Op 23 januari 2025 maakten de gedaagden een proefrit in een BMW X5 Hybride 2015 bij de eisende partij, een autobedrijf. Op 24 januari 2025 deed het bedrijf een aanbod per e-mail, dat op 27 januari 2025 door de eerste gedaagde werd geaccepteerd. Ondanks meerdere contacten over betaling en levering, werd de koopprijs niet voldaan en leverde de verkoper de auto niet uit.
Na meerdere sommaties ontbond de verkoper de koopovereenkomst buitengerechtelijk op 23 december 2025. De eerste gedaagde voerde aan dat zij de koopovereenkomst niet had ondertekend en dat de BOVAG-garantie gratis zou zijn, terwijl de tweede gedaagde stelde niet betrokken te zijn bij de koop.
De rechtbank oordeelde dat de tweede gedaagde geen partij was bij de overeenkomst en wees de vorderingen tegen hem af. De koopovereenkomst met de eerste gedaagde was rechtsgeldig tot stand gekomen en ontbonden wegens niet-nakoming. De rechtbank kende een schadevergoeding van €2.500 toe voor kosten gereedmaken auto en waardevermindering, wees overige schadeposten af wegens onvoldoende onderbouwing, en kende buitengerechtelijke incassokosten van €450 toe. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.