ECLI:NL:RBGEL:2026:4766
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en stukken
In deze zaak heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Rechtbank Gelderland. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een verzoek om voorlopige voorziening de gronden van het verzoek bevatten en moeten afschriften van het bezwaar- of beroepschrift en het besluit waarop het geschil betrekking heeft, worden overgelegd. Verzoeker heeft echter nagelaten deze gronden en stukken te overleggen.
De rechtbank heeft verzoeker bij brief verzocht dit verzuim binnen een week te herstellen, maar verzoeker heeft hieraan geen gehoor gegeven en ook geen reden voor het verzuim opgegeven. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en benodigde stukken.