ECLI:NL:RBGEL:2026:4382

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
K/5004/12059659
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629 lid 3 BWArt. 7:670 lid 1 BWArt. 7:671b lid 1 onder a BWArt. 7:671b lid 6 onder a BWArt. 7:671b lid 6 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens niet meewerken re-integratie niet rechtsgeldig

De werknemer, sinds november 2022 in dienst als vrachtwagenchauffeur bij SMK Logistics, werd op 17 november 2025 op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk niet verschijnen bij afspraken met de bedrijfsarts, mediator en het niet meewerken aan het plan van aanpak voor re-integratie.

De werknemer kampte met een burn-out en stelde zich op het standpunt dat hij vanwege zijn ziekte en lopende mediation niet fysiek kon verschijnen. SMK hield vast aan fysieke aanwezigheid en stelde loonstop in bij niet-naleving. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is omdat het een te zwaar middel is, mede gezien het ontbreken van acute aanleiding en het feit dat de werkgever geen financiële schade leed door de loonstop.

Het verzoek van de werknemer tot loonbetaling wordt afgewezen omdat hij onvoldoende heeft aangetoond bereid te zijn mee te werken aan re-integratie. Het tegenverzoek van SMK tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte en het onvoldoende aannemelijk zijn dat de verstoring losstaat van de ziekte.

Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De kantonrechter benadrukt dat hoewel de werknemer zijn re-integratieverplichtingen heeft geschonden, het ontslag op staande voet niet proportioneel was en dat het opzegverbod tijdens ziekte bescherming biedt tegen ontbinding op deze grond.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 12059659 \ HA VERZ 26-2
Beschikking van 8 april 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. J. de Haan,
tegen
SMK LOGISTICS B.V.,
te Eindhoven,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: SMK,
gemachtigde: Krak & De Rijder B.V..

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een tegenverzoek
- aanvullende stukken van [verzoeker] van 26 januari 2026, 9 februari 2026 en
27 februari 2026
- aanvullend stuk van SMK van 5 maart 2026
- de mondelinge behandeling van 8 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is vanaf 7 november 2022 in dienst bij SMK als vrachtwagenchauffeur. Het dienstverband is per 6 november 2024 voortgezet voor onbepaalde tijd.
Verzoek opdrachtgever
2.2.
Partijen hebben eind juli 2025 een whatsappwisseling met elkaar gevoerd naar aanleiding van een verzoek dat [opdrachtgever] , een opdrachtgever van SMK, bij SMK heeft gedaan. Het gaat daarbij om de volgende appberichten:
- bericht van SMK aan [verzoeker] :

Hoi [verzoeker] , we hebben het nu volgende bericht van [opdrachtgever] over voorwaarden voortzetting werkzaamheden voor [opdrachtgever] :
We hebben hier een kleine evaluatie gedaan wat betreft de ritten die jullie voor ons gereden hebben en de mogelijkheden die [verzoeker] biedt als chauffeur. We zijn tot de conclusie gekomen dat we best door willen gaan met jullie als transporteur maar dan wel graag met een andere chauffeur.

Graag een chauffeur die minimaal 2 x per week kan overnachten.

1 x per 3 weken beschikbaar voor werk op zaterdag of zondag.
Hopelijk kunnen jullie hieraan voldoen.
Het is voor ons te beperkt met een chauffeur zoals [verzoeker] .
Wanneer je akkoord gaat met de overnachtingen en 1 per drie weken op zaterdag of zondag werken kun je blijven rijden voor [opdrachtgever] , hoe kijk jij hier tegenaan?”
- bericht van [verzoeker] aan SMK:
“Goedemiddag [naam] .
Waar komt dit ineens vandaan? Wat te beperkt ik heb jaren voor zo gereden zo. Ik ga niet akkoord en zoek wel iets andersIk ben inmiddels 51 geworden is de bedoeling dat ik minder werk inplaats van meer. Dus nee
- bericht van SMK aan [verzoeker] :

Welke werkzaamheden zou je vanaf maandag willen en kunnen uitvoeren? DHL Freight Houten of DHL Parcel?
Afspraak arbodienst inplannen
2.3.
In een gesprek tussen SMK en de echtgenote van [verzoeker] is [verzoeker] op of omstreeks 28 juli 2025 ziek gemeld. Naar aanleiding daarvan heeft de arbodienst een digitale afspraak gepland voor 18 augustus 2025, die verplaatst is naar een fysieke afspraak op 20 augustus 2025 waarover partijen op 18 augustus 2025 de volgende whatsappberichten hebben uitgewisseld:
  • bericht van [HR-manager] (hierna: [HR-manager] ), werkzaam als HR-manager bij SMK, aan [verzoeker] om hem van het consult op 20 augustus 2025 dat plaatsvindt in Amsterdam op de hoogte te stellen,
  • bericht van [verzoeker] :
  • bericht van [HR-manager] , waarin hij aangeeft dat de afspraak van 18 augustus 2025 is geannuleerd en omgezet naar een fysieke afspraak op 20 augustus 2025.
2.4.
Bij email van 20 augustus 2025 is namens [verzoeker] aan de arbodienst bericht dat [verzoeker] gezien zijn ziekte niet in staat is naar Amsterdam te komen maar dat de afspraak om via beeldbellen de zaak te bespreken wel door zou kunnen gaan. Daarop heeft de arbodienst eerst de afspraak omgezet naar een online afspraak, maar deze later ingetrokken omdat afspraken alleen gewijzigd mogen worden met akkoord van de werkgever waardoor de afspraak fysiek in Amsterdam is blijven staan. Blijkens bericht van de arbodienst is [verzoeker] niet verschenen op het spreekuur. Gevraagd naar de reden waarom [verzoeker] niet is verschenen heef hij aan SMK laten weten dat hij een burn out heeft, medicijnen slikt, geen auto mag rijden en de drukte niet aan kan. SMK blijft evenwel staan op een fysiek consult dat op 27 augustus 2025 wordt gepland. [verzoeker] laat daarop weten dat reizen niet wordt geadviseerd door zijn huisarts met verzoek de afspraak naar beeldbellen om te zetten. Het antwoord daarop van SMK is dat het aan de bedrijfsarts is om vast te stellen of [verzoeker] inderdaad niet fysiek kan worden gezien door de bedrijfsarts via een consult waar hij fysiek voor aanwezig dient te zijn.
2.5.
Bij mail van 22 augustus 2025 heeft de arbodienst het volgende aan SMK geschreven:
“(…)
Omdat er geen medische beoordeling door de bedrijfsarts is geweest kunnen wij niet aangeven of door zijn medische beperkingen hij inderdaad niet fysiek gezien kan worden door de bedrijfsarts. Daarom dient hij dan ook fysiek aanwezig te zijn. (…)”
2.6.
Op 28 augustus 2025 heeft SMK aan [verzoeker] geschreven dat hij op 20 augustus en op 27 augustus 2025 niet verschenen is op het eerste consult bij de arbodienst en dat daarom de loonbetaling met ingang van 27 augustus 2025 wordt gestaakt.
2.7.
Op de volgende geplande afspraak voor een fysiek consult te Amsterdam is [verzoeker] niet verschenen.
2.8.
Bij brief van 30 augustus 2025 heeft de (toenmalige) gemachtigde van [verzoeker] aan SMK geschreven dat [verzoeker] totaal overspannen is waarbij gewezen is op de lopende schuldsanering, het overlijden van zijn moeder en de eis van SMK in zijn vakantie dat hij nacht- en weekenddiensten moet gaan vervullen. Verder wordt in die brief nog in het bijzonder ingegaan op de onmogelijkheid van [verzoeker] om in overspannen toestand naar de bedrijfsarts in Amsterdam af te reizen met aantekening daarbij dat hij die reis niet uit zijn leefgeld kan betalen, dat de bewindvoerder hier ook geen geld voor vrij wil maken en naar aangenomen wordt SMK ook niet. Bij brief van 19 september 2025 is daarop door de gemachtigde van SMK onder meer geantwoord dat inschakeling van de arbodienst een wettelijke verplichting voor de werkgever is en verder dat, nu er geen vraag of verzoek is neergelegd in de brief van 30 augustus 2025, SMK geen aanleiding ziet om tot nadere actie over te gaan.
2.9.
[verzoeker] is op 23 oktober 2025 wel verschenen bij de bedrijfsarts, waardoor de loonstop niet langer van kracht was. In de probleemanalyse is als conclusie opgenomen dat er sprake is van ziekte waardoor [verzoeker] niet kan werken. Verder staat er in dat er tevens sprake is van een arbeidsconflict.
Daarover is nog het volgende vermeld:
“(…)
Ik heb begrepen dat er nog geen oplossing is gevonden voor de problematiek op het werk. Ik adviseer daarom werkgever en werknemer om op korte termijn in gesprek te gaan met de professionele begeleiding van een mediator.
(…)”
Verder is vastgelegd dat de bedrijfsarts [verzoeker] graag over vier weken weer terug ziet op het spreekuur.
Afspraak plan van aanpak inplannen
2.10.
Op 30 oktober 2025 is [verzoeker] door SMK uitgenodigd om op 3 november 2025 op kantoor te komen om samen het plan van aanpak vorm te geven en op te stellen. In reactie daarop laat [verzoeker] diezelfde dag weten dat dit te snel is aangezien hij een burn-out heeft, medicijnen slikt en van de arbo-arts ook eerst moest herstellen. Vervolgens heeft HR op 3 november 2025 geschreven aan [verzoeker] dat er medisch gezien geen bezwaar vanuit de bedrijfsarts is gemaakt dat hij niet zou kunnen verschijnen of mee zou kunnen werken aan het plan van aanpak.
2.11.
[verzoeker] is op 3 november 2025 niet verschenen op kantoor. [verzoeker] is op 5 november 2025 opnieuw door SMK opgeroepen om op 6 november 2025 op kantoor te verschijnen voor het invullen en bespreken van het plan van aanpak met daarbij de vermelding dat indien hij niet verschijnt en/of niet meewerkt aan het plan van aanpak dit beschouwd wordt als een ernstige schending van de re-integratieverplichtingen leidende tot een loonstop en in het uiterste geval een ontslag.
2.12.
[verzoeker] is op 6 november 2025 niet verschenen op kantoor. Zijn loon is per
7 november 2025 stopgezet. Verder is hem verzocht om op 10 november 2025 op kantoor te verschijnen met vermelding dat als hij niet komt of niet meewerkt dit kan leiden tot verdere arbeidsrechtelijke maatregelen, waaronder ontslag.
2.13.
[verzoeker] is op 10 november 2025 niet verschenen op kantoor. Bij brief van 10 november 2025 wordt [verzoeker] voor de laatste keer opgeroepen om op 13 november 2025 te verschijnen bij gebreke waarvan dit aangemerkt wordt als een ernstige schending van zijn verplichtingen en overgegaan zal worden tot een ontslag op staande voet.
Mediation
2.14.
Partijen zijn een mediationtraject aangegaan. [verzoeker] heeft op 10 november 2025 de mediator verzocht zijn reactie op de oproep om op 13 november 2025 op kantoor te moeten verschijnen door te sturen aan SMK. Daarop heeft de mediator gereageerd dat zij dat bericht door zal sturen maar dat dit het laatste bericht is aangezien zij als mediator niet zal fungeren als trait d’union.
2.15.
Op 12 november 2025 heeft [verzoeker] geschreven aan de mediator dat SMK hem verwijt dat hij niet is verschenen voor een gesprek terwijl de mediator eerder al heeft bevestigd dat fysieke aanwezigheid niet van hem kan worden verwacht zolang de mediation loopt. In reactie daarop heeft de mediator [verzoeker] bericht dat mediaton vrijwillig is en dat zij niet voor hem of SMK kan bepalen of hij fysiek naar kantoor moet komen. Verder heeft zij het volgende aan hem geschreven:
“(…)
Ook verzoek je of ik formeel terugkoppeling aan SMK dat je niet op kantoor zal verschijnen. Zoals ik eerder heb aangegeven ben ik geen trait d’union. Over inhoudelijke zaken zul je zelf in gesprek moeten gaan met je werkgever. Dit kan natuurlijk altijd onder begeleiding van mij als mediator.”
2.16.
Bij email van 13 november 2025 heeft SMK ter verduidelijking aan [verzoeker] geschreven dat het niet zo is dat communicatie uitsluitend via de mediator dient te verlopen, dat zijn re-integratieverplichtingen en het mediationtraject los van elkaar staan en wordt hem te verstaan gegeven om op 17 november 2025 in de ochtend op kantoor te verschijnen voor het plan van aanpak en op 13 november 2025 in de middag bij de mediator om de situatie op het werk te bespreken. Daarbij is uiteengezet dat zolang hij niet voldoet aan zijn re-integratieverplichtingen de loonstop van kracht blijft en dat niet verschijning op
17 november 2025 kan leiden tot een ontslag op staande voet.
2.17.
[verzoeker] is op 13 november 2025 niet verschenen bij de mediator. Hij heeft op die dag een mail naar SMK gestuurd waarin staat dat het UWV bezig is met het dossier en verzocht wordt de beslissing van het UWV af te wachten. Bij email van 13 november 2025 heeft SMK aan [verzoeker] bericht, dat zij het hem bijzonder kwalijk neemt dat hij niet verschenen is bij de mediationafspraak, dat hij daarmee de re-integratieverplichtingen niet nakomt en dat de oproep voor 17 november 2025 zijn laatste kans is om aan zijn verplichtingen te voldoen bij gebreke waarvan direct overgegaan zal worden tot arbeidsrechtelijke maatregelen, waaronder ontslag op staande voet. In reactie daarop heeft [verzoeker] geschreven dat hij de afhandeling van het UWV afwacht.
2.18.
[verzoeker] is op 17 november 2025 niet verschenen op kantoor, waarop SMK hem op staande voet heeft ontslagen, als volgt vastgelegd:
“(…)
U bent op 17 november 2025 wederom niet verschenen op het geplande gesprek op kantoor inzake uw re-integratieverplichtingen, waar uw aanwezigheid vereist was voor het bespreken en opstellen van het plan van aanpak. Dit terwijl u hierover reeds op 5, 7, 10 en 13 november 2025 schriftelijk bent gewaarschuwd en u uitdrukkelijk bent gewezen op de ernstige gevolgen van het zonder geldige reden niet verschijnen, waaronder ontslag op staande voet.Daarnaast bent u sinds augustus 2025 in totaal acht keer schriftelijk gewaarschuwd voor het niet nakomen van uw verplichtingen. Tevens bent u niet verschenen bij de mediationafspraak op 13 november 2025, terwijl deze door de bedrijfsarts als onderdeel van uw re-integratietraject is geadviseerd. Daarbij merken wij op dat u zich in uw bericht van 12 november 2025 beroept op (het belang van) mediation, maar vervolgens zelf niet bent verschenen bij de mediationafspraak, hetgeen wij u ernstig aanrekenen.
Op 13 november 2025 heeft u van ons een laatste, schriftelijke waarschuwing ontvangen waarin wij u nogmaals hebben gewezen op uw verplichtingen. In deze waarschuwing is uitdrukkelijk vermeld dat indien u op 17 november 2025 opnieuw zonder geldige reden niet zou verschijnen, wij dit aanmerken als een ernstige schending van uw re-integratieverplichtingen, met als direct gevolg ontslag op staande voet.
(…)”
2.19.
[verzoeker] heeft op 17 november 2025 schriftelijk de nietigheid ingeroepen van het gegeven ontslag op staande voet, gesteld dat hij zich beschikbaar houdt voor re-integratie conform het lopende deskundigenoordeel van het UWV en verder aangegeven dat er op 17 november 2025 geen verplichting tot fysieke aanwezigheid bestond omdat de voortgang van zijn re-integratie diende te worden afgestemd op het nog lopende deskundigenoordeel van het UWV.
2.20.
Het deskundigenoordeel van het UWV d.d. 15 januari 2025 luidt dat SMK voldoende meewerkt aan de re-integratie.
2.20.1.
In het arbeidsdeskundig rapport is de volgende visie van [verzoeker] opgetekend:

De werknemer stelt dat er geen sprake is van onwil om mee te werken aan re-integratie. Het gaat echter over het startmoment. De werknemer is van oordeel dat hij eerst moet herstellen van zijn ziekte en dat daarna gestart kan worden met re-integratie. Zijn gebruik van medicatie beïnvloedt hem zodanig dat momenteel geen re-integratie mogelijk is en ook geen start van mediation. De werknemer geeft aan dat de bedrijfsarts dit zo gezegd heeft en dat er iemand aanwezig was die dat kan bevestigen.”
In het rapport wordt geconcludeerd dat de werkgever de juiste stappen heeft ondernomen op de juiste momenten.
2.20.2
Verder is in het rapport de beoordeling opgenomen van de verzekeringsarts over de begeleiding van de bedrijfsarts. Daarin is onder meer vermeld dat terecht is geadviseerd mediation op te starten en dat er geen medische reden is voor het niet verschijnen op afspraken omtrent mediation hetgeen juist door de bedrijfsarts werd geadviseerd.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt:
primair
- vernietiging van het ontslag en loonbetaling,
subsidiair
- een transitievergoeding en billijke vergoeding,
zowel primair als subsidiair:
- met veroordeling van SMK in de proceskosten en vrijstelling of vermindering griffierecht wegens bewind en schuldsanering.
3.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat er geen sprake is van een dringende reden. SMK heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap en haar zorgplicht bij ziekte. Het ontslag is disproportioneel, prematuur en onzorgvuldig. Hij was medisch en praktisch niet in staat een afspraak bij de bedrijfsarts na te komen. Redelijke alternatieven, zoals video, locatie dichterbij en huisbezoek, zijn geweigerd.
3.2.
SMK voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. SMK voert ‑ samengevat ‑ aan dat het ontslag op staande voet wel rechtsgeldig is omdat [verzoeker] zijn verplichtingen ernstig verzaakt heeft door structurele en ernstige schending van de re-integratieverplichtingen, zoals schriftelijk op 17 november 2026 aan hem bevestigd.
3.3.
Voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, verzoekt SMK
(voorwaardelijk) dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie op grond van artikel 7:671b lid 1 onder a BW jo. artikel 7:699 lid 3 onder Pro g BW.

4.De beoordeling van het verzoek

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of SMK moet worden veroordeeld tot betaling van loon.
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.3.
[verzoeker] stelt dat hij een burn-out heeft, die deels voortkomt uit persoonlijke omstandigheden (waaronder het feit dat hij onder bewind stond en het overlijden van zijn moeder) en deels ook werkgerelateerd is. Hij heeft zich, kort na een whatsappwisseling met SMK over een verzoek van opdrachtgever [opdrachtgever] waar hij niet aan wilde voldoen, ziek gemeld. Uit de whatsappberichten van SMK blijkt dat zij het verzoek van [opdrachtgever] over de wens van chauffeur te wisselen vrijblijvend aan hem heeft voorgehouden en daarna, toen bleek dat [verzoeker] niets voelde voor de extra eisen die [opdrachtgever] stelde, hem andere werkzaamheden heeft aangeboden. Daarbij is niet gebleken van enige druk die op hem zou zijn uitgeoefend. Dat [verzoeker] er een van de feiten afwijkende andere beleving op nahoudt, moet naar alle waarschijnlijkheid aan zijn overspannenheid toegeschreven worden. Het was [opdrachtgever] die niet meer met [verzoeker] wilde werken. Daar had SMK en vervolgens ook [verzoeker] mee te dealen.
4.4.
SMK verwijt [verzoeker] dat hij zijn re-integratieverplichtingen geschonden heeft. Dat heeft zij ook overtuigend aangetoond.
Zo is [verzoeker] bij herhaling niet op komen dagen bij de bedrijfsarts. [verzoeker] stelt daarover dat hij daartoe niet in staat zou zijn geweest, zowel niet qua fysieke gesteldheid als wat betreft financiële middelen. Zijn gemachtigde heeft dat ook aangekaart in zijn brief aan de gemachtigde van SMK op 30 augustus 2025. Zonder gehoudenheid daartoe en zonder dat het SMK uitdrukkelijk is verzocht, had SMK een mildere opstelling kunnen kiezen in plaats van vast te houden aan strikte naleving van een fysieke afspraak in Amsterdam. Zij had beeldbellen vooralsnog toe kunnen staan, een bedrijfsarts in de buurt aan kunnen wijzen of een reiskostenvergoeding aan kunnen bieden ter voorkoming van extra druk op de verhouding naar aanleiding van dit specifieke punt waarin [verzoeker] zich onverzettelijk en volhardend toonde.
Naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts op 23 oktober 2025 heeft SMK [verzoeker] opgeroepen op kantoor te komen om een plan van aanpak op te stellen. [verzoeker] heeft daar geen gehoor aan gegeven. Volgens hem kon van hem geen fysieke aanwezigheid bij SMK verwacht worden zolang de mediation, die vervolgens ook is gestart, nog loopt. Daarover heeft SMK aangegeven bij brief van 13 november 2025 dat het plan van aanpak en het mediationtraject los van elkaar staan, waarbij zij hem nogmaals bij wijze van laatste kans verzocht heeft naar kantoor te komen en ook te verschijnen bij de mediator. Hoewel het opstellen van een plan van aanpak en mediation op zichzelf genomen gescheiden trajecten zijn, was het in dit geval gelet op de moeizame communicatie met [verzoeker] en het advies van de bedrijfsarts om in gesprek te gaan met de professionele begeleiding van een mediator raadzaam geweest het plan van aanpak en de onverzettelijkheid van [verzoeker] om daar medewerking aan te verlenen mee te nemen in de mediation als gespreksonderwerp. [verzoeker] heeft de laatste kans die hem geboden was niet aangegrepen. Ter verklaring daarvoor heeft hij verwezen naar een UWV onderzoek dat hij had aangevraagd.
4.5.
SMK heeft voor de perioden dat [verzoeker] niet meegewerkt heeft aan zijn re-integratie een loonstop ingesteld, zijnde een passende sanctie. In geval van bijkomende omstandigheden kan er ook sprake zijn van een dringende reden. Daarover moet vastgesteld worden dat [verzoeker] bij herhaling over de scheef is gegaan, waarbij hij zich heeft laten leiden door zijn eigen interpretaties van wat de huisarts, bedrijfsarts, mediator en het UWV hem zouden hebben geadviseerd. Zoals hiervoor onder r.o. 4.4. uiteengezet had SMK her en der wat mee kunnen bewegen om [verzoeker] in beweging te krijgen. Gelet op alle omstandigheden in deze zaak, waarbij ook meegewogen wordt dat [verzoeker] bij ontslag geen uitkering zal krijgen, acht de kantonrechter het gegeven ontslag op staande voet, dat in verband met de ingrijpende gevolgen een uiterste middel is, al met al te zwaar. Hierbij speelt ook mee dat er geen acute aanleiding is voor het ontslag, terwijl de werkgever gezien de loonstop financieel geen schade lijdt. De conclusie is daarom dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en dat het verzoek om vernietiging dan ook wordt toegewezen.
4.6.
[verzoeker] heeft verzocht om loonbetaling, althans te verstaan als doorbetaling ziekengeld. SMK heeft echter een loonstop ingevoerd, omdat [verzoeker] zijn re-integratieverplichtingen heeft geschonden. Op grond van artikel 7:629 lid 3 is Pro geen ziekengeld verschuldigd in geval een werknemer niet verschijnt bij de bedrijfsarts, mediator en/of niet meewerkt aan een plan van aanpak. [verzoeker] heeft er geen blijk van gegeven op enig moment bereid te zullen zijn geweest zich aan zijn re-integratieverplichtingen te onderwerpen. Een nadere onderbouwing op dit punt ontbreekt. In zijn brief van
17 november 2025 aan SMK heeft hij zich slechts beschikbaar gehouden voor re-integratie conform het lopende deskundigenoordeel, wat er opnieuw op neerkomt dat hij nergens toe bereid was. De verzochte doorbetaling van ziekengeld wordt dan ook afgewezen.
4.7.
Verder heeft [verzoeker] bij zijn verzoek nog een schade opgave gevoegd, waarin bedragen opgesomd worden ter zake van openstaand verlof, opheffing netto nadeel uitbetaling overuren, hoofdchauffeurvergoeding, juridische kosten, commerciële waarde, immateriële schade en een doorbelaste Arbo-factuur. SMK heeft de verschuldigdheid van een en ander betwist. Bij gebreke van een nadere onderbouwing aan de zijde van [verzoeker] worden deze posten afgewezen.
4.8.
Er is nu beide partijen op punten ongelijk krijgen aanleiding de proceskosten te compenseren, zoals hierna bepaald.

5.De beoordeling van het tegenverzoek

5.1.
Op het verzoek van SMK om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie conform artikel 7:671b lid 1 onder a BW jo. Artikel 7:669 lid 3 onder Pro g BW, moet worden beslist. De voorwaarde waaronder SMK dat verzoek heeft gedaan, is namelijk vervuld, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd.
5.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2] De arbeidsovereenkomst kan niet ontbonden worden indien het verzoek daartoe verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] .
5.3.
Vast staat dat [verzoeker] op 28 juli 2025 wegens ziekte is uitgevallen en nog steeds arbeidsongeschikt is. Dat betekent dat het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW Pro van toepassing is. De kantonrechter kan desondanks toch ontbinden als het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft (artikel 7:671b lid 6 onder a BW) of als er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen
(artikel 7:671 lid 6 onder Pro b BW).
5.3.
Volgens SMK houdt het ontbindingsverzoek geen verband met de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] en kan de arbeidsovereenkomst daarom ondanks het opzegverbod worden ontbonden. Het verzoek is, zo stelt SMK verder, uitsluitend ingegeven door de ernstige misdragingen van [verzoeker] die eruit bestaan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het structureel nalaten van zijn werknemersverplichtingen en het ondermijnen van het vertrouwen binnen het team dat leidt tot een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding waardoor het vertrouwen in [verzoeker] binnen SMK en haar personeel onherstelbaar is beschadigd.
5.4.
Ter zitting heeft de gemachtigde van [verzoeker] naar voren gebracht dat hij zwaar overspannen is (geweest). Verder heeft [verzoeker] medegedeeld dat hij nog midden in zijn burn-out zit en nog altijd zit te koken.
5.5.
De vraag is of er, als de ziekte weggedacht wordt, zodanige omstandigheden zijn die voldoende zijn voor een voldragen ontslaggrond, die tot ontbinding van de
arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, de g-grond (de enige grond die de werkgever heeft aangevoerd), kan leiden. De kantonrechter kan die vraag niet bevestigend beantwoorden. Niet voldoende is namelijk komen vast te staan, althans onvoldoende aannemelijk is geworden, dat de omstandigheden die aan het verzoek ten grondslag zijn gelegd geen verband houden met de ziekte van [verzoeker] . De verstoorde arbeidsverhouding is ontstaan in het kader van de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] en dateert niet al van voor die tijd, althans daarvan is niet gebleken. Hoezeer de arbeidsrelatie op dit moment ook ernstig verstoord is, kan deze niet los worden gezien van de ziekte van [verzoeker] . Dit betekent dat het opzegverbod aan ontbinding in de weg staat. De verzochte ontbinding wordt dan ook afgewezen.
5.6.
Dat de ontbinding moet worden uitgesproken omdat dat in het belang van [verzoeker] is, is niet gesteld of gebleken (artikel 7:671b lid 6 onder b BW).
5.7.
Nu geen ontbinding wordt uitgesproken, wordt niet toegekomen aan de subsidiair door [verzoeker] verzochte billijke vergoeding en transitievergoeding.
5.8.
Er is aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna wordt bepaald.

6.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
6.1.
vernietigt het ontslag op staande voet,
6.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte,
op het tegenverzoek
6.4.
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,
6.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
6.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
548

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.