Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4454

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
ARN 24/8929
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen besluit over openbaarmaking documenten mediationtraject op grond van Woo

Eiser verzocht op 8 februari 2024 om openbaarmaking van documenten over een mediationtraject uit 2014. Het college maakte aanvankelijk tien documenten gedeeltelijk openbaar en nam later aanvullende besluiten waarbij meer documenten werden vrijgegeven. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de zoekslag onvolledig was, met name over documenten die de afbreking van de mediation en de start ervan betreffen.

De rechtbank oordeelt dat het college een volledige en zorgvuldige zoekslag heeft verricht, ook na het vervangende besluit waarbij zes aanvullende documenten werden vrijgegeven. De stelling van eiser dat er meer documenten moeten zijn, wordt onvoldoende onderbouwd. Documenten die buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, zoals bezwaarschriften over WOZ-waarde, hoeven niet openbaar gemaakt te worden.

Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het vervangende besluit dit heeft vervangen. Het beroep tegen het vervangende besluit wordt ongegrond verklaard. Het college wordt opgedragen het griffierecht van eiser te vergoeden, aangezien het deels aan het beroep tegemoet is gekomen. Proceskosten worden niet vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het vervangende besluit ongegrond verklaard; het griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8929

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem

(gemachtigden: mr. drs. N.C. Faber en J.A.M. Berndsen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de openbaarmaking van een aantal documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het niet eens met de openbaarmaking. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de openbaarmaking van de verzochte informatie.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een volledige zoekslag heeft verricht naar eisers Woo-verzoek. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 8 februari 2024 verzocht om openbaarmaking van informatie rondom het in 2014 afgeronde mediationtraject. In het bijzonder verzoekt eiser om informatie over de aanleiding en de start van de mediation en op de door het college aangedragen argumenten die de mediator mede heeft doen besluiten de mediation af te breken.
2.1.
Het college heeft met het besluit van 26 maart 2024 tien documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Vervolgens heeft het college op 2 april 2024 en 2 mei 2024 aanvullende besluiten genomen en daarbij respectievelijk vier en twee (gedeeltelijk) aanvullende documenten openbaar gemaakt.
2.2. Met het bestreden besluit I van 15 november 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de eerdere besluiten gebleven.
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
Het college heeft op 25 september 2025 een vervangend besluit (bestreden besluit II) op het bezwaar van eiser genomen waarbij zes aanvullende documenten (gedeeltelijk) openbaar zijn gemaakt als gevolg van het verrichten van een nieuwe zoekslag.
2.5.
Eiser heeft gereageerd op het bestreden besluit II en de rechtbank gemotiveerd laten weten waarom hij het niet eens is met dit besluit. Het bestreden besluit II komt niet geheel tegemoet aan het beroep van eiser, waardoor zijn beroep van rechtswege ook is gericht tegen dit besluit. [1]
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft eiser nog belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit I?
3. Het bestreden besluit II is in de plaats gekomen van het bestreden besluit I. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit I. Daarom verklaart de rechtbank het beroep
niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit I.
Is de zoekslag volledig geweest?
4. Eiser stelt dat de zoekslag onvolledig is geweest. Er moeten namelijk meer documenten bestaan over het mediationtraject. Eiser heeft expliciet gevraagd om informatie over de aangedragen argumenten om de mediation af te breken, maar daar heeft hij geen informatie over gekregen. Ook is geen informatie openbaar gemaakt over de start van de mediation met de keuze voor een gemeentelijke mediator en de afwijzing van het aanbod voor mediation vanuit de rechtbank. Voorafgaand aan de tweede bijeenkomst van 12 mei 2015 moet uitgebreid intern overleg zijn geweest over wie bij het mediationtraject betrokken zou worden en wat de opstelling van het college zou zijn. Tijdens het overleg van 12 mei 2015 hadden zowel de planoloog als de handhaver dikke mappen met stukken mee. Het valt dan ook niet voor te stellen dat er van die besprekingen alleen wat aantekeningen zijn bewaard, maar niet van de voorbesprekingen of de ondersteunende documentatie. Uit de bij het bestreden besluit II openbaar gemaakte documenten blijkt dat er bij het college lang geaarzeld is hoe de mediation op te pakken. Nog steeds blijft onduidelijk waarom het aanbod van de rechtbank uiteindelijk is afgewezen. Verder maakt het college documenten niet openbaar omdat deze buiten de reikwijdte van eisers verzoek zouden vallen, maar daar zet eiser zijn vraagtekens bij.
4.1.
In het bestreden besluit I heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de zoekslag volledig is geweest. Het college heeft in het bestreden besluit II echter opnieuw een zoekslag verricht en als gevolg hiervan een zestal documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Dit betekent dat de eerdere zoekslag niet volledig was.
4.2.
De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of de zoekslag die is verricht bij het bestreden besluit II wél volledig is geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.
4.3.
Het is vaste rechtspraak dat, wanneer het bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een document toch onder het bestuursorgaan berust. [2] Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig voorkomt, wordt betrokken op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd. [3] Een bestuursorgaan moet voldoende inzichtelijk maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Die zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt. [4]
4.4.
De beroepsgrond slaagt niet. De stelling van het college dat het niet over meer documenten beschikt die binnen de reikwijdte van eisers Woo-verzoek vallen, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. In de bij het bestreden besluit II behorende bijlage over de zoekslag en op de zitting heeft het college gemotiveerd uitgelegd hoe de zoekslag is verricht en dat daarmee niet meer documenten zijn aangetroffen dan de eerder (gedeeltelijk) openbaar gemaakte documenten. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het college over meer documenten beschikt die binnen de reikwijdte van zijn Woo-verzoek vallen. Eisers stelling dat er meer documenten moeten zijn omdat de twee ambtenaren bij het mediationgesprek in 2014 dikke mappen met stukken mee hadden, is daartoe onvoldoende. Daaruit blijkt namelijk niet dat deze papieren onder eisers Woo-verzoek vallen. Het college kan ook niet meer achterhalen welke fysieke kopieën van documenten in die mappen zaten, omdat de toenmalige ambtenaren inmiddels niet meer werkzaam zijn bij de gemeente. De Woo verplicht het college niet om deze mappen te reconstrueren. Het college is op grond van de Woo alleen gehouden tot de (al dan niet) openbaarmaking van de bij het college aanwezige documenten die onder het Woo-verzoek vallen.
4.4.1.
Verder volgt de rechtbank het college in de stelling dat de documenten 21 en 22 buiten de reikwijdte van eisers Woo-verzoek vallen. Deze documenten betreffen een bezwaarschrift en een hoger beroepschrift van eiser tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van zijn woning. Deze documenten refereren weliswaar aan het mediationtraject maar het zijn geen documenten die inhoudelijk gaan over het mediationtraject. Eisers Woo-verzoek reikt niet zover dat alle stukken over zaken die tussen hem en het college hebben gespeeld daaronder vallen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep van eiser voor zover gericht tegen het bestreden besluit I is
niet-ontvankelijk en voor zover gericht tegen het bestreden besluit II ongegrond.
5.1.
Omdat het college het bestreden besluit I heeft vervangen tijdens de beroepsprocedure en hiermee deels aan het beroep van eiser tegemoet is gekomen, ziet de rechtbank aanleiding om het college op te dragen het griffierecht van eiser te vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit II ongegrond;
  • bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187 aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.ABRvS 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2915, ro. 8.1.
3.ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1743, ro. 4.1.
4.ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:367, ro. 5.1.