Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4384

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
05/152169-25; 05/077389-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 77a SrArt. 77g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie voor verkrachting minderjarige en openlijk geweld in vereniging

De rechtbank Gelderland heeft op 2 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte geboren in 2008, die werd verdacht van verkrachting van een minderjarige van 14 jaar en openlijk geweld in vereniging tegen een 13-jarige jongen.

De rechtbank verwierp het verweer dat sprake was van gelijkwaardig seksueel contact en strafuitsluitingsgrond op grond van artikel 248 lid 3 Sr Pro, mede vanwege het feit dat het slachtoffer onder invloed was en de verdachte de telefoon van het slachtoffer afpakte, waardoor de situatie niet gelijkwaardig was. De verklaringen van het slachtoffer werden vanwege tegenstrijdigheden niet gebruikt voor bewijs, maar de bekentenis van verdachte en getuigenverklaringen bevestigden de seksuele handelingen.

Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte openlijk geweld in vereniging had gepleegd tegen een jongen, waarbij deze werd geslagen en getrapt met letsel tot gevolg. Ook werd vastgesteld dat verdachte kinderporno in bezit had op zijn telefoon. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden en psychische stoornissen van verdachte en legde een jeugddetentie van 150 dagen op, waarvan 57 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden gericht op begeleiding en behandeling. Tevens werd een schadevergoeding van €750 aan immateriële schade toegewezen aan het slachtoffer van het geweld.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 dagen jeugddetentie, deels voorwaardelijk, en schadevergoeding wegens verkrachting minderjarige en openlijk geweld in vereniging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/152169-25; 05/077389-25 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 2 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.G. Bischop, advocaat in Deventer.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/152169-25 ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 17 mei 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [minderjarige] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht,
te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen
de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige]
en/of
- het zoenen/kussen van die [minderjarige] ,
en welke verkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door
dwang, geweld en/of bedreiging,
door
- de telefoon van die [minderjarige] af te pakken/nemen en/of
- (vervolgens) (op de telefoon van die [minderjarige] ) de functie waarmee de locatie
gedeeld wordt uit te schakelen en/of
- tegen die [minderjarige] te zeggen dat als zij haar telefoon terug wilde, zij een stukje mee
moest lopen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- die [minderjarige] mee te trekken naar/in de bosjes en/of de bosjes in te duwen en/of
- die [minderjarige] op haar rug te leggen en/of op de grond te duwen en/of
- meermalen, althans eenmaal de broek en/of onderbroek van die [minderjarige] naar
beneden te doen/trekken en/of
- (vervolgens) bovenop die [minderjarige] te gaan liggen en/of
- meermalen, althans eenmaal voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale
signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of (aldus) voor die [minderjarige] een
bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
2.
hij in of omstreeks de periode van 9 mei 2025 tot en met 17 mei 2025 te Apeldoorn,
althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking
waarbij een of meer onbekend gebleven personen die kennelijk de leeftijd van
achttien jaren nog niet had(den) bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd en/of verworden en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de
toegang heeft verschaft
te weten een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers (bevattende
afbeeldingen) en/of visuele weergaven,
waarop te zien is dat:
- die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een penis van/door een ander
persoon
(afbeelding 1 van de toonmap) en/of
- die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis van/door een
ander persoon
(afbeelding 2 van de toonmap) en/of
- het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een/haar hand, door die
persoon
(afbeelding 3 van de toonmap).
Aan verdachte is onder parketnummer 05/077389-25 is aan verdachte ten laste gelegd:
hij op of omstreeks 28 december 2024 te Apeldoorn
openlijk, te weten op het Operaplein en/of de Pythagorasstraat, in elk geval op of
aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer]
door een of meerdere malen (met de vuisten) (met kracht) in/tegen het gezicht van
die [slachtoffer] te slaan en/of
een of meerdere malen (met de vuisten) (met kracht) tegen het lichaam van die
[slachtoffer] te slaan en/of een of meerdere malen (met kracht) tegen het lichaam van
die [slachtoffer] te trappen/schoppen,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten
aangezichtsletsel en/of trauma capitis/(licht) hoofd- en/of hersenletsel, voor die
[slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 december 2024 te Apeldoorn
[slachtoffer] heeft mishandeld door een of meerdere malen (met de vuisten) (met
kracht) in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] te slaan en/of
een of meerdere malen (met de vuisten) (met kracht) tegen het lichaam van die
[slachtoffer] te slaan en/of een of meerdere malen (met kracht) tegen het lichaam van
die [slachtoffer] te trappen/schoppen.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

Verdachte heeft meerdere dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/152169-25 [1] :
Feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit, de gekwalificeerde verkrachting.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de verklaringen aan aangeefster [minderjarige] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt omdat deze tegenstrijdigheden bevatten op essentiële punten en daarom niet betrouwbaar zijn. Verdachte moet worden vrijgesproken.
Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat sprake is van de wettelijke strafuitsluitingsgrond van het derde lid van artikel 248 Wetboek Pro van Strafrecht omdat verdachte en aangeefster op hetzelfde cognitieve en seksuele ontwikkelingsniveau functioneerden. Er is sprake geweest van gelijkwaardig seksueel contact tussen leeftijdgenoten. Om die reden moet ontslag van alle rechtsvervolging volgen.
Beoordeling door de rechtbank
Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster
Bij zedenzaken zijn vaak maar twee personen aanwezig: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat de rechtbank extra zorgvuldig moet kijken naar de afgelegde verklaringen en de waardering daarvan, zeker als sprake is van een ontkennende verdachte. In dit geval heeft verdachte de tenlastegelegde seksuele handelingen bekend. Hij ontkent dat sprake is geweest van dwang of seksuele handelingen tegen de wil van aangeefster.
Voor de rechtbank is van belang of de verklaringen van aangeefster op essentiële punten overeenkomen. Met essentiële punten bedoelt de rechtbank de seksuele handelingen en de context daarvan. De rechtbank concludeert dat aangeefster sterk wisselend heeft verklaard over de seksuele handelingen die op 17 mei 2025 zouden hebben plaatsgevonden. Zij verklaart ter plaatse aan de politie dat zij moest vingeren en dat zij verdachte gepijpt had terwijl zij kort daarop aan de politie vertelde dat zij direct naar de grond werd geduwd en verdachte haar penetreerde en dat daaraan dus niets vooraf ging. Tevens zei zij dat zij de piemel van verdachte nog nooit eerder heeft gezien. Vervolgens wordt door de politie een filmpje van vóór 17 mei 2025 aangetroffen waarop te zien is dat zij verdachte pijpt. Als aangeefster hier opnieuw naar bevraagd wordt door de rechter-commissaris geeft zij aan dat zij niet meer weet waarom zij niet heeft gezegd dat zij de piemel van verdachte al vaker heeft gezien. Ook heeft zij over haar eerdere seksuele ervaringen met verdachte heel wisselend verklaard. Zo verklaart zij ter plaatse aan de politie dat verdachte haar al minimaal tien keer eerder heeft verkracht. Later bij de rechter-commissaris verklaart zij dat zij tot 17 mei 2025 nog maagd was, iets wat door getuigen bij de rechter-commissaris wordt weersproken en zij zelf ook tegenspreekt in verschillende chatberichten die in haar telefoon zijn aangetroffen.
De verschillende verklaringen van aangeefster spreken elkaar op essentiële punten dusdanig tegen dat bij de rechtbank twijfel is ontstaan over de betrouwbaarheid van haar verklaringen. Dat maakt dat de rechtbank deze voor de bewezenverklaring niet zal gebruiken.
De rechtbank zal voor het bewijs de overige in het dossier aanwezige stukken gebruiken, waaronder de verklaringen van verdachte zelf zoals hij die bij de politie heeft afgelegd. Ter zitting heeft verdachte zijn verklaring in de kern herhaald. Uit deze verklaring van verdachte volgt, en staat dus ook volgens de verdediging niet ter discussie, dat verdachte met aangeefster [minderjarige] op 17 mei 2025 in Apeldoorn seks heeft gehad in de bosjes bij het oude Centraal Beheer gebouw gelegen aan de Prins Willem-Alexanderlaan te Apeldoorn. Verdachte heeft met aangeefster de seksuele handelingen verricht zoals tenlastegelegd, dat wil zeggen zoenen, pijpen en penetratie. [2]
Getuige, en vriend van verdachte, [getuige] heeft ook gezien dat verdachte en aangeefster in de bosjes bovenop aangeefster lag en hij seks met haar had. [3] Aangeefster was op dat moment veertien jaar en 2 maanden oud. Verdachte was zeventien jaar en 4 maanden oud. [4]
Dwang
Ten laste is gelegd een gekwalificeerde verkrachting van een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren. Dat wil zeggen dat naast de seksuele handelingen en het binnendringen van een minderjarige tussen de twaalf en zestien jaar oud, ook sprake moet zijn geweest van een vorm van dwang, geweld of bedreiging.
Omdat de rechtbank de verklaringen van aangeefster niet gebruikt voor het bewijs, moet de rechtbank op basis van de andere stukken in het dossier beoordelen of sprake is geweest van dwang, geweld of bedreiging. Verdachte heeft verklaard dat de seks in de bosjes op 17 mei 2025 vrijwillig was. Zowel hij als aangeefster wilden daar op dat moment seks met elkaar hebben. Op die dag was hij samen met aangeefster en een vriend [getuige] . Toen zij bij de bosjes aankwamen, pakte verdachte de telefoon van aangeefster en [getuige] af. Verdachte wilde niet dat zij zouden filmen. Daarna gaf verdachte de telefoon terug aan aangeefster. Zij zette haar locatie uit want ze moest om 21:00 thuis zijn (de rechtbank begrijpt: zodat haar ouders niet konden zien waar zij was). Daarna gaf zij de telefoon weer aan verdachte. [getuige] bleef achter toen verdachte en aangeefster de bosjes ingingen. Daarna vonden de seksuele handelingen plaats. De telefoons lagen op de grond. Eerst heeft aangeefster verdachte gepijpt. Daarna vond de penetratie plaats. Aangeefster deed haar kleding uit en ging op de grond liggen. Verdachte deed zijn piemel in haar vagina en toen zagen zij de politie. Verdachte rende daarna weg en liet zijn telefoon achter maar is kort daarop teruggekomen om deze op te halen. [5]
[getuige] heeft verklaard dat verdachte inderdaad de telefoons afpakte omdat hij (verdachte) bang was gefilmd te worden. Daarna zag hij verdachte met aangeefster de bosjes ingaan. Omdat het lang duurde, ging [getuige] kijken. Hij zag dat verdachte bovenop aangeefster lag en seks met haar had. Daarna zag [getuige] de politie uit de bosjes lopen en liep hij weg. [6]
De rechtbank kan op basis van het bovenstaande vaststellen dat verdachte de telefoon van aangeefster heeft afgepakt, met als doel dat er niet gefilmd zou worden, dat hij de telefoon heeft teruggegeven zodat aangeefster haar locatie kon uitzetten en waarna zij de telefoon weer aan verdachte gaf. De overige in de tenlastelegging opgenomen vormen van dwang of geweld kunnen op basis van de stukken in het dossier niet worden vastgesteld. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van al die onderdelen van de tenlastelegging. Dan blijft over het gedachtestreepje dat ziet op het afpakken van de telefoon. Dat alleen vindt de rechtbank in deze situatie onvoldoende om te spreken van dwang of geweld zoals bedoeld wordt in artikel 248 tweede Pro lid Wetboek van Strafrecht. Het doel van het onder zich houden van de telefoon was volgens de verdachte dat er niet gefilmd zou worden, en niet zozeer het bewerkstelligen dat er seks zou plaatsvinden. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verdachte op dit punt.
De rechtbank weegt de emotionele toestand van aangeefster bij het aantreffen van haar door de politie niet mee. De politie hoort en ziet haar op een moment dat verdachte al is weggelopen. Haar emoties kunnen hun oorsprong in verschillende oorzaken vinden en niet is vast te stellen dat deze zijn veroorzaakt door het afdwingen van seksuele handelingen.
De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de gekwalificeerde verkrachting.
Conclusie
De rechtbank vindt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verrichten van seksuele handelingen met aangeefster die op dat moment veertien jaar oud was, waaronder het seksueel binnendringen.
Feit 2
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. De politie heeft na de aanhouding van verdachte op 17 mei 2025 zijn telefoon onderzocht. Zij vond drie afbeeldingen die kinderporno bevatten. Deze afbeeldingen zijn vermoedelijk via Snapchat ontvangen. [7]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Verdachte herkent de foto’s niet en deze zijn gedownload via een groepsapp zonder actieve handeling van verdachte. Er kan daarom niet worden gesproken van (voorwaardelijk) opzet op het bezit van de foto’s.
Beoordeling door de rechtbank
Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk in bezit hebben van kinderporno is vereist dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust is van de aanwezigheid van deze afbeeldingen op zijn telefoon, hij dient daar beschikkingsmacht over te hebben en hij moet de bedoeling hebben die afbeeldingen te bewaren dan wel onvoldoende maatregelen nemen om ze na ontvangst te verwijderen. Verdachte heeft bekend dat hij de foto’s die kinderporno bevatten gezien heeft. [8] Verdachte heeft daarna de foto’s niet verwijderd. Dat maakt dat verdachte dus beschikkingsmacht over de foto’s had. Dit is volgens de rechtbank voldoende om te spreken van opzet op het in bezit hebben van kinderporno. Dat de foto’s via een groepsapp komen waar ook volgens verdachte andere (illegale) dingen werden gedeeld, maakt dat niet anders. De verantwoordelijkheid lag in dit geval bij verdachte om de foto’s te verwijderen en de groepsapp te verlaten. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt niet wanneer de foto’s op de telefoon van verdachte zijn gekomen maar alleen dat de foto’s op 17 mei 2025 erop stonden. De rechtbank vindt daarom wettig en overtuigend bewezen dat er kinderporno op de telefoon van verdachte stond op 17 mei 2025. Van de overige tenlastegelegde periode spreekt de rechtbank verdachte vrij.
Parketnummer 05/077389-25 [9] :
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak voor het primaire feit bepleit. Verdachte heeft het slachtoffer geslagen maar dit is niet in vereniging gebeurd. De groep is pas gestart met het geweld nadat verdachte aangever [slachtoffer] heeft mishandeld.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer] heeft aangifte gedaan. Hij was op 28 december 2024 in het centrum van Apeldoorn bij het Operaplein en later in de Pythagorasstraat. Daar zag hij een groep jongens zijn kant op komen. Aangever zat eerder met een aantal van deze jongens in een groepsapp. In die chat was ruzie ontstaan. De groep jongens ging volgens aangever eerst normaal met hem in gesprek. Daarna werd aangever door één van de jongens met een boksbeugel in zijn gezicht geslagen terwijl de andere jongens hem omcirkelden. Ook de andere jongens begonnen op aangever in te slaan. Aangever viel op de grond. Er werd tegen hem aan getrapt. Toen de jongens hoorden dat de politie was gebeld, stopte het geweld. Later die avond werd aangever opnieuw door de jongens geslagen. Hij weet niet meer wie er op dat moment sloeg. [10] Aangever heeft door het geweld aangezichtsletsel en trauma capitis opgelopen. [11]
Verdachte heeft bekend dat hij de jongen was die aangever meerdere keren heeft geslagen met een boksbeugel en dat hij aangever heeft getrapt toen hij op de grond lag. [12] Verdachte heeft ook bekend dat hij degene is die aangever slaat zoals op de beelden is te zien. [13]
Aangever heeft verklaard dat er steeds meerdere jongens aanwezig waren en dat zij hem omsingelden. Op de beelden is te zien dat inderdaad steeds meerdere jongens om aangever gingen staan en dat deze jongens zich ook bemoeiden met het geweld tussen verdachte en aangever. De jongens omcirkelden aangever en liepen achter verdachte aan. [14] Bovendien droegen zij getalsmatig bij aan het overwicht dat de groep op aangever had. De rechtbank vindt daarom dat verdachte dit geweld in vereniging heeft gepleegd en daarmee is openlijk geweld zoals primair tenlastegelegd wettelijk en overtuigend bewezen.

4.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/152169-25:
1.
hij op
of omstreeks17 mei 2025 te Apeldoorn,
althans in Nederland,met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [minderjarige] ,
een of meerseksuele handelingen die bestonden uit
of mede bestonden uithet
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht,
te weten
- het brengen
en/of bewegenvan zijn, verdachtes, penis in de vagina
en/of tussende schaamlippenvan die [minderjarige] en
/of- het brengen
en/of bewegenvan zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige]
en
/of- het zoenen
/kussenvan die [minderjarige]
,en welke verkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd doordwang, geweld en/of bedreiging,door- de telefoon van die [minderjarige] af te pakken/nemen en/of- (vervolgens) (op de telefoon van die [minderjarige] ) de functie waarmee de locatiegedeeld wordt uit te schakelen en/of- tegen die [minderjarige] te zeggen dat als zij haar telefoon terug wilde, zij een stukje meemoest lopen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- die [minderjarige] mee te trekken naar/in de bosjes en/of de bosjes in te duwen en/of- die [minderjarige] op haar rug te leggen en/of op de grond te duwen en/of- meermalen, althans eenmaal de broek en/of onderbroek van die [minderjarige] naarbeneden te doen/trekken en/of- (vervolgens) bovenop die [minderjarige] te gaan liggen en/of- meermalen, althans eenmaal voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbalesignalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of (aldus) voor die [minderjarige] eenbedreigende situatie heeft doen ontstaan;
2.
hij
in of omstreeks de periode van 9 mei 2025 tot en metop 17 mei 2025 te Apeldoorn,
althans in Nederland,meermalen
, althans eenmaaleen of meervisuele weergaven van seksuele aard
en/of met onmiskenbaar seksuelestrekkingwaarbij een of meer onbekend gebleven personen die kennelijk de leeftijd van
achttien jaren nog niet had
(den
)bereikt, waren betrokken
of schijnbaar was betrokkenheeft vervaardigd en/of verworden en/ofin bezit heeft gehad
en/of zich daartoe detoegang heeft verschaftte weten
een of meerafbeeldingen
en/of gegevensdragers (bevattendeafbeeldingen) en/of visuele weergaven,
waarop te zien is dat:
- die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een penis van
/dooreen ander
persoon
(afbeelding 1 van de toonmap) en
/of- die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis van
/dooreen
ander persoon
(afbeelding 2 van de toonmap) en
/of- het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een
/haarhand, door die
persoon
(afbeelding 3 van de toonmap).
Parketnummer 05/077389-25:
primair
hij op
of omstreeks28 december 2024 te Apeldoorn
openlijk, te weten op het Operaplein en
/ofde Pythagorasstraat,
in elk geval op ofaan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer]
door
een ofmeerdere malen (met de vuisten) (met kracht)
in/tegen het gezicht van
die [slachtoffer] te slaan en
/ofeen ofmeerdere malen (met de vuisten) (met kracht) tegen het lichaam van die
[slachtoffer] te slaan en
/of een ofmeerdere malen (met kracht) tegen het lichaam van
die [slachtoffer] te trappen
/schoppen,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten
aangezichtsletsel en
/oftrauma capitis
/(licht) hoofd- en/of hersenletsel, voor die
[slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05/152169-25
feit 1:
verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren
feit 2:
een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd
Parketnummer 05/077389-25:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Strafuitsluitingsgrond
In lid 3 van artikel 248 Sr Pro is een strafuitsluitingsgrond opgenomen voor gelijkwaardig seksueel contact tussen leeftijdsgenoten. De advocaat van de verdachte heeft betoogd dat daarvan sprake was. Of er sprake is van deze genoemde strafuitsluitingsgrond, is afhankelijk van de omstandigheden. De wetgever stelt hierbij, in lijn met de reeds bestaande jurisprudentie onder de oude wetgeving, dat de volgende factoren relevant zijn:
  • het leeftijdsverschil van de betrokkenen;
  • de mate van vrijwilligheid;
  • of betrokkenen een (seksuele) relatie hadden;
  • de aard van de seksuele handelingen.
De rechtbank merkt voorafgaand op dat de verklaringen van [minderjarige] niet worden gebruikt voor het bewijs. Dat betekent dat de rechtbank voor het verloop van de gebeurtenissen verdachte volgt in zijn verklaring.
Volgens verdachte had aangeefster op 17 mei 2025 alcohol gedronken en had zij een joint gerookt. Dat kon verdachte aan haar zien want zij liep wankelend. Aangeefster zei ook tegen verdachte dat ze gedronken had. [15] Ook zei aangeefster tegen verdachte dat zij na de laatste keer seks met verdachte geen seks meer wilde met jongens. “Ze had sowieso gedronken en als je drinkt dan weet je niet wat je zegt, aldus verdachte.” [16] Uit de verklaringen van verdachte maakt de rechtbank op dat aangeefster dusdanig onder invloed was van alcohol en drugs dat zij wankelend over straat liep. Verdachte wist dat en kon dit ook aan haar zien, want zij liep wankelend. Deze mate van onder invloed zijn maakt, zeker bij een meisje van 14 jaar, al snel dat de gelijkwaardigheid in het contact verloren gaat, omdat degene die onder invloed is (nog) minder in staat is een bewuste afweging te maken over zijn of haar eigen handelen. De uitlating van aangeefster ‘dat zij na de laatste keer seks met verdachte geen seks meer wilde met jongens’ is bovendien een uitlating die twijfels kan oproepen over haar daadwerkelijke wens tot seks met verdachte. De rechtbank begrijpt dat deze uitlatingen en het gedrag van aangeefster voor verdachte mogelijk lastig te duiden zijn geweest, mede gezien zijn eigen sociaal-emotionele ontwikkelingsleeftijd en beperkte taalvaardigheid. Dit gegeven kan echter niet worden meegewogen. De rechtbank hoeft namelijk niet vast te stellen of verdachte wist dat bij aangeefster de wil ontbrak maar of sprake was van een gelijkwaardige situatie.
Vast staat verder dat verdachte kort voor de seksuele handelingen de telefoon van aangeefster heeft afgepakt zodat er niet gefilmd kon worden. [17] Dit wordt niet anders doordat aangeefster zelf de locatie heeft uitgezet en de telefoon weer aan verdachte heeft gegeven. Verdachte had iets onder zich van aangeefster dat zij begrijpelijkerwijs graag terug wilde hebben en dit maakt dat zij minder vrij was om weg te gaan. Bovendien blijkt hieruit dat het verdachte was die de randvoorwaarden van de situatie bepaalde.
Concluderend vindt de rechtbank dat het onder invloed zijn van aangeefster en het afpakken van haar telefoon door verdachte, los van de betekenis die al dan niet moet worden toegekend aan het leeftijdsverschil, maakt dat niet langer gesproken kan worden van een op dat moment gelijkwaardige situatie tussen aangeefster en verdachte.
De rechtbank constateert met de verdediging dat de seksuele en de sociaal-emotionele ontwikkeling van verdachte en aangeefster niet noemenswaardig lijken te verschillen, ondanks het leeftijdsverschil van drie jaren. Die enkele constatering maakt het seksuele contact echter niet gelijkwaardig. De rechtbank hecht in deze situatie meer belang aan het gegeven dat aangeefster onder invloed was en zich in een niet vrije situatie bevond en komt daardoor tot de afweging dat van gelijkwaardigheid onvoldoende sprake was. Het beroep van de verdediging op de strafuitsluitingsgrond van artikel 248 lid 3 Wetboek Pro van Strafrecht wordt verworpen.
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van negen maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en gelet op de bepleite vrijspraken alleen een werkstraf voor de duur van 40 uren met aftrek op te leggen.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel justitiële documentatie van 13 april 2026;
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming 8 mei 2026;
  • de Pro Justitia rapportage van 7 augustus 2025, opgesteld door [orthopedagoog] , orthopedagoog generalist.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
Verdachte is niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft in december 2024 openlijk geweld gepleegd tegen een toen dertienjarige jongen. Verdachte heeft hem meerdere keren geslagen met een boksbeugel. Toen het slachtoffer op de grond terecht kwam, heeft verdachte hem ook nog meerdere keren getrapt. Verdachte heeft daardoor angst en letsel veroorzaakt bij aangever, voor wie dit nog lang merkbaar was.
In mei 2025 heeft verdachte (destijds zeventien jaar) een toen veertienjarig meisje verkracht. De wetgever heeft bepalingen, waaronder artikel 248 Sr Pro, in het leven geroepen vanuit een beschermingsgedachte voor 12 tot 16-jarigen. Minderjarigen moeten gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden nog in onvoldoende mate in staat te zijn zelf hun (seksuele) grenzen te bewaken en de gevolgen van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Dat geldt ook wanneer een kind in die leeftijd initiatief neemt tot seksuele handelingen.
Ondanks dat verdachte en het slachtoffer elkaar al langer kenden en er al eerder sprake was geweest van seksueel contact tussen hen, was van gelijkwaardig seksueel contact tussen leeftijdsgenoten ten tijde dat het feit plaatsvond geen sprake. Verdachte had moeten inzien dat het seksuele contact met het slachtoffer, dat onder invloed van alcohol en een joint was en van wie hij de telefoon onder zich had, op dat moment in haar toestand niet plaats vond in een gelijkwaardige situatie en daarmee dus strafbaar was. Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenfeiten daarvan nog langdurig nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden.
Tot slot heeft de politie op de telefoon van verdachte drie kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. Op die afbeeldingen zijn zeer jonge kinderen te zien die misbruikt worden. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen actie heeft ondernomen toen hij deze afbeeldingen op zijn telefoon kreeg.
Het advies van de deskundigen
Verdachte is door een psycholoog onderzocht. Bij verdachte is sprake van een psychische stoornis in de vorm van een andere gespecificeerde psychotrauma of stressor gerelateerde stoornis (kenmerken PTSS) en een norm overschrijdend gedragsstoornis bij een nog niet
geïnternaliseerde (gebrekkige) gewetensfunctie en een traag verlopende ego ontwikkeling. Hij functioneert hij op een zeer laag non verbaal intelligentie niveau. Ook heeft verdachte een belaste voorgeschiedenis. Het is aannemelijk dat dit alles ook speelde tijdens de feiten. Verdachte heeft echter wel zelf keuzes gemaakt tijdens die feiten waaruit anticiperen kan blijken, zoals het onder zich houden van de telefoon. Daarom kan de deskundige geen oordeel geven over de mate van toerekenbaarheid. Zonder inzet van hulpverlening en strakke kaders is het risico op recidive hoog. Verdachte lijkt maar beperkt bereid te zijn om tot verandering te komen. Daarom is het van belang dat hij veel externe sturing gaat krijgen. Behandeling moet gericht zijn op een gezonde emotieregulatie en positieve copingsmechanismes. Later, als er meer stabiliteit en vertrouwen is en verdachte meer bekend is met de westerse normen en waarden, kunnen PMT en EMDR-therapie passend zijn. De deskundige adviseert een voorwaardelijke straf met een intensief jeugdreclasseringstraject. Wanneer verdachte desondanks recidiveert, zijn de GBM of een PIJ-maatregel de enige opties.
De Raad voor de Kinderbescherming kan zich vinden de rapportage van het NIFP. Verdachte heeft nabijheid nodig om vaardigheden aan te leren en krijgt hiervoor extra ambulante ondersteuning van Rubixzorg. Ook is verdachte aangemeld bij Kairos voor behandeling (PMT). De Raad is van mening dat verdachte ondersteuning en duidelijke kaders nodig heeft van de jeugdreclassering omdat de kans op recidive hoog is. Verdachte is recent weer bij incidenten betrokken geraakt. De Raad vindt een onvoorwaardelijke werkstraf niet passend gelet op de belastbaarheid van verdachte en de noodzaak voor behandeling. Een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden die zien op meewerken aan begeleiding en behandeling en begeleid wonen vindt de Raad wel passend. Vanuit pedagogisch oogpunt is een voorwaardelijke jeugddetentie te zwaar. De Raad adviseert daarom een voorwaardelijke werkstraf en mogelijk een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest. Langere onvoorwaardelijke jeugddetentie zal de positieve ontwikkelingen van verdachte doorkruisen.
De rechtbank is op basis van de adviezen van de deskundigen van oordeel dat de feiten verdachte vanwege zijn stoornissen en beperkingen verminderd moeten worden toegerekend.
Anders dan de deskundige ziet de rechtbank in het onder zich houden van de telefoon geen anticiperende houding. Het doel van het onder zich houden van de telefoon was dat er niet gefilmd zou worden, en niet zozeer het bewerkstelligen dat er seks zou plaatsvinden. De rechtbank hecht daarom het meeste waarde aan de vaststellingen van de deskundige over de persoonlijkheid van verdachte en komt van daaruit tot verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Gelet op de ernst van de feiten vindt de rechtbank jeugddetentie passend maar komt zij tot een lagere straf dan geëist. Dat komt omdat de rechtbank anders dan de officier van justitie niet tot een bewezenverklaring van de gekwalificeerde verkrachting (de dwang) komt. Ook heeft verdachte geruime tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht en heeft het strafproces diepe indruk op hem gemaakt. Hij heeft hiervan geleerd. Tot slot ziet de rechtbank dat verdachte zich de afgelopen periode positief heeft ontwikkeld en goed meewerkt aan de ingezette hulpverlening. Onvoorwaardelijke jeugddetentie doorkruist die ontwikkeling en kan het risico op recidive verhogen. De rechtbank vindt daarom een lagere jeugddetentie voor de duur van 150 dagen waarvan 57 dagen voorwaardelijk passend. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, wordt daarvan afgetrokken. De rechtbank verbindt aan die voorwaardelijke jeugddetentie een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals de Raad heeft geadviseerd. De rechtbank ziet namelijk net zoals de deskundige de noodzaak voor strakke kaders en intensieve begeleiding. De bijzondere voorwaarden:
  • verdachte werkt mee aan behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling door de jeugdreclassering te bepalen. De behandeling ziet op PMT en/of traumabehandeling;
  • verdachte werkt mee aan hulpverlening vanuit Rubixzorg of een soortgelijke instelling door de jeugdreclassering te bepalen, de behandeling richt zich op de sociaal-emotionele ontwikkeling van verdachte en het aanleren van vaardigheden;
  • verdachte verblijft op de woonlocatie van [instelling] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen door de jeugdreclassering te bepalen;
  • verdachte zet zich in voor het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding in de vorm van school, werk of een andere invulling door de jeugdreclassering te bepalen.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank zal het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte
opheffen. Dat betekent dat als verdachte in hoger beroep gaat, hij niet langer onder toezicht.
van de jeugdreclassering staat. Zowel de deskundige van het NIFP als de Raad schatten het risico op recidive hoog in. Volgens het NIFP is het van groot belang dat verdachte strakke kaders heeft en dat behandeling snel start. Verdachte bouwt bij meer vrijheden snel spanning op en kan dan moeilijker goede keuzes maken. Dit zal het risico op recidive verder verhogen. De rechtbank vindt het dus van groot belang dat de jeugdreclassering de begeleiding van verdachte direct kan oppakken/voortzetten, ook als verdachte in hoger beroep zou gaan tegen dit vonnis. De rechtbank beveelt daarom dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Beslag
Er ligt beslag op de volgende goederen:
- mobiele telefoon Apple, zwart, met nummer: PL0600-2025229392-3455299.
Op deze telefoon zijn afbeeldingen met kinderporno aangetroffen en dus is deze telefoon een voorwerp met behulp waarvan het feit is begaan. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

9. De beoordeling van de civiele vorderingen

Parketnummer 05/077389-25
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 100,- aan materiële schade en € 1.350,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering voor de gevorderde materiële schade. Deze schade is onvoldoende onderbouwd. De immateriële schade is toewijsbaar maar moet gematigd worden naar € 1.000,-.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor de materiële vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De immateriële vordering moet gematigd worden tot € 500,-.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank vindt net zoals de officier van justitie en de raadsvrouw dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
In dit geval is sprake van lichamelijk letsel. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Gelet daarop vindt de rechtbank een bedrag van € 750,- passend.
Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de immateriële vordering.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Verdachte is vanaf 15 mei 2025 (datum indiening vordering) wettelijke rente over het bedrag aan immateriële schadevergoeding verschuldigd.
Als het bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 141, 248 en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot:
een jeugddetentievoor de duur van
150 (honderdvijftig) dagen;
bepaaltdat van die
jeugddetentie 57 (zevenenvijftig) dagenniet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
steltdaarbij een proeftijd vast 2 (twee) jaren onder de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en
steltals bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
  • meewerkt aan behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling door de jeugdreclassering te bepalen. De behandeling ziet op PMT en/of traumabehandeling;
  • meewerkt aan hulpverlening vanuit Rubixzorg of een soortgelijke instelling door de jeugdreclassering te bepalen, de behandeling richt zich op de sociaal-emotionele ontwikkeling van verdachte en het aanleren van vaardigheden;
  • verblijft op de woonlocatie van [instelling] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen door de jeugdreclassering te bepalen;
  • zich inzet voor het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding in de vorm van school, werk of een andere invulling door de jeugdreclassering te bepalen;
alles voor zover en zolang de jeugdreclassering nodig vindt;
geeft de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling Jeugdreclassering, te Amsterdam de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
en onder de voorwaarden dat verdachte:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling Jeugdreclassering, te Amsterdam, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
 beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

heft ophet – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een mobiele telefoon Apple, zwart, met nummer: PL0600-2025229392-3455299;
Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/077389-25 betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 750- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] een bedrag te betalen van € 750,- aan immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
  • bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door M.G.J. Post (voorzitter en kinderrechter), mr. R. Raat en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025229392, gesloten op 7 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2026
3.Proces verbaal van verhoor getuige [getuige] van 18 mei 2025, p. 32-33.
4.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2026; proces-verbaal van bevindingen, p. 28 – 30.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 mei 2025, p. 143 – 151.
6.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 32 – 33.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 80 – 81.
8.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2026.
9.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024606786, gesloten op 7 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
10.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 10 – 12.
11.Fotoblad bij aangifte, p. 51 – 55.
12.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2026.
13.Proces-verbaal van verhoor verdachte van 6 februari 2025, p. 132.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 85.
15.Proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 mei 2025, p. 136.
16.Proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 mei 2025, p. 141.
17.Proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 mei 2025, p. 144.