ECLI:NL:RBGEL:2026:4649
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating tot schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende duurzame gedragsverbetering
De rechtbank Gelderland heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin een voormalig ondernemer een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (WSNP) indiende. De verzoeker had een aanzienlijke schuldenlast van meer dan vijf miljoen euro en stelde niet in staat te zijn deze zelf af te lossen.
De rechtbank beoordeelde of de verzoeker in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest met betrekking tot het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden. Gezien de forse privé-opnamen uit zijn ondernemingen en de toename van rekening-courantschulden oordeelde de rechtbank dat de verzoeker niet te goeder trouw was geweest.
Hoewel de verzoeker een beroep deed op de hardheidsclausule, oordeelde de rechtbank dat dit beroep niet slaagde. De verzoeker had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn financiële situatie duurzaam had verbeterd. Zijn inkomen was niet gehalveerd zoals gesteld, hij had recente uitgaven gedaan ondanks betalingsproblemen, en zijn huidige salaris was onvoldoende om vaste lasten te dekken.
De rechtbank concludeerde dat de verzoeker zijn uitgavenpatroon niet duurzaam had aangepast en dat onvoldoende tijd was verstreken sinds hij in loondienst trad om van een gedragsverandering te spreken. Gezien de aard en omvang van de schulden en het gedrag van de verzoeker werd het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende duurzame gedragsverbetering en niet te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden.