblad van verdachte volgt dat de vordering tot tenuitvoerlegging op 25 juni 2025 door de politierechter in de rechtbank Overijssel geheel is toegewezen.

12.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 33, 33 a, 36f, 38, 38a, 44bis, 45, 47, 63, 141, 285, 300, 310, 311, 312, 317 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht;
- 26, 27, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

13.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 206 dagen;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 gelast dat verdachte
ter beschikking wordt gestelden stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling
de volgende voorwaardenbetreffende het gedrag van verdachte:
Geen strafbaar feit plegen
Verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
- Verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- Verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;
- Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan
aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te
helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- Verdachte geeft de reclassering een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
- Verdachte werkt mee aan huisbezoeken;
- Verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- Verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
- Verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die
contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum (fpc) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
Niet naar het buitenland
Verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
Opneming in een zorginstelling
Verdachte laat zich opnemen in en behandelen door fpa [afdeling] of een soortgelijke
zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
Ambulante behandeling
Verdachte laat zich aansluitend aan de klinische behandeling behandelen door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Verdachte verblijft in een beschermde of begeleide woonvorm, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
Alcoholverbod en drugsverbod en middelencontrole
Verdachte gebruikt geen alcohol en drugs, genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn
urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
Dagbesteding
Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk, een opleiding en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
Aflossing schulden
Verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
 geeft [plaats 2] – GGNet [afdeling] opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;
 beveelt dat
de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaaris;
beslissingen over de vorderingen van de benadeelde partijen
 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] (parketnummer 05/065831-25) niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 van parketnummer 05/202992-25 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 4] van € 921,71 aan materiële schade en € 600,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 4] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 4] , een bedrag te betalen van € 1.512,71 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 15 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
beslissing over het beslag
 verklaart verbeurd de iPhone 16;
beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging
 verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 18 januari 2024 voorwaardelijk opgelegde taakstraf af (parketnummer 08/191385-23);
beslissing over de voorlopige hechtenis
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. G.M.L. Tomassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.
Bijlage: tenlasteleggingen
Parketnummer 05/084030-25
hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te [plaats 1] , gemeente Voorst tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] en/of [aangever 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- een koevoet en/of schroevendraaier, althans een voorwerp, tussen het keukenraam en het kozijn heeft gestoken en zo het keukenraam open heeft gebroken/gewrikt/geforceerd,
- een schroevendraaier, althans een voorwerp, tussen de achterdeur en het kozijn heeft gestoken om de achterdeur te forceren/open te wrikken/open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer 05/075998-25
1.
hij op of omstreeks 3 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen,
meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de
Albert Heijn Warnsveld (gevestigd op/aan de Runneboom 2), in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 19 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen,
twee potten sportvoeding, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de
Albert Heijn Warnsveld (gevestigd op/aan de Runneboom 2), in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 05/065831-25
hij op of omstreeks 24 februari 2025 te Ermelo [aangever 1] heeft mishandeld door die [aangever 1]
- ( met kracht) een kopstoot op/tegen het hoofd, althans op/tegen het lichaam te
geven, en/of
- ( met kracht) op/tegen het hoofd, althans op/tegen het lichaam te slaan/stompen;
Parketnummer 05/190096-25
1.
hij op of omstreeks 28 februari 2025 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een gaspistool van het merk/type Retay PT-23, kaliber 9mm knal/gas, en/of
- een gaspistool van het merk/type Walther P22, kaliber 9mm knal/gas,
zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 28 februari 2025 te Ugchelen, gemeente Apeldoorn, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een machete zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen;
Parketnummer 05/190294-25
hij op of omstreeks 23 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente Voorst, een scooter/snorfiets (merk: SYM), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
subsidiair:
hij in of omstreeks de periode tussen 12 juni 2025 tot en met 13 juni 2025 te Deventer, althans in Nederland, een scooter/snorfiets (merk: SYM), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 05/202992-25
1.
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 2] en/of een derde toebehoorde(n)
- met een bivakmuts en/of scooterhelm, althans met gezichtsbedekkende kleding, richting die [aangever 2] is gerend,
- die [aangever 2] meermalen, althans eenmaal, op of tegen zijn lichaam heeft geslagen en/of
geschopt,
- die [aangever 2] de woorden “vieze homo” toe heeft gevoegd, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking,
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 2] heeft
gericht,
- tegen die [aangever 2] heeft gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, dat hij moest
luisteren en/of dat het vuurwapen geladen was, althans woorden van soortgelijke aard en/of
strekking,
- heeft getracht een touw om het lichaam van die [aangever 2] te binden en/of
- tegen die [aangever 2] heeft gezegd dat hij zijn telefoon af moest geven, althans woorden van
soortgelijke aard en/of strekking,
terwijl dit feit werd gepleegd in de openbaarheid, zijnde in een park in de gemeente Apeldoorn en terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten;
subsidiair:
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Apeldoorn, in / nabij park Zuidbroek, in elk geval openlijk,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever 2] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- het met een bivakmuts en/of scooterhelm, althans met gezichtsbedekkende kleding, rennen in
de richting van die [aangever 2] ,
- het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of schoppen op of tegen het lichaam van die Van der
Burg,
- het aan die [aangever 2] toevoegen van de de woorden “vieze homo”, althans woorden van
soortgelijke aard en/of strekking,
- het richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die Van
der Burg en/of
- het trachten om een touw om het lichaam van die [aangever 2] te binden
terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd
voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen
en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of
levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking
brachten;
2.
hij op een of meerdere momenten op of omstreeks 30 juni 2025 te Apeldoorn, althans in
Nederland, in / nabij park Matengaarde en/of Matenpark, in elk geval openlijk, in vereniging,
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever 3] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:
- het meermalen, althans eenmaal, stompen tegen het hoofd van die [aangever 3] ,
- het meermalen, althans eenmaal, vastpakken van de nek en/of de hals van die [aangever 3] ,
- het meermalen, althans eenmaal, naar de grond gooien, duwen en/of bewegen van die [aangever 3] ,
- het meermalen, althans eenmaal, trappen tegen, althans in de richting van, het lichaam van die
[aangever 3] en/of
- het spugen in de richting van die [aangever 3] ;
subsidiair:
hij op een of meerdere momenten op of omstreeks 30 juni 2025 te Apeldoorn, althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 3] heeft mishandeld door:
- die [aangever 3] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te stompen,
- die [aangever 3] meermalen, althans eenmaal, om de nek en/of de hals vast te pakken en/of
- die [aangever 3] meermalen, althans eenmaal, naar de grond te gooien, duwen en/of te bewegen;
3.
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische) fiets en/of een telefoon en/of een rijbewijs, in elk geval enig goed, dat / die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- met gezichtsbedekkende kleding en/of met een machete en/of een zaklamp, althans een
voorwerp, op die [aangever 4] af te rennen, althans af te lopen en/of
- tegen die [aangever 4] te schreeuwen dat hij zijn spullen af moest geven;
subsidiair:
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[aangever 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een (elektrische) fiets en/of een telefoon en/of een rijbewijs, in elk geval enig goed, dat / die geheel of ten dele aan [aangever 4] en/of een derde toebehoorde(n) door
- met gezichtsbedekkende kleding en/of met een machete en/of een zaklamp, althans een
voorwerp, op die [aangever 4] af te rennen, althans af te lopen en/of
- tegen die [aangever 4] te schreeuwen dat hij zijn spullen af moest geven;
4.
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met gezichtsbedekkende kleding en/of met een machete en/of een zaklamp, althans een voorwerp, op die [aangever 5] af te rennen en/of te lopen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024378966, gesloten op 23 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024555411, gesloten op 29 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
3.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025094346, gesloten op 6 maart 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
4.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 4] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025093638, gesloten op 2 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
5.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025293481, gesloten op 23 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
6.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 5] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025312393, gesloten op 27 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
7.Proces-verbaal van aangifte, p. 17 en 18; proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangever, p. 27 t/m 29; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
8.Proces-verbaal van het verhoor van [medeverdachte 1] , p. 162; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 77.
10.Proces-verbaal van aangifte, p. 17 en 18.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 54.
12.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 38.
14.Proces-verbaal van het verhoor van [medeverdachte 1] , p. 166.
15.Proces-verbaal van het verhoor van [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris d.d. 8 juli 2025, p. 2 (geen deel van het proces-dossier).
16.Fotoblad, p. 41 t/m 50.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 54.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 54 en 55.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 83.
20.Proces-verbaal van aangifte, p. 18.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 77, 79 en 80.
22.Proces-verbaal van het aanvullend verhoor van [verdachte] , p. 2.
23.Proces-verbaal van het verhoor van [medeverdachte 1] , p. 172-173.
24.Proces-verbaal van het aanvullend verhoor van [verdachte] , p. 2-3.
25.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 6] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal (proces-verbaal II), dossiernummer PL0600-2025310913, gesloten op 21 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
26.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 6] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal (proces-verbaal II), dossiernummer PL0600-2025310913, gesloten op 21 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
27.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 5] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal (proces-verbaal I), dossiernummer PL0600-2025312393, gesloten op 27 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
28.(Proces-verbaal II) Proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 45 en 46.
29.(Proces-verbaal II) Proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , p. 48.
30.(Proces-verbaal I) Proces-verbaal van bevindingen, p. 94.
31.(Proces-verbaal II) Proces-verbaal van bevindingen, p. 19.