ECLI:NL:RBGEL:2026:4769
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 17 februari 2026, waarin werd bepaald dat gegevens over verzoeker openbaar moeten worden gemaakt. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. Dit volgt uit artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De reden voor niet-ontvankelijkheid is dat het griffierecht van € 200 niet is betaald, terwijl dit verplicht is volgens artikel 8:82 in Pro samenhang met artikel 8:41 Awb Pro.
De griffier had verzoeker bij brief van 15 april 2026 gewezen op de betaling van het griffierecht binnen twee weken na de nota, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Verzoeker heeft niet betaald en de aangetekende brief is niet afgehaald, wat voor zijn risico komt. Verzoeker heeft geen verontschuldigbare reden gegeven voor het niet betalen. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.