ECLI:NL:RBGEL:2026:4422

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
AWB-26_2518
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij last onder dwangsom

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen. De last betreft overtredingen op een perceel in de gemeente. Verzoekster stelt dat zij niet binnen de gestelde begunstigingstermijn kan voldoen aan de last en daarom spoedeisend belang heeft bij de voorziening.

Het college heeft de voorzieningenrechter geïnformeerd dat zij bereid is de begunstigingstermijn te verlengen tot twee weken na de beslissing op bezwaar, waarvan de hoorzitting gepland staat op 23 juni 2026 en de beslissing medio juli 2026 wordt verwacht. Dit valt naar verwachting samen met de afronding van de werkzaamheden op het perceel.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Gezien de toezegging van het college om de termijn te verlengen, is er geen spoedeisend belang meer. Verzoekster kan de beslissing op bezwaar afwachten. De aangevoerde gronden veranderen hier niets aan.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2518

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats 1], verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college van 26 februari 2026, waarin een last onder dwangsom is opgelegd in verband met overtredingen op het perceel [locatie] in [plaats 2]. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Zij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3.1.
Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening gelet op de door het college vastgestelde begunstigingstermijn (18 juni 2026). Het is voor verzoekster niet mogelijk om binnen die termijn aan de last te voldoen.
3.2.
Het college heeft op 28 mei 2026 de voorzieningenrechter geïnformeerd dat het college bereid is de begunstigingstermijn te verlengen tot twee weken na het besluit op bezwaar. Daarbij merkt het college op dat de hoorzitting voor behandeling van het bezwaarschrift staat gepland op 23 juni 2026 en dat het besluit op bezwaar medio juli 2026 wordt verwacht. Naar verwachting valt dit ongeveer samen met de afronding van de werkzaamheden op het perceel. Mocht er vertraging worden opgelopen dan kan een nieuw verzoek om verdere verlenging van de begunstigingstermijn worden ingediend.
3.3.
Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Gelet op de hierboven genoemde toezegging is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster geen spoedeisend belang meer heeft bij een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster kan de beslissing op bezwaar afwachten. De door verzoekster aangevoerde gronden maken dit niet anders.

Conclusie en gevolgen

4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.