Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
€ 11.000,00.
Kamerstukken II2006/07, 30841, nr. 3. p. 5):
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 9 juni 2026 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder werd vrijgesproken van medeplegen telen hennep maar veroordeeld voor andere feiten. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een ontnemingsbedrag van ruim € 819.000, later aangepast naar € 762.075,24, maar de rechtbank baseerde zich op verklaringen van veroordeelde en medeveroordeelde over huurinkomsten van een hennepkwekerij.
De rechtbank stelde de ontnemingsperiode vast op 22 weken, van 1 april tot 4 september 2024, en nam een huurbedrag van € 500 per week als uitgangspunt, wat resulteerde in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van € 11.000. Kosten van Liander werden niet in mindering gebracht vanwege gebrek aan bewijs van betaling. Het bewijs bestond uit verklaringen afgelegd na mededeling van de cautie, die de rechtbank als betrouwbaar beschouwde.
De rechtbank wees het bewijsuitsluitingsverweer van de raadsman af en oordeelde dat de verklaringen bruikbaar waren. Veroordeelde werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het bedrag, met een maximale gijzelingstermijn van 110 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel van € 11.000,- op aan veroordeelde met hoofdelijke aansprakelijkheid.