ECLI:NL:RBGEL:2026:4397

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
12154785
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens ernstige huurachterstand ondanks schuldhulpverlening

Stichting Talis verhuurt sinds november 2019 een woning aan de huurder, die een huurachterstand heeft opgebouwd van bijna acht maanden. Talis vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand inclusief wettelijke rente en incassokosten.

De huurder erkent de achterstand en geeft aan financieel moeilijk rond te komen, zonder werk en met een Wajong-uitkering. Hij ontvangt hulp van een schuldhulpverleningsorganisatie. De rechtbank toetst ambtshalve het incassobeding in de algemene voorwaarden en verklaart dit oneerlijk, waardoor de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding en ontruiming, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de huurder. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de ontruimingstermijn is veertien dagen na betekening.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, wettelijke rente en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaakgegevens: 12154785 \ CV EXPL 26-853
Vonnis van 5 juni 2026
in de zaak van
STICHTING TALIS,
te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Talis,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 maart 2026 en de daarin vermelde processtukken,
- de mondelinge behandeling van 8 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Talis verhuurt met ingang van 11 november 2019 aan [gedaagde] de woning met parkeerplaats aan het adres [adres] in [woonplaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 794,15 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Talis heeft hem meermaals aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Talis heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Talis heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Talis vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.853,67 aan huurachterstand. Verder vordert Talis de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2.
Talis legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in zijn verplichtingen als huurder is tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Talis de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] erkent de huurachterstand, maar voert verweer tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming. Hij heeft iedere maand moeite om financieel rond te komen. [gedaagde] heeft geen werk en leeft van een Wajong-uitkering. Hij heeft, naast de huurachterstand, ook andere schulden. Inmiddels heeft [gedaagde] contact met Bindkracht10. Zij gaan hem helpen met zijn financiën. De eerste stap is het in kaart brengen van zijn schulden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Een oneerlijk beding moet, zo nodig ambtshalve, buiten toepassing worden gelaten. Een op een oneerlijk beding gegronde vordering is in dat geval niet toewijsbaar. Evenmin kan dan nog aanspraak worden gemaakt op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, waaronder in het bijzonder het Dexia-arrest (ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (ECLI:EU:C:2022:971).
4.2.
Het voor de vordering relevante incassobeding in artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden is getoetst en oneerlijk bevonden. In het beding is namelijk bepaald dat alle buitengerechtelijke incassokosten voor huurders rekening komen en dat deze tenminste 15% van de uit handen gegeven vordering betreffen. Dit kan resulteren in een hoger bedrag dan volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is toegestaan. Dat Talis de buitengerechtelijke kosten thans vordert op grond van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW maakt dit niet anders. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
4.3.
[gedaagde] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot en met februari 2026 berekend is op een bedrag van € 3.853,67. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
4.4.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen, waaronder de tot 2 maart 2026 verschenen rente van € 40,47.
4.5.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Talis heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.6.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.7.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand bijna vijf maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedroeg de huurachterstand tijdens de mondelinge behandeling bijna acht maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft geluisterd naar de omstandigheden die [gedaagde] ter zitting heeft aangevoerd. Ook heeft de kantonrechter de brief van 28 mei 2026 van de re-integratiecoach van [gedaagde] gelezen. Deze leiden echter niet tot een ander oordeel. Talis kan en mag niet de dupe worden van de betalingsonmacht van [gedaagde] . De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.8.
Talis wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 794,15, te rekenen vanaf de maand maart 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Talis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
288,00
(1 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.114,02
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [woonplaats] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Talis zijn, en de sleutels af te geven aan Talis,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Talis:
- € 3.853,67 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf 2 maart 2026 tot de dag van volledige betaling,
- € 40,47 aan tot 2 maart 2026 verschenen wettelijke rente,
- € 794,15 per maand vanaf maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.114,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.
61512/560

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.