Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4313

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
149414-19
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens hoog recidiverisico en stabiele psychotische stoornis

Betrokkene is in maart 2020 veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege, die sinds april 2020 loopt. De rechtbank heeft op 22 mei 2026 de termijn van de tbs-maatregel verlengd met twee jaren na een vordering van de officier van justitie.

De kliniek rapporteert dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, en middelenstoornissen. Hoewel de psychotische toestand grotendeels gestabiliseerd is onder medicatie, zijn er nog steeds risico’s door middelengebruik en een gebrekkig ziekte-inzicht. Betrokkene toont motivatie en therapietrouw, maar het recidiverisico bij het wegvallen van begeleiding wordt als hoog ingeschat.

De verdediging pleitte voor verlenging met één jaar om een eerder toetsmoment te creëren, maar de rechtbank acht dit niet geïndiceerd omdat binnen een jaar geen voorwaardelijke beëindiging verwacht wordt. De rechtbank volgt het advies van de kliniek en de officier van justitie en verlengt de tbs-maatregel met twee jaar om de veiligheid van anderen te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaren vanwege een hoog recidiverisico en het belang van voortzetting van behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/149414-19
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek] (hierna: de kliniek).
Raadsvrouw: mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Amsterdam.

Procedure

Betrokkene is op 25 maart 2020 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 9 april 2020 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 5 juli 2024.
Bij vordering van 9 april 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de kliniek van 12 maart 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen.
Ter zitting van 11 mei 2026 zijn gehoord:
  • betrokkene (via videoverbinding);
  • zijn raadsvrouw;
  • de deskundige M. Bastiaens, behandelcoördinator (via videoverbinding); en
  • de officier van justitie.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De raadsvrouw van betrokkene heeft gepleit voor een verlenging met één jaar. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat plaatsing binnen de Piet Roordakliniek in het kader van transmuraal verlof ook binnen een jaar aan de orde kan zijn en dat dan al wordt toegewerkt naar het einde van de maatregel. Verlenging met één jaar voorziet dan in een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling en voor een positieve stimulans voor betrokkene.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege (onder meer) de misdrijven diefstal vergezeld
van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en een poging daartoe. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer perso(o)n(en). De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken en stoornissen in het gebruik van cannabis en cocaïne. Daarnaast is sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel met een functioneren tussen licht verstandelijk beperkt en gemiddeld niveau. Bij betrokkene is sprake van een psychotische kwetsbaarheid en ook tijdens de behandeling is – al dan niet na het stoppen met medicatie – sprake geweest van psychotische ontregeling. Onder meer het voorgaande duidt op een chronisch toestandsbeeld. Het psychotisch toestandsbeeld is nu grotendeels gestabiliseerd onder invloed van de medicatie. In contact met betrokkene is onder meer sprake van een dwingende, controlerende houding, geringe frustratietolerantie, krenkbaarheid en een gebrekkig mentaliserend vermogen. Het voorgaande past bij de andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Verder is er ook het afgelopen jaar sprake van meerdere positieve urinecontroles op THC. Hieruit blijkt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is de afgelopen periode gestabiliseerd en hij is in januari 2025, vanwege de ingezette positieve lijn, overgeplaatst naar een reguliere behandelafdeling. Hier zet hij zijn ontwikkeling voort. De verloven lopen goed waarbij betrokkene stuurbaar is, open over zijn zucht is en de regels in acht houdt en goed naleeft. Betrokkene laat zien gemotiveerd te zijn voor zijn behandeling en toont hernieuwde bereidheid tot samenwerking. Hij is medicatietrouw, volgt therapieën en was abstinent sinds medio maart 2025. Het aantal positieve urinecontroles op THC nam eerst toe sinds mei 2025. Dit is mogelijk gerelateerd aan het beschikken over een begeleid verlofkader, waardoor de extrinsieke motivatie van betrokkene om abstinent te blijven is verminderd. Ter zitting heeft de deskundige toegelicht dat betrokkene een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat er een goede behandelrelatie met hem is. Betrokkene is nu open over zijn (psychotische) klachten en belevingswereld. Het gebruik van middelen neemt toe bij het verkrijgen van meer vrijheden en mede daarom is het belangrijk geleidelijk de vrijheden uit te breiden. Er is een aanvraag gedaan om betrokkene voor een verslavingsbehandeling in het kader van transmuraal verlof te plaatsen bij de Piet Roordakliniek. De deskundige heeft toegelicht dat het belangrijk blijft stapsgewijs de vrijheden uit te breiden binnen het huidige tbs kader.
De ingezette positieve lijn biedt volgens de kliniek perspectief richting resocialisatie, mits deze inzet wordt vastgehouden. Momenteel ligt de focus op het opdoen van positieve ervaringen met begeleid verlof, waarin kan worden beoordeeld of betrokkene in staat is tot spanningsregulatie en het zelfstandig hanteren van zuchtmomenten. Ook wordt dan duidelijker of hij geleidelijk kan toewerken naar meer zelfstandigheid buiten de kliniek. De duurzaamheid van de samenwerking, therapietrouw, medicatie-inname en abstinentie vormen sleutelfactoren in het behalen van verdere stappen, zoals het doorgroeien naar onbegeleid verlof of een uitstroomtraject. Indien betrokkene zijn huidige inzet weet vol te houden, is een beschermde woonvorm binnen een GGZ-kader met 24-uurs begeleiding op termijn een mogelijk perspectief. Op basis van bovenstaande adviseert de kliniek de tbs-maatregel te verlengen met twee jaren.
Recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies volgt dat het niet de verwachting is dat betrokkene zelf professionele ondersteuning zal zoeken bij het wegvallen van het tbs kader. Daarbij zullen de leefomstandigheden niet geregeld zijn, wat zal zorgen voor stress. Betrokkene heeft onvoldoende copingvaardigheden om hiermee om te gaan en zal teruggrijpen naar middelengebruik. Middelengebruik zal de kans op agressief (delict)gedrag vervolgens vergroten. Terugval in middelengebruik fungeert zowel als luxerende als instandhoudende factor voor psychotische decompensatie. In een psychotisch toestandsbeeld kan bij betrokkene ontwrichtend gedrag optreden, waaronder dreigende of daadwerkelijke agressie jegens anderen. De behoefte aan autonomie, gecombineerd met wantrouwen en rigiditeit, belemmert soms de samenwerking en vergroot het risico op ontregeling, zeker bij afname van behandelstructuur of toenemende spanning. Er is sprake van een gebrekkig ziekte-inzicht waardoor betrokkene ondersteuning/behandeling niet zal accepteren in een niet-gedwongen kader. De kliniek schat het risico op recidive bij beëindiging van de tbs maatregel gelet op het bovenstaande in als hoog. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Na een langdurige behandelimpasse heeft betrokkene opnieuw stappen vooruitgezet, met als belangrijkste ontwikkeling zijn huidige medicatietrouw, de gestabiliseerde psychotische toestand, zijn openheid en vermindering van middelengebruik. De komende periode staat in het teken van het behouden van de vooruitgang. Daarnaast is betrokkene aangemeld voor behandeling van zijn verslavingen. In de komende periode moet bij stapsgewijze toename van vrijheden beoordeeld worden of betrokkene in staat is tot spanningsregulatie, het behouden van abstinentie en of hij geleidelijk kan toewerken naar meer zelfstandigheid buiten de kliniek. Het recidiverisico wordt – bij het wegvallen van begeleiding en structuur – als hoog ingeschat. Op grond van op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. Gelet op het bovenstaande is het verder niet te verwachten dat binnen een jaar een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde zal zijn. Verlenging met één jaar, zoals door de raadsvrouw bepleit met het oog op een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling dan wel voor een positieve stimulans voor betrokkene, vindt de rechtbank daarom niet geïndiceerd. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met
twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.E. ter Hart, als voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. T. Kok, als rechters in tegenwoordigheid van mr. A. Hessel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.