ECLI:NL:RBGEL:2026:4283

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/05/440843 / HA ZA 24-461
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot deskundigenonderzoek en vaststelling vraagstelling in bouwgeschil over redelijke prijs en gebreken

In deze civiele bouwzaak tussen [eiser] B.V. en [gedaagden] gaat het om een geschil over de redelijke prijs en gebreken aan werkzaamheden aan een hoofd- en bijgebouw. De rechtbank behandelt onder meer een verzoek van [eiser] om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen een tussenvonnis, dat wordt afgewezen vanwege het risico op vertraging en het ontbreken van een toereikende reden.

De rechtbank accepteert een wijziging en vermindering van de eis door [eiser], waarbij de vordering tot partiële ontbinding van de overeenkomst wordt ingetrokken. Vervolgens wordt een deskundigenonderzoek bevolen om de redelijke prijs van het uitgevoerde werk te bepalen, eventuele gebreken te beoordelen en herstelkosten te ramen. De deskundige, ing. P.B.J.M. Elfrink, wordt benoemd en de vraagstelling wordt nauwkeurig vastgesteld.

Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de aansprakelijkheidsbeperking in de algemene voorwaarden van de deskundige. De rechtbank legt partijen een medewerkingsplicht op en bepaalt dat [gedaagden] het voorschot van €18.650,94 inclusief btw moeten betalen. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het deskundigenrapport is ontvangen.

Uitkomst: Verzoek tot tussentijds hoger beroep afgewezen; deskundigenonderzoek bevolen met vastgestelde vraagstelling en kostenregeling.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/440843 / HA ZA 24-461
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
[naam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser ] ,
advocaat: mr. G.J. van Westerveld,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. M.C. de Jong.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 oktober 2025
- de brief van de rechtbank van 12 november 2025
- de akte van [eiser ] van 12 november 2025
- de akte van [gedaagden] van 12 november 2025
- de brief van [eiser ] van 12 november 2025
- de e-mail van de rechtbank van 13 november 2025
- de akte eisvermindering en -wijziging tevens verzoek openstellen tussentijds appel van [eiser ] van 17 december 2025
- de akte van [gedaagden] van 21 januari 2026
- de rolbeslissing van 4 februari 2026
- de e-mail van de rechtbank van 14 april 2026
- de e-mail van [gedaagden] van 24 april 2026
- de e-mail van [eiser ] van 28 april 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling, in conventie en in reconventie

2.1.
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Partijen hebben dat gedaan, maar [eiser ] heeft ook verzocht om hoger beroep toe te staan van het tussenvonnis van 15 oktober 2025. Dit verzoek, tegen de inwilliging waarvan [gedaagden] zich hebben verzet, zal eerst worden beoordeeld.
Tussentijds appel?
2.2.
Ter bevordering van een voortvarende procedure is uitgangspunt van de wet dat geen hoger beroep mogelijk is van een tussenvonnis zoals dat in deze zaak is gewezen. Tussentijds appel zal deze procedure, die al bijna twee jaar loopt, aanzienlijk vertragen. De rechtbank is niet gebleken van een toereikende reden om tussentijds appel niettemin doelmatig te achten, om de volgende redenen.
2.3.
Ter toelichting op haar verzoek heeft [eiser ] grieven geformuleerd tegen bindende eindbeslissingen in het tussenvonnis. Zij heeft de rechtbank, terecht, niet verzocht om daarvan terug te komen.
2.4.
[eiser ] heeft zich (in randnummer 38 van de akte van 17 december 2025) erbij neergelegd dat [gedaagden] een redelijke prijs verschuldigd zijn voor het werk aan project 3. Ter vaststelling daarvan zal hoe dan ook deskundigenonderzoek nodig zijn. Haar grieven zien erop dat de rechtbank [eiser ] wegens wanprestatie schadeplichtig heeft geoordeeld. Tussentijds appel kan dus hooguit in dat verband de noodzaak van deskundigenbericht doen vervallen. Het is dan niet wezenlijk efficiënter om tussentijds een oordeel van het hof te vragen. De deskundige zal immers toch aan het werk moeten. De meerkosten voor het onderzoek dat volgens [eiser ] zinloos is, grofweg te ramen op de helft van de hierna te noemen deskundigenkosten van € 18.650,94, zijn in relatie tot het belang van deze zaak ook niet zo hoog dat om die reden tussentijds appel in de rede zou liggen. De rechtbank zal het verzoek dus afwijzen. Nu de rechtbank de grieven en bijbehorende producties thans niet inhoudelijk in haar beoordeling betrekt, bestaat geen aanleiding om [gedaagden] gelegenheid te geven om zich daarover inhoudelijk uit te laten.
Eisvermindering en -wijziging
2.5.
[eiser ] heeft haar vordering tot vaststelling dat de overeenkomst ter zake van project 3 partieel is ontbonden, althans tot partiële ontbinding van die overeenkomst, (randnummer 38 van de akte van 17 december 2025) ingetrokken. Zij heeft haar eis, die de rechtbank al niet toewijsbaar had geoordeeld, dus in zoverre verminderd.
2.6.
In randnummer 4.15. van het tussenvonnis van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de vordering van [eiser ] onder daar de genoemde voorwaarde toewijsbaar geacht op een andere grondslag dan [eiser ] had aangevoerd. De wijziging van de grondslag van die vordering in randnummer 40 van de akte van 17 december 2025 sluit hierop aan. [gedaagden] hebben tegen het wijzigen van de eis geen bezwaar gemaakt. De eiswijziging wordt geaccepteerd.
2.7.
Bij gelegenheid van het eventuele eindvonnis zal de rechtbank zo nodig bezien of de eisvermindering en -wijziging consequenties moeten hebben voor een proceskostenveroordeling, zoals [gedaagden] willen. [eiser ] kan zich in dat verband desgewenst nog uitlaten in haar conclusie na deskundigenbericht.
Deskundigenonderzoek
2.8.
De rechtbank heeft, ter vaststelling van een redelijke prijs voor het werk aan project 3 en tevens ter vaststelling van eventuele gebreken aan dat werk en de kosten van herstel ervan, voorlichting door een deskundige noodzakelijk geacht, waarover partijen zich zoals gezegd hebben uitgelaten.
2.9.
Partijen hebben bezwaren geuit tegen door de wederpartij voorgestelde bouwkundige deskundige. Omdat deze bezwaren niet duidelijk ongegrond zijn heeft de rechtbank zelf een deskundige aangezocht en bereid gevonden om het onderzoek te verrichten. Het betreft ing. P.B.J.M. Elfrink te Enschede , die de rechtbank heeft bericht dat hij in staat is om zowel de prijscalculatie als de beoordeling van eventuele gebreken en raming van herstelkosten voor zijn rekening te nemen. Er is dan geen aanleiding om twee of drie deskundigen te benoemen, zoals [gedaagden] subsidiair willen en [eiser ] primair wil. De rechtbank zal dus een deskundigenbericht door ing. Elfrink bevelen.
2.10.
De rechtbank heeft partijen in (randnummers 2.13 en 2.22 van) het tussenvonnis expliciet de gelegenheid gegeven om zich over de precieze vraagstelling uit te laten. Partijen hebben verzocht om daarover nog een akte te mogen nemen. Daar gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank heeft de beoogde vraagstelling al in grote lijnen in het tussenvonnis neergelegd. Partijen hebben de geboden gelegenheid om zich over een precisering daarvan uit te laten niet, althans wat [eiser ] betreft marginaal, te baat genomen en niet aangegeven waarom een (volledige) uitlating niet mogelijk was. Omdat zij wettelijk verplicht is ambtshalve tegen onredelijke vertraging te waken, het nemen van de gevraagde aktes en het wijzen van een derde tussenvonnis ten minste 8 weken vertraging zullen opleveren en partijen desgewenst aan de deskundige verzoeken kunnen doen, zal de rechtbank in dit vonnis de vraagstelling vaststellen, als volgt:
1) Wilt u behoorlijk gespecificeerd en gedocumenteerd opgeven wat naar het prijspeil van 2022 een redelijke prijs is van het uitgevoerde werk aan het hoofd- en het bijgebouw van de [adres] te [vestigingsplaats] ? Wilt u daarbij rekening houden met de door [eiser ] in 2022 gewoonlijk bedongen prijzen en met de door haar ter zake van de vermoedelijke prijzen gewekte verwachtingen?
2) Vertoont het uitgevoerde werk gebreken, beoordeeld aan de hand van de offertes van 16 december 2021 (genummerd H. 0337 en H.0412) en overigens naar de maatstaf van goed en deugdelijk werk?
3) Indien u vraag 2 bevestigend beantwoordt, wilt u dan,
a. a) de geconstateerde gebreken puntsgewijs en behoorlijk gedocumenteerd beschrijven?
en
b) per gebrek de kosten van herstel van dat gebrek behoorlijk gespecificeerd en gedocumenteerd opgeven?
4) Heeft u verder nog opmerkingen op uw vakgebied die u voor een goed begrip van de zaak van belang acht?
2.11.
In deze vraagstellig wordt dus niet opgenomen dat de deskundige moet aangeven of een gebrek in december 2022, toen het werk bewoond raakte, al zichtbaar was. [eiser ] heeft niet aangegeven waarom deze vraag relevant zou zijn. Voor zover zij het oog erop heeft dat zij niet aansprakelijk is voor gebreken die [gedaagden] op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken is deze vraag niet relevant, omdat reeds is beslist dat het werk niet is opgeleverd. Het gaat de rechtbank te ver om deze vraag te stellen, alleen omdat hierover in een eventueel hoger beroep anders beslist zou kunnen worden.
2.12.
Deskundige Elfrink heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 18.650,94 inclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot conform begroting vaststellen. In de alinea’s 4.13. en 2.22. van het tussenvonnis van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank beslist dat en toegelicht waarom [gedaagden] het voorschot op de kosten van de deskundige zullen moeten betalen. [gedaagden] willen dat de rechtbank van deze beslissing terugkomt en dat [eiser ] , vanwege het wijzigen van haar eis, met het voorschot wordt belast. Daarvoor ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding. Zoals gezegd is het deskundigenbericht onder meer nodig om de tot schadevergoeding wegens wanprestatie strekkende vordering van [gedaagden] te kunnen beoordelen. De eiswijziging in conventie heeft hierop geen betrekking. Wat het deskundigenonderzoek naar een redelijke prijs betreft is van belang dat dit onderzoek noodzakelijk is geoordeeld vanwege de subsidiaire vordering van [gedaagden] , dus los van de latere wijziging van eis in conventie. In het eventuele eindvonnis zal de rechtbank definitief over de kosten van het deskundigenbericht beslissen.
2.13.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat hij algemene voorwaarden met daarin een aansprakelijkheidsbeperking wenst te hanteren. De rechtbank heeft partijen een link naar deze voorwaarden gezonden en hun gelegenheid gegeven zich ertegen te verzetten dat de voorwaarden van toepassing zullen zijn in hun relatie tot de deskundige. Tegen dergelijke toepasselijkheid van de voorwaarden hebben partijen zich niet verzet.
2.14.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.15.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.16.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1) Wilt u behoorlijk gespecificeerd en gedocumenteerd opgeven wat naar het prijspeil van 2022 een redelijke prijs is van het uitgevoerde werk aan het hoofd- en het bijgebouw van de [adres] te [vestigingsplaats] ? Wilt u daarbij rekening houden met de door [eiser ] in 2022 gewoonlijk bedongen prijzen en met de door haar ter zake van de vermoedelijke prijzen gewekte verwachtingen?
2) Vertoont het uitgevoerde werk gebreken, beoordeeld aan de hand van de offertes van 16 december 2021 (genummerd H. 0337 en H.0412) en overigens naar de maatstaf van goed en deugdelijk werk?
3) Indien u vraag 2 bevestigend beantwoordt, wilt u dan,
a. a) de geconstateerde gebreken puntsgewijs en behoorlijk gedocumenteerd beschrijven?
en
b) per gebrek de kosten van herstel van dat gebrek behoorlijk gespecificeerd en gedocumenteerd opgeven?
4) Heeft u verder nog opmerkingen op uw vakgebied die u voor een goed begrip van de zaak van belang acht?
3.2.
benoemt tot deskundige:
Ing. P.B.J.M. Elfrink
De Horsterhof 15
7542 NC Enschede
Postbus 243
7570 AE Oldenzaal
telefoonnummer 06 20016480
e-mail info@peterelfrink.nl,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 18.650,94 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat [gedaagden] het voorschot moeten overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [gedaagden] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.14.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van
woensdag 7 oktober 2026,
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of,
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.
512/1782