Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4750

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/05/465759
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Notaris bevolen tot verlening ministerie bij levering onroerend goed ondanks eerdere opschorting

In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat de notaris wordt bevolen zijn ministerie te verlenen voor de levering van twee onroerende zaken in verschillende plaatsen. De notaris had zijn medewerking opgeschort vanwege signalen die nader onderzoek rechtvaardigden, waaronder prijsverschillen en een lopend BFT-onderzoek.

De rechtbank oordeelt dat voor het eerste pand niet langer gerede twijfel bestaat over de goede bedoelingen van partijen, nu is vastgesteld dat er geen sprake is van boilerroomfraude en de verkoopster bij de verkoop is bijgestaan. Ook voor het tweede pand is niet aannemelijk geworden dat de verkoopster door fraude is bewogen tot verkoop; zij was op de hoogte van de prijsverschillen en had ondersteuning van een accountant.

De notaris wordt daarom bevolen binnen zes werkdagen zijn ministerie te verlenen, zonder dwangsom. De proceskosten worden gecompenseerd omdat de notaris voldoende reden had voor nader onderzoek. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De notaris wordt bevolen binnen zes werkdagen zijn ministerie te verlenen voor de levering van twee panden, met compensatie van proceskosten en zonder dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/465759 / KG ZA 26-144
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 30 april 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R.G.J.M. Onderdonck,
tegen
[notaris],
notaris te [plaats ] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de notaris,
advocaat: mr. M.C.J. Höfelt.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Arnhem.
De zaak wordt behandeld door mr. D.T. Boks, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. Stienissen als griffier.
Aanwezig zijn:
- [vertegenwoordiger] , gevolmachtigde van [eiser]
- mr. Onderdonck
- [naam 1]
- mr. Höfelt, vergezeld van [naam 2] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. De door [eiser] aan [vertegenwoordiger] verstrekte schriftelijke volmacht en de pleitnota’s van [eiser] en de notaris zijn toegevoegd aan het dossier. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
De vordering om gedaagde te bevelen om zijn ministerie te verlenen wordt toegewezen, zowel met betrekking tot het pand in [plaats 1] als met betrekking tot het pand in [plaats 2] . Er wordt wel een termijn van zes werkdagen na vandaag gegeven in plaats van drie dagen ( [plaats 1] ) of op 1 mei 2026 ( [plaats 2] ) en er wordt geen dwangsom opgelegd. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Reden voor deze beslissing is het volgende.
1.2.
Wat betreft [plaats 1] is niet in geschil dat er een koopovereenkomst is gesloten door verkoopster [verkoopster] met [eiser] en dat [eiser] de woning daarna heeft doorverkocht. De bedoeling is om de levering plaats te laten vinden via een zogenaamde ABC-constructie. De notaris heeft zijn medewerking aan deze levering opgeschort en die opschorting is op zich terecht geweest. De notaris heeft verschillende omstandigheden naar voren gebracht die nader onderzoek rechtvaardigden, zoals het prijsverschil tussen A-B en B-C, de koopsommen die onder de WOZ-waarde liggen en meer in het algemeen signalen in [dossiers van eiser] en een BFT onderzoek dat is gestart in [dossiers van eiser] . Dat nader onderzoek door de notaris heeft te maken met de taak van de notaris in het rechtsverkeer. Het is zijn plicht om te onderzoeken of wil en verklaring van partijen overeenstemmen en hij moet voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht. Inmiddels is echter duidelijk geworden dat de verkoopster van de woning in [plaats 1] , anders dan in de zaken waar de notaris signalen over heeft gekregen, niet het slachtoffer is van boilerroomfraude. Het huis zou worden geveild zoals de notaris ook zelf heeft vastgesteld en dat is onder andere de reden dat verkoopster akkoord gaat met een lagere verkoopprijs dan de WOZ-waarde. Ter zitting heeft verkoopster dit verder toegelicht. In deze zaak is ook geen sprake van tijdsdruk en verkoopster had bij de verkoop bijstand van haar partner. Onder deze omstandigheden kan niet langer worden gezegd dat er nog gerede twijfel aan de goede bedoelingen van partijen zijn zodat er ook geen reden meer is om de diensten nog langer te weigeren.
1.3.
Ten aanzien van [plaats 2] heeft ook te gelden dat niet aannemelijk is geworden dat de verkoopster als gevolg van boilerroomfraude is bewogen tot verkoop. Ook in dit geval heeft de notaris zelf vastgesteld dat sprake was van een veiling. In deze zaak blijkt uit de verschillende overgelegde WhatsAppberichten dat verkoopster weet heeft van de prijsverschillen tussen de transacties A-B en B-C. In dit geval heeft zij zelfs actief bemoeienis heeft gehad met de verkoop B-C. Zij is ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bijgestaan door haar accountant en van tijdsdruk om de koopovereenkomst met [eiser] te sluiten, is niet gebleken. Weliswaar heeft de notaris zelf niet met verkoopster gesproken, maar er is inmiddels wel vanuit zijn kantoor meerdere keren contact geweest met verkoopster. Uit die contacten zijn geen signalen gekomen dat verkoopster de overeenkomst niet, althans niet onder de geldende voorwaarden, heeft willen sluiten. Ook in dit geval is niet aannemelijk dat er nog langer reden is om diensten te weigeren.
1.4.
De notaris heeft zich ten aanzien van deze dossiers gerefereerd. De notaris heeft wel aangevoerd dat er geen dwangsom opgelegd hoeft te worden, daarin wordt hij gevolgd. Er is geen reden om aan te nemen dat de notaris niet zal voldoen aan de veroordeling.
1.5.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat de notaris wel voldoende reden had om nader onderzoek te doen, vanwege de eerder genoemde omstandigheden. De notaris komt bovendien niet op voor zijn eigen belangen maar van alle bij de dossiers betrokken partijen.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter
2.1.
beveelt de notaris om binnen zes werkdagen na 30 april 2026 zijn ministerie te verlenen (of dat door een waarnemer te laten doen) op een zodanige wijze dat alles wat nodig is om een voltooide levering van het registergoed staande en gelegen aan de [adres] te [plaats 1] , kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , [sectie] , nummer [nummer] te bewerkstelligen voor zover dat niet onmogelijk zou zijn als gevolg van een buiten de notaris liggende oorzaak,
2.2.
beveelt de notaris om binnen zes werkdagen na 30 april 2026 zijn ministerie te verlenen (of dat door een waarnemer te laten doen) op een zodanige wijze dat alles wat nodig is om een voltooide levering van het registergoed staande en gelegen aan de [adres] te [plaats 2] , kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , [sectie] , nummer [nummer] bewerkstelligen voor zover dat niet onmogelijk zou zijn als gevolg van een buiten de notaris liggende oorzaak,
2.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!