Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4209

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
BR 26-314/12088004, 12088010, 12088013, 12088020, 12088023, 12088028
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 BWArt. 3:15 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens misbruik van recht bij niet tijdig beslissen officier van justitie

De rechtbank Gelderland behandelde op 20 april 2026 zes beroepen uit een groep van 33 zaken waarin de gemachtigde beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie op administratief beroep. De officier van justitie stelde dat in alle zaken al tijdig was beslist en dat de beroepen misbruik van recht vormden.

De kantonrechter oordeelde dat de beslissingen op administratief beroep aan betrokkenen en andere gemachtigden waren verzonden, maar niet aan de gemachtigde die de beroepen instelde. De gemachtigde was echter voorafgaand aan het instellen van beroep geïnformeerd dat er al beslissingen waren genomen. Hierdoor was het instellen van beroep evident zonder redelijk doel en blijk van kwade trouw.

De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht en wees verzoeken om dwangsommen en proceskosten af. De procedure verliep schriftelijk en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen onder strikte voorwaarden.

Deze uitspraak bevestigt dat het instellen van beroep tegen reeds genomen beslissingen zonder redelijk doel kan leiden tot niet-ontvankelijkheid en benadrukt het belang van correcte communicatie tussen officier van justitie, gemachtigden en betrokkenen.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en verzoeken om dwangsommen en proceskosten worden afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal/uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zitting 20 april 2026
zaakgegevens 12088004, 12088010, 12088013, 12088020, 12088023, 12088028
cjib-nrs 263425795, 248621118, 267932359, 253548037, 260389887, 261317598
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaken van

[betrokkene 1]

[bedrijf 1]
[betrokkene 2]
[betrokkene 3][betrokkene 4][bedrijf 2]
Gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl
tegen

de officier van justitie

De beroepen zijn behandeld op de openbare zitting van 20 april 2026 door de kantonrechter
mr. G.W.B. Heijmans, bijgestaan door H. Jansen als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig [medewerker CVOM] , medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie (CVOM) als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Betrokkenen en de gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
De kantonrechter vat kort samen wat tussen partijen in geschil is en deelt mede dat op deze zitting 33 beroepen worden behandelend waarin de gemachtigde tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie beroepen heeft ingediend.
De kantonrechter oordeelt in deze uitspraak in 6 van de 33 beroepen.
Voorafgaand aan de zitting zijn door de gemachtigde nog aanvullende beroepsgronden ingediend in de zaken [betrokkene 1] , [bedrijf 1] , [betrokkene 3] en [bedrijf 2]
De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven het volgende:
Ik verzoek alle beroepen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege misbruik van recht. In deze zaken is door de officier van justitie tijdig beslist en zijn die beslissingen aan betrokkenen, en aan andere gemachtigden, niet zijnde mr. Voorbach gezonden. Via MAPS zijn de beslissingen verzonden. De gemachtigde heeft geen contact opgenomen met zijn cliënten om te checken of er inderdaad geen beslissingen door de officier van justitie zijn genomen. Mede doordat er ook nog aanvullende gronden in kantonberoepen zijn ingediend, vraag ik me af of de gemachtigde zijn administratie geheel op orde heeft.
Subsidiair verzoek ik de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het onredelijk laat beroep instellen dan wel dat er al op de beroepen is beslist.
De officier van justitie verklaart desgevraagd dat in de situatie dat twee verschillende gemachtigden administratief beroep instellen tegen dezelfde beschikking eerst aan de betrokkene schriftelijk de mogelijkheid wordt geboden om aan te geven door welke gemachtigde hij zich laat vertegenwoordigen. Indien de betrokkene niet op die brief reageert, wordt de gemachtigde die het eerst beroep heeft ingesteld als gemachtigde aangemerkt.
De kantonrechter sluit het onderzoek en bepaalt schriftelijk uitspraak.

Gronden voor de beslissing

De kantonrechter overweegt als volgt.
1. Alle beroepen zijn ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep. In deze zaken ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of het instellen van deze beroepen misbruik van recht oplevert.
2. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het BW, de bevoegdheid om beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. [1]
3. In deze zaken heeft de gemachtigde beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op administratief beroep terwijl er al een beslissing op het administratief beroep was genomen. In alle zaken doet zich ook de situatie voor dat niet alleen door de gemachtigde administratief beroep is ingesteld, maar ook door een andere gemachtigde, die niet werkzaam is voor Verkeersboete.nl. De kantonrechter zal de beroepen hierna groepsgewijs verder bespreken.
T.a.v. de beroepen namens [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 4] .
4. In deze zaken zijn de beslissingen op administratief beroep aan de betrokkenen en aan een andere gemachtigde, die niet werkzaam is voor Verkeersboete.nl, gezonden, maar niet aan de gemachtigde. In de zaak [betrokkene 1] is de gemachtigde door de officier van justitie wel bij brief van 2 april 2024 geïnformeerd dat betrokkene de machtiging aan hem heeft ingetrokken, dat er al op het administratief beroep is beslist en dat die beslissing aan de andere beroepsinsteller is verstuurd. Het administratief beroep van de gemachtigde heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
In de zaak [betrokkene 2] is de gemachtigde er bij brief van 1 oktober 2024 op gewezen dat de gemachtigde [gemachtigde 1] als contactpersoon is aangewezen. Ook is op 10 juli 2025 het verzoek van de gemachtigde om toekenning van een dwangsom aan hem retour gezonden, omdat een andere professioneel gemachtigde in die zaak heeft geprocedeerd en er al een beslissing is genomen.
In de zaak [betrokkene 4] heeft de Officier van Justitie op 27 februari 2024 aan de gemachtigde een afschrift verstuurd van de aan [gemachtigde 2] verzonden beslissing op het administratief beroep.
5. Aan de gemachtigde zijn in deze zaken voordat hij beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit dus berichten gestuurd waaruit blijkt dat er al op de administratieve beroepen was beslist. Er is geen enkele aanwijzing dat deze berichten de gemachtigde niet hebben bereikt.
6. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde de beroepen heeft ingesteld terwijl hij wist of had moeten weten dat er al een beslissing was genomen. Voorafgaand aan het instellen van beroep is hij daar ook op gewezen. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de beroepen zodanig evident zijn ingesteld zonder redelijk doel dat het instellen van beroep blijk geeft van kade trouw. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
T.a.v. de beroepen [bedrijf 1] , [betrokkene 3] en [bedrijf 2]
7. In deze zaken is de kantonrechter gebleken dat de beslissingen aan betrokkenen en aan een andere gemachtigde, die niet werkzaam is voor verkeersboete.nl, is verzonden, maar niet aan de gemachtigde. De kantonrechter is niet gebleken dat de gemachtigde anderszins voorafgaand aan het instellen van beroep niet tijdig heeft kunnen afleiden dat de officier van justitie al op die beroepen had beslist. Er is daarom in deze zaken geen reden om misbruik van recht aan te nemen.
8. Ook deze beroepen zijn echter niet-ontvankelijk, aangezien de officier van justitie al voor ontvangst van de beroepen niet tijdig op de administratieve beroepen had beslist. Met verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juni 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:4498) worden de verzoeken om vaststelling van dwangsommen afgewezen.
9. Nu de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- wijst de verzoeken om vaststelling van te verbeuren dwangsommen af;
- wijst de verzoeken om toekenning van proceskosten af.
Waarvan proces-verbaal,
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. G.W.B. Heijmans, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op:

Voetnoten

1.ABRS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.