ECLI:NL:RBGEL:2026:4401

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
05/018517-26
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • M.A. van Leeuwen
  • S. Jansen
  • P.J. Verbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 311 SrArt. 5a WVW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen diefstal auto en ernstig verkeersgevaarlijk rijgedrag

Op 1 augustus 2025 pleegde verdachte samen met een medeverdachte diefstal van een auto in Groesbeek. Verdachte en zijn medeverdachte overmeesterden de eigenaar en reden met de auto weg, waarna een politieachtervolging volgde. Tijdens deze achtervolging vertoonde verdachte ernstig verkeersgevaarlijk rijgedrag, waaronder rijden met circa 100 km/u in gebieden met lagere snelheidslimieten, negeren van stoptekens en rijden tegen de verkeersrichting in. Verdachte beschikte niet over een rijbewijs.

Na aanhouding weigerde verdachte mee te werken aan een bloedonderzoek, ondanks bevelen van de politie. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde deze als medeplegen diefstal, overtreding van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 (ernstig verkeersgevaarlijk rijgedrag) en overtreding van artikel 163 lid 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 (weigering bloedonderzoek).

De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte, een reclasseringsadvies dat een hoog recidiverisico signaleerde en het feit dat verdachte geen medewerking wilde verlenen aan gedragsbeïnvloeding. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van voorarrest, en een rijontzegging van achttien maanden.

Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële schade aan drie benadeelden, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank wees de vorderingen toe omdat de schade rechtstreeks verband hield met het bewezenverklaarde gedrag van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en achttien maanden rijontzegging wegens medeplegen diefstal auto, ernstig verkeersgevaarlijk rijgedrag en weigering bloedonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05.018517-26
Datum uitspraak : 3 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , Somalië,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 1 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Ford Ka met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij te Groesbeek en/of Nijmegen, gemeente Berg en Dal op of omstreeks 1 augustus 2025 opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig (personenauto), toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, de Generaal Gavinstraat en/of de Groesbeeksedwarsweg, in elk geval op een weg;
2.
hij op of omstreeks 1 augustus 2025 te Groesbeek en/of Malden en/of Nijmegen, gemeente Berg en Dal en/of Heumen, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), op de kruising van de Grootstalselaan (s100) en de Rijksweg (N844)
- terwijl zich aldaar wegwerkzaamheden bevonden en/of het zicht werd beperkt,
- niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij met onverminderde en/of hoge snelheid doorgereden,
en/of (vervolgens) op de Rijksweg en/of de Scheidingsweg
- niet heeft voldaan aan een door [agent 1] en/of [agent 2] , (hoofd)agenten van de politie Eenheid Oost-Nederland, middels een oplichtende transparant aan de achter- en/of voorzijde van het dienstvoertuig gegeven stopteken, door niet met dat voertuig (personenauto) te stoppen,
en/of (vervolgens) op de Berg en Daalseweg
- terwijl een tegemoetkomend voertuig naderde,
- met een hoge snelheid en/of met abrupte stuurbewegingen heeft gereden op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft, en/of
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 100 kilometer per uur,
en/of (vervolgens) op de Tooropstraat en/of de Daalseweg
- terwijl deze weg een fietsstraat betreft, en/of
- terwijl zich aldaar meerdere fietsers bevonden, en/of
- terwijl zich op deze weg drempels bevonden,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur,
en/of op één of meerdere wegen
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, en/of
- niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden, en/of
- een doorgetrokken streep heeft overschreden, en/of
- heeft gereden over de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, en/of (vervolgens) op de Groesbeeksedwarsweg
- één of meerdere aldaar geparkeerde voertuigen heeft geramd/geraakt en/of (vervolgens) tot stilstand is gekomen,
zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorvoertuigen, waartoe dat motorvoertuig behoorde, en aldus zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 augustus 2025 te Groesbeek en/of Malden en/of Nijmegen, gemeente Berg en Dal en/of Heumen, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), op de kruising van de Grootstalselaan (s100) en de Rijksweg (N844)
- terwijl zich aldaar wegwerkzaamheden bevonden en/of het zicht werd beperkt,
- niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij met onverminderde en/of hoge snelheid doorgereden,
en/of (vervolgens) op de Rijksweg en/of de Scheidingsweg
- niet heeft voldaan aan een door [agent 1] en/of [agent 2] , (hoofd)agenten van de politie Eenheid Oost-Nederland, middels een oplichtende transparant aan de achter- en/of voorzijde van het dienstvoertuig gegeven stopteken, door niet met dat voertuig (personenauto) te stoppen,
en/of (vervolgens) op de Berg en Daalseweg
- terwijl een tegemoetkomend voertuig naderde,
- met een hoge snelheid en/of met abrupte stuurbewegingen heeft gereden op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft, en/of
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 100 kilometer per uur,
en/of (vervolgens) op de Tooropstraat en/of de Daalseweg
- terwijl deze weg een fietsstraat betreft, en/of
- terwijl zich aldaar meerdere fietsers bevonden, en/of
- terwijl zich op deze weg drempels bevonden,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur,
en/of op één of meerdere wegen
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, en/of
- niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden, en/of
- een doorgetrokken streep heeft overschreden, en/of
- heeft gereden over de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer,
en/of (vervolgens) op de Groesbeeksedwarsweg
- één of meerdere aldaar geparkeerde voertuigen heeft geramd/geraakt en/of (vervolgens) tot stilstand is gekomen,
zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorvoertuigen, waartoe dat motorvoertuig behoorde, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
3.
hij op of omstreeks 1 augustus 2025 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft niets willen verklaren over de ten laste gelegde feiten.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Aangever [aangever 2] was op 1 augustus 2025, omstreeks 02.00 uur, samen met vier vrienden aan het chillen op de rotonde, Keizer Karel Plein in Nijmegen. Hij werd toen gebeld door een jongen die [naam] wordt genoemd. [naam] vroeg of hij tijd had om hen weg te brengen. Omstreeks 04.00 uur belde een andere jongen. [aangever 1] hoorde dat de vriend van [naam] vroeg wat hij aan het doen was en dat hij zijn hulp nodig had want hij had een probleem. [aangever 1] vroeg hoe hij hem kon helpen en hij hoorde dat die vriend zei: “kom maar gewoon, dan hoor je het wel”. [aangever 1] is naar hen toegegaan. Zij hadden afgesproken bij de Daalseweg in Nijmegen bij de grote Albert Heijn. [aangever 1] was met de auto van zijn broertje, een Ford KA, donkerblauw van kleur met kenteken [kenteken] . Ter plaatse zag hij [naam] en die vriend staan. Zij zijn toen naar Groesbeek gereden. [aangever 1] reed, [naam] zat achterin en die vriend van [naam] zat naast [aangever 1] . In Groesbeek vroeg [aangever 1] waar ze heen moesten. Hij hoorde dat die vriend van [naam] zei dat zij naar de Lidl moesten. Op de hoofdstraat van Groesbeek veranderden zij van gedachten. [aangever 1] wilde op de rotonde richting de Lidl, maar zij zeiden allebei dat hij rechtdoor moest. Ze kwamen langs een tankstation aan de Herwendaalseweg in Groesbeek. De vriend van [naam] vroeg hoever hij met de benzine kon rijden. [aangever 1] gaf aan dat hij nog ongeveer zestig of zeventig kilometer kon rijden. Zij kwamen weer een rotonde tegen, de rotonde van de Bredeweg naar de Nieuwe Drulseweg. Via de Nieuwe Drulseweg reed hij naar de Generaal Gavinstraat. Daar stopte [aangever 1] ter hoogte van nummer 9. De vriend van [naam] zei tegen [aangever 1] dat hij ook mee zou gaan naar het feestje. [aangever 1] zei dat hij niet meeging en dat hij ging slapen. De vriend van [naam] stapte uit de auto en op dat moment pakte [naam] [aangever 1] bij de nek. Hij sloeg van uit achter zijn armen om zijn keel. Hij hoorde dat [naam] zei dat hij mee moest. Toen kwam de vriend van [naam] en trok [aangever 1] uit de auto. Hij zag dat die vriend de auto in stapte en achteruit reed. De sleutel zat nog in het contact van de auto. Zij reden achteruit richting de Nieuwe Drulseweg en reden weg in de richting van de Nijerf. Nadat de politie er was, vertelde [aangever 1] zijn verhaal en reed hij mee naar Nijmegen om aangifte te doen. Ongeveer tien/vijftien minuten later hoorde hij dat een politieagent vroeg: "Is dit hem?" [aangever 1] riep: "Ja dat is de auto." Er ontstond een achtervolging. De achtervolging eindigde in de buurt waar [aangever 1] ze had opgehaald, bij de grote Albert Heijn aan de Daalseweg. In de tweede straat links knalde zijn auto tegen een andere auto. [aangever 1] zag dat [naam] op de bijrijdersstoel zat en dat de vriend van [naam] de chauffeur was. [2]
[aangever 1] heeft verklaard dat zijn voertuig, met kenteken [kenteken] , betrokken was bij het incident en dat hij het voertuig had uitgeleend aan zijn broer [aangever 2] [aangever 1] . [3]
Verbalisant [agent 2] kreeg op vrijdag 1 augustus 2025 om 05:28 uur de vraag om te gaan naar de Bredeweg te Groesbeek waar een persoon van zijn voertuig zou zijn beroofd. Omstreeks 05:45 uur kwamen hij en collega [agent 1] ter plaatse. Daar troffen zij [aangever 2] [aangever 1] . Nadat deze zijn verhaal had verteld, besloten verbalisanten hem mee te nemen naar het politiebureau aan de Stieltjesstraat te Nijmegen om daar de aangifte op te nemen. Terwijl zij onderweg waren naar Nijmegen reden zij over de Sophiaweg te Heilig Landstichting en zag [agent 2] een blauwe Ford KA hen tegemoet rijden. Het kenteken betrof het kenteken van het voertuig van [aangever 1] . [agent 1] keerde het dienstvoertuig en reed achter het voertuig aan. [agent 2] zag dat er twee personen in het voertuig zaten. Na een achtervolging sloeg het voertuig linksaf de Groesbeeksedwarseweg op en kwam het in botsing met een stilstaand voertuig. Hierna reed het voertuig door en kwam het tot stilstand tegen een ander stilstaand voertuig aan de rechterkant van de weg. [agent 2] zag in zijn ooghoek dat de bestuurder van het gecrashte voertuig wegrende. De vluchtende man, naar later bleek te zijn: [verdachte] , rende de Singendonckstraat in. Ongeveer op de helft van de straat zag [agent 2] dat de verdachte zijn snelheid minderde. Hij haalde de verdachte in en trok hem naar de zijkant van de weg. Op 1 augustus om 05:41 uur werd hij aangehouden. [4]
Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank de primair ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen. Door [aangever 1] te overmeesteren, hem de auto uit te trekken en vervolgens met die auto weg te rijden, hebben verdachte en zijn medeverdachte de auto aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken en hebben zij er als heer en meester over beschikt. Naar de uiterlijke verschijningsvorm van deze handelingen was het opzet van verdachte en zijn medeverdachte hierop ook gericht. Ook is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van medeplegen van diefstal nu verdachte het feit tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. Beiden hebben een wezenlijke bijdrage geleverd aan de diefstal. Medeverdachte [medeverdachte] heeft op enig moment, terwijl hij achter aangever in de auto zat, zijn armen om de nek van aangever gedaan waarna verdachte aangever uit de auto heeft getrokken. Nadat verdachte aangever uit de auto had getrokken, is hij achter het stuur gaan zitten en is hij weggereden. De bijdrage van verdachte is daarmee van voldoende gewicht geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.
Feit 2
Meerdere verbalisanten hebben opgeschreven wat zij hebben gezien gedurende de achtervolging van de blauwe Ford Ka met het kenteken [kenteken] . Hieronder geeft de rechtbank een samenvatting van hetgeen zij hebben genoteerd.
Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zagen op vrijdag 1 augustus 2025, omstreeks 06:30, de collega's van de [nummer] rijden op de Scheidingsweg in Nijmegen. Zij zagen dat de collega’s achter een blauwe Ford Ka reden voorzien van het kenteken [kenteken] . De [nummer] gaf een stopteken aan het voertuig. Het voertuig stopte niet. Hierop gingen de collega's voor het voertuig rijden en gaven zij een volgteken. Het voertuig voldeed hier niet aan, gaf juist gas en haalde de collega's weer in. Hierop zetten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ook de optische en geluidssignalen aan. Zij zagen dat het voertuig van de collega's van de [nummer] ook de optische en geluidsignalen aanhad en dat ook het transparant met het stopteken aanstond. Het voertuig bleef gewoon doorrijden. Het voertuig haalde verschillende capriolen uit en haalde snelheden van rond de honderd kilometer per uur in gebieden waar vijftig kilometer per uur was toegestaan. Het voertuig ging een aantal keer langs de linkerzijde van de midden geleider en reed dus op de verkeerde weghelft. Ook reed het voertuig een aantal keer door het rode verkeerslicht. Het voertuig reed door de Tooropstraat in Nijmegen met ongeveer honderd kilometer per uur. Op deze weg geldt een maximum snelheid van dertig kilometer per uur, liggen veel drempels en lopen veel zijwegen. Ook rijden hier veel fietsers. De snelheid van het voertuig nam niet af toen het de Daalseweg in Nijmegen op reed. Ook hier reden fietsers, terwijl het voertuig dezelfde snelheid bleef rijden. Het voertuig sloeg de Groesbeeksedwarsweg in en raakte hierbij andere voertuigen en kwam tot stilstand. De bestuurder rende weg en de bijrijder zat klem met zijn been tussen de deur. De bestuurder was [verdachte] , met wie verbalisanten ambtshalve bekend zijn met betrekking tot handel in verdovende middelen. [5]
Tijdens de achtervolging werden er snelheden behaald van rond de honderd kilometer per uur. Dit gebeurde op wegen waar vijftig kilometer per uur was toegestaan. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] lazen deze snelheid af op de kilometerteller in het dienstvoertuig. Deze snelheid werd behaald op de Grootstalselaan en de Scheidingsweg te Nijmegen. Ook reed het voertuig met een snelheid van rond de honderd kilometer per uur over de Daalseweg te Nijmegen, terwijl hier een snelheid van dertig kilometer per uur is toegestaan. Dit is een fietsstraat waar fietsers op dezelfde rijbaan fietsen als de auto's rijden. De snelheid nam niet af en het voertuig reed met een snelheid van rond de honderd kilometer per uur langs een aantal fietsers. Op de kruising van de Grootstalselaan en de Rijksweg/St. Annastraat te Nijmegen negeerde het voertuig het rode verkeerslicht. De snelheid nam niet af en het voertuig reed met ongeveer honderd kilometer per uur door het rode verkeerslicht. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] lazen deze snelheid af op hun kilometerteller in het dienstvoertuig. [6]
Verbalisant [agent 1] zag dat het voertuig op de kruising S100 en de N844 door rood licht reed. [agent 1] verhoogde de snelheid en haalde het voertuig in. Hij deed het STOP-transparant aan de achterzijde aan. Het voertuig verhoogde nu ook de snelheid waardoor [agent 1] er nog maar net voor kwam. In zijn achteruitkijkspiegel zag hij dat het voertuig begon te slingeren en op de tegengestelde rijbaan ging rijden. De afstand tussen het voertuig en zijn voertuig was ongeveer één meter. Hij liet het voertuig passeren en zette de optische- en geluidssignalen aan, alsmede de STOP-transparant aan de voorzijde. Zij reden de bebouwde kom van Malden in en daarbij werden snelheden van honderd kilometer per uur behaald. Op de Berg en Dalseweg in Nijmegen werden er snelheden boven de honderd kilometer per uur behaald. Het voertuig ging spook rijden om een inhaalactie te doen. De maximum snelheid is hier vijftig kilometer per uur. De stuurkunsten waren abrupt en een tegemoetkomend voertuig werd op een nippertje gemist. Het voertuig reed een drempel met hoge snelheid over en daarbij kwam het met vier wielen los van de grond. Op de Daalseweg reed het voertuig ongeveer honderd kilometer per uur. Dit is een fietsstraat en er reden enkele fietsers over de weg. Het voertuig remde abrupt hard en reed de Groesbeeksedwarsweg in. De weg was gescheiden door een drempel. Het voertuig stuurde sterk naar links en reed hard over de drempel heen. Het voertuig ramde aan de linkerzijde van de Groesbeeksedwarsweg een voertuig, reed naar de rechterzijde van de weghelft en ramde daar een voertuig, waarna het tot stilstand kwam. [7]
Verbalisant [agent 2] zag dat het voertuig de gehele rijbaan in gebruik nam, over de weg slingerde en geregeld tegen het verkeer in reed. Op de Scheidingsweg te Malden sloten collega's van de ON5101 aan. Op dat moment negeerde het voertuig het rode stoplicht op de kruising met de Sint Annastraat en sloeg het linksaf, de Rijksweg op. Op deze kruising waren wegwerkzaamheden bezig die het zicht naar links en rechts beperkte. Het voertuig passeerde hier zonder af te remmen het rode stoplicht. Op de Rijksweg werd het voertuig een stopteken gegeven middels het stoptransparant aan de voorzijde van de dakset van het voertuig van [agent 2] . Het voertuig gaf hier geen gehoor aan. Het vermeerderde snelheid en reed door richting Malden. Het voertuig verhoogde zijn snelheid naar honderd kilometer per uur op de Rijksweg. Deze snelheid kon worden afgelezen van de display van het dienstvoertuig. De toegestane maximum snelheid op de Rijksweg bedraagt tachtig kilometer per uur. Vervolgens sloeg het voertuig rechtsaf de Droogstestraat op en vervolgens rechtsaf de Hatertseweg op richting Nijmegen. Tijdens de achtervolging werden binnen de bebouwde kom snelheden aangetikt van boven de honderd kilometer per uur. Op de Meerwijkselaan liep de snelheid op tot honderdtwintig kilometer per uur, terwijl de maximum toegestane snelheid hier zestig kilometer per uur bedraagt. Tijdens de achtervolging negeerde het voertuig meerdere malen het rode verkeerslicht en overschreed het meerdere malen de doorgetrokken streep. Ook reed het voertuig ruim tegen het tegemoetkomend verkeer in om verbalisanten de pas af te snijden. Later reed het voertuig met ruim tachtig kilometer per uur waar dertig kilometer per uur is toegestaan. Na een achtervolging van ongeveer tien minuten sloeg het voertuig linksaf de Groesbeeksedwarseweg op. Hier kwam het voertuig in botsing met een stilstaand voertuig. Hierna reed het voertuig door en tot kwam het tot stilstand tegen een ander stilstaand voertuig aan de rechterkant van de weg. [8]
Verdachte heeft geen rijbewijs. [9]
Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zoals onder 2 primair ten laste is gelegd, is vereist dat de bestuurder (voorwaardelijk) opzet had op het overtreden van de verkeersregels en het in ernstige mate schenden daarvan, terwijl naar algemene ervaringsregels levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen voorzienbaar was. Of sprake is van opzet hangt af van de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval.
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank (kort gezegd) bewezen dat verdachte gedragingen heeft verricht die bestaan uit het zonder rijbewijs (veel) te hard rijden, waarbij de maximaal toegestane snelheid (ruimschoots) werd overschreden – onder andere door enkele straten waar fietsers op dezelfde rijbaan fietsen als waar auto’s rijden –, verschillende malen door rood licht rijden, het negeren van door de politie gegeven volg- en stopteken(s) en het meerdere malen tegen de verkeersrichting inrijden, waarbij langs de linkerzijde van de midden geleider werd gereden. Daarmee heeft verdachte meerdere voor de verkeersveiligheid zeer belangrijke verkeersregels geschonden. Dit gedrag moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Het gaat hierbij om een zodanige hoeveelheid ernstige verkeersovertredingen dat deze naar hun aard, duur en de feitelijke omstandigheden van het geval niet anders dan opzettelijk kunnen zijn begaan. Daarbij speelt ook een rol het feit dat verdachte kennelijk aan de politie probeerde te ontkomen. Het samenstel van deze overtredingen levert naar het oordeel van de rechtbank zeer gevaarlijk rijgedrag op. Levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander/anderen was gelet op de hiervoor genoemde gedragingen dan ook voorzienbaar.
De slotsom is dat het verkeersgedrag van verdachte kan worden aangemerkt als een overtreding van artikel 5a WVW, waarmee de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen acht.
Feit 3
Verbalisant [verbalisant 3] was op 1 augustus 2025, omstreeks 06.40 uur, aanwezig bij collega's die zojuist een man hadden aangehouden als bestuurder van een voertuig dat als gestolen stond gesignaleerd. De collega's hadden het vermoeden dat de man onder invloed was van alcohol en/of drugs. De bestuurder betrof [verdachte] , verdachte. [verbalisant 3] vroeg aan verdachte of hij mee wilde werken aan een blaastest. Verdachte zei dat hij niet wilde meewerken. Vervolgens beval [verbalisant 3] hem om mee te werken aan het voorlopig onderzoek uitgeademde lucht. Verdachte zei nogmaals dat hij niet wilde meewerken. Terwijl hij dit zei, schudde hij met zijn hoofd van links naar rechts. Verdachte wilde evenmin meewerken aan de speekseltest. Daarop beval [verbalisant 3] hem om mee te werken aan een bloedonderzoek. Verdachte zei nogmaals dat hij niet wilde meewerken en daarbij schudde hij ook van links naar rechts met zijn hoofd. [10]
Verbalisant [verbalisant 3] nam de volgende kenmerken waar bij verdachte: bloeddoorlopen ogen en sloom gedrag. Ook rook verdachte enorm naar alcohol. Voorts waren tijdens de aanhouding drugs bij verdachte aangetroffen en had hij meerdere registraties met betrekking tot het bezit van harddrugs. [verbalisant 3] vroeg verdachte daarop toestemming te verlenen tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994. Verdachte verleende daartoe geen toestemming. Vervolgens beval [verbalisant 3] , daartoe in de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen ambtenaar, verdachte zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994, waarbij verdachte werd meegedeeld, dat een weigering een misdrijf oplevert. Verdachte gaf geen gevolg aan dit bevel. [11]
Op grond van deze bewijsmiddelen acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de navolgende ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks1 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een auto (Ford Ka met kenteken [kenteken] ),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [aangever 1]
en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op
of omstreeks1 augustus 2025 te
Groesbeek en/ofMalden en
/ofNijmegen
,engemeente Berg en Dal
en/of Heumen, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg
(en
), op de kruising van de Grootstalselaan (s100) en de Rijksweg (N844)
- terwijl zich aldaar wegwerkzaamheden bevonden en
/ofhet zicht werd beperkt,
- niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij met onverminderde en
/ofhoge snelheid doorgereden,
en
/of(vervolgens) op de Rijksweg en/of de Scheidingsweg
- niet heeft voldaan aan een door [agent 1] en/of [agent 2] , (hoofd)agenten van de politie Eenheid Oost-Nederland, middels een oplichtende transparant aan de achter- en/of voorzijde van het dienstvoertuig gegeven stopteken, door niet met dat voertuig (personenauto) te stoppen,
en
/of(vervolgens) op de Berg en Da
alseweg
- terwijl een tegemoetkomend voertuig naderde,
- met een hoge snelheid en
/ofmet abrupte stuurbewegingen heeft gereden op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft, en
/of- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur,
in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 100 kilometer per uur,
en
/of(vervolgens) op de Tooropstraat en
/ofde Daalseweg
- terwijl deze weg een fietsstraat betreft, en
/of- terwijl zich aldaar meerdere fietsers bevonden, en
/of- terwijl zich op deze weg drempels bevonden,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur,
in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,namelijk met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur,
en
/ofop één of meerdere wegen
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, en
/of- niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is
hijdoorgereden, en
/of- een doorgetrokken streep heeft overschreden, en
/of- heeft gereden over de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, en
/of(vervolgens) op de Groesbeeksedwarsweg
-
één ofmeerdere aldaar geparkeerde voertuigen heeft geramd/geraakt en
/of(vervolgens) tot stilstand is gekomen,
zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorvoertuigen, waartoe dat motorvoertuig behoorde, en aldus zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door welke verkeersgedraging
(en
)van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
3.
hij op
of omstreeks1 augustus 2025 te Nijmegen,
in elk geval in Nederland,als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en
/ofgeen medewerking daaraan heeft verleend.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
Diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 2 primair:
Overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 3:
Overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest, en tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van achttien maanden.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft aangegeven de eis te begrijpen en daarop verder niet te willen reageren.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de diefstal van een auto, waarbij degene die de auto tijdelijk onder zich had zelfs door een van beide verdachten uit de auto is getrokken. Dit is een brutaal en ergerlijk feit, waarmee overlast, schade en ergernis is veroorzaakt, en waarmee verdachte heeft aangetoond geen respect te hebben voor andermans eigendom.
Daarnaast heeft verdachte als automobilist, zonder te beschikken over een rijbewijs, ernstig verkeersgevaarlijk rijgedrag vertoond. Hij heeft (veel) te hard gereden en daarbij de maximaal toegestane snelheid (ruimschoots) overschreden – onder andere door enkele straten waar fietsers op dezelfde rijbaan fietsen als waar auto’s rijden –, verschillende malen door rood licht gereden, volg- en stoptekens van de politie genegeerd en meerdere malen tegen de verkeersrichting in gereden en daarbij langs de linkerzijde van de midden geleider gereden. Aldus heeft verdachte zich zodanig in het verkeer gedragen dat levensgevaar of gevaar voor lichamelijk letsel voor anderen is ontstaan. Hij heeft daarbij zijn eigen belang, de politie ontvluchten, boven de verkeersveiligheid laten gaan.
Ten slotte heeft verdachte nadat hij was aangehouden geweigerd mee te werken aan een bloedonderzoek naar het onder invloed verkeren van alcohol en/of verdovende middelen ten tijde van de achtervolging. Hierdoor heeft verdachte de controle gefrustreerd op de naleving van voorschriften die de verkeersveiligheid dienen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 1 mei 2026. Daaruit blijkt dat verdachte eerder voor vermogensdelicten is veroordeeld. Ook volgt hieruit dat verdachte voor andersoortige feiten is veroordeeld na het begaan van de bewezenverklaarde feiten. Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing en de rechtbank houdt hier rekening mee.
Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 9 maart 2026. Daaruit volgt dat verdachte niet wilde meewerken aan het opstellen van een adviesrapportage. Volgens de reclassering komt op basis van het dossier een beeld naar voren van een berekende houding. Er kan in ieder geval worden gesproken van een langdurig patroon van antisociaal gedrag. Naar de inschatting van de reclassering is er bij verdachte geen basis aanwezig om een samenwerkingsrelatie, gericht op risicomanagement en gedragsbeïnvloeding, op te bouwen. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Het risico op recidive wordt als hoog ingeschat en kan niet beperkt worden middels bijzondere voorwaarden, omdat verdachte niet in gesprek wil treden en eerder ook niet meewerkte aan de uitvoering van een toezicht.
Ten slotte heeft de rechtbank rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en heeft zij gekeken naar wat in vergelijkbare zaken is opgelegd.
Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Aan verdachte zal daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd voor de duur van zes maanden. De tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht zal hierop in mindering worden gebracht.
Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van achttien maanden opleggen, waarmee wordt benadrukt dat verdachte gezien zijn rijgedrag gedurende een langere periode niet aan het (gemotoriseerd) verkeer mag deelnemen, ook al zou hij zijn rijbewijs halen.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

De volgende benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend:
1. [aangever 1] vordert in verband met de feiten 1 en 2 € 1.200,00 aan materiële schade,
2. [benadeelde 1] vordert in verband met feit 2 € 352,00 aan materiële schade,
3. [benadeelde 2] vordert in verband met feit 2 € 2.409,86 aan materiële schade,
telkens vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Verdachte heeft geen verweer gevoerd.
Overwegingen van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het onder feit 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De in dit verband gevorderde kosten, respectievelijk € 1.200,00 (ten aanzien van [aangever 1] ), € 352,00 (ten aanzien van [benadeelde 1] ) en € 2.409,86 (ten aanzien van [benadeelde 2] ), staan naar het oordeel van de rechtbank in direct verband met het bewezenverklaarde feit en komen redelijk voor. Bovendien hebben [aangever 1] en [benadeelde 1] deze kosten voldoende onderbouwd en heeft [benadeelde 2] gesteld dat die kosten zijn gemaakt, terwijl verdachte een en ander niet heeft weersproken. De gevorderde bedragen zullen daarom worden toegewezen.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de toegewezen bedragen betaald te krijgen. De proceskosten tot vandaag worden telkens begroot op nihil.
Verdachte is vanaf 1 augustus 2025 wettelijke rente over de toegewezen bedragen verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 36 f, 57, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht;
- 5 a, 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
zes (6) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder feit 2 primair bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
achttien (18) maanden;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 2 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [aangever 1] , [benadeelde 1] en [benadeelde 2] van de volgende bedragen aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente

1. [aangever 1] € 1.200,00 1 augustus 2025

2. [benadeelde 1] € 352,00 1 augustus 2025

3. [benadeelde 2] € 2.409,86 1 augustus 2025

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hierna te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2025 tot aan de dag dat de hele bedragen zijn betaald. Als een of meer bedragen niet worden betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [aangever 1] € 1.200,00 12 dagen;
2. [benadeelde 1] € 352,00 3 dagen;

3. [benadeelde 2] € 2.409,86 24 dagen;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 4] van de politie Eenheid Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025366041, gesloten op 19 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , p. 10-12.
3.Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [aangever 1] , p. 16.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 77-78.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 40.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 57.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 60-61.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 78.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 85.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 83.
11.Proces-verbaal rijden onder invloed, p. 94-95.