Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4176

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
05/318871-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 342 SvArt. 6:106 BWArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling opzetaanranding met gedeeltelijke vrijspraak gekwalificeerde opzetaanranding

Op 26 april 2025 heeft verdachte in de woning van aangeefster meerdere seksuele handelingen verricht zonder haar instemming, ondanks duidelijke verbale en non-verbale signalen van verzet. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar en baseert de bewezenverklaring op meerdere getuigenverklaringen en appberichten.

Verdachte werd primair ten laste gelegd opzetaanranding, waarbij hij bewust de wil van aangeefster negeerde. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het strafverzwarende onderdeel gekwalificeerde opzetaanranding wegens gebrek aan bewijs van dwang, geweld of bedreiging.

De straf bestaat uit 60 dagen gevangenisstraf waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 180 uur. Daarnaast is verdachte veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schadevergoeding aan aangeefster, vermeerderd met wettelijke rente.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen heeft, stabiele leefomstandigheden heeft en een laag recidiverisico kent. De opgelegde straf is lager dan door het Openbaar Ministerie gevorderd vanwege de bewezenverklaring van opzetaanranding in plaats van gekwalificeerde opzetaanranding.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 60 dagen gevangenisstraf (59 voorwaardelijk) en 180 uur taakstraf voor opzetaanranding, met gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/318871-25
Datum uitspraak : 22 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. B.J. Driessen, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 mei 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 26 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [aangever] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten meermalen, althans eenmaal
- het brengen en/of bewegen van een of meer vingers tussen de schaamlippen van die [aangever] en/of
- het betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [aangever] en/of
- het betasten van en/of knijpen in de billen van die [aangever] en/of
- het betasten van en/of knijpen in een of beide borsten van die [aangever] en/of
- het duwen van zijn, verdachtes, geslachtsdeel tegen de billen van die [aangever] en/of
- het proberen die [aangever] op de mond te kussen en/of zoenen en/of - het knuffelen en/of vastpakken van die [aangever] en/of
- het wrijven over het been van die [aangever] en/of
- het kussen en/of zoenen van/in/op de nek van die [aangever] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak, en
welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door meermalen, althans eenmaal
- dicht bij die [aangever] te gaan staan en/of zitten en/of
- zijn, verdachtes, mond in de richting van de mond, althans het gezicht van die [aangever] te bewegen en/of
- die [aangever] bij zich op schoot te trekken en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, arm(en) om die [aangever] heen te slaan, althans de bewegingsvrijheid van die [aangever] te beperken en/of
- die [aangever] op te tillen en/of (vervolgens) op bed te gooien en/of
- de handen van die [aangever] vast te houden en/of de benen van die [aangever] vast te klemmen, althans te voorkomen dat die [aangever] het bed zou verlaten en/of
- tegen die [aangever] te zeggen dat zij hem op zijn minst een kusje moest geven om te zien of ze net zo goed was als in zijn fantasieën, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- (toen die [aangever] het bed wist te verlaten) die [aangever] op bed te duwen en/of
- die [aangever] om te draaien op handen en knieën, althans in een seksuele positie en/of
- een hand om de keel van die [aangever] te doen en/of
- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds te verrichten en/of die [aangever] hiermee te overrompelen en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en/of
- misbruik te maken van het feit dat die [aangever] onder invloed was van alcohol;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 april 2025 te [woonplaats] ,
althans in Nederland,
met een persoon, te weten [aangever] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht,
te weten meermalen, althans eenmaal
- het brengen en/of bewegen van een of meer vingers tussen de schaamlippen van die [aangever] en/of
- het betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [aangever] en/of
- het betasten van en/of knijpen in de billen van die [aangever] en/of
- het betasten van en/of knijpen in een of beide borsten van die [aangever] en/of
- het duwen van zijn, verdachtes, geslachtsdeel tegen de billen van die [aangever] en/of
het proberen die [aangever] op de mond te kussen en/of zoenen en/of
- het knuffelen en/of vastpakken van die [aangever] en/of
- het wrijven over het been van die [aangever] en/of - het kussen en/of zoenen van/in/op de nek van die [aangever] ,
terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe is – in de kern – aangevoerd dat er geen betrouwbare aangifte is gedaan. Verdachte heeft de hele avond met aangeefster een bepaalde sensuele spanning tussen hen beiden gevoeld. Hij heeft avances gemaakt om seksuele toenadering te zoeken, maar aangeefster wees dat uiteindelijk van de hand en dat heeft verdachte gerespecteerd. Verdachte heeft geen seksuele handelingen verricht, laat staan dat dit tegen haar wil gebeurde of onder dwang, geweld en/of bedreiging. De chatberichten en de verklaring van verdachte jegens de getuigen dienen zo te worden geïnterpreteerd dat hij aan heeft gegeven dat hij moreel te ver is gegaan, omdat hij met zijn handelen zijn verloofde heeft bedrogen.
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen
Aangeefster [aangever] heeft verklaard dat zij samen met verdachte, destijds haar directe collega, op 25 april 2025 Koningsnacht heeft gevierd in Deventer. Op 26 april 2025 rond 03.00 uur in de nacht zijn ze met de taxi van Deventer terug naar [woonplaats] gegaan. Bij het station in [woonplaats] heeft verdachte zijn fiets gepakt en opeens probeerde hij haar te zoenen, maar ze is toen weggelopen. Verdachte heeft aangeefster op de fiets naar huis gebracht en ging met haar mee naar binnen, hetgeen niet ongebruikelijk was. Op enig moment zaten aangeefster en verdachte op de bank en zei verdachte dat hij haar kankergeil vond. Hij begon over haar been te wrijven en zei dat hij haar knap vond. Ze praatte terug en ondertussen heeft ze geprobeerd hem weg te duwen en op afstand te houden. Hij trok aangeefster vervolgens op zijn schoot en pakte haar vast. Ze zat met haar rug tegen hem aan en hij had zijn handen om haar heen. Hij ging ineens met zijn hand in haar broek, ging in haar onderbroek en tegen haar schaamlippen aan. Ze voelde dat hij met zijn vingers erin wilde. Ze trok zijn hand weg, zei: “Wat de kanker ben jij nou aan het doen?” en is opgesprongen. Ze was in paniek, zei meermalen “Wat doe jij?” en zat ineengedoken op de bank. Verdachte zei toen: “Ik heb het nu toch al gedaan, ik ben al te ver gegaan” en zei “Sorry”. Verdachte kwam vervolgens weer fysiek dichterbij haar en deed een arm om haar heen, alsof hij haar wilde troosten en gaf haar een knuffel. Aangeefster was toen opgestaan in de hoop dat verdachte richting de voordeur zou gaan. Ze wilde hem uit haar huis leiden. Maar toen ze voor de slaapkamer stonden tilde verdachte haar vervolgens op en gooide haar op bed. Ze wilde overeind komen en hem wegduwen, maar hij hield haar handen vast. Ze zei: “ [verdachte] niet doen, [verdachte] nee”. Ze duwde hem met haar benen weg. Hij stond voor het bed en hij klemde haar met zijn benen vast, zodat ze minder bewegingsvrijheid had. Ze zei steeds dat ze het niet wilde, “Stop” en dat soort dingen. Hij gaf haar kusjes in de nek. Het lukte haar om op te staan en toen ging hij met zijn hand in de achterkant van haar broek en kneep in haar kont. Verdachte heeft haar meerdere keren weer op het bed geduwd. Toen ze op bed lag, ging hij met zijn hand onder haar T-shirt en onder haar BH. Hij pakte haar rechtertiet vast en kneep er vol in. Ook legde hij haar op bed en draaide haar om. Verdachte ging met kleding aan met zijn geslachtsdeel tegen haar kont aan, alsof het doggy was. Pas na de honderdste keer zeggen dat ze het niet wilde had ze het idee dat het bij verdachte binnenkwam. Toen is verdachte naar huis gegaan. Aangeefster was behoorlijk dronken, verdachte had in totaal vijf of zes mixdrankjes alcohol gedronken. [2]
Tussen 26 april 2025 en 4 mei 2025 hebben verdachte en aangeefster contact gehad via Whatsapp. Daarin is onder meer het volgende gestuurd [3] :
Verdachte
26 april 2025 21.59 uur
Het spijt me dat ik zo ver ben gegaan, zou het echt focktop vinden als dit onze vriendschap de kop kost
Verdachte
26 april 2025 22.03 uur
Ergens wilde ik dat het niet was gebeurd, maar werd gewoon volledig overgenomen door van alles
Aangeefster
26 april 2025 22.04 uur
Ja je hebt me in een gare set up gegooid
Verdachte
26 april 2025 22.20 uur
Het is ook niet jouw schuld, maar de mijne
Verdachte
28 april 2025 10.29 uur
Hoe gaat het met je?
Aangeefster
28 april 2025 12.45 uur
Bro wat denk je zelf de persoon die ik dacht dat ik kon vertrouwen heeft een lustobject van mij gemaakt dus gaat echt super chill nu en ik heb constant een naar gevoel dat ik onderdeel ben van jouw vreemdgaan maar verder echt top
Verdachte
28 april 2025 15.09 uur
Ja heb het wel echt zwaar verneukt, heb me echt teveel laten gaan. Ook door de alcohol etc. Op dat moment dacht ik er echt niet goed over na wat de schade kon zijn.
Verdachte
28 april 2025 19.46 uur
Als jij het ziet zitten, wil je dan ergens deze week even fysiek erover praten? Ik wil namelijk echt mijn best doen om het weer een beetje goed te maken en te zeggen dat het me echt spijt.
Verdachte
28 april 2025 13.53 uur
En nogmaals duizend maal sorry
Aangeefster
1 mei 2025 14.02 uur
Ik kom net bij [getuige 1] (rb begrijpt: getuige [getuige 1] ) vandaan en die heeft mij ff een realitycheck gegeven. Aangezien jij het mij hebt aangedaan is het niet eerlijk dat ik alleen door deze hel heen moet dus jij krijgt hem ook: als ik na meerdere keren “nee” en “stop” zeggen en je fysiek wegduwen het wel had toegelaten was het verkrachting geweest hè. Het is nu ook gewoon aanranding wat er is gebeurd. Laat dat maar ff tot je besef komen.
Verdachte
1 mei 2025 14.08 uur
Ja en dat is sws (rb begrijpt: sowieso) al nooit mijn bedoeling geweest
Verdachte
1 mei 2025 14.13 uur
Wil er wel nog steeds alles aan doen om de nare gevoelens bij je weg te nemen, want het verhaal wat je net stuurt klopt. En dat is ook wel de keiharde waarheid. Ik wil nooit meer zo met jou omgaan op die manier. Ik heb er ook echt zo ontzettend veel spijt van
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat ze de nagelstyliste is van aangeefster. Op 1 mei 2025 is aangeefster bij haar in de salon geweest en heeft zij verteld over haar weekend. Ze vertelde dat een collega met haar mee naar huis was gegaan. Deze collega heeft haar daar geprobeerd te zoenen, waarop zij hem heeft weggeduwd en nee heeft gezegd. Daarna heeft hij dat nog een aantal keer geprobeerd en heeft hij zijn lichaam tegen haar aangeduwd. Ze moest kracht gebruiken om hem van haar af te duwen. Later heeft aangeefster haar verteld dat hij met zijn hand in haar broek had gezeten en dat zij die hand moest weghalen. Ze was er stil van en dat is ze niet snel. Ze probeerde zich in te houden en wilde sterk zijn. [4]
Getuige [getuige 2] , een collega van aangeefster en verdachte, heeft verklaard dat aangeefster op 5 mei 2025 op het werk was gekomen en heel erg emotioneel en in paniek was. Ze vertelde dat er met Koningsnacht dingen zijn gebeurd die niet door de beugel konden. Verdachte had aan haar gezeten en zij wilde dat niet. De getuige heeft verdachte hierover aangesproken en hij zei toen dat het inderdaad waar was en dat hij er veel moeite mee had, dat hij zich schaamde en dat hij niet wist hoe het allemaal zo had kunnen gebeuren. De getuige zei tegen hem: “ze heeft toch nee gezegd?” waarop hij antwoordde dat het klopte. Hij gaf aan dat hij met zijn hand onder haar shirt was gegaan en met zijn hand in haar broek. [5]
Getuige [getuige 3] , de leidinggevende van aangeefster en verdachte, heeft verklaard dat verdachte tegen hem heeft verteld dat hij samen met aangeefster Koningsnacht heeft gevierd. Hij zei dat hij op een bepaald moment heeft geprobeerd haar te zoenen. Hij vertelde dat het in zijn optiek een soort opbouw was en dat hij haar signalen niet goed had ingeschat. Hij gaf aan dat hij een ‘nee’ van haar wel heeft gehoord, maar dat hij die ‘nee’ verkeerd heeft geïnterpreteerd en op dat moment niet doorhad dat het echt ‘nee’ was, omdat het al langer spannend was tussen beiden. Hij gaf aan dat het die avond mis is gegaan met alcohol en dat de signalen, de sfeer en de omgeving maakten dat hij die keuze anders zag. Aangeefster heeft tegen hem verteld dat hij meerdere keren haar nee niet heeft gehoord. Verdachte heeft zijn hand in haar broek gedaan. Ze was verdrietig en terneergeslagen. [6]
Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht van 25 april op 26 april 2025 met collega’s, waaronder aangeefster, een avond is wezen stappen in Deventer. Na die avond zijn aangeefster en hij weer naar [woonplaats] gegaan en bij de fietsenstalling van het station keek aangeefster hem op een indringende en uitdagende manier aan. Hij heeft geprobeerd haar te zoenen, waarop zij haar hoofd afwendde en begon te giechelen. Verdachte heeft de hele avond een wederzijdse spanning gevoeld. Hij heeft haar vervolgens thuisgebracht en is met haar mee in haar woning gegaan. Toen ze op de bank zaten heeft verdachte opnieuw geprobeerd om haar te zoenen. Ze had dezelfde reactie als bij de fietsenstalling. Ze begon weer te giechelen en draaide haar hoofd weg. Verdachte dacht toen: “Ik laat het hierbij”. De spanning bleef echter aanwezig en ze had een bepaalde indringende blik in haar ogen. Op een gegeven moment is ze tegen hem aan gaan liggen. Ze had een broek aan waarbij aan de bovenkant wat ruimte ontstond. Verdachte had het gevoel dat hij een beweging kon maken en hij heeft zijn hand onder de broeksband van haar broek gedaan. Zijn hand kwam tot op de onderkant van haar buik. Ze trok zijn hand toen wederom weg. Voor verdachte was het duidelijk dat aangeefster het niet wilde, omdat hij een verloofde thuis had zitten en het moreel niet kon. Ze bleef wel signalen geven en uitdagend kijken en giechelen. Op een gegeven moment liep aangeefster richting de slaapkamer en keek ze weer uitdagend. Ze belandden op de rand van het bed en gaven elkaar een knuffel. Ze gaf geen tegensignalen dat ze het niet leuk vond. Toen heeft hij zijn hand onder haar shirt gedaan, op haar buik. Dit was niet bij haar borsten. Die hand haalde ze weg. Verdachte heeft toen gedacht dat hij het erbij liet en is naar huis gegaan. [7]
Algemene overwegingen ten aanzien van bewijs in zedenzaken
Zedenzaken kenmerken zich in het algemeen door het gegeven dat slechts twee personen – de aangeefster en de verdachte – aanwezig waren bij de ten laste gelegde handelingen. In deze zaak is dit niet anders.
Volgens het tweede lid van artikel 342 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad in zedenzaken kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de seksuele handelingen als zodanig bevestiging dienen te vinden in ander bewijsmateriaal. Het is voldoende wanneer de verklaring van de aangeefster op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Daarnaast geldt dat een voor het bewijs gebruikte verklaring op zichzelf ook voldoende betrouwbaar moet zijn.
Waardering van het bewijs
Aangeefster heeft verklaard dat zij al een lange tijd een goede band had met verdachte, omdat zij directe collega’s zijn. Zij gingen vaker samen stappen en dan werd aangeefster door verdachte thuisgebracht. Het was dan ook gebruikelijk dat hij met haar mee naar binnen ging om bijvoorbeeld de katten te aaien. De rechtbank stelt vast dat haar gedetailleerde verklaring in grote lijnen overeenkomt met hetgeen zij later heeft verteld bij getuige [getuige 1] . De appberichten tussen verdachte en aangeefster in de dagen daarna kunnen worden gezien als bevestiging dat er die nacht iets is voorgevallen, waardoor de bestaande vertrouwensband was weggevallen. Aangeefster heeft de gebeurtenissen daarnaast geenszins groter gemaakt of overdreven. Zo heeft ze de eerdere verdenking van opzetverkrachting later bij het openbaar ministerie aangekaart en heeft ze aangegeven dat dit niet was gebeurd.
De verklaring van aangeefster vindt op belangrijke onderdelen bevestiging in de overige bewijsmiddelen. Uit de appberichten tussen verdachte en aangeefster blijkt dat verdachte over de grenzen van aangeefster is gegaan. Aangeefster heeft daarin aangegeven dat hij haar heeft aangerand en zij meerdere keren “Nee” en “Stop” heeft gezegd, hetgeen verdachte enkele minuten later in een appbericht bevestigt, waarvoor hij zijn excuses aanbiedt. Enkele dagen na het incident hebben zowel verdachte als aangeefster een gesprek gehad met hun leidinggevende [getuige 3] , waarin is aangegeven dat een en ander tussen hen is voorgevallen en waarbij ook “Nee” is gezegd door aangeefster. Verdachte heeft zelf eveneens verklaard dat aangeefster meerdere keren haar hoofd heeft afgewend en zijn hand bij haar heeft weggehaald. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangeefster, acht deze verklaring van aangeefster betrouwbaar en neemt deze als uitgangspunt.
De verklaring van aangeefster met betrekking tot de door verdachte verrichte seksuele handelingen vinden deels steun in de verklaring van verdachte, waarin hij heeft verklaard dat hij met zijn hand in de broek en onder het shirt van aangeefster is geweest. De rechtbank is onder de hiervoor geschetste omstandigheden van oordeel dat de verklaring van aangeefster over de seksuele handelingen door verdachte betrouwbaar en geloofwaardig is te achten, en dat de verklaring van verdachte, dat hij bij aangeefster alleen tot de rand van haar buik en enkel onder haar shirt is gegaan, ongeloofwaardig is.
De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat de verklaring van aangeefster in voldoende mate wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier. Ten aanzien van de kwalificatie van de bewezen feiten oordeelt de rechtbank verder als volgt.
Opzetaanranding
Primair is opzetaanranding ten laste gelegd. Opzetaanranding heeft betrekking op situaties waarin de dader opzettelijk de ontbrekende wil bij de ander negeert of voor lief neemt. Daarbij kan sprake zijn van ‘vol’ opzet of – de ondergrens van de opzetvariant – voorwaardelijk opzet. In dat laatste geval is de dader zich bewust van de mogelijkheid dat bij de ander de wil ontbreekt, maar heeft hij de keuze gemaakt dat te negeren. Daarmee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de desbetreffende seksuele handelingen plaatsvinden terwijl bij de ander de wil daartoe ontbreekt. Het ontbreken van de wil kan worden bewezen als wordt vastgesteld dat het slachtoffer ten tijde van het seksueel contact die seksuele handelingen niet op prijs heeft gesteld en dit op enigerlei wijze (non-)verbaal tot uiting heeft gebracht.
Uitgaande van de verklaring van aangeefster blijkt dat aangeefster, tweemaal haar hoofd heeft weggedraaid, toen verdachte haar wilde zoenen. Eerst in de fietsenstalling en daarna bij aangeefster thuis. Vervolgens begon verdachte over haar been begon te wrijven en zei dat hij haar kankergeil vond, waarop aangeefster hem heeft weggeduwd. Verdachte negeerde dat, trok haar op schoot en ging met zijn hand in de broek en onderbroek van aangeefster en kwam met zijn hand tegen haar schaamlippen. Vanaf dat moment hadden er bij verdachte al ernstige vraagtekens moeten zijn of aangeefster dit alles wel wilde, maar hij heeft zich hierom niet bekommerd.
Daarna heeft hij haar, onder haar broek, in haar billen geknepen en heeft hij haar in haar borst geknepen. Hij zat samen met aangeefster op de bank, die meermaals ‘Nee’ en ‘Stop’ heeft gezegd tegen verdachte, zich meermalen van hem heeft weggedraaid en ook meermalen is weggelopen. Keer op keer heeft verdachte toch weer een nieuwe poging gedaan.
Verdachte heeft daarmee de wil van aangeefster meermalen genegeerd. Verdachte is aan deze duidelijke (non-)verbale signalen voorbijgegaan door aangeefster te blijven proberen te zoenen en te betasten. Dat aangeefster in verdachtes optiek kennelijk alleen maar nee heeft gezegd omdat het moreel niet zou kunnen, doet daar niets aan af. Het motief voor het weigeren in te stemmen met seksuele handelingen doet er niet toe. Nee is nee, ook voor verdachte. Het is niet aan hem hieraan (achteraf) een eigen invulling te geven.
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, is daarmee sprake van het opzettelijk handelen zoals tenlastegelegd onder het primaire feit. Concluderend komt de rechtbank dus tot een bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde opzetaanranding.
Vrijspraak gekwalificeerde opzetaanranding
Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat sprake is geweest van een vorm van dwang, van geweld of bedreiging met geweld. De rechtbank ziet daarvoor onvoldoende aanknopingspunten en spreekt verdachte daarom vrij van het strafverzwarende onderdeel.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks26 april 2025 te [woonplaats] ,
althans in Nederland,met een persoon, te weten [aangever] ,
een of meerseksuele handelingen heeft verricht,
te weten
meermalen, althans eenmaal- het brengen en
/ofbewegen van
een of meervingers tussen de schaamlippen van die [aangever] en
/of- het betasten van de vagina en
/ofschaamstreek van die [aangever] en
/of- het betasten van en
/ofknijpen in de billen van die [aangever] en
/of- het betasten van en
/ofknijpen in een
of beideborst
envan die [aangever] en
/of- het duwen van zijn, verdachtes, geslachtsdeel tegen de billen van die [aangever] en
/of- het proberen die [aangever] op de mond te kussen en/of zoenen en/of
- het knuffelen en
/ofvastpakken van die [aangever] en
/of- het wrijven over het been van die [aangever] en
/of- het kussen en
/ofzoenen van
/in/opde nek van die [aangever] , terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak
, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door meermalen, althans eenmaal - dicht bij die [aangever] te gaan staan en/of zitten en/of- zijn, verdachtes, mond in de richting van de mond, althans het gezicht van die [aangever] te bewegen en/of- die [aangever] bij zich op schoot te trekken en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, arm(en) om die [aangever] heen te slaan, althans de bewegingsvrijheid van die [aangever] te beperken en/of- die [aangever] op te tillen en/of (vervolgens) op bed te gooien en/of- de handen van die [aangever] vast te houden en/of de benen van die [aangever] vast te klemmen, althans te voorkomen dat die [aangever] het bed zou verlaten en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat zij hem op zijn minst een kusje moest geven om te zien of ze net zo goed was als in zijn fantasieën, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- (toen die [aangever] het bed wist te verlaten) die [aangever] op bed te duwen en/of- die [aangever] om te draaien op handen en knieën, althans in een seksuele positie en/of- een hand om de keel van die [aangever] te doen en/of- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds te verrichten en/of die [aangever] hiermee te overrompelen en/of- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en/of- misbruik te maken van het feit dat die [aangever] onder invloed was van alcohol.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op, primair:
Opzetaanranding.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en voorts tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met aangeefster.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van aangeefster. Hij heeft haar in haar eigen woning bij haar borst gepakt, is met zijn hand in de broek en onderbroek van haar gegaan en heeft haar vagina, schaamstreek en billen betast. Verdachte heeft meermaals de wil van aangeefster genegeerd en hij is haar telkens blijven betasten. Hiermee heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Verdachte heeft voor dit alles geen volledige verantwoordelijkheid genomen. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Dat deze handeling van verdachte indruk heeft gemaakt op het slachtoffer, blijkt uit haar slachtofferverklaring die haar advocaat namens haar ter terechtzitting heeft voorgelezen.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft gezien dat uit het strafblad van verdachte, gedateerd op 7 april 2026, blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
De rechtbank houdt verder rekening met het reclasseringsadvies, gedateerd op 13 april 2026, waaruit blijkt dat verdachte stabiele leefomstandigheden heeft. Hij heeft zijn leven goed op orde, een goede relatie, een fijn sociaal netwerk en een prettige baan waarmee hij een eigen inkomen kan genereren. De impact van een veroordeling is voor zijn persoonlijke omstandigheden groot. Hij heeft namelijk een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) nodig voor zijn werkzaamheden in de jeugdzorg. De kans op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een afdoening zonder bijzondere voorwaarden. Wel adviseert de reclassering op basis van artikel
38v van het Wetboek van Strafrecht een contactverbod met aangeefster, omdat dat haar wens is en de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.
De straf
Gezien de ernst van het feit is het uitgangspunt het opleggen van een gevangenisstraf. In deze zaak heeft de rechtbank een andere afweging gemaakt nu verdachte voor het eerst in aanraking is gekomen met politie en justitie. De rechtbank neemt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank tot een bewezenverklaring van opzetaanranding (in plaats van gekwalificeerde opzetaanranding) komt.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend. Gelet op het taakstrafverbod wordt er één dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Daarnaast zal de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen vervangende hechtenis. Een contactverbod als bijzondere voorwaarde zal niet worden opgelegd, nu de noodzaak daartoe niet is gebleken. Verdachte heeft verklaard geen contact te willen met aangeefster en ook is niet gebleken dat hij sinds 10 mei 2025, het moment van blokkeren door aangeefster op haar telefoon, contact met haar heeft gezocht.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft, met bijstand van mr. D.W. Jansen, een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 720,86 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op het vrijspraakverweer.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de gevraagde materiële schade (twee keer eigen risico 2025 en 2026) tot een hoogte van € 720,86 kan worden toegewezen.
Immateriële schade
Artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) geeft een limitatieve opsomming van de gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder andere indien sprake is van aantasting in de persoon. Opzetaanranding valt daar onmiskenbaar onder.
De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 2.500,- vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Verdachte is vanaf 26 april 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 241 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
60 (zestig) dagen;
 bepaalt dat een gedeelte van deze
gevangenisstraf, te weten
59 (negen en vijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van twee jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 legt op een
taakstraf van 180 (honderd en tachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
Vordering benadeelde partij [aangever]
  • veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 720,86 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 720,86 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Bruins (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. I. de Bruin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.
mr. S.A. Teger is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025247406, gesloten op 20 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 6-7; proces-verbaal van aangifte door [aangever] , p. 10-17.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 33-35.
4.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 18-21.
5.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 22-26.
6.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 28-30.
7.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 mei 2026.