ECLI:NL:RBGEL:2026:4390

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
K/5004/12016405
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 RvArt. 101 RvArt. 102 RvArt. 103 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onduidelijkheid en opschorting bij verkoop hekwerk

In deze civiele bodemzaak staat de verkoop van een hekwerk centraal, waarbij partijen jarenlang onderhandelden over de levering en prijs. Eiser vordert schadevergoeding en betaling van het restant van de koopprijs, stellende dat gedaagde meer hekwerk heeft verwijderd dan overeengekomen en het restant niet heeft betaald.

Gedaagde betwist de vordering en stelt dat een deel van het hekwerk ondeugdelijk was, waardoor hij zijn betalingsverplichting opschortte. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond welk deel van het hekwerk onrechtmatig is verwijderd en dat het eigendom van het hoekdeel niet is vastgesteld, waardoor de schadevordering faalt.

Verder wordt vastgesteld dat partijen uiteindelijk een overeenkomst sloten voor minimaal 40 meter hekwerk voor € 500. Gedaagde heeft terecht zijn betalingsverplichting opgeschort vanwege gebrekkig hekwerk, waardoor hij niet in verzuim is. De vorderingen van eiser, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de reconventionele vordering van gedaagde niet wordt behandeld.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 12016405 \ CV EXPL 25-3558
Vonnis van 8 mei 2026
in de zaak van
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eisende partij in conventie
verwerende partij in reconventie
hierna te noemen: [eiser]
procederend in persoon
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij in conventie
eisende partij in reconventie
hierna te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 11c;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie met producties 12 t/m 16;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie met producties Y t/m Y3;
- de akte uitlaten producties in conventie tevens conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Vervolgens is de datum van het vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
In 2021 heeft [eiser] een advertentie op Facebook Marketplace geplaatst voor de verkoop van een hekwerk met (twee) poorten van 1.20 meter hoog en 80 meter lang.
2.2.
In maart 2022 heeft [gedaagde] via een chatbericht aan [eiser] gevraagd of het hekwerk nog beschikbaar is en wat de koopprijs is. [eiser] heeft daarop gereageerd met: ‘Totaal is 750’.
2.3.
Vervolgens houden partijen gedurende enkele jaren af en aan contact over het hekwerk, onder meer over wanneer het hekwerk verwijderd en opgehaald zou kunnen worden.
2.4.
Op 16 april 2025 stuurt [eiser] aan [gedaagde] :
‘Poorten kunnen weg’.
En
‘Schuur is weg, de grote poort heeft een beetje schade en de vergrendelingspen met bediening is krom gegaan door een vrachtwagen die even er tegenaan duwde. Moet misschien vervangen worden of als je de pen kunt verwijderen maak je die recht. Gaas en palen heb ik niet zoveel omdat er wat blijft staan. Wellicht kun je dat later alsnog krijgen als de bouw start.’
2.5.
Hierna hebben partijen in de periode 16 april tot en met 24 april contact over het hekwerk. Hieronder wordt weergegeven wat partijen, voor zover thans van belang, naar elkaar hebben gezonden (letterlijk):
16 april 2025
[gedaagde] :Stuur ff foto’s
Wat je hebt
Want het is jaren geleden
Hoeveel meter gaas en palen heb je dan nog?
[eiser] :Ik denk ca 35 Meter en kan vragen of je later nog 30 meter mag ophalen.
[gedaagde] :Ga morgen even meten of ik voorlopig voldoende heb aan die 35 meter en als ik later nog de 30 meter erbij kan komt het goed.
17 april 2025
[eiser]: Geweest?
19 april 2025
[gedaagde]: Goedemorgen [eiser] , ik ga vandaag ff kijken, is dat ok.
Wanneer mag het weg
[eiser]: Hoi [gedaagde] is prima en het mag weg. Vanaf de hoek tot 1 poort moet nog blijven staan.
[gedaagde]: Ik ben gaan kijken, maar dit gedeelte zat er toch ook bij, wat we besproken hebben?
En dat gedeelte bij die auto moest blijven staan toch
Links en rechts wel buizen krom
Ik heb in groen aangegeven wat weg kan, en in rood wat moet blijven staan, klopt dat?
En dit gedeelte komt dan later? Of kan dat ook meteen weg?
Het ging over 80 meter hekwerk en 2 poorten dat weet ik nog.
[eiser]: Ik weet nu nog niet wat er moet blijven staan, ligt aan de kopers.
21 april 2025
[eiser]: Ja wat betaal je voor alles wat er staat aan de weg?
[gedaagde]: Hoe bedoel je? 4 jaar terug is er al een mondelinge en schriftelijke prijs vastgesteld voor alles, wat van jou afkwam
€ 750, echter was toen alles nog heel.
[eiser]: dus wat doen we?
Een buis is krom en poort moet de pen rechtgezet worden
Poorten zijn de meeste waarde, destijds alles €4800
[gedaagde]: maar wat wordt het? Ik bedoel ik heb wel netjes 4 jaar gewacht, maar had gehoopt dat ik het eerder opgehaald had kunnen halen (heel) 80 meter + 2 poorten.
[eiser]: ik kom nu niet aan die meters gaas
[gedaagde]: Oke wat wordt het dan, want qualiteit van gaas hekwerk is wel het beste waar die schaap nu staat. Gaashekwerk is waar de poorten staan veel slechter, moet echt nieuw gaas op. Denk dat met het weghalen van grond/sloop er wel wat stuk is gegaan, wat zonde is.
[eiser]: Dan laten we dat staan, voorkant plus tot aan de poort
Die maar 650
[gedaagde]: wat bedoel je
We hebben afgesproken 80 meter + 2 poorten voor € 750
En nu is het 80 meter + 2 poorten voor €650
[eiser]: Ok heb geen 80 meter.
[gedaagde]: Hoe dat dan, mag dat deel bij die schaap niet weg
[eiser]: Linkse helft. Wellicht krijg je later de rest rechts
Deal?
[gedaagde]: Als ik ook de andere helft later krijg is het een deal.
[eiser]: Bij de schuur blijft dan.
Het gaas waar schuur stond
Ja en de voorkant.
Tit de buren
Die poorten zijn dit geld dik waard.
[gedaagde]: Ik snap het ff niet meer
[eiser]: Je leest niet
Poorten en helft wei mag weg voor € 650
Wil je mij alsjeblieft € 650 betalen voor ‘Poorten’ via https://tikkie.me/(..)
[gedaagde]: Je houd je niet aan de afspraak, die we gemaakt hebben 4 jaar terug, was het 80 meter + 2 poorten, voor 750. En nu mag ik poorten kopen en klein stukje gaas hekwerk voor 650.
[eiser]: trek even lijntjes zodat het vast ligt
Sorry voor de onduidelijkheid.
[gedaagde]: Ik betaal niks vooruit voor ik duidelijkheid heb
[eiser]: Man was destijds naar een schatting 80 m.
Poorten helft wei en later nog 16 meter van de wei.
Ik zal de buren erbij hebben geteld per abuis. Dat halen we niet weg.
[gedaagde]: Je hebt foto’s, laat maar weten wat je bedoelt ik weet het nu echt niet meer, sorry.
(..)
24 april 2025
[gedaagde]: [eiser] heb er over na gedacht na 4 jaar wachten is het ineens toch anders, als voorheen overeengekomen. Ook qua prijs, lever in 40 meter in voor € 100,- eraf en he wil niks op papier zetten dat ik het koop van jou, en moet al overmaken voor ik de spullen heb. Nee verkoop maar aan een ander, je kunt er toch meer voor vangen en is ook beter voor jou portemonnee! Mvrgr [gedaagde]
En succes ermee
[eiser]: wat is jouw uiterste prijs?
[gedaagde]: 450
[eiser]: Maak er 550 van dan lullen we nergens meer over.
[gedaagde]: Sorry je vraagt wat is mijn uiterste prijs
[eiser] :Wel weinig ge voor de poorten en stuk gaas
Krijg je later nog 15nmeter erbij.
(..)
Ik begrijp jou ook. Hak het door de midden dan is het klaar.
[gedaagde]: Precies 750/2 = 375 rond ik het af naar 450
[eiser]: zo werkt het niet, de poorten hebben meeste waarde.
[gedaagde]: Laat dan maar, we komen er niet uit.
(..)
De vrouw zei ook tegen mij afgelopen week, laat gaan zo denk ik er nu ook over. Want je vraagt me net wat is je uiterste prijs, dan zeg ik 450. Poort is krom en hekwerk gedeelte is beschadigd, wilde eigenlijk geheel ervan afzien, en krijg veel minder dan afgesproken, e dan is het ook nog niet goed. Kortom 4 jaar voor niks gewacht. Ik wens je veel succes verder.
Vind door deze ervaring dat ik mensennu nog minder vertrouw.sorry maar we hadden 4 jaar terug een deel gemaakt ik heb netjes gewacht en ben nog gaan k ijken, en met als gevolg deksel op je neus. Jij wil nu 550 voor 40 meter minder hekwerk erbij en ik vind het 450 waard, er tussen in voor 500 wil ik het wel doen. Jij wil niks op papier zetten dat ik het ook koop van jou en ik wil niet het risico nemen als ik dasr begin,dat ik ineens de wouten bij me heb staan. Om zeker ervan te zijn dat ik mijn spullen ook krijg, wil ik die 500 overmaken zodra ik de spullen op mijn aanhanger heb liggen.
(..)
Maar goed kun jij met 500 leven? Als deal
25 april 2025
[gedaagde]: En nu hoor ik niks meer.
(..)
[eiser]: jij wilde niet meer.
[gedaagde]: prima dan succes ermee.
[eiser]: Je zei toch ervan af te zien. Laten we even serieus zijn en zoek eens op wat de grote poort kost.
[gedaagde]: luister je houd alles maar. Doe er mee wat je wilt ik doe niks meer met jou (..)
Ik blokkeer je want ik ben zo klaar met jou geneuzel.
2.6.
Op 25 april 2025 zijn partijen tijdens een telefoongesprek opnieuw in onderhandeling getreden over de verkoop van het hekwerk. Partijen hebben in dat gesprek in ieder geval een totale koopprijs van € 500 afgesproken.
2.7.
Op 22 mei 2025 heeft [gedaagde] een deel van het hekwerk (ongeveer 10 meter) opgehaald.
2.8.
Op 12 juni 2025 heeft [gedaagde] het tweede deel van het hekwerk gedemonteerd en opgehaald.
2.9.
Op 13 juni 2025 heeft [gedaagde] € 450 overgemaakt naar [eiser] met daarbij de omschrijving: ‘Hekwerk [plaats] ’.
Hierna heeft [eiser] [gedaagde] verzocht het restant van € 50 te betalen.
2.10.
[gedaagde] heeft zich vervolgens tot zijn gemachtigde ARAG gewend. Laatstgenoemde heeft [eiser] bij e-mail van 9 juli 2025 aangeschreven tot nakoming van de overeenkomst en gesommeerd het laatste gedeelte van het hekwerk te leveren. Ook is voorgesteld om de kwestie met gesloten beurzen af te doen. [eiser] heeft dit van de hand gewezen.
2.11.
Bij e-mail van 22 september 2025 heeft ARAG een schikkingsvoorstel van € 350 aan [eiser] gedaan.
2.12.
[eiser] heeft diezelfde dag daarop gereageerd en een tegenvoorstel van € 761,48 gedaan. Dit bedrag is gebaseerd op de offerte van [naam bedrijf] (€ 711,48 incl btw) voor het herstel van hekwerk en het restant van de koopsom van € 50.
2.13.
Partijen zijn er onderling niet uitgekomen waarna [eiser] op 14 november 2025 de inleidende dagvaarding aan [gedaagde] heeft laten betekenen.

3.Het geschil in conventie

3.1.
[eiser] vordert – na wijziging van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de verklaring voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming en/of onrechtmatig heeft gehandeld;
en dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van:
II. € 711,48 aan schadevergoeding;
III. de wettelijke rente over € 711,48 primair vanaf 16 juli 2025, subsidiair 25 juli 2025 en meer subsidiair vanaf 14 november 2025;
IV. € 124,72 aan buitengerechtelijke kosten;
V. € 50 aan restant koopprijs, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 25 april 2025, subsidiair vanaf 14 november 2025;
VI. de integrale proceskosten, waaronder de nakosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft onrechtmatig gehandeld door meer hekwerk te verwijderen dan afgesproken. Als gevolg daarvan is [gedaagde] gehouden de schade, die [eiser] daardoor lijdt, te vergoeden. Daarnaast is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst omdat hij, ondanks sommatie, het restant van de koopprijs (€ 50 van de € 500) niet heeft betaald. Hij is daarom de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
[gedaagde] vordert – na wijziging van eis – voorwaardelijk, in het geval de kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst rechtsgeldig is gewijzigd of gedeeltelijk is uitgevoerd, [eiser] te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 300, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
3.6.
[gedaagde] legt daaraan het volgende ten grondslag. [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Een deel van het hekwerk (te weten 16 meter) bleek ondeugdelijk (krom, beschadigd en niet meer bruikbaar), waardoor het overeengekomen minimum van 40 meter goed bruikbaar hekwerk niet is gerealiseerd. [eiser] is gehouden de schade die [gedaagde] door zijn tekortkoming in de nakoming lijdt, te vergoeden.
3.7.
[eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de (integrale) kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
Bevoegdheid kantonrechter
4.2.
De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of hij bevoegd om kennis van een zaak te nemen. Als uitgangspunt geldt dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is (artikel 99 Rv Pro). [gedaagde] woont in de gemeente [gemeente] , op grond waarvan de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch bevoegd zou zijn. [eiser] stelt dat de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen, relatief bevoegd is in deze zaak op grond van de artikelen 101 t/m 103 Rv, aangezien de overeenkomst is uitgevoerd en de schade is ontstaan in [plaats] . [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. Aangezien partijen het erover eens zijn dat [gedaagde] het hekwerk in [plaats] heeft opgehaald en [eiser] stelt dat naar aanleiding hiervan schade is ontstaan (onrechtmatige daad), acht de kantonrechter zich op grond van artikel 102 Rv Pro bevoegd om kennis van deze zaak te nemen en hierover te beslissen.
Schadevordering
4.3.
[eiser] vordert een bedrag van € 711, 48 aan schadevergoeding en stelt dat [gedaagde] een hoekdeel heeft verwijderd dat niet inbegrepen was in de overeenkomst en in mede-eigendom van een derde was. Ter onderbouwing van het gevorderde schadebedrag verwijst [eiser] naar de offerte van [naam bedrijf] (productie 3 bij dagvaarding) waarin de levering en plaatsing van 16 meter hekwerk wordt geoffreerd. [gedaagde] heeft de vordering van [eiser] gemotiveerd betwist, door onder meer aan te voeren dat het betreffende hoekdeel niet aan [eiser] in eigendom toebehoorde, zodat geen sprake kan zijn van schade. Daarnaast vordert [eiser] volgens [gedaagde] ten onrechte de prijs van een nieuw hekwerk terwijl het betreffende hekwerk ouder was. [eiser] heeft zijn stellingen in het licht van dit verweer van [gedaagde] niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Zo heeft [eiser] niet inzichtelijk gemaakt welk hoekdeel [gedaagde] ten onrechte zou hebben meegenomen. Daarbij heeft [eiser] niet aangetoond dat het betreffende hoekdeel (volledig) tot zijn eigendom behoorde en kan in dat kader ook niet vast gesteld worden dat hij de gestelde schade heeft geleden. Omdat [eiser] zijn vordering niet nader heeft onderbouwd, komen de gestelde onrechtmatige daad en de gestelde schade die daaruit zou zijn voortgevloeid niet vast te staan. Deze vordering van [eiser] en de in dit kader gevorderde verklaring voor recht worden daarom afgewezen.
Restant koopsom
4.4.
Voor de beantwoording van de vraag of [gedaagde] het restantbedrag van € 50 aan [eiser] moet betalen, dient eerst vastgesteld te worden wat partijen hebben afgesproken. Partijen hebben in eerste instantie gesproken over 80 meter hekwerk van 1.20m hoog voor € 750, maar op 21 april 2025 heeft [eiser] aan [gedaagde] aangegeven dat hij geen 80 meter hekwerk (meer) kon leveren. Uit de stellingen van partijen maakt de kantonrechter op dat zij het erover eens zijn dat uiteindelijk een overeenkomst is gesloten voor de levering van minimaal 40 meter hekwerk door [eiser] tegen betaling van € 500 door [gedaagde] . Door het sluiten van de laatste overeenkomst, is de eerste overeenkomst van tafel gegaan.
De onderhandelingen die hebben plaatsgevonden vanaf 2022 ten aanzien van de eerste overeenkomst en de verwijten die partijen elkaar in dat kader over en weer hebben gemaakt doen dan ook niet (meer) ter zake en behoeven daarom geen beoordeling (meer).
Tekortkoming in de nakoming
4.5.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet betwist dat hij in totaal € 500 aan [eiser] verschuldigd is. De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] zo dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [eiser] omdat 16 meter hekwerk krom, beschadigd en daardoor niet meer bruikbaar was, waardoor het overeengekomen minimum van 40 meter ‘goed bruikbaar hekwerk’ niet kon worden gerealiseerd. De kantonrechter maakt hieruit op dat [gedaagde] daarmee een beroep op opschorting van zijn betalingsverplichtingen doet. Voor een succesvol beroep op opschorting is een tekortkoming aan de zijde van [eiser] vereist.
4.6.
[eiser] heeft in zijn conclusie van repliek alleen gewezen op inconsistentie in de stelling van [gedaagde] . Zo merkt hij op dat uit de getuigenverklaring zou volgen dat het hekwerk op 22 mei ‘heel en onbeschadigd’ was, terwijl [gedaagde] op 19 april 2025 al heeft geklaagd dat het hekwerk ‘ernstig beschadigd en op verschillen plaatsen stuk was’. Volgens [eiser] zou [gedaagde] dit gedaan hebben om korting af te dwingen. Nog daargelaten dat uit het gesprek van 24 april 2025 geconcludeerd moet worden dat [eiser] zelf een lagere prijs heeft voorgesteld, omdat hij geen 80 meter hekwerk meer kon leveren maar slechts 40, heeft [eiser] hiermee de gestelde tekortkoming op zichzelf niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken. Voor zover [eiser] heeft gemeend te stellen dat [gedaagde] al wist dat het hekwerk beschadigd was alvorens hij akkoord ging met de koopprijs van € 500, is dit onvoldoende concreet gebleken. Dit brengt mee dat van de juistheid van de stelling van [gedaagde] dient te worden uitgegaan.
4.7.
Gelet op het voorgaande is de conclusie dat [gedaagde] zich terecht op zijn opschortingsrecht heeft beroepen, als gevolg waarvan hij met de nakoming van zijn betalingsverplichting niet in verzuim is komen te verkeren. Dit is wel nodig om de vordering van [eiser] te kunnen toewijzen. Deze vordering, en de in dit kader gevorderde verklaring voor recht, worden daarom ook afgewezen. De subsidiair aangevoerde stellingen van [gedaagde] kunnen als gevolg daarvan onbesproken worden gelaten.
Rente en buitengerechtelijke kosten
4.8.
De meegevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten worden ook afgewezen omdat die samenhangen met de hoofdvordering.
Proceskosten
4.9.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten € 50,00
- nakosten € 25,00 (plus de kosten van betekening zoals
vermeld in de beslissing)
Totaal € 75,00
in reconventie
4.10.
Omdat de vordering in conventie wordt afgewezen, is de voorwaarde, waaronder de reconventionele vordering is ingesteld, niet ingetreden. De kantonrechter komt dan ook niet tot een beoordeling van de reconventionele vordering toe.
4.11.
Nu de vordering niet wordt behandeld, wordt geen van de partijen in het ongelijk gesteld en zal daarom een proceskostenveroordeling in reconventie achterwege blijven.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 75,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.
40140 \ 560