Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
“De andere plek(de rechtbank begrijpt: de rechterzijde)
was wel gevaarlijk, want daar kon iemand lopen”. [16]
3.De bewezenverklaring
of omstreeks7 juli 2025 te [plaats]
, althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangeefster] , van het leven te beroven, meermalen met een vuurwapen op en
/ofdoor de deur
, althans in de richting van de deurvan de kamer van die [aangeefster] heeft geschoten, terwijl die [aangeefster] zich op dat moment in die kamer bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
of omstreeks7 juli 2025 te [plaats]
, althans in Nederland,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Crvena Zastava, model 70, kaliber 7.65mm Browning, zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool voorhanden heeft gehad.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
'Indien bewezen, is de conclusie dat het recidiverisico op vergelijkbaar gewelddadig gedrag samenhangt met en oploopt door middelengebruik in combinatie met slaaptekort, waardoor de kans bestaat op sterk vertekende realiteit samenhangend een kortdurende psychotische stoornis.'
8.De beoordeling van de civiele vordering
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
9.De beoordeling van het beslag
betreft het inbeslaggenomen goederen met betrekking tot welke de feiten zijn begaan. Deze goederen zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De rechtbank zal dan ook de onttrekking aan het verkeer daarvan gelasten.
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
- verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat een deel van deze gevangenisstraf – te weten
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering van het Leger des Heils te [plaats] ( [adres] [plaats] ), zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Kairos en/of Iriszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het maken van een signalerings- en risicomanagementplan en psycho-educatie over psychotische stoornissen, het aanleren van adequate hanteringsvaardigheden bij stress of krenking, meer zicht krijgen op onderliggende gevoelsdynamiek, het effect van middelgebruik en stoornis in het gebruik van cannabis. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
- zich laat opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is nadat de reclassering een indicatiestelling heeft aangevraagd voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, kan dit slechts nadat dit door de rechter is bevolen;
- gedurende de proeftijd, zolang de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
- gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek, en/of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
- zich gedurende de proeftijd, zolang de reclassering dat nodig vindt, ambulant laat begeleiden te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de regels en de afspraken met zijn ambulant (woon) begeleider;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Syrië), en;
- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de op grond van artikel 14c Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14c lid 6 Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
De beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij:
- veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 3.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangeefster] , een bedrag te betalen van € 3.000 - aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan/kunnen 30 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
De beslissing ten aanzien van het beslag:
-vuurwapen (SIN AANA8780NL);
-hulzen (SIN AANA8788NL, SIN AANA8782NL, SIN AANA8785NL, SIN AANA8791NL, SIN AANA8792NL, SIN AANA8793NL, SIN AANA8796NL) en
-projectielen (SIN AANA8797NL en SIN AANA8798NL);