ECLI:NL:RBGEL:2026:468

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
460881
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen tot staken stalken en lastigvallen buren in kort geding

In deze zaak vorderen buren dat hun buurvrouw wordt verboden hen te stalken en lastig te vallen, waaronder anoniem bellen, hinderlijk volgen en benaderen bij woning en tijdens activiteiten met hun kinderen. De buren baseren hun vorderingen op incidenten sinds 2021, waaronder een eerdere aanranding, online bedreigingen, en diverse gedragingen die hun leven onaangenaam zouden maken.

De buurvrouw betwist de beschuldigingen en stelt zelf slachtoffer te zijn van mishandeling door de buren, die hiervoor zijn veroordeeld. Zij ontkent stalking en lastigvallen en wijst op gebrek aan bewijs, waaronder onduidelijke en partijdige verklaringen van de buren en onvoldoende onderbouwing van de overgelegde gegevens.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de buren onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de buurvrouw hen stalkt of lastigvalt. De omvangrijke overgelegde gegevens zijn niet concreet toegelicht en kunnen niet worden betrokken bij de beoordeling. Ook de overige gedragingen zijn niet voldoende onderbouwd. De vorderingen worden daarom afgewezen. De buren worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot het staken van stalking en lastigvallen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/460881 / KG ZA 25-468
Vonnis in kort geding van 20 januari 2026
in de zaak van

1.[naam eiser 1] ,

2.
[naam eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. R. Zwiers,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. P.M. Breukink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 december 2025,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 13,
- een relaas van een medewerker van Slachtofferhulp en producties 4, 5, 6, 10 tot en met 15, 18 tot en met 20 van [eisers] ,
- de e-mails van 4 januari 2026 met aanvullende producties 16 en 17 en 21 tot en met 23 van [eisers]
- de aanvullende productie 14 en een aanvulling op productie 5 van [gedaagde] ,
- een usb stick van [eisers] ,
- de mondelinge behandeling van 6 januari 2026, ter gelegenheid waarvan [eisers] de producties 1 tot en met 20 schriftelijk heeft ingediend,
- de pleitnota van [eisers]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
[eisers] wonen sinds 2018 aan de [adres] te [woonplaats] en [gedaagde] woont sinds 2009 aan de [adres] te [woonplaats] . De woningen bevinden zich in een blok van vier aaneengesloten huizen op een rij. De woningen van partijen zijn gelegen aan de hoekzijden van dit blok. Tussen de woningen van partijen staan dus nog twee andere woningen. In eerste instantie gingen partijen vriendschappelijk met elkaar om maar in 2021 heeft tussen partijen een incident plaatsgevonden en sindsdien is de verstandhouding tussen partijen in ernstige mate verslechterd.
2.2.
In dit kort geding vorderen [eisers] – kort samengevat – dat [gedaagde] wordt gelast om het stalken en lastig vallen van [eisers] te staken en gestaakt te houden. Concreet houdt dit volgens [eisers] in dat [gedaagde] wordt veroordeeld om:
  • i) [eisers] niet meer anoniem te bellen,
  • ii) [eisers] niet meer zonder reden hinderlijk te volgen met een auto op tijden dat zij hun kinderen naar school- of naar sportactiviteiten brengen,
  • iii) zich niet direct voor de woning van [eisers] dan wel binnen een straal van 25 meter van hun woning op te houden en
  • iv) [eisers] niet meer actief te benaderen of te volgen tijdens het winkelen en het brengen van de kinderen naar school- en sportactiviteiten.
Ten aanzien van de vorderingen iii. en iv. hebben [eisers] een veroordeling tot betaling van een dwangsom gevorderd. De vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen. Hierna zal worden uitgelegd waarom tot dat oordeel is gekomen.

3.De beoordeling

3.1.
Gelet op de aard van de vorderingen is voldaan aan het spoedeisend belang.
3.2.
[eisers] voeren het volgende aan. In 2021 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij de huidige partner van [gedaagde] [eiser 2] in haar woning heeft aangerand dan wel onzedelijk heeft betast. [eisers] hebben daar toen aangifte van gedaan. Sindsdien wil [gedaagde] op obsessieve wijze het leven van [eisers] in beeld krijgen en dat uit zich in het stelselmatig stalken, hinderlijk volgen, in de gaten houden, bespieden, actief hinderen, intimideren, storen en benadelen van zowel [eisers] als hun kinderen met het doel om hun leven onaangenaam te maken. De herhaaldelijke, hinderlijke pesterijen vinden ook online en telefonisch plaats. [gedaagde] heeft in een filmpje dat zij online heeft geplaatst erkend dat zij [eisers] bespiedt en in de gaten houdt en ook heeft zij anonieme doodsbedreigingen ingesproken op de voicemail van [eisers] Daarnaast heeft zij in een filmpje doodsbedreigingen geuit naar [eisers] De (schoon)moeder van [eisers] heeft in een in het geding gebrachte verklaring verklaard dat ook zij wordt geïntimideerd en achtervolgd als zij op de kinderen van [eisers] past of naar school brengt. Daarnaast volgt uit een in het geding gebracht filmpje dat [gedaagde] een vuurkorf in haar achtertuin heeft aangestoken tijdens een kinderfeestje van een van de kinderen van [eisers] om opzettelijk met rook en geur het feestje te verpesten. Verder worden derden opgeroepen om [eisers] te hinderen of kwaad te doen en is sprake van doxing en het zwartmaken van [eisers] bij buurtgenoten, dorpsgenoten en online kijkers via de sociale media accounts van [gedaagde] . Dit wordt bevestigd door de verklaring van de buurvrouw [buurvrouw] . Ook wacht [gedaagde] [eisers] stelselmatig op. Vanwege de dagelijkse routine van [eisers] weet [gedaagde] op welke tijdstippen en plekken [eisers] zullen verschijnen. Dit vindt plaats op de (weg naar) school van de kinderen of bij de locatie van de sportactiviteiten van de kinderen van [eisers] en in winkels. Inmiddels heeft de wijkagent zonder resultaat al vier stopgesprekken met [gedaagde] gevoerd en vier stopbrieven aan haar verstrekt. Ook hebben [eisers] aangifte gedaan tegen [gedaagde] van mishandeling. Verder heeft [gedaagde] de hond van [eisers] vergiftigd waardoor deze is komen te overlijden. Uit een verklaring van een bekende van [eisers] , de heer [betrokkene] , volgt dat ook anderen met het gedrag van [gedaagde] te maken hebben en er dus sprake is van een patroon. Ook zijn er meerdere aangiftes door [eisers] gedaan gevolgd door meerdere artikel 12 Sv Pro procedures omdat de politie en het Openbaar Ministerie de zaak niet op waarde schatten. Tot slot hebben [eisers] een logboek, een verklaring van Slachtofferhulp en een e-mail van een maatschappelijk werkster in het geding gebracht. [eisers] en hun kinderen leven in constante alertheid door het gedrag van [gedaagde] . Ook heeft het gedrag van [gedaagde] geleid tot psychisch leed, verlies van vrienden en kennissen, vermogensschade en slaapproblemen. Ter onderbouwing is een verklaring van de zoon van [eisers] , [kind] , en een journaal van de huisarts van [kind] in het geding gebracht. Voornoemd handelen door [gedaagde] is onrechtmatig, in strijd met de goede zeden en in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid. Ook maakt [gedaagde] inbreuk op hun recht op privacy en hun recht op family life, aldus [eisers]
3.3.
[gedaagde] voert daartegen het volgende verweer. Zij betwist dat zij [eisers] stalkt en lastigvalt. [gedaagde] wil geen contact met [eisers] Zij is juist degene die slachtoffer is van de gedragingen van [eisers] , waaronder mishandeling door [eisers] op 12 oktober 2023. [eisers] zijn voor deze mishandeling in 2024 veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf, respectievelijk een taakstraf en betaling van een schadevergoeding aan [gedaagde] . [gedaagde] maakt zich zorgen om haar veiligheid en de veiligheid van haar gezin. Het hoger beroep in deze strafzaak zal op 8 januari 2026 worden behandeld. De mishandeling is ook de reden waarom [gedaagde] [eisers] in de gaten houdt. Ook is het [eisers] die obsessief met [gedaagde] bezig zijn door -zonder resultaat- meldingen over [gedaagde] te doen bij Veilig Thuis en de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook heeft [gedaagde] het vermoeden dat zij via Marktplaats en andere websites door [eisers] wordt begluurd en gedwarsboomd. Uit productie 14 volgt dat [eisers] [gedaagde] toevoegen aan hun TikTok-account en dus zelf contact zoeken met [gedaagde] . De ingebrachte verklaringen door [eisers] betreffen partijdige verklaringen. Ook de verklaring van een medewerker van Slachtofferhulp is nietszeggend omdat Slachtofferhulp niet aan waarheidsvinding doet en bovendien heeft Slachtofferhulp de advocaat van [gedaagde] bericht dat deze verklaring als niet verzonden moet worden beschouwd. Ten aanzien van de ingebrachte voicemail met doodsbedreiging is geen enkel bewijs overgelegd waaruit volgt dat deze afkomstig is van [gedaagde] . [gedaagde] zat op dat moment bovendien in een zogenaamde ‘live TikTok’ met een vriendin dus kan niet in staat zijn geweest deze voicemail in te spreken. [gedaagde] heeft nooit een stopbrief van de wijkagent gekregen. Ook ontbreken bewijsstukken van artikel 12 Sv Pro-procedures waarop [eisers] zich beroepen. Daarnaast hebben de aangiftes van [eisers] nooit tot strafrechtelijke vervolging van [gedaagde] geleid. Op de filmopnames die door [eisers] zijn overgelegd, is enkel te zien dat [gedaagde] over de straat langs het huis van [eisers] loopt met haar hondje en dochter. De tekst van [eisers] bij deze filmopnames luidt onder meer ‘belaging/uitdaging’, maar daarvan is dus geen sprake. Ten aanzien van het filmpje van het kinderfeestje en de aangestoken vuurkorf is slechts te zien dat er wat rook uit de tuin van [gedaagde] komt. Daaruit volgt geenszins dat [gedaagde] dat opzettelijk doet om het kinderfeestje van het kind van [eisers] te verstoren. Ten aanzien van de verklaring van buurvrouw [buurvrouw] geldt dat [gedaagde] geen goed contact met haar heeft omdat [eisers] verkeerde dingen over haar tegen [buurvrouw] hebben gezegd. De vorderingen van [eisers] moeten niet-ontvankelijk worden verklaard dan wel worden afgewezen, aldus [gedaagde] .
3.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eisers] hun vorderingen onvoldoende hebben onderbouwd, zodat zij in het bestek van dit kort geding onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat [gedaagde] degene is die steeds het contact met hen opzoekt en hen lastigvalt. [eisers] hebben weliswaar een usb-stick overgelegd met een heleboel gegevens, maar zij hebben niet vermeld op welke gegevens en beeldmateriaal zij zich concreet beroepen. Op de usb-stick staan 18 mappen, onderverdeeld in submappen, met daarin verklaringen van [eisers] zelf, foto- en videofragmenten en andere gegevens. [gedaagde] heeft betwist dat daar materiaal bijzit, waaruit volgt dat zij zich op de door [eisers] verweten wijze gedraagt. Het is niet de taak van de voorzieningenrechter om uit die veelheid van gegevens de benodigde bewijsstukken voor de stellingen van [eisers] te halen. De voorzieningenrechter zal de gegevens op de usb-stick dus niet bij de beoordeling betrekken. Dat geldt ook voor het omvangrijke logboek, dat door [eisers] is overgelegd.
Anoniem bellen
3.5.
Gelet op de betwisting van [gedaagde] is niet aannemelijk geworden dat zij [eisers] hinderlijk lastig valt door hun anoniem te bellen en doodsbedreigingen in te spreken in hun voicemail. Een grondslag voor toewijzing van deze vordering ontbreekt dan ook, nog daargelaten dat niet te controleren is of iemand aan een dergelijke veroordeling voldoet. Vordering i wordt daarom afgewezen.
Stelselmatig achtervolgen en opwachten
3.6.
Ook hebben [eisers] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van het stelselmatig volgen en opwachten van [eisers] door [gedaagde] . De voorzieningenrechter overweegt in dat verband dat partijen bij elkaar in de straat wonen en zij elkaar dus kunnen tegenkomen bij het naar school brengen van de kinderen of in winkels in de buurt. Weliswaar stellen [eisers] dat de kinderen van [gedaagde] niet naar dezelfde school gaan en zij [gedaagde] daar toch standaard tegenkomen en dat [gedaagde] hun daar opwacht, maar deze stelling is niet onderbouwd en [gedaagde] heeft dit betwist. De enkele verwijzing door [eisers] naar het logboek dat zij hebben opgesteld en uit 66 bladzijden bestaat, is onvoldoende. Gelet op de omvang van deze productie hadden [eisers] hieruit moeten citeren en dit hebben zij niet gedaan. Tot slot legt – gelet op de familierechtelijke betrekking – ook de verklaring van de (schoon)moeder van [eisers] onvoldoende gewicht in de schaal. Vordering ii zal daarom eveneens worden afgewezen.
Overige hinderlijke / onrechtmatige gedragingen
3.7.
Gelet op hetgeen partijen over en weer naar voren hebben gebracht is binnen het bestek van dit kort geding evenmin aannemelijk geworden dat [gedaagde] [eisers] op andere wijze hinderlijk lastig valt.
3.8.
Het filmpje waarin [gedaagde] hen volgens [eisers] met de dood zou hebben bedreigd is niet in het geding gebracht. Hoewel [gedaagde] erkent dat zij in een ander – door [eisers] ter zitting getoond filmpje – heeft gezegd dat zij [eisers] altijd bespiedt, heeft zij daarover verder verklaard dat zij hen, sinds haar mishandeling in oktober 2023 door [eisers] , in de gaten houdt uit angst om hen tegen te komen. Gelet op de veroordeling van [eisers] voor mishandeling van [gedaagde] komt dit betoog van [gedaagde] de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk voor. Dat het hoger beroep in deze strafzaak volgens [eisers] waarschijnlijk tot een andere uitkomst zal leiden, doet daar niet aan af. Daar komt bij dat de aangifte van [eisers] tegen [gedaagde] van mishandeling niet tot een strafzaak heeft geleid, maar slechts tot een voorwaardelijk sepot.
3.9.
Ook is niet met stukken onderbouwd dat [gedaagde] de hond van [eisers] opzettelijk heeft vergiftigd of hun zoon [kind] lastig valt door hem van zijn fiets te trekken, te bedreigen en achterna te rijden. Een aangifte voor de vergiftiging van de hond en de verklaring van de dierenarts, waarop ter zitting een beroep is gedaan en waaruit volgens [eisers] volgt dat hun hond is vergiftigd, is niet in het geding gebracht. Bovendien voert [gedaagde] aan dat juist zij door zoon [kind] hinderlijk wordt gefilmd en de wijkagent dit gezien heeft.
3.10.
Verder geldt dat de vorderingen van [eisers] niet zijn gericht op doxing en het (op sociale media) zwart maken van [eisers] bij buurtgenoten (of volgers) zodat de voorzieningenrechter deze verwijten en de daarop gerichte verklaring van buurvrouw [buurvrouw] buiten beschouwing laat.
3.11.
Van feiten en omstandigheden die een dergelijk verstrekkend gebiedsgebod zoals gevorderd onder iii rechtvaardigen is daarom niet gebleken. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen. Vordering iv zal gelet op het hiervoor overwogene ook worden afgewezen.
3.12.
Op de mondelinge behandeling is wel duidelijk geworden dat de verstandhouding tussen partijen dermate slecht is, dat beide partijen daarvan last hebben. Aangezien partijen dicht bij elkaar in de buurt wonen, is het haast ondoenlijk om elkaar te ontlopen en elkaar niet tegen te komen. Hoewel er door verschillende instanties pogingen zijn gedaan om partijen met elkaar in gesprek te krijgen, is dat niet gelukt. De voorzieningenrechter geeft partijen nogmaals in overweging met elkaar in gesprek te gaan onder professionele begeleiding, zodat zij wellicht in de toekomst op minder gespannen voet met elkaar komen te staan.
3.13.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.616,00

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
4.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 1.616,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
1780